Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.

zoekpagina

Meer recepten
Historisch koken
Updates

Faites tout bouillir ensemble
Recepten
 

Na afloop van de lezing Faites tout bouillir ensemble was er een kleine proeverij van drie gerechtjes met hypocras. Voor degenen die precies willen weten wat ze proefden, en de hapjes zelf willen maken, staan hieronder de recepten, plus een verwijzing naar andere middeleeuwse Franse recepten op deze site. Als jullie nog vragen hebben, kunnen jullie mij bereiken via de contact-link onderaan deze pagina.
Deze recepten staan slechts tijdelijk op internet, ze zullen na enkele dagen verwijderd worden.

De oorspronkelijke recepten
De proeverij bestond uit vis in groene saus uit de Viandier, champignonpasteitjes en hypocras uit de Ménagier de Paris, en appelmoes uit Du fait de cuysine van Maître Chiquart. Het recept voor hypocras heeft hier een vaste plek op mijn site.

Bronnen. Alle Nederlandse vertalingen zijn van mijn hand.
Saulce vert komt uit The viandier of Taillevent. An edition of all extant manuscripts van T. Scully, de modern Franse vertaling van Annick Englebert van de site Gastronomie Historique, waar oude Franse kookteksten worden gepresenteerd. Andere recepten uit de Viandier op Coquinaria: Souppe de moustarde en Civé d'oeufz.
De champignons en pasté en de modern Franse vertaling komen uit Le Mesnagier de Paris, editie G.E. Brereton en J.M. Ferrier, vertaling K. Ueltschi. Andere recepten van de Ménagier op Coquinaria: Moustarde en Bon Ypocras.
De emplumeus komt uit Du fait de cuisine par Maistre Chiquart 1420 van -alweer- T. Scully, de modern Franse vertaling -ook alweer- van Annick Englebert van de site Gastronomie Historique. Een ander recept van Chiquart op Coquinaria: Soupe Jacobine.
Franse recepten uit de zeventiende eeuw op deze site: Crème brûlé, Potage de pois cassés et carottes, Potage à la Reine, Pois verts et cotelettes de veau marinées, Limonade, Tranches de saumon à la sauce douce. En uit de negentiende eeuw: Soufflé aux fraises en soufflé à la menthe.

Carpe cuit en yaue a la saulce vert ou galentine.
.
Saulce vert grant foison de percil esfeulié sans les tigez gingembre pelé du pain blanc sans haler broiez destrempez de verjus et de vinaigre et collez.
Carpe. Cuite dans de l'eau : à la sauce verte ou en galantine
Sauce verte. Profusion de persil effeuillé sans les tiges, du gingembre épluché, du pain blanc sans le griller. Broyez. Mouillez de verjus et de vinaigre. Passez.

Karper. Gekookt in water. Met groene saus of galantine.
Groene saus. Veel peterselie, geplukt zonder de steeltjes, schoongemaakte gember, ongeroosterd wit brood. Stamp fijn, vermeng met verjus en azijn, en zeef.

Champignons d' une nuyt sont les meilleurs, et sont petiz, vermeilz dedens, cloz dessus. Et les couvient peler, puis laver en eaue chaude et pourboulir. Qui en veult mectre en pasté, si y mette de l'uille, du frommage et de la pouldre. Item, mectez les entre deux plats sur charbons, et mectez ung
petit de sel, du frommage et de la pouldre. L'en les treuve en la fin de may et en juing.
Les champignons cueillis la veille sont les meilleurs, surtout quand ils sont petits, rouges à l'intérieur et avec une surface intacte. Il faut les peler puis les laver dans de l'eau chaude avant de les faire bouillir. Si on veut en faire du pâté, il faut y ajouter de l'huile, du fromage et de la poudre fine d'épices. Item, mettez les entre deux plats sur des charbons, ajoutez un peu de sel, du fromage et des épices réduites en poudre. On trouve ces champignons à la fin mai et en juin.

Champignons van één nacht oud zijn de beste, als ze klein zijn, rood van binnen en met gesloten kop. Men moet ze pellen, dan wassen in warm water en koken. Wie ze in een pastei wil doen, doet er olie bij, kaas en specerijen. Item, doe ze tussen twee schotels op houtskool, en doe er wat zout bij, kaas en specerijen. Men vindt ze eind mei en juni.

Encour plus emplumeus de pomes pour donner entendement a celluy qui le fera sy prennés de bonnes pomes barberines selon la quantié que l’on en vouldra faire et puis les parés bien et appoint et les taillés en beaulx platz d’or ou d’argent et qu’il hait ung beau pot de terre bon et nect et y mecte de belle eaue necte et mecte boullir sur brase belle et clere et mecte boullir ses pomes dedans. Et face qu’il ait de bonnes amendres doulces grant quantité selon la quantité des pomes qu’il ha mis cuire et les plume nectoie et lave tresbien et mectés broyer au mortier qui ne sante point les aulx et si les broie tresbien et les arouse du boullon en quoy cuisent lesdictes pomes et quant ledictes pomes seront assés cuictes si les tirés dehors sur belle et necte postz et de celle eaue colle ses amendres et en face lait qui soit bon et espés et le remecte boullir sur brase clere et necte sans fumee et bien petit de sel. Et entretant que il bouldra si hache bien menut ses dictes pomes a ung petit et nect coutel et puis estre hachiés si les mecte dedans son lait et y mecte du succre grant foison selon ce que il y a desditz emplumeus de pomes et puis quant le medicin le demandera si le mectés en belles escuelles ou casses d’or ou d’argent. Encore plus, mousseline de pommes : pour faire comprendre à celui qui le fera, qu’il prenne de bonnes pommes barberines selon la quantité qu’il voudra faire. Pelez-les bien et finement, coupez-les sur de beaux plats en or ou en argent. Qu’il prenne un beau pot en terre solide et bien propre ; qu’il y mette de la belle eau pure ; qu’il la fasse bouillir sur de la braise belle et vive ; qu’il mette à bouillir ses pommes dedans. Qu’il fasse en sorte d’avoir de bonnes amandes douces en grande quantité, en proportion des pommes qu’il a mis à cuire ; qu’il les monde, les nettoie et les lave très bien et qu’il les fasse broyer dans un mortier qui ne sente pas l’ail. Qu’il les écrase très finement, qu’il les arrose de l’eau dans laquelle cuisent lesdites pommes, et quand les pommes seront assez cuites, qu’il les sorte sur une belle planche propre, qu’il fasse couler de cette eau [sur] des amandes et en fasse un lait qui soit bon et épais ; qu’il le remette à bouillir sur de la bonne braise vive et sans fumée et [sur] un tout petit peu de sel. Pendant qu’il bout, qu’il hache finement ses pommes avec un petit couteau propre et lorsqu’elles sont hachées, qu’il les mette dans le lait ; qu’il y mette du sucre en grande quantité, à proportion de la mousseline de pommes. Et puis, quand le médecin le demandera, mettez-les dans de belles écuelles ou des plats d’or ou d’argent.

Verder appelmoes. Om uit te leggen aan degene die het maken zal: neem goede Barbarijnse appels zoveel als men wil maken. Schil ze goed en netjes, en snijd ze op mooie gouden of zilveren schotels. Hij neme een mooie schone pot van goed aardewerk en doet er rein water in dat hij laat koken op goed helder houtskoolvuur, en kookt zijn appels daarin. En maak dat hij voldoende goede zoete amandelen heeft naar verhouding met de appels die hij te koken heeft gezet, en ze pelt en heel goed wast en fijnstampt in de vijzel die geheel niet naar knoflook ruikt. Hij moet ze heel goed fijnstampen en bevochtigen met het kookvocht waarin genoemde appels koken. En wanneer genoemde appels gaar zijn moet hij ze in mooie schone potten doen, en dat water [over] de amandelen gieten en er melk van maken die goed en dik is, en het opnieuw koken op helder houtskoolvuur zonder rook en met een pietsje zout. Ondertussen moet hij zijn genoemde appels fijnhakken met een klein schoon mesje en als ze gehakt zijn in de [amandel]melk doen met veel suiker in verhouding met genoemde emplumeus van appels en dan, als de dokter erom vraagt, moet hij het op mooie schotels of schalen van goud of zilver doen.

De moderne bewerkingen:
Printversie van het recept

Vis in groene saus
Tijdens de lezing liet ik een plaatje van een bereide karper zien, maar eigenlijk raadt de Viandier voor vrijwel elke vis, en voor gevogelte en vlees, deze saus aan. Of je nu vis of vlees kiest, bij sauce verte moet het gepocheerd zijn, niet gebakken, en het wordt koud (in ieder geval afgekoeld) geserveerd. Een hele snoek of karper is prachtig om te serveren, maar je zou ook forellen kunnen nemen.
Om een hele karper of snoek te bedekken heb je het viervoudige van onderstaande hoeveelheden nodig.

Ingrediëntenlijst voor de saus (voor ongeveer anderhalve deciliter of 175 gram):
2 of 3 sneetjes witbrood zonder korst van twee dagen oud
60 gram fijngesnipperde peterselie (de blaadjes zonder de steeltjes, dat is ongeveer 100 gram peterseliebos)
1 theelepel gemberpoeder
4 eetlepels witte wijnazijn om te beginnen
2 eetlepels verjus (of appelazijn) om te beginnen
water
En natuurlijk gepocheerde vis

Voorbereiding:
Verkruimel het brood. Dit gaat het beste in een blender.
Haal de peterselieblaadjes van de steeltjes (schaar), en hak ze fijn.

Bereiding:
Doe peterselie, gember, azijn en verjus in de blender, en draai er een pasta van. Als het te dik wordt, doe je er wat water bij. Meng het broodkruim erdoor. De saus moet dik zijn, maar wel een saus, geen pasta. Om verder te verdunnen gebruik je azijn en/of verjus, en water. Proef steeds of de saus zuur genoeg is. Zet de groene saus tot gebruik afgedekt in de koelkast.

Serveren:
Mooi is om een hele vis te bereiden, en die dan een jasje van groene saus te geven. Maar de saus kan ook in aparte kommen worden geserveerd, bij visfilets of stukjes vis.

Champignonpasteitjes
Dit recept heeft typisch middeleeuwse vaagheden: wat voor deeg gebruik je voor de pasteitjes, is het een grote pastei, kleintjes, open of gesloten, gefrituurd of uit de oven? En welke specerijen bedoelde de Ménagier met 'pouldre'? Er zijn vrijwel geen middeleeuwse recepten voor deeg overgeleverd, of dat nu voor pasteien of brood is. Hier staan enige recepten voor pasteideeg. Je kunt een quiche-achtige pastei bakken, een gesloten pastei, of kleine eenhapspasteitjes, de keus is aan de kok. Over het 'pouldre': dit was het middeleeuwse equivalent van kerriepoeder, een kant en klaar mengsel van specerijen. De Ménagier geeft wel een beschrijving ervan elders in zijn boek: ruim 2 eetlepels gember, 1 kleine theelepel elk van kaneel, kruidnagel, paradijskorrels en suiker.
voor 1 grote pastei tot 40 héle kleine eenhapspasteitjes.

Ingrediëntenlijst:
250 gram champignons
100 gram niet te rijpe Brie de Meaux, of verse geitenkaas
100 gram Gruyère (de Franse, niet de Zwitserse), bij koeiemelk-allergie neem je Pecorino of Manchego
gember, kaneel, kruidnagel, paradijskorrels, suiker (onderlinge verhouding 3:1:1:1:1)
snufje zout
2 sneetjes witbrood zonder korst van enkele dagen oud
scheut olijfolie
450 tot 600 gram korstdeeg (afhankelijk van of je de pastei open of gesloten maakt)
boter om de bakvorm in te vetten

Voorbereiding:
Tegenwoordig pellen en wassen we champignons niet meer. Veeg de paddestoelen schoon met keukenpapier, snijd een stukje van het steeltje, en snijd daarna de champignons klein zoals je wilt: hele kleine kun je heel laten, je kunt ook halve of kwart chapignons maken, plakjes snijden of ze fijnhakken.
Verkruimel het witbrood in de blender.
Als je Brie gebruikt, haal je de korst eraf, daarsna snijd je de kaas in stukjes. Houd de kaas koel, anders lopen de stukjes je snijplank af. Verkruimel geitenkaas als je die gebruikt.
Rasp de Gruyere of harde schapenkaas.

Bereiding:
Verhit olijfolie, sauteer de champignons enkele minuten, totdat ze zijn geslonken. Laat ze in een zeef uitlekken, dep ze daarna met keukenpapier om overtollig vet te verwijderen. Laat ze afkoelen.
Meng Brie of geitenkaas en één eetlepel geraspte kaas door de champignons, met zout en specerijen.
Verwarm de oven voor op 180 grC. Vet de bakvorm(en) die je wilt gebruiken goed in, en bekleed ze met het dun uitgerolde korstdeeg. Strooi op de bodem wat broodkruim, dat neemt overtollig vocht op. Leg de vulling erin.
Zet de pastei(tjes) in de oven. Kleine zijn in twaalf tot vijftien minuten gaar, een grote springvorm in dertig tot veertig minuten (afhankelijk van je oven, de dikte van het deeg, etc.). Na het bakken laat je de vorm(en) vijf munten staan, daarna haal je de pastei(tjes) uit de vorm, en zet je ze op een taartrek.

Serveren:
Als je ze warm wilt serveren kan dat meteen na het bakken, je kunt ze ook opwarmen in de oven (bij kleine pasteitjes gaat dat makkelijker dan bij grote). Maar ook op kamertemperatuur zijn ze lekker.
Pasteien waren het meeneemvoedsel bij uitstek in de Middeleeuwen. Je kocht ze bij een pasteibakker, en at ze thuis op, of als maaltijd onderweg tijdens een reis.

Appelmoes
Welke appelen je hiervoor gebruikt moet je zelf weten. De nu verkrijgbare appelrassen zijn allemaal van ver na de Middeleeuwen. Maar neem geen moesappelen, want Chiquart verwacht dat er nog appelstukjes zijn na het koken.
Elders op deze site staan een appelmoes voor in de vastentijd en een appelmoes voor vleesdagen (met spekvet!).

Ingrediëntenlijst:
1 kilo appelen
150 gram gepelde geblancheerde amandelen of amandelmeel
250 gram suiker
snufje zout

Voorbereiding:
Schil de appelen, ontdoe ze van hun klokhuis, en snijd ze in vieren.
Maal de amandelen fijn in een blender, of koop gemalen amandelen.

Bereiding:
Kook de appelen in vijf deciliter water gedurende tien minuten. Giet de appelstukjes af, vang het kookwater op en giet dat over de gemalen amandelen. Laat dit tien minuten staan.
Zet een stevige, fijnmazige zeef op een kom, en doe hier de amandelprut in. Druk met een grote lepel het vocht zoveel mogelijk eruit. Je kunt het laatste restje vocht eruit knijpen in een (schone en niet met wasverzachter behandelde)  theedoek. Nu heb je amandelmelk gemaakt. Doe het opgevangen vocht (dat zal afhankelijk van het gebruikte appelras twee tot vier deciliter zijn) terug in de pan met de appelstukjes, suiker en snufje zout. Breng weer aan de kook, druk de appelstukjes fijn en roer tot de suiker is opgelost. Klaar.
Als je ervan houdt, kun je de gemalen amandelen ook bij de appelen doen, de appelmoes wordt dan wel machtig.

Serveren:
Dit is eigenlijk ziekenkost. Als je gezond genoeg bent, kun je wat kaneel over de appelmoes strooien.Serveer warm of op kamertemperatuur.

Ingrediënten
Alle verklaringen van ingrediënten

Bibliografie
Genoemde edities zijn in mijn bezit. De links verwijzen naar verkrijgbare edities. 
Alle op deze site genoemde boeken
 

Le Mesnagier de Paris. Teksteditie Georgina E. Brereton en Janet M. Ferrier, vertaling (in modern Frans) Karin Ueltschi. Parijs, 1994.
Terence Scully, The Viandier of Taillevent. An edition of all extant manuscripts
Ottawa, 1988.
Terence Scully, 'Du fait de cuisine par Maistre Chiquart, 1420'. In:Vallesia 40 (1985) pp.101-231.

Meer recepten

LiveJournal

Contact

Updates


Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10.

Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.