Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Zoekpagina Inhoudsopgave van deze site.

Ingrediënten K
English version of this page

In deze afdeling staan beschrijvingen van de ingrediënten die bij de verschillende recepten te vinden zijn. Dit is geen encyclopedie of lexicon, de informatie is tamelijk arbitrair. Veel van de informatie op deze pagina is ontleend aan The Oxford Companion to Food, van Alan Davidson.
Vanwege de omvang die deze pagina kreeg, is deze nu opgesplist: iedere pagina zijn eigen letter.
Op de beginpagina staat een overzicht van alle ingrediënten die op de Coquinaria-site zijn beschreven.

A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Kampyo - Uit de japanse keuken. Het zijn repen gedroogde pompoen. De repen worden gebruikt in gerechten, maar vooral als "bindtouw". Je kunt er buideltjes mee dichtbinden en strikjes om rolletjes maken. De kampyo moet vóór gebruik soepel worden gemaakt: spoelen onder koud stromend water, dan inwrijven met zout, en wéér spoelen onder stromend water. Daarna wordt de kampyo nog gestoofd in een mengsel van 2 deciliter dashi (gebruik in dit geval gewone instant-dashi) met 1 eetlepel soja en 1 eetlepel suiker. Je kunt kampyo ook al geweekt en gestoofd kopen. Die repen zijn wel korter dan als je gedroogde koopt. Recepten: Narutomaki-zushi, Maki-zushi, Inari-zushi.

Kanten - Dit is de Japanse naam voor agar-agar.

Kappertjes - Dit zijn onrijpe bloemknoppen van de Capparis spinosa L., die in zuur zijn ingemaakt. De plant is inheems in de gebieden rond de Middellandse Zee, en was al in de oudheid bekend. De bloemknoppen worden niet rauw gegeten. Recepten: Geroosterde vis met drie sauzen, Kapoen à la braise met kappertjessaus, Vitello tonnato, Zalmmayonaise, Crostini di fegatini.

Kapoen - Een kapoen is een gecastreerde haan. Het castreren van mannelijke dieren om ze vet te mesten was heel gangbaar. Vrouwelijke dieren, of het nu kippen, koeien of konijnen betreffen, produceren zelf nog wat: jonkies, eieren, melk. En ze hebben ook nog van nature vetter (dus smakelijker) vlees. Mannetjes hebben nu eenmaal minder nut als ze hun bijdrage aan de reproductie van de soort hebben geleverd, tenzij als vleesleverancier of werkdier (heren, vat dit niet al te persoonlijk op!).
Vanaf de oudheid tot in de twintigste eeuw vind je recepten voor kapoenen. Qua formaat is een kapoen te vergelijken met een gans, maar met verhoudingsgewijs nog wat meer vlees, want een gans heeft een steviger geraamte. Een kapoen smaakt als een malse kip. Omdat het fokken van kapoenen naar verhouding lang duurt en veel geld kost (
want die beesten moeten natuurlijk wel eten, en het castreren van een haan schijnt toch wel een kleine chirurgische ingreep te vereisen die ook niet gratis is) is het moeilijk aan een kapoen te komen. In Frankrijk worden sinds enige tijd weer kapoenen gefokt, in Lalande en in Bresse. Ze zijn in november en december vers te koop. Voor één kapoen ben je al gauw zo'n 50 euro kwijt. Het is leuk om een keer te ervaren hoe een echte kapoen smaakt, maar een mooie poularde is net zo goed, en diervriendelijker. Een poularde weegt anderhalf tot twee kilo en is zes tot acht maanden oud. Recept: Kapoen à la braise met kappertjessaus.

Kardemom - zie cardamom.

Kastanjemeel - Met kastanjes kun je méér doen dan poffen. De Castanea sativa komt uit het Nabije Oosten, maar deed het erg goed in Europa. De Romeinen vermaalden kastanjes al om het meel te vermengen met tarwemeel. Het werd vóór de komst van maïs in polenta gebruikt. Kastanjemeel (van kleine, wilde kastanjes) was voedsel voor de armen.

Kerriepoeder - Een mengsel van specerijen. Omdat het een mengsel is, heb je natuurlijk verschillende soorten, en de verschillende merken smaken ook verschillend. Ik vind zowel de milde als de hete variant van Cross & Blackwell erg goed. Een kenmerkende specerij voor kant en klare kerriepoeder is geelwortelpoeder of koenjit, dat het kerriemengsel zijn karakteristieke gele kleur geeft. Andere specerijen die er in kunnen zitten zijn koriander, komijn, gember, rode peper, zwarte peper, fenugriek, en kerrieblad (bladeren van de Murraya koenigii). Overigens is het kant en klare kerriepoeder niet Indiaas, maar een Brits fenomeen. Vanaf eind achttiende eeuw waren er commerciële kerriepoeders verkrijgbaar in Engeland, om de kruidige schotels uit het koloniale Brits-India na te maken. Veel van deze kerriepoeders werden flink vermengd met rijstemeel of andere smakeloze poeders, om het volume te vergroten zonder al te veel dure specerijen te hoeven gebruiken. Koop een goed merk kerriepoeder, en bedenk: kerriepoeder is niet Aziatisch, maar het hoort thuis in de EUROPESE keuken. Als je Indiaas of Pakistaans kookt, meng je zelf je specerijen.

Ketjap - Zie sojasaus.

Koenjit - zie geelwortel

Kokosnoot - zie cocos

Kombu zeewier - Ook wel konbu. Diverse varianten van het geslacht Laminaria. De plant groeit in zee met meterslange bladen. Kombu wordt onder andere gebruikt om dashi mee te maken. Het wordt gedroogd verkocht, in stevige vellen. Kombu spoel je niet af, je mag het hooguit afvegen met een velletje keukenpapier. Recept: Vijf-kleuren garnalen met tempurasaus.

Komkommer - Komkommers zijn verwant aan courgettes en pompoenen. Het zijn vruchtgroenten. Vroeger hadden ze zaadjes en een licht bitter smaakje, maar dat is er in de supermarktkomkommer al lang uitgekweekt. De komkommers werden na het snijden met zout bestrooid om die bitterheid aan de vruchtgroente te onttrekken. Dat is nu dus niet meer nodig, maar ze bestaan wel nog steeds voor 96% uit water. Als je de komkommer zo zou verwerken, krijg je een verwaterd gerecht. Daarom bestrooi  ik nog steeds komkommers met zout. Bovendien maakt het de komkommer ook smakelijker. Je kunt komkommer ook bereiden zonder ze eerst met zout te laten staan, maak dan het gerecht vlak voor het serveren klaar. Gerechten met komkommer zijn nooit lang te bewaren, je krijgt al snel die verschrikkelijke "komkommerlucht", die aan alles in de koelkast hecht.  Recepten: Komkommerkoeler. Raita, Tzatziki.

Konijnen - leuke beestjes, maar ze zijn niet inheems op de Britse eilanden. De oudste meldingen zijn van eind twaalfde, begin dertiende eeuw. Wie weet was er ooit één Normandische edelman die een keertje een koppeltje konijnen meenam voor zijn liefje, dat vervolgens ontsnapte (het koppeltje konijnen wel te verstaan, niet het liefje), en voor je 't wist zat het hele eiland vol. Op het Europese vasteland waren er al lang konijnen. Ze werden op omheinde terreinen gehouden, waar dames van stand op ze konden jagen. De zwijnenjacht was immers niet voor hen geschikt. Naast deze 'wilde' konijnen waren er ook al tamme konijnen, die in hokken werden vetgemest. In kookboeken is er iets raars aan de hand met konijnen: recepten met wild konijn staan bij het wild, maar voor tam konijn moet je zoeken bij de recepten voor kip en ander pluimvee. Het is inderdaad zo dat het vlees van wilde en tamme konijnen verschillend is van uiterlijk en smaak. Recept: Turkenhoofd.

Krenten - zie Rozijnen

Kruisbessen - Kruisbessen (Ribes grossularia) worden pas sinds de dertiende eeuw gekweekt, voor die tijd waren ze alleen in het wild te vinden. In het noorden van Frankrijk was kruisbessensaus een klassieke begeleider bij makreel (de Franse benaming voor kruisbes is dan ook groseille maquereau ofwel "makreelbes").
In de negentiende eeuw dachten sommigen dat de Nederlandse naam kruisbes te maken had met de Heilige Kruisvinding op 3 mei. Maar de middeleeuwse benamingen stekelbesij en kroeselbesij (waarvan kruisbes een variant is) geven aan dat het de stekelige haartjes op de bes zijn die deze vrucht zijn Nederlandse naam hebben gegegeven. Recepten: Geroosterde vis met drie sauzen, Omelet met kruisbessen.

Kurkuma - zie geelwortel

Kuzu - Een bladpant (Pueraria montana var lobata) die behoorlijk aggressief kan groeien (onkruid dus). Maar van de kuzu-wortel kan bijzonder fijn zetmeel worden gewonnen. Kuzu-zetmeel is te koop bij reformwinkels en toko's. De klontjes moet je fijnstampen. Recept: Vijf-kleuren garnalen met tempurasaus.

Kweeën - Deze vruchten zijn verwant aan appels en peren en horen net als deze tot de famlie der roosachtigen. De wetenschappelijke naam luidt: Cydonia oblonga. De geurige, met grijzig dons bedekte vruchten komen oorspronkelijk uit de Kaukasus, maar ze werden al door de Grieken gewaardeerd. De kwee was gewijd aan Aphrodite, en men gaat ervan uit dat de beroemde gouden appel die Paris aan Aphrodite gaf een kwee was. De Japanse sierkwee wordt niet gebruikt om te koken.
Vanwege hun geurigheid werden kweeën in het verleden gebruikt in reukwaters en als "luchtverfrisser". 
In rauwe staat zijn kweeën niet te eten, ze zijn veel te hard, en te zuur. Meestal worden ze gekookt, maar ze kunnen ook in de oven worden gepoft, net als appels. Omdat de vruchten zeer veel pectine bevatten zijn ze uitstekend geschikt om gelei van te maken. Gekookte kweeën hebben een mooi zachtrose tint.
Het verschil tussen een kwee-appel en een kwee-peer is alleen de vorm. Het is precies dezelfde vrucht.
De oogsttijd is oktober/november, maar kweeën zijn lang goed te houden. Recepten: Middeleeuwse kerstgans, Kweeëntaart, Kweeëngelei, Murri.

Contact

Overzicht  
van de recepten op deze website

Inhoudsopgave
van deze website

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10.

Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.