Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
All text and pictures of dishes are the intellectual property of Coquinaria and should not be reproduced without permission and acknowledgement.

Sitemap
 
Over de glossaria
 

 

Editie + vertaling  
Over Christianne Muusers

 Glossarium bij de diplomatische editie van ms KANTL Gent 15, deel 1.
Klik hier voor uitleg over de gebruikte afkortingen en de opbouw van de lemmata.

Glossarium bij de diplomatische editie van  ms. KANTL Gent 15.

De rangschikking van de trefwoorden verschilt van de gangbare alfabetische rangschikking:  
- Er geen onderscheid gemaakt tussen "y" en "ij". In de rangschikking van de woorden valt "ij" onder "y". In middeleeuwse teksten lijkt er geen verschil in betekenis te zijn tussen de twee letters, bovendien zijn ze vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden (in dit manuscript waren ze overigens goed van elkaar te onderscheiden).
- Er is geen onderscheid gemaakt tussen "i" en "j".
- Woorden die met een "z" beginnen staan bij de "s".

Na voltooiing van dit glossarium zal het worden opgesplitst in een Middelnederlands - Modern Nederlands glossarium, en een Middelnederlands - Engels glossarium. Daarom verschijnen de links naar de recepten twee maal.
Heeft U suggesties of correcties, of mist U een bepaalde uitleg in dit glossarium, laat het mij dan weten (Contact).

A  B  C  D  E  F  G  H  I/J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y/IJ  Z

-A-

aellutken- bnw: 'een weinig' 1.88

aemsdonck, amsdonck- znw: 'zetmeel' 1.16, 1.17, 1.18, 1.45 

af ghieten, af ghijeten- ww: 'afgieten' 1.53

af setten- ww: 'van het vuur halen' 1.24

af sijlten- Corrupt voor afsetten (vglk. GV VIII.26, CI p.145/146) 1.20

ajuijn- juyn

amandellen (pl), amandelen (pl), mandellen (pl) - znw: 'amandelen' 1.9, 1.13, 1.16, 1.17, 1.23, 1.27, 1.30, 1.44, 1.53, 1.59, 1.63, 1.64, 1.651.731.74, 1.78 gheschelden amandellen- 'gepelde amandelen' 1.60

(a)mandelboter- znw: 'amandelboter' Vgl pindakaas. 1.74

amandelmolck, ameldel molcks- znw: 'amandelmelk' 1.181.731.74 

amandel pappen- znw: 'amandelpap' 1.74

andivie water- znw: 'afrteksel van andijvie' 1.91

anijs- znw, kruid: 'anijs' 1.82

appelcock- znw, gerecht: 'appelkoek' Soort pannekoek 1.72

appel (pl), appelle (pl), appellen (pl)- znw, vrucht: 'appels' 1.20, 1.59, 1.60, 1.61, 1.62, 1.63, 1.64, 1.65, 1.661.72, 1.781.86, 1.87

appeltart- znw, gerecht: 'appeltaart' 1.87

-B-

backen- ww: 'bakken' 1.63, 1.66, 1.78

balssum- znw, tuinkruid: * 'kruizemunt' 1.58

bammengier- Verschrijving voor blammengier

baef- znw: 'Bavo' Beschermheilige van Gent. Zijn naamdag is op 1 oktober. 1.62

bant- znw: * 'bindmiddel' 1.25

bassielijckum- znw, kruid: * 'basilicum' 1.58

baxsse- 'bak ze' 1.61

beduijte, bedeute, bedewijte- znw, maat: * 1/4 kan, 0,4 liter (VH), maar hier misschien gelijk aan pijnte 1.16, 1.251.88, 1.91 

been- znw, deel ve dier: 'bot' 1.18

beersvel, bersvels- znw, vlees: 'vet keelstuk van het varken' 1.23

bernaesij, bernardij- znw, kruid: 'boragie' Borago officinalis, komkommerkruid. 1.92

bernen- ww: 'roosteren' (brood) 1.40

beschaten- not beschaten

betonij- znw, kruid: 'betonie' Stachys officinalis, koortskruid. 1.92

betonje water- znw: 'aftreksel van betonie' 1.91

bladren van blomen- znw, deel ve plant: 'bloemblaadjes' 1.8

blaes, blase- znw, orgaan: 'blaas' 1.71

blaeu, blau, blauen- bnw: 'blauw' (Het ms heeft in 1.4 een corrupte vorm: beau) 1.41.74

blammengier- znw, gerecht: 'blancmanger' Een lichtgekleurde saus of dikke brij, gebonden met amandelen of amandelmelk. 1.16, 1.17, 1.18 

bleck- bnw: lett: 'bleek' * 'glazig' Van gefruite uien. 1.20, 1.21 

blome- znw, deel ve plant: 'bloem' 1.8 teruen blomen- 'tarwebloem' 1.68, 1.701.85

bluijsteren- ww: * 'verschroeien' (wel in WNT) 1.15

bode(m)- znw: 'bodem' 1.77

boghelosse- znw, kruid: 'ossetong' Anchusa officinalis. 1.92

boragie water- znw: 'aftreksel van bernagie' 1.91

borende water- 'brandewijn', 'vuurwater' 1.91 leuens water 

bornen (ghebort, ghebornt, gheborst)- ww: eig. 'branden', * 'roosteren' 1.10, 1.43, 1.46

boter, boeter, botere, boteren- znw: 'boter' 1.13, 1.21, 1.40, 1.52, 1.58, 1.61, 1.63, 1.66, 1.681.771.80, 1.81 In de betekenis van 'amandelboter' 1.74 Boter gemaakt met eieren 1.77 clar boter- 'geklaarde boter' 1.67 boter weruen- 'kleur van boter' 1.74

boteren- ww: 'boter in iets doen' 1.75

braden (ghebraden, ghebraeden)- ww: 'braden' in alle betekenissen: in een pan, roosteren aan het spit of op een rooster 1.12, 1.19, 1.20, 1.21, 1.22, 1.28, 1.34, 1.35, 1.42a, 1.44, 1.54, 1.60

brasijenmen- znw, zoetwatervis: 'brasem' 1.45

breken- ww: 'stampen, fijnmaken' 1.72

broet, brot, broot- znw: 'brood' 1.9, 1.10, 1.13, 1.37, 1.38, 1.40, 1.41, 1.42a, 1.42b , 1.43, 1.44, 1.45, 1.46, 1.501.56 wijtten broet, wijtten broets, wijttenbrot, wijtbroet, wijt broet, wijt broets, wijt brots, wijt brot- znw: 'wittebrood' 1.13, 1.14, 1.15, 1.21, 1.22, 1.23, 1.24, 1.27, 1.28, 1.33, 1.35, 1.47, 1.48, 1.54, 1.57, 1.58, 1.59, 1.601.72, 1.83 gheraspt wijt broet, gheraspt wijttenbroet- 'geraspt wittebrood'  1.72, 1.83, 1.84

brot sucar- brot sucar

brouwe, brouue- znw, vloeistof: 'kookvocht' 1.10 Definitie: "brouue dat is half wlessop ende half wijn" (1.10)

bruijn- bnw: 'bruin' 1.10, 1.40

brij- znw: hier *pulp' 1.74

busse- znw: 'bus' (Als in "beschuitbus") 1.77

bijaen- znw, wijnsoort: Wijn uit Beaune (Bourgogne). 1.88

bijnden (ghebonden)- ww: 'binden' Van een saus of gerecht. 1.13, 1.23, 1.38, 1.40, 1.43, 1.46, 1.531.741.86

bij peeper- znw, gerecht: Gekruide saus bij varkensvlees. 1.43

-C-

calfsoeren (pl)- znw: 'kalfsoren' Hier: gebak in de vorm van een kalfsoor.  1.64

calfsvoet- znw, vlees: 'kalfspoot' Zeer geschikt om gelatineuze bouillon van te trekken. 1.25

cameneij- comeneij

canel, canels, calel- znw, specerij: 'kaneel' 1.14, 1.15, 1.20, 1.22, 1.25, 1.26, 1.28, 1.33, 1.35, 1.36, 1.38, 1.40 , 1.43, 1.51, 1.53, 1.54, 1.58, 1.64, 1.83, 1.871.891.90, 1.91 poeder van canel- canelpoyer, pijpcanel

canelpoyer, calelpoyer, canelpoyder, canel poder, canel poeder- znw, specerij: 'gemalen kaneel' 1.10, 1.11, 1.12, 1.13, 1.27, 1.30, 1.52, 1.59, 1.60, 1.65, 1.66, 1.691.72, 1.811.86

cappen- ww: 'fijnhakken' 1.87

capuijn, capuynen (pl), capuijnen (pl)- znw, gevogelte: 'kapoen' Een gecastreerde haan. 1.16, 1.28, 1.35

carspet, cars speckt- znw: 'brood' Volgens CI "witbrood". In MNW uit citaat "blanck of groff kerspet" ("wit of bruin brood"). 1.66, 1.67

clar, claer- 1. bnw: 'helder' 1.25, 1.531.88 2. bw: 'volkomen' 1.53

claren (gheclard)- ww: 'zuiveren' 1.53

clareyt sack- znw, keukengerei: * 'wijnzak' Puntvormig, bedoeld om de wijn te filteren (MNW geeft als betekenis: "om de wijn in te bewaren"). 1.251.88

clauuen- znw: lett. 'klauw' clauuen ... ghenbars- 'gemberknol' 1.27

clonten (pl)- znw: 'klonten' 1.16

coelen- ww: 'afkoelen' 1.69

colen- kolen

comeneij, coemeneij, cameneij, coemeneijn- znw, gerecht: 'komijnsaus' Met komijn. 1.15, 1.39 (bij gezouten vlees en patijzen/fazenten), 1.45 (bij zoetwatervis in de vastentijd) Zie ook hameleijn.

coren- znw: 'koren', 'graan' 1.8 

criijt- cruijden

cruijden- ww: 'kruiden' 1.11

cruijt, tcruijt- znw: 'gemalen specerijen' 1.9, 1.46, 1.53, 1.63

cubeben- znw, specerij: 'cubebe peper', 'staartpeper' 1.17 

-D-

dalen- de halen- hael, roets van dalen

deech, dech, deck- znw: 'deeg' 1.61, 1.64, 1.78

dienen, dijnen- ww: 'opdienen', 'serveren' 1.13, 1.14, 1.64

doeck- 'doek' 1.74

doepen- ww: 'doppen' of 'dopen' eeijeren jn die boeter gedoept- 'in (veel) boter gebakken eieren' 1.52

doer- doijer (1.86)

doer slaen, doer doen (doer geslaghen, doer ghesleghen)- ww: 'door [een zeef] duwen'' ', 'zeven' (passim) 

donst- znw: 'fijne bloem van meel' 1.85

dop, doppen (pl)- znw: 'schaal' Van een ei. 1.73

doter- 'doe er'

doudijnen- znw, gerecht: *Naam van een saus. 1.20 

doijer, doyer, doer, doyeren (pl)- znw: 'dooier' 1.18, 1.33, 1.34, 1.37, 1.41, 1.711.731.75, 1.831.85 roden doer- 'rode dooier' 1.86

dranck- znw: 'geneeskrachtige drank' 1.91

droghen- ww: 'drogen' 1.1, 1.8, 'roosteren' Drogen dmv vuur. 1.9, 1.14

dropen (ghedropt)- ww: 'bedruipen' Met vet. 1.35

dunne- bnw: 'dun' Van een saus. 1.39

duven, duuen, duijffen (pl)- znw, gevogelte: 'duiven' 1.21, 1.22, 1.33

dijck, dijcke, dijckke- bnw/bw: 'dik' van een saus 1.14, 1.16, 1.18, 1.34, 1.35, 1.37, 1.44, 1.451.741.75

dijcken- ww: 'indikken' Door inkoken. 1.82

dijckten, dijcksten- znw: 'dikte', 1.68, 1.70

dijnen, dijenen- ww: 'opdienen', 'serveren' 1.21, 1.22, 1.231.73

dijstelleren- ww: 'distilleren' 1.92

-E-

eck, eeck, exs, eexs, eyck, edick, edijck- znw, vloeistof: 'azijn' 1.9, 1.11, 1.12, 1.13, 1.141.15, 1.20, 1.22, 1.26, 1.27, 1.30, 1.35, 1.38, 1.39, 1.41, 1.42a, 1.42b, 1.46, 1.47, 1.48, 1.50, 1.511.86 Zie ook wijneck.

eent, eentvoghel, entvoghel, eentvoghell- znw, gevogelte: 'eend' 1.19, 1.20

eghen- negheen

elft- znw, vis: '' elft' Een haringachtige zeevis die in het voorjaar de rivieren opzwemt om kuit te schieten. 1.54

elsen- znw, kruid:  * 'alsem' ofwel 'absint' Een bitter kruid. 1.56

erden- bnw: 'van aardewerk' 1.16, 1.531.731.76

eruijten (pl)- znw, peulvrucht: 'erwten' De volwassen groene erwten of velderwten, niet de doperwtjes. 1.40

exs, eexs- eck

ey, eye, eey, eijeren(pl), eeijeren (pl), eyer (pl), eyeren (pl)- znw: 'ei' 1.18, 1.33, 1.34, 1.41, 1.52, 1.61, 1.62, 1.66, 1.67, 1.68, 1.711.721.731.75,  1.761.86 harden eyeren, haerdde eyeren- 'hardgekookte eieren' 1.37, 1.58, 1.63, 1.78 eyer ghegrinden- 'gebakken eieren' of 'omelet' of 'roereieren'. 1.42a, 1.42b rauen ey, ru eyeren, ruuen eyeren- 'rauw(e) ei(eren)' 1.63, 1.661.841.85  eyer smaut- * + 'omelet' 1.67 gherurden eyeren- *'roerei' 1.86 Zie ook wijt nr 3

eyer kees- znw: *'eierkaas' 1.76

eyndelijngh- bw: 'rechtop' 1.73

eysdoier- znw: 'eidooier' 1.13 Zie ook doijer 

-F-

foldij, foldije, foldijen, folen- znw, specerij: 'foelie' 1.16, 1.17, 1.21, 1.23, 1.24, 1.25, 1.38, 1.431.89, 1.91

frijten- ww: 'bakken of fruiten in vet' 1.20, 1.21, 1.22, 1.59, 1.67 wretse

fuijer- vier

fijolenblomen- znw, bloem: 'viooltjes' Viola odorata. 1.4, 1.251.74

-G- g=gh

galentijn- znw, gerecht: Een saus met vooral veel galanga. 1.24

galigaen, galigan, galeghaen- znw, specerij: 'galangawortel', 'laos' Lijkt op gemberwortel. 1.24, 1.56, 1.91

ganseleijn, ganseleij, gansseleije- znw, gerecht: * Oorspronkelijk een saus bij gans, later ook bij ander vlees. 1.13, 1.37, 1.44

gansen loeck- gerecht: Naam van een saus bij vers rundvlees. 1.42a

gansen smaut- znw, kookvet: 'ganzenvet' 1.42a

gaveren- znw, gerecht: * Naam van een saus uit Gavere in Oost Vlaanderen (CI). 1.21

ghebacken- znw: 'gebak', 'baksel' 1.69

ghebonden- bijnden

ghebootert- boteren    

ghebornt, gheborst, ghebort- bornen

ghebraet, ghebrat- znw: 'gebraad' 1.33 Van vis: 1.66

ghebraiden, ghebraden- braden

ghebroken- breken

gheclarden- claren

ghedijstellert- dijstelleren

ghedroghde, gedroghde, ghedrucht, ghedrocht- droghen

gheel, ghel- bnw: 'geel' 1.2, 1.12, 1.25

gheformde- vormen

ghegate- bnw: 'met gaten' 1.77

gheharst, gheherst- hersten

geley, gheley, geleije, geleey- znw, gerecht: * 'heldere gelei', Vocht (hier wijn), gebonden met vislijm, arabische gom, kalfsbeenderen of  het klokhuis van kweeën. 1.25

ghelte- znw, inhoudsmaat: Tussen de 2,34 (VH) en 3 liter (MNW, Kiliaen). 1.89

ghemeijn- bnw: 'eenvoudig', 'alledaags' 1.301.89

ghemenght, ghemenckt- menghen

ghenaten- corrupt: ghernaten

ghenber, ghenbaer, ghenbar, ghembar, ghenbair- znw, specerij: 'gember' 1.10, 1.11, 1.12, 1.13, 1.14, 1.15, 1.20, 1.21, 1.22, 1.25, 1.26, 1.27, 1.28, 1.30, 1.33, 1.34, 1.35, 1.36, 1.38, 1.40, 1.41, 1.43, 1.46, 1.47, 1.53, 1.54, 1.58, 1.59, 1.60, 1.62, 1.64, 1.65, 1.66, 1.691.72, 1.82, 1.831.86, 1.87, 1.88, 1.89, 1.90, 1.91 wijtten ghenbars, wijten ghenbar- 'witte gember' Gember van eerste kwaliteit.1.16, 1.23 ghenbars poyer, ghenbarspoyers, ghenbars poders- 'fijngestampte gember' 1.16, 1.19, 1.39

gheneuer besijghen (pl)- znw, kruid: 'jeneverbessen' 1.92

gheraps, gheraspt- raspen

gheray- bijw: 'snel', 'heftig' 1.86

ghernaten- znw, vrucht: 'granaatappel' koeren van ghernaten- 'granaatappelpitjes' 1.16 

gherockt- * geraspt' Van brood. 1.66

gherost- rosten

ghesauten- sauten

gheschelt- schellen

ghescherden- corrupt gheschelden- schellen

ghesoden, ghesoeden- sijeden

gesonde, gesont- bnw: 'gezond' 1.51, 1.55 ghsonsten- 'gezondst' 1.88

ghestampt- stampen

ghestofde- stouen

ghestoten- stoten 

gheuerde, gheuerut- verwen

gheueijckt, gheveyckt, ghewickt- weycken

gheuormde, ghewoernde- vormen

gheuijlt- vullen

ghewyt- verschrijvi ng voor ghewyct, wycken 1.9 

gome van araibien- znw: 'Arabische gom' Vloeistof die uit inkepingen in de bast van de Acacia Senegal vloeit.  1.25

graeu- bnw: 'grijs' 1.6

greyn, greyne, greynne- znw, specerij: 'paradijskorrels' Ofwel meleguetapeper, te vervangen door korianderzaad. 1.12, 1.15, 1.25, 1.26, 1.32, 1.33, 1.34, 1.35, 1.36, 1.38, 1.40, 1.41, 1.43, 1.46, 1.62, 1.65, 1.82

groen, gruen, grien- bnw: 1. 'groen' 1.3, 1.11, 1.25, 1.78 2. 'vers' 1.55

grof- bnw: 'grof' 1.74

groffens naghel, groffes naghel- znw, specerij: 'kruidnagel' 1.89, 1.90

ghijeten, ghieten, ghijten- ww: 'gieten' 1.16, 1.23, 1.47, 1.52, 1.54, 1.821.88 Zie ook af ghieten.

-H-

hael- znw: 'ketelhaak' IJzeren haak waaraan de kookketel boven het vuur hangt. 1.6

halse- znw: 'hals', 'nek' 1.60

hameleijn- bnw: eigenlijk 'van een hamel (gecastreerd schaap)' sausse hameleijn- zou naar analogie met ganseleijn kunnen betekenen 'saus bij hamelvlees'. Echter, GV VIII.8 (CI p.153) heeft hier "camerlijn", dat een variant is van "camelijn": 'komijnsaus'. (zie comeneij) Waarschijnlijk is KANTL Gent 15 hier dus corrupt 1.14

hamelvlees- znw: 'schapenvlees van gecastreerde ram' 1.61

harse- znw, vlees: 1. harst, 'braadstuk' 2. verschrijving voor hase, 'haas' (GV VIII.1, CI p.152 heeft hier hase). Beide betekenissen zijn mogelijk in 1.10 

haverbesingen- znw, vrucht: *'bosbessen' (wel in WNT) 1.7

herlijchsten- bnw: 'heerlijkste' 1.88

hersten, harsten (gheharst)- ww: 'roosteren' 1.15, 1.38, 1.48

hoene, hone, honderen (pl), hoenderen (pl)- znw, gevogelte: 'kip' 1.16, 1.27, 1.33, 1.34, 1.41 spirinck vanden hoene- 'kippenborstfilet' Het witte vlees van de kip. 1.17

honderen- hoene

hondervles- znw, vlees: 'kippenvlees' 1.18 

honderweet- znw: 'kippenvet' 1.60

honich, honijch, homijch- znw: 'honing' 1.49, 1.82

huijsenblas, husen blas, huijsen blat- znw: 'vislijm' Bindmiddel (collageen), gemaakt van de gedroogde zwemblaas van steur, heek en kabeljauw. 1.251.73

-I/J-

jauijn - juyn

ideleen- bnw: 'leeg' 1.73

jespi- znw, gerecht: * Een saus bij gebraden kippen, gebonden met eidooiers en kippelevers. CI p.64 wijst erop dat bij VdN rec.nr 57 dit gerecht "jespi oft pappe" heet, wat erop wijst dat dit een dikke saus moet zijn. Bij VdN is het gebruik van kippelever facultatief. 1.34

jpencras- znw, drank: 'witte of rode gekruide en gezoete wijn' 1.251.881.89, 1.90

jseren- 1. bn: 'ijzeren' jseren schel 2. znw: '(wafel)ijzer' ghetralden isere- Een wafelijzer met een roostervormig motief? Als het een open rooster was zou het beslag er doorheen lopen. Ik heb het voorlopig vertaald met "gedecoreerd wafelijzer". De wafels uit het voorgaande recept worden waarschijnlijk in de pan gebakken.  1.84 

juyn, juijns, ajuijn - znw, groente: 'ui' 1.20, 1.21, 1.22, 1.40

-K-

kanel- canel

karspet- znw: Soort brood, wit of bruin.  1.11

karstandijen (pl)- znw, vrucht: '(tamme) kastanjes' 1.81

kauden- ww: 'afkoelen' 1.45, 1.53

kaut, qaut, qauden- bnw: 'koud', 'afgekoeld' 1.14, 1.15, 1.23, 1.25, 1.45, 1.531.73

kenel- canel

kernelhuijs, kersel huijs, kerlhuys`, kersel- znw, deel ve vrucht: * 'klokhuis' 1.25, 1.64, 1.651.79

kese- znw: 'kaas' 1.76, 1.77

ketel- znw, keukengerei: 'ketel' 1.76

koeck, kocks- znw: '(peper)koek' 1.59 gheraps kocks- 'geraspte koek' Om een vulling te binden.

koellen- ww: 'afkoelen' 1.76

koeren- koeren van ghernaten

koerfken- znw: 'mandje' 1.76

kolen (pl)- znw, brandstof: 'kolen' 1.66, 1.67 kolen wier- 'kolenvuur' 1.76

komijn- znw, specerij: 'komijn' 1.15, 1.39, 1.45

kruymen, kruijme, krommen- znw: 'broodkruim' 1.11, 1.23, 1.33, 1.60 'kruim van één brood' 1.27

-L-

lepel- znw, keukengerei: 'lepel' 1.83, 1.91

leuens water- 'brandewijn', 'vuurwater' 1.91 borende water

leuer- znw, orgaanvlees: 'lever' leuer vanden honderen- 'kippenlevertjes' 1.34 leuer vanden wijs- 'vissenlever' 1.60

locht- bnw: 'licht' Van smaak. 1.601.86 

loeck, loock- znw, kruid: 'knoflook' 1.29, 1.37, 1.42a, 1.42b, 1.44, 1.57 ghemeijn loeck- 'knoflook' 1.31 groen loeck- gerecht: Naam van een groene saus gemaakt met een knoflookachtige plant. 1.31 wijt loeck- scordeon Zie ook gansen loeck.

loeckechtich- bnw: 'knoflookachtig' 1.31

loot, loet- znw, maat: 'lood' 1/32 pond of 1/2 ons (VH): ong. 15 gram (1 eetlepel). 1.16, 1.25, 1.82, 1.871.89, 1.90, 1.91

lummelen- znw, vlees: 'lumme' Het vlees bij de onderbuik van het dier, waar nu doorregen lappen van gesneden worden. 1.26

luttel- bw: 'weinig', 'een beetje'

lijcht- bnw: 'licht' Van structuur. 1.86

lijuaet- znw: 'linnen doek' 1.74

-M-

macht- znw: 'kracht' (In humoraalpathologisch opzicht?) 1.46

macksel- znw: 'vorm' 1.8 

maddeleijn- znw, kruid: 'marjolein' 1.58

maeghe- znw: 'maag' 1.56

magher- bnw: 'niet vet', 'ontvet' 1.16, 1.18, 1.41, 1.42b 

mandelboter- (a)mandelboter

mandellen- amandellen 1.9 

manieren- znw: 'verschijningsvormen', 'soorten' 1.9 
    n: 'kinds', 'varieties' 1.9

marieren- verschrijving voor manieren 1.9
    error in writing for manieren 1.9

mastijck gommy- znw, plantaardig: 'gom van de mastiekboom'  1.56
    n: 'gum of the mastic tree'  1.56

meersvijn, mersvijn- znw, zoogdier: 'bruinvis' 1.46
    n, mammal: 'porpoise'1.46

meght- menghen

mel- spans mel

melsucar- sucar

menghen, menghghen, meghghen, meghen (ghemenght, ghemenckt)- ww: 'vermengen' 1.15, 1.32, 1.46, 1.58, 1.61, 1.661.721.73, 1.77, 1.84
    vb: 'to temper', 'to mix' 1.15, 1.32, 1.46, 1.58, 1.61, 1.661.721.73, 1.77, 1.84

mente- znw, tuinkruid: 'munt' 1.48, 1.51, 1.56

merch- znw, vlees: 'merg' 1.21, 1.22

mort troeyt (morttroeyen?)- ww: 'klonterig bakken' 1.86

moeskumken- znw: *'papkommetje' 1.73

molck, molc- znw: 'melk' 1.42a sueten molck, veers suets molcks- 'verse melk'  1.231.76

mont- znw: Eigenlijk 'mond', hier 'smaak' 1.87

morbesingen- znw, vrucht: 'moerbeibessen' 1.7

mortijr, mortier, mortijer- znw, keukengerei: 'vijzel' 1.42a, 1.42b, 1.64, 1.65, 1.70, 1.77

moru, moruue, mur, muruen- bnw: 'week', 'zacht', 'gaar' 1.22, 1.23, 1.42a, 1.661.741.80, 1.821.86

mosters, mostaris- znw: 'mosterd' 1.32, 1.52

mur, muruen- moru

muskeraet- znw, specerij: 'muskus' (WNT "muskeljaat") 1.88

musse- znw: *'papkommetje' Vglk. moeskumken1.85

mijsererij mey deus- Tijdsduur-aanduiding: 'Ontferm U over mij, God' De eerste woorden van zowel Psalm 50, 55 als 56 (volgens de nummering in de Vulgaattekst). Psalm 50 speelt een belangrijke rol in de liturgie en is vaak op muziek gezet. Als ik de Latijnse tekst rustig hardop lees doe ik er twee-en-een-halve minuut over. Het recept zal wel een uitgebreider uitvoering van het Miserere in gedachten hebben, want in zo korte tijd worden kweeën niet gaar. 1.82

-N-

naghel, naghelen (pl), naghelle (pl)- znw, specerij: 'kruidnagels' 1.21, 1.24, 1.34, 1.38, 1.41, 1.43, 1.46, 1.82, 1.91 groffens naghel

nat, nate, naehte, naets- znw, vloeistof: 'kookvocht'  1.16, 1.18, 1.27, 1.531.80

nat, naet- bnw: 'nat', 'vochtig'  1.36, 1.70

negheen- telw: 'geen' 1.25

noet- bw: 'nodig', 'noodzakelijk' 1.23

not, noten- znw: 'noot', Hazelnoot of walnoot. 1.1

not beschaten, noten beschaten- znw, specerij: 'nootmuskaat' 1.24, 1.90, 1.91

notbosten- znw: 'notendop', 'bolster' 1.1

nwelen (pl)- znw: 'oublies' Dunne wafeltjes. 1.85

-O-

och- vw: 'of' 1.9 

oels blomen- znw, deel ve plant: 'papaverbloemen' 1.8 

okernoten (pl)- znw: 'walnoten' 1.65, 1.78

olye, olije- znw: '(spijs)olie' 1.59, 1.64, 1.70 rap olije- 'raapolie' 1.70

omers- bijw: 'vooral' In MNW bij "immers". 1.86

omme rueren- ww: 'omroeren', 'doorroeren' 1.41 

ongheronnen- bnw: *'ongestold' Van eiwit. 1.71

onghesauter- bnw: 'ongezouten' 1.77

ongheschelden- bnw: 'ongeschilde' 1.79

ons, onse- znw, maat: 'ons' Dit was 1/16 deel van een pont, dus bijna 27 gram (VH)1.821.881.89

onstucken- bnw: 'aan stukken' 1.25, 1.651.73

ontwe, onttve, onttue- bw: 'in kleine stukken', 'fijn' 1.16, 1.18, 1.27, 1.34, 1.41, 1.62

op rijchten- ww: 'opdienen' 1.27, 1.31, 1.42a1.75

op sieden- ww: 'opkoken' 1.14, 1.20, 1.25, 1.43

ouen- znw: 'oven' 1.61, 1.63, 1.64

ouer sproyen- ww: 'besprenkelen' 1.79

ouer stroyen- ww: 'besprenkelen' 1.75

-P-

paesschen- znw: 'Pasen' 1.35

pannen, panne- znw, keukengerei: 'pan', 'braadpan' 1.19, 1.61, 1.66

pappen- ww: * 'kleven' 1.9

peeckel- znw, gerecht: * 'mosterdsaus' Het MNW geeft alleen de gebruikelijke betekenis (zout nat). Uit GV VIII.63 (CI p.169), waar 3 "pekel"recepten achter elkaar staan die alleen het ingrediënt "mosterd" gemeenschappelijk hebben, valt de betekenis "mosterdsaus" af te leiden 1.32

pelmeye- znw, gerecht: * 'appelmoes'  1.32

peper- znw 1. specerij: 'zwarte peper' In korrels of gemalen. 1.29, 1.48, 1.51, 1.57, 1.62 1.87, 1.90 2. gerecht: 'pepersaus' Een meestal donkere, goed gekruide saus voor in de winter. 1.24, 1.38 (bij gezouten wildbraad), 1.46 (bij bruinvis) peperpoder- 'fijngestampte peper' 1.49

pepercock- znw: 'peperkoek' 1.64

peper cruijt- znw, kruid: Wordt voor verschillende kruiden gebruikt, volgens MNW: 'peperkers (Lepidium latifolium)', 'bonenkruid (Satureja hortensis), 'mierikswortel (Cochlearia armoracia)' Het WNT heeft ook nog 'waterkers (Polygonum hydropiper)' 1.58

peren (pl)- znw, fruit: 'peren' 1.781.80

persse- bnw: 'paars' 1.7 

peterselij, peterselije, petercelije- znw, kruid: 'peterselie 1.11, 1.29, 1.42b, 1.48, 1.55, 1.57, 1.58, 1.78 peterselijsop, peterselij schop- lett. 'peterseliesap' Het vocht van fijngestampte peterselie. 1.3, 1.25

poeder, poider, poyer, poder- znw: 'poeder' 1.14, 1.15, 1.26, 1.32 , 1.91 'fijngestampte specerijen' 1.18, 1.91 

pont- znw, maat: 'pond' 430 gram (Gents pond, VH 1.16 1.74, 1.90 Zie ook virdelpont.

pot- znw 1. keukengerei: 'kookpot van aardewerk, steen of metaal' 1.26, 1.40, 1.411.731.761.791.88, 1.90 - nven erden pot- 'nieuwe aardewerken pot' 1.16, 1.53 2. maat: Gelijk aan een "quart", dus 1,17 liter. 1.25

poterie- znw: * 'tuinkruiden' Braekman volgt de verklaring van Cockx Indestege bij GV VIII 85: 'Poitier' (CI p.173). Zij verwijst naar de uitgave van Le Viandier (Pichon/Vicaire), maar "saulce poitevine" is een geheel andere saus. Bij GV heet dit recept : 'Om sause van potiers te maken'.  1.48

pot sucar- sucar

present- znw: *Naam van een kaas, gemaakt met melk en eieren. 1.77

puluer, poder, poeder, poeyder- znw: 'poeder' 1.25, 1.26, 1.46, 1.82

pur- pur roet

purey- znw: 'puree' 1.40

pijnte- znw, maat: 'pint' 0,586 liter (VH) 1.16

pijpcanel- znw, specerij: 'pijpkaneel' 1.88

-Q-

quart- znw, maat: Volgens MNW twee pinten, dat is 1,17 liter. 1.25

qauden, qaut- kaut

queappelen (pl), queen (pl), queyen (pl)- znw, fruit: 'kweeën' 1.251.79, 1.82

quetsen- ww: 'vermorzelen' In de vijzel. 1.25

-R-

raspen, gheraspt- ww: 'raspen' , 1.591.72, 1.83, 1.84

rasschoen- znw: * +  'pannekoek' Van het franse "raston". Deze term kan verschillende gerechten aanduiden, van een eierpannekoek met gistdeeg (JSvW 181) tot kaaskoekjes (CI 63). 1.66

rauen- ru

reijgheren (pl), reijghers (pl)- znw, gevogelte: 'reigers' 1.28, 1.35

reijn- bnw: 'schoon' 1.91

roesblader- znw, deel ve plant: 'rozenblaadjes' 1.8

roest- znw, vlees: 'gebraad' 1.33 , 1.40

roesvater, roes water- znw: 'rozenwater' 1.79 1.91, 1.92

roesijne- rosijnen

roet- 1. znw: 'roet', 'smeer', roets van dalen: 'roet van de ketelhaak' (GV VII, CI p.151 heeft hier root sandall, 'rood sandelhout', maar dit levert geen grijze kleur op) 1.6 2. bnw: root 1.211.88

roffioelen (pl), roffiolen (pl)- znw: 'pasteijes' 1.61, 1.62, 1.65

rogen brot- znw: 'roggebrood' 1.70

roghblomen- znw, bloem: 'roggebloemen' Ook wel korenbloemen genoemd. 1.4, 1.25

roghen- znw, ve vis: 'viskuit' 1.70

romen- znw, zuivel: 'room' sueten romen- 'verse room' 1.19, 1.37, 1.84

root, roet, roy, roder, roden- bnw: 'rood' 1.5, 1.81.88 'bruin' Van het roosteren. 1.14, 1.21, 1.38, 1.40  pur roet- 'purperrood' 1.25

rop- znw: 'vissenmaag' 1.60

rosemarijn, roesermerijn - znw, tuinkruid: 'rozemarijn' 1.50, 1.58

rost- roest

rostel- znw, keukengerei: 'rooster' 1.14, 1.20, 1.60 

rosten (gherost)- ww: 'roosteren' 1.21, 1.50, 1.54

rosijnen (pl), roesijne (pl), rosiin (pl)- znw, fruit: 'druiven', 'gedroogde druiven', 'rozijnen' 1.26, 1.59, 1.601.76

rovirvijs- znw: 'riviervis' 1.45

ru, ruen, ruuen, rouuen, rauen- bnw: 'rauw' 1.18, 1.33, 1.63, 1.66, 1.71, 1.841.85

rueren- ww: 'roeren' 1.86

ruert ... omme- omme rueren (1.41)

runderen (pl)- znw, dier: 'runderen' 1.26

runsvet- znw: 'rundervet' 1.61

runt- bnw: 'rond' 1.64 

runtvlees- znw, vlees: 'rundvlees' 1.42a

rijchten- ww: 'opdienen' Zie oprijchten. 1.53

rijs- znw: 'rijst' 1.74

-S-

sack- clareyt sack

saeft- znw: 'sap' of bw: 'zacht' ? 1.11 

safferaens-sofferaen

saneij- znw, gerecht: Naam van gerecht van gesmoord vlees met rozijnen. 1.26

sap- znw: 'vocht', 'sap' 1.6, 1.47  

sausier, sausijer- znw, keuken/tafelgerei: 'sauskom', * 'diepe schotel', 1.23, 1.641.74

sausse, sause, saus, saussen (pl)- znw: 'saus' passim  1.56 : 'medicinaal drankje'

saut, sout- znw: 'zout' 1.29, 1.42b, 1.43, 1.57, 1.611.731.86

sauten (ghesauten)- ww: 'zouten', 'pekelen' 1.38

sauije, sauie, sauye- znw, kruid: 'salie' 1.29, 1.47, 1.48, 1.57

sauons- 'in de avond' 1.34

scabijoes water- znw: 'aftreksel van Scabiosa' Scabiosa wordt in het HD ook wel 'hazenoor'genoemd, naar de vorm van de bladeren. 1.91

schalle- znw: 'schaal' 1.80

schel, schellen (pl)- znw: 1. * 'deksel' jseren schel- 'ijzeren deksel' Met opstaande randen, op het deksel kunnen gloeiende kolen worden gelegd. 1.66, 1.67 2. 'schil' Van een vrucht. 1.80

schellen- ww: 'schillen', 'pellen' 1.16, 1.20, 1.22, 1.23, 1.27, 1.53, 1.64, 1.65, 1.661.80, 1.81, 1.82

schelpe, scholpen, schulpen- znw: 'schelp' 1.69 scholpen van sunte jacops- 'Jacobsschelpen' 1.69

scherbir- znw, drank: 'licht bier' 1.40

scheruen- ww: 'fijn snijden' 1.66

scordeon- znw, kruid: 'allium vineale' ofwel 'kraailook' GV VIII.49 (CI p.166) is niet zeker wat voor kruid er wordt bedoeld, hij denkt aan "looc sonder loock". Dat is een ander kruid, "alliaria petiolata" ofwel look-zonder-look 1.31

scorinck blader- znw: * Onbekend kruid, te gebruiken als vervanging voor zuring in een recept voor verjus. In GV XVI.22 (CI p.228) wordt het niet genoemd. 1.55

schotel, scotel, schotelen, schotellen , scotelen- znw, tafelgerei: 'dienschaal' 1.19, 1.23, 1.33, 1.52, 1.53, 1.691.741.80, 1.811.86 houten schotellen- 'houten schotel' 1.68

schuijmen, gheschuymt- ww: 'afschuimen' 1.25, 1.46, 1.82

schijven (pl)- znw: 'schijven' 1.87

seghelleck- bw: *'zachtjes' 1.75

sermijn, stromijn, stromijs, tsarmijn- znw, keukengerei: 'zeef', 'zeefdoek'  (passim)

siet heet, sie heet, sie het- sijden heet

slaen, gheslagen- ww: * 'opkloppen' Van eieren. 1.241.71

slat ... doer, slaet ... dore- doerslaen

slecht- bnw: 'eenvoudig' 1.90

sloster- znw: 'notendop', 'bolster' 1.1

smack- znw: 'smaak' 1.211.86

smaut- znw, kookvet: 'dierlijk en plantaardig vet of olie' 1.19, 1.40, 1.78 Zie ook gansen smaut. eyer smaut- * + 'omelet' 1.67

smelten, smouten (ghesmouten)- ww: 'smelten' 1.631.73 *'tot moes koken' Van appels. 1.86

smerechtich- bnw: 'vettig' 1.59

smere- znw, kookvet: 'dierlijk vet', 'spekvet' 1.20 

smeren- ww: 'smeren' 1.74

smoren- ww: 'smoren' Stoven met weinig vocht in een afgesloten pot op laag vuur. 1.26

smouten- smelten

snede- znw: 'snede' Van brood. 1.70  

snoken- znw, zoetwatervis: 'snoek' 1.70

soemer, soemers- znw: 'zomer' 1.55

soemerwulsel- znw: 'vulling in de zomertijd' 1.58

soepe - znw: 1. 'kookvocht' 1.36  2. zie sap 1.47  magher s(c)op- 'ontvette bouillon' 1.41, 1.42b

sofferaen, sofraen, safferaen, sofferanis- znw: 'saffraan' 1.2, 1.12, 1.15, 1.18, 1.25, 1.33, 1.34, 1.35, 1.36, 1.37, 1.38, 1.39, 1.41, 1.44, 1.45, 1.46, 1.53, 1.59, 1.60, 1.62, 1.63, 1.64, 1.651.721.731.741.751.88 sofferaen poyer- 'saffraanpoeder' 1.66

soppen (pl)- znw: 'stukjes brood, bestemd om te dopen in bijvoorbeeld soep of melk' 1.67 

sorbelet- znw, naam ve gerecht: Uit GV VIII.77 (CI p.172) blijkt dat "sorbolet" een zomersaus is (en "peper" een saus voor in de winter). 1.41

sout- saut 

soutte- bnw: 'zout', 'gepekeld' 1.39

span- znw, lengtemaat: 'span' De afstand tussen duim en pink van een uitgestrekte hand, + 20 centimeter. 1.66

spans mel- Braekman verklaart "mel" als *'honing', dus: 'honing uit Spanje'. GV  XVI.7leest hier "spaens soet". 1.90

speck- znw, vlees: 'spek' 1.21

spirinck- spirinck vanden hoene

spuellen- ww: 'spoelen' 1.88

spijse- * 'vullingz'  1.61, 1.62, 1.651.73

stampen- ww: 'fijnstampen' In de vijzel. 1.33, 1.35, 1.36, 1.37, 1.39, 1.42b

steen stenen(pl)- znw, deel ve vrucht: 'pit' 1.60, 1.82

stelle- znw, deel ve vrucht: 'steel' 1.80

stoet- stoten

stoffe, stof- znw: * 'mengsel', 'spul' Kan vulling of beslag zijn. 1.63, 1.64, 1.66, 1.68, 1.69, 1.701.85

stofferaen- sofferaen

storten- ww: 'gieten' 1.88

stoten- ww: 'fijnstampen' (passim)

stouen (ghestoft, ghestofde)- ww: 'stoven' 1.361.80

stromijn- sermijn

stroyen (stroter)- ww: 'strooien' 1.52, 1.811.86

stucken, stuckken (pl)- znw: 'stukken' 1.22, 1.25, 1.33, 1.82 dunen stucken- 'dunne schijfjes' 1.20, 1.21

struijuen, struijfken (verkl./dim.)- znw: 'eierkoek', 'omelet' 1.66 ghecrolden struijuen, ghecrolden struiuen- Lett. 'gekrulde omelet', dus: 'roerei' 1.68, 1.70

stijf- bnw: * 'krokant' 1.64

stijuen- ww: 'opstijven' 1.86

su(...)- sw(...)

sucar, sucars- znw, specerij: 'suiker' (passim) sucar verkert- 'tot draden getrokken suiker'? verkert 1.17 brot sucar- znw: 'broodsuiker' Suiker die in kegels of blokken was geperst en voor gebruik geraspt of fijngestampt werd. 1.16, 1.17 ghelopen sucar- 'gesmolten suiker' 1.38, 1.40, 1.41  mel sucars, melsucar- 'poedersuiker' 1.24, 1.611.75, 1.83, 1.90  pot sucars, pot sucar- 'poedersuiker' 1.24, 1.54, 1.61, 1.65, 1.831.89 wijt sucar, wijtten sucar, vijt sucar- 'witte suiker' 1.451.731.741.771.85

sucareij, sucareen- znw, gerecht: * Naam van een schotel met zwijnenvlees, met amandelen en melk gebonden (een ondoorzichtige gelei of soort hartige bavaroise). 1.23

suer- bnw: 'zuur' 1.11

suerkel- znw, kruid: 'zuring' 1.11, 1.55 surkelblader- znw: 'zuringbladeren' 1.55

suete, suet- bnw: 1. 'vers' 1.19, 1.23, 1.37, 1.701.76, 1.84 2. 'zoet' 1.76

sukeren- ww: *'bestrooien met suiker' 1.80

sult, sulte- znw, vlees: 'zult', 'hoofdkaas' Gepekeld gelatineus vlees van de kop van het varken, rund of schaap. 1.33, 1.47

sulten- ww: *'conserveren' Door koken in honing of drogen en bewaren in honing en ingekookt kooknat. Eigenlijk: 'inmaken in azijn (en eventueel pekel)' 1.82

sunter baefs- 'van Sint Bavo' Zie baef.

surkel- suerkel

svellen- ww: 'koken' 1.62

svijnen smaut- svijnen smaut

swaen- znw, gevogelte: 'zwaan' 1.10 svaen halsse- 'zwanenhals' 1.60

swijne (pl)- znw, dier: 'varkens' 1.43 svijnen smaut- 'varkensvet', 'reuzel' 1.69

swaert, suaert- bnw: 'zwart' 1.1

sijeden, sieden, syeden, sijden (ghesoden)- ww: 'koken' (passim)

sijden heet, siet heet- bnw: 'kokend heet' 1.15, 1.25, 1.69, 1.70

-T-

tafel, taffellen, tafelleen- znw: 'tafel'1.14, 1.42a

tart- znw, gerecht: 'taart' 1.87

teyl, teylle- znw: 'pot', 'pan' of 'schotel' van aardewerk. 1.53

tergijn- znw, specerij: 'gesuikerde specerijen', 'dragees' Zoals onze rose en witte muisjes (JSvW) Deze werden ook wel afzonderlijk opgediend na de maaltijd, samen met gekruide wijn (JSMWgheuerde tergijn- 'gekleurde gesuikerde specerijen' 1.16

teruen- znw: 'tarwe' teruen blomen

toet- Contractie van "toe doet"

tornoysel, tornosijl, ternoisen, tornosols, ternoysche, ternoisel, ternoyssel- znw, kleurstof: 'tournesol' Een blauwpaarse kleurstof, die gemaakt werd van diverse planten, zoals de chrozophora tinctoria, maar ook van het sap van blauwe bessen of moerbessen, waarin een linnen doek diverse malen werd geweekt (zie "Eenen nieuwen Coc-boeck" van C.Battus uit 1593). 1.5, 1.14, 1.25, 1.541.881.89

tranken- znw, verkleinwoord: 'druppeltje' Van 'traan' 1.74

trechterken- znw, keukengerei: 'trechtertje' 1.71

tremolette- znw, gerecht: * Naam van een saus, die ook bij Le Viandier en Carolus Batus wordt gebruikt voor een saus bij patrijzen (CI). 1.22

tsarmijn- sermijn

tvedel, tve delen- znw: 'tweederde'  1.611.791.801.85

-U-

uijt- wijt (2.)

-V-

vael- wel

vasten, wasten, vastene- znw: 'vastentijd' Vooral de veertig dagen vanaf Aswoensdag tot Pasen, maar ook de woensdagen, vrijdagen en zaterdagen in de Quatertemperweken: perioden waarin het eten van vlees en dierlijke producten en zuivel was verboden. Tijdens "normale" weken was op -meestal- woensdagen, vrijdagen en zaterdagen vlees verboden, maar zuivel was wel toegestaan (JSvW). 1.16, 1.45, 1.54, 1.59, 1.60, 1.61, 1.63, 1.64, 1.65, 1.70

vat- onbep.telw. 'wat'

vaut- Verschrijving voor 'water' 1.74 Eigenlijk znw: 'gewelf' 

veers- verssen 

vel- wel 

velthoenderen (pl), welthonderen (pl)- znw, gevogelte: 'patrijzen' Maar ook: 'fazanten' 1.22, 1.39

venisoen, wenijssoen, wennessoen- znw, vlees: 'wildbraad' 1.53

venkel, wenkel- znw, kruid: 'venkel' 1.82 venkel saet- 'venkelzaad'  1.82

verckenen (pl)- znw, dier: 'varkens' 1.26

verckenvlees, werken wlees- znw, vlees: 'varkensvlees' 1.39, 1.62

verjuijs, veriuijs, verjuijsen, verguijs, verjuis- znw: 'verjus' Sap van zure, onrijpe druiven of andere onrijpe vruchten (zoals appels). 1.38, 1.40, 1.42a, 1.42b, 1.55

verkert- sucar verkert ('tot draden getrokken suiker' ?) 1.17 CI denkt echter aan 'dwars'?: "strooi er foelie en suiker dwars overheen" (GV VIII.15, CI p.155).versamet (ms: vercampt)- 'verzamel' 1.74

versieden- ww: 'verkoken', 'inkoken' 1.82

verssen, veers,  worse, worsser, vorsser- bnw: 'vers' 1.27, 1.42a, 1.76, 1.771.80

verwen, weruen- ww: 'verven', 'kleuren' 1.2, 1.14, 1.15, 1.16, 1.25, 1.54, 1.61, 1.63, 1.64, 1.651.721.731.74, 1.88, 1.90

vier, wier, wure, wijr, wiire, viere, fuijer, wijer- znw: 'vuur' Het open vuur waarboven en -voor werd gekookt. 1.10, 1.13, 1.22, 1.24, 1.25, 1.44, 1.45, 1.701.731.761.80

virdelloet, virdendelloets- znw, maat: 'een kwart "lood"' Aangezien een lood 15 gram is, is een kwart lood 3,75 gram. Zeg maar tweederde moderne theelepel. 1.871.89

virdelpont, virdelpons- znw, maat: 'kwart pond' ofwel 107,5 gram (zie pont) 1.231.74, 1.91 drie wirdelpons- 'driekwart pond' ofwel 322,5 gram 1.741.89

virendel, virdendel- znw: 'vierde deel', 'een kwart' 1.611.85 virdendelloets- virdelloet

virssen- bnw: 'vers' Van vlees: niet gezouten, gedroogd of gerookt. 1.36

visch, wijs- znw, dier: 'vis' 1.44, 1.60, 1.631.64

vleessche- znw: 'vlees' 1.42a

vlessop- znw, vloeistof: 'vleesnat' 1.10 

voerseyt- lett: 'voorzegd', 'hiervoor beschreven' 

voir, vore- vz: 'in plaats van' 1.59, 1.60 

vore- bw: 'tevoren' 1.22

vormen- ww: 'vormen'  1.631.64

vorsser- verssen

vullen (wijlt)- ww: 'vullen' 1.63, 1.711.73

vulsel- znw: 'vulling' 1.59

vijt- wijt 1.

-W-

wael- wel

wafellen, waffelen (pl)- znw: 'wafels' Een luchtig, plat gebak. 1.83, 1.84

walberen- znw, vrucht: * 'bosbessen', 'moerbessen' (wel in WNT) 1.7, walberen dat sijn haverbesingen

wassen- ww: 'groeien' 1.8 

wasten- vasten 

wat- znw: 'vat' 1.91

water- znw: 'water' 1.46, 1.531.731.761.791.80, 1.82, 1.831.85, 1.92

weegh- znw: 'wigvormig tarwebrood' 1.12

weet, weets- znw, kookvet: 'vet' 1.20, 1.35 weet vander soepe- Het vet dat op het afgekoelde kookvocht drijft. 1.36 honderweet- 'kippenvet' 1.60 weet van sueter romen- 'vet van verse room' Room is het vet dat op verse melk drijft. Ik neem aan dat het "vet van verse room" nog méér vet bevat dan room, misschien van de verse room nog eens afromen? 1.84

weet- bnw: 'vet' 1.62

wel, vel, weel, vael, wael- bw: 'goed', 'grondig'

welle- znw: 'vel', 'huid' 1.60

welthonderen- velthoenderen

wenkel- zie venkel

wenkel tart, wenkl tart- znw, gerecht: 'venkeltaart' 1.87

werken wlees- vercken vlees

werkens- 'van een varken' 1.71

werven, weruen, werf- verwen

weycken, weyken, wycken, ghweyckt, ghewickt- ww: 'weken' 1.9, 1.12, 1.13, 1.24, 1.27, 1.38, 1.41, 1.42a, 1.42b, 1.54

wier, wiire- vier

wirdelpons- virdelpont

wirendel- virendel

wles(...)- vles(...)

wogh, weegh- znw: 'tarwebrood' 1.10, 1.20  

wolle, woel, wole, woelle, woller- bnw: 'veel'

wool- bnw: 'vol' 1.91

wore- vore

[worme], wormen (pl)- znw: 'gestalte', 'vorm' 1.78

worse, worsser- verssen

wretse- 'fruit ze' Van "friten" = bakken? GV xiv.15 heeft "frijtse".  1.66    

wronghel- znw: 'wrongel' 1.76

wrijften- 'wrijft het' 1.70

wure- znw: 1. vier 'vuur'1.22 regel 82. 'uur' , 1.22 regel 12

wijer- znw: 1. 'uur' 1.63 2. vier 'vuur' 

wijlle, wijlen- znw: 'poos', 'tijd', 'uur' 1.10, 1.18, 1.21  

wijlt- vullen

wijltbraet, wijltbrat- znw, vlees: 'wildbraad' 1.36, 1.38

wijn, wijne- znw, vloeistof: 'wijn' (passim) roden wijn, roets wijns- 'rode wijn' 1.14, 1.20, 1.21, 1.25, 1.54 wijt wijn- 'witte wijn' 1.25 soet wijtten wijns- 'zoete witte wijn' 1.74 sueter wijn- 'sweet wine' 1.85  wijn exs, wijneck- 'wijnazijn' 1.43, 1.551.56

wijngart krammen- znw: * 'wingerd ranken' (Zie CI bij GV XVI.22, p.228) 1.55

wijngheren (pl)- znw: 'vingers' 1.64

wijngher gat- znw: 'vingergat' ?Een gat ter dikte van een vinger in de rand van een schotel om deze vast te kunnen houden? 1.68

wijnter- znw, seizoen: 'winter' 1.8, 1.37

wijr- vier

wijrick- znw: 'wierook' 1.56

wijs- visch

wijsdach- znw: 'visdag' Een dag waarop men geen vlees, maar wel vis en zuivelproducten mocht eten. Zie vasten. 1.66, 1.67

wijsel- znw, kookgerei: 'vijzel' 1.25

wijt 1.  wijt, wijtten, vijt- bnw: 'wit' 2. wijt, uijt- bw/vz: 'uit'  1.64 mackse wijt- 'maak het af' 1.34 3. wijt, wijtte, wijtten wytte- znw: 'wit' van een ei 1.711.731.761.86 ruuen wytte- 'rauw eiwit' 1.71 

wijt loken- ww: 'uitlekken' 1.76    

wijt sparen (wijt ghesparden)- ww: 'uitspreiden' 1.74

wijtter- 'uit de' 1.52

-Y/IJ-

-Z-

zewair- znw, specerij: 'zedoarwortel' Een aan galanga (laos) verwante plant, smaak lijkt op die van gember. 1.50

 

 

 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
 Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
  A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
  A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
 Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
  Z 
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 
  A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
  Z 

Sitemap

Contact

Links naar andere sites over historisch koken

This page was updated on 12-08-09. (day-month-year)