Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
All text and pictures of dishes are the intellectual property of Coquinaria and should not be reproduced without permission and acknowledgement.
Diplomatische editie + vertaling
Over Christianne Muusers
  
Sitemap (Nederlands)

Over de glossaria

 

Diplomatic edition + translation
On Christianne Muusers
Sitemap (English)
On the glossaries

Glossary to the diplomatic edition of ms KANTL Gent 15, vol.2.
Clik here for an explanation of abbreviations and the construction of the entries.

Glossary to the diplomatic edition of the second volume of ms. KANTL Gent 15.

The order of the entries is different from the usual alphabetical order:
- The letters "y" and "ij" are treated as one. In Dutch, the combination "ij" is a diphthong. It is not identical to "y" (called "Greek y" in Dutch), but in medieval manuscripts "y" and "ij" seem to be interchangeable, and sometimes it is very hard to discern between the two letters in writing.
- The letters "i" and "j" are treated as one.

When this glossary is finished, it will be split up in a Middle Dutch - English glossary, and a Middle Dutch - Modern Dutch glossary. This is why the links to recipes appear twice.
If anyone has suggestions or corrections, or misses something in this glossary, please let me know (contact).

A  B  C  D  E  F  G  H  I/J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y/IJ  Z

Glossarium bij de diplomatische editie van ms KANTL Gent 15, deel 2.
Klik hier voor uitleg over de gebruikte afkortingen en de opbouw van de lemmata.

Glossarium bij de diplomatische editie van "Wel ende edelike spijse", ms. KANTL Gent 15.

De rangschikking van de trefwoorden verschilt van de gangbare alfabetische rangschikking:  
- Er geen onderscheid gemaakt tussen "y" en "ij". In de rangschikking van de woorden valt "ij" onder "y". In middeleeuwse teksten lijkt er geen verschil in betekenis te zijn tussen de twee letters, bovendien zijn ze vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden (in dit manuscript waren ze overigens goed van elkaar te onderscheiden).
- Er is geen onderscheid gemaakt tussen "i" en "j".
- Woorden die met een "z" beginnen staan bij de "s".

Na voltooiing van dit glossarium zal het worden opgesplitst in een Middelnederlands - Modern Nederlands glossarium, en een Middelnederlands - Engels glossarium. Daarom verschijnen de links naar de recepten twee maal.
Heeft u suggesties of correcties, of mist u een bepaalde uitleg in dit glossarium, laat het mij dan weten (contact).

A  B  C  D  E  F  G  H  I/J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S  T  U  V  W  X  Y/IJ  Z

-A-

achtendeel- znw, maat: 'het achtse deel van een pond' Ofwel 57 gram. 2.15 
   
n, measure: 'the eighthpart of a pound' Or 2 ounces (57 grams). 2.15 

aemsdonk, amedonck- znw: 'zetmeel' 2.3, 2.57
n: 'starch', 'amylum' 2.3, 2.57

aen bernen, bernen- ww: 'aanbranden' 2.21
    vb: 'to burn' Of food. 2.21

afdoen- ww: 'afmaken' 2.39
    vb: 'to finish' 2.39

agnyen (pl)- znw: 'uien' ? 2.29 Zie ayiuyn
    n: 'onions' ? 2.29 V. ayiuyn

amandelen (pl), mandelen- znw: 'amandelen' 2.8, 2.17, 2.37, 2.38, 2.45, 2.57, 2.64, 2.66 ongescelde amandelen- 'ongepelde amandelen' 2.3 geschelde amandelen, gescelde amandelen- 'gepelde amandelen' 2.14, 2.51, 2.53
    n: 'almonds' 2.8, 2.17, 2.37, 2.38, 2.45, 2.57, 2.64, 2.66 ongescelde amandelen- 'ongepelde amandelen' 2.3 geschelde amandelen, gescelde amandelen- 'peeled almonds' 2.14, 2.51, 2.53

amandelmelck, mandel melck, mandelen melck- znw: 'amandelmelk' 2.3, 2.14, 2.47, 2.51, 2.54, 2.56a, 2.85, 2.95 
    n: 'almond milk' 2.3, 2.14, 2.47, 2.51, 2.54, 2.56a, 2.85, 2.95  

amper- bnw: 'zuur' 2.93
    adj: 'sour' 2.93

appel (pl), appelen (pl)- 1. znw, vrucht: 'appels' 2.6, 2.42a, 2.46, 2.47, 2.552.762.77, 2.93, 2.100 gestooten appel- 'fijngestampte appel' 2.48, 2.48a spijsappel- 'kookappel' 2.74   2. znw, vrucht: 'kwee' 2.72
    1. n, fruit: 'apples' 2.6, 2.42a, 2.46, 2.47, 2.552.762.77, 2.93, 2.100 gestooten appel- 'ground apple' 2.48, 2.48a spijsappel- 'cooking apple' 2.74 2. n, fruit: 'quince' 2.72

appel taert- znw, gerecht: 'appeltaart' 2.5
    n, dish: 'apple pie' 2.5

ayiuyn- znw: 'ui' 2.48, 2.65, 2.88
    n: 'onion' 2.48, 2.65, 2.88 

azyne- znw: 'azijn' 2.1, 2.94
    n: 'vinegar' 2.1, 2.94  

-B-

backen, gebacken- ww: 'bakken' 2.77, 2.83, 2.84, 2.100  In de oven. 2.11, 2.54, 2.55, 2.63, 2.642.76  ; In een wafelijzer 2.22 In een koekepan 2.37, 2.90  
    vb: 'to bake' 2.77, 2.83, 2.84, 2.100  In the oven. 2.11, 2.54, 2.55, 2.63, 2.642.76  ; In a waffle iron 2.22 In a frying pan 2.37, 2.90

baers, barse- znw, riviervis: * 'baars' 2.8, 2.95, 2.96 
    n, fresh water fish: * 'perch' 2.8, 2.95, 2.96 

balgen (pl)- znw, deel ve plant: 'schil', 'vel' 2.71
    n, part oa plant: 'skin', peel' 2.71

bant, bans- znw: *'bindmiddel' Maar welk bindmiddel? 2.16, 2.17, 2.21
    n: *'thickener' But what thickener? 2.16, 2.17, 2.21

becken- znw: 'wijde, ondiepe kom' 2.28
    n: 'basin' 2.28

beete- znw, plant: 'biet' 2.25, 2.33
    n, plat: 'beet' 2.25, 2.33

bereiden- ww: 'bereiden' 2.1
    vb: 'to prepare' 2.1

bernen- ww: 'aanbranden' 2.21
    vb: 'to burn' Of food. 2.21

berren, gebert- ww: 1. 'aanbranden' 2. 'roosteren', 'fruiten' 2.92
    vb: 1. 'to burn' Of food. 2. 'to fry' 2.92

besie, besy, besingen (pl)- znw, fruit: 'bessen', 'druiven'  2.19. eertbesyen- 'aardbeien' De kleine Europese bosaardbeien. 2.78 euerbesien- 'vossebessen' Vaccinium vitis-idaea2.78  sint Jans besy, Zint Ians beren- 'rode bessen', 'aalbessen' Ribes rubrum (WNT) 2.24, 2.78  
    n, fruit: 'berries', 'grapes'  2.19. eertbesyen- 'strawberries' The small European variety.  2.78 euerbesien- 'lingonberry' Vaccinium vitis-idaea., 2.78  sint Jans besy, Zint Ians beren- 'redcurrants' Ribes rubrum (WNT)  2.24, 2.78  

beslaen- ww: 'kneden' 2.83
    vb: 'to knead' 2.83

blaeder (pl)- znw, deel ve plant: 'bladeren' 2.5
    n, part oa plant: 'leaves' 2.5

blammelgier, blammengier- znw, gerecht: 'blancmanger' Een witgekleurd gerecht van almandelmelk en/of rijst. 2.42 bestaat enkel uit de titel van het recept. 2.66
    n, dish: 'blancmanger' A white dish made with almonds and/or rice. 2.42 contains just the title of the recipe. 2.66

bloem- 1. znw, deel ve plant: 'bloem', 'bloesem' In "bloemen van vlier". 2.13 2. znw: 'bloei' In "heuren besten bloem". 2.13 3. znw: '(tarwe)bloem' 2.22, 2.33 bloem van terwen, terwen bloemen- 'tarwebloem' 2.732.78, 2.82  
    1. n, part oa plant: 'flower', 'blossom' In "bloemen van vlier". 2.13  2. n 'bloom' In "hueren besten bloem. 2.13 3. n: 'flour' 2.22, 2.33 bloem van terwen, terwen bloemen- 'wheat flour' 2.732.78, 2.82  

bloemen, bloem van muscaten, bloemen van bescaten- zie muscatenbloemen
    see muscatenbloemen

bloet- znw: 'bloed' 2.12
    n: 'blood' 2.12

bolck- znw, vis: 'bolk' (soort schelvis, Gadus luscus) 2.35
    n, fish: 'bib', 'whiting pont' (Gadus luscus) 2.35

borne, borre- znw: 'bronwater', 'drinkwater' 2.1, 2.26, 2.37, 2.91, 2.97, 2.98  
    n: 'spring water', 'drink water' 2.1, 2.26, 2.37, 2.91, 2.97, 2.98  

boter, booter- znw: 'boter' 2.1, 2.42a, 2.652.752.77, 2.80, 2.82, 2.86, 2.88, 2.89a, 2.90, 2.93, 2.99  suete boter- 'verse, ongezouten boter' 2.11, 2.22, 2.33  
    n: 'butter' 2.1, 2.42a, 2.652.752.77, 2.80, 2.82, 2.86, 2.88, 2.89a, 2.90, 2.93, 2.99  suete boter- 'fresh, unsalted butter' 2.11, 2.22, 2.33

bouwen- ww: 'kneden' 2.33
    vb: 'to knead' 2.33

braden (gebraden, gebraeden)- ww: 'braden' In alle betekenissen: in een pan, roosteren aan het spit of op een rooster. 2.1, 2.4, 2.34, 2.37, 2.38, 2.41, 2.45
    vb: 'to roast', 'to fry', 'to grill' 2.1, 2.4, 2.34, 2.37, 2.38, 2.41, 2.45

branden, gebrant- ww: * 'roosteren' Van brood. 2.36, 2.40, 2.56
    vb: 'to toast' Bread. 2.36, 2.40, 2.56

breken (breect, gebroken)- ww: 'uit elkaar vallen' 2.91, 2.92, 2.93  ; ontwe breken 
    vb: 'to fall apart' 2.91, 2.92, 2.93  ; ontwe breken    

brijcseren- ww: Braekman denkt aan een vorm van het ww 'briselen' (MNW) en vertaalt het met 'pletten, verpulveren'.

brijsse- Braekman denkt aan een vorm van het ww 'briselen' (MNW), maar het zou ook een verschrijving voor brijcse [ontwee] kunnen zijn. In beide gevallen betekent het zoiets als 'maak het fijn'. 2.76  
    Braekman suggests a form of the verb 'briselen' (MNW), but it could as well be an error in writing for brijcse [ontwee]. Both mean something like 'to crush'
 2.76

broot, broode- znw: 'brood' (passim) roggen broot- 'roggebrood' 2.40 schoonen broode, schoon broot- *'witbrood' 2.14, 2.47 witten broode, wit broot, wijt broot, wittebroot- 'witbrood' 2.34, 2.50, 2.51, 2.53, 2.652.75, 2.79, 2.82, 2.88, 2.89 dun broot- 'dun brood' 2.80  plat dun breed broot- 'plat dun breed brood' 2.77 grof broot- 'grof brood' 2.79  
    n: 'bread' (passim) roggen broot- 'rye bread' 2.40 schoonen broode, schoon broot - *'white bread' 2.14, 2.47 witten broode, wit broot, wijt broot, wittebroot- 'white bread' 2.34, 2.50, 2.51, 2.532.75, 2.79, 2.82, 2.88, 2.89 dun brood- 'thin bread' 2.80  plat dun breet broot- 'flat thin wide bread' 2.77 grof broot- 'coarse bread' 2.79

bruede, bruwet- znw: 1. 'bouillon' 2.33 2. 'jus' 2.65
    n: 1. 'stock' 2.33 2. 'gravy' 2.65

bygerichte- znw: *'bijgerecht' 2.42a
    n: 'side dish' 2.42a

bynden- ww: 'binden' Van een vloeistof. 2.24, 2.72
    vb: 'to thicken' A liquid. 2.24, 2.72

bypeeper- znw, gerecht: Gekruide saus bij wildbraad. 2.40
    n, dish: Spiced sauce for roast game. 2.40

-C-

caneel- kaneel

cappuyn, cappunen (pl), cappoenen (pl)- znw, gevogelte: 'kapoen' Vetgemeste, gecastreerde haan. 2.18, 2.32, 2.41, 2.66
    n, poultry: 'chapon' Fatted, castrated cock. 2.18, 2.32, 2.41, 2.66

cardemen- znw, specerij: 'cardamom' 2.4
    n, spice: 'cardemom' 2.4

claer- bnw: 1. 'helder' 2. 'puur' In: "claeren doeyer van eyeren". Dwz dat de dooiers van het wit gescheiden zijn. 2.4
    adj: 1. 'clear' 2.  'pure', 'mere' In: "claeren doeyer van eyeren". Ie the yolks are seperated from the whites. 2.4

clareyt zack- znw: *'linnen filterzak om wijn door te laten lopen' Dus NIET zoals in het MNW staat "een wijnzak ter bewaring van 'clareyt'" 2.20, 2.21
    n: *'linen bag to filter the wine through' And NOT as in MNW a 'wineskin to keep 'clareyt' in". 2.20, 2.21

cleet- znw: 'doek', 'lap' 2.12, 2.16
    n: 'cloth', 2.12, 2.16

cleyn- 1. bnw: 'klein' 2.8 2. bw: 'fijn' 2.7, 2.20, 2.29, 2.33, 2.34, 2.86 3. bnw: 'krap' 2.87
    1. adj: 'small' 2.8 2. adv: 'finely' 2.7, 2.20, 2.29, 2.33, 2.34, 2.86 3. adj: 'tight', 'scarce' 2.87

clysterie- znw: 'klysma', 2.29, 2.31
    n: 'enema' 2.29, 2.31

coecken (pl)- znw, gebak: '(peper)koek' 2.83
    n, pastry: '(ginger)bread' 2.83

coelen- ww: 'afkoelen' 2.21
    vb: 'to cool' 2.21

colen- znw, brandstof: 'houtskool' of 'turf' claer colen- 'zacht kolenvuurtje' 2.76, 2.80 
    n, fuel: 'charcoal' or 'peat' claer colen- 'small coal fire' 2.76
, 2.80 

colicsoir- znw: *'bindmiddel' Van het Latijn "colligo"? Of *'zoethout' Nav MNW "colissiehout"? Of toch iets anders? 2.16
    n: *'thickener' From Latin "colligo"? Or *'liquorice' As in MNW "colissiehout"? Or something else? 2.16

comyn- komyn

conyn- znw, dier: 'konijn' 2.79
    n, animal: 'rabbit', 'coney'
2.79

concerf, conserve- znw, bereiding: 'conserven' Bereiding om levensmiddelen langer houdbaar te maken. 2.23
    n, preparation: 'preserves' Preparation to keep food longer. 2.23

confortatyf- znw, medicijn: 'opkikkertje' 2.30
    n: 'cordial' 2.30 

cooperoot- znw: 'kopersulfaat' 2.26
    n: 'copper sulphate' 2.26

couden- ww: 'afkoelen' 2.36, 2.37, 2.95, 2.96 
    vb: 'to cool' 2.36, 2.37, 2.95, 2.96 

cout- bnw: 'koud' 2.38, 2.95, 2.96 
    adj: 'cold' 2.38, 2.95, 2.96 

crenten, corenten- karenten

crume(n)- znw: 'broodkruim' Zonder korst. 2.14
    n: 'bread crumbs' Without the crust. 2.14

cruyden, cruijt- ww: 'kruiden' 2.362.76
    vb: 'to season', 2.362.76

cruyt, cruyde, tcruyt- znw: 1. 'tuinkruid', 'specerij' 2.10, 2.16, 2.20, 2.32, 2.35, 2.83, 2.85 groen cruyt 2.44, 2.90  zuet cruijt 2.44, 2.63 droech cruyt 2.79  2. 'puree', 'jam' 2.24 cruijt van vys- 'koekjes van vispuree' 2.90  druijfcruyt- 'druivenjam' 2.71  keerscruyt- 'kersenjam' 2.27 queekruijt- 'kweeënjam' 2.72
    n: 'herb', 'spice': 1. 2.10, 2.16, 2.20, 2.32, 2.35, 2.83, 2.85 groen cruyt, gruen cruijt 2.44, 2.90  zuet cruijt, zoet cruijt 2.44, 2.63 droech cruyt 2.79  2. 'purée', 'jam' 2.24 cruijt van vys- 'patties of pureed fish' 2.90  druijfcruyt- 'grape jelly' 2.71 keerscruyt- 'chrerry jam' 2.27 queekruijt- 'quince jelly' 2.72

-D-

decsel- znw: 'deksel' Van brood? 2.77
    n: 'lid' Of bread? 2.77

deech- znw: 'deeg' 2.82, 2.83, 2.89a  gebonden deech- 'stevig deeg' En dus niet beslag. 2.64
    n: 'dough' 2.82, 2.83, 2.89a  gebonden deech- 'firm dough' As opposed to a batter. 2.64

dick, dicke, dijcke, dijck- bnw: 'dik', 'ingedikt', 'gebonden' 2.27, 2.37, 2.38, 2.71, 2.93, 2.95, 2.96, 2.97   
    adj: 'thick''thickened' 2.27, 2.37, 2.38, 2.71, 2.93, 2.95, 2.96, 2.97   

dicke- bw: 'vaak' 2.13
    adv: 'often' 2.13

disteleren- ww: Eigenlijk 'Door verdamping en daarop volgende condensatie zuiveren of concentreren'.Wij associeren distilleren vooral met het stoken van sterke drank (een Italiaanse uitvinding van rond 1100), maar hier wordt een kapoen "gedestilleerd". 2.32
    vb: 'to distil', 'tp purify or concentrate a substance by the process of evaporation and condensation'. Nowadays we associate this with spirits (distilling alcohol is an Italian invention from 1100 AD), but here a capon is being "distilled". 2.32 

doeck- znw: 'doek', lap' 2.12, 2.21, 2.39, 2.85  doecxken- 'doekje' 2.35
    n: 'cloth' 2.12, 2.21, 2.39, 2.85  doecxken- 'small cloth' 2.35

doef- bnw: Lett. 'doof' *In dit recept betekent het dat de ingrediënten al hun smaak hebben afgegeven aan de omringende waterdamp tijdens het distilleren. 2.32  
    adj: Litt. 'deaf' *In this recipe it means that the ingredients have relinquished all their taste to the surrounding steam during the distillation process. 2.32

doer geslaegen- duerslaen

doeyer, doeijer, doeyers (pl), doeyeren (pl)- znw: 'dooier' 2.30, 2.42a, 2.100  doeyer van een eye, doeyer van eyeren, doeyeren van eyeren, eys doeyer: 'eidooier', 'eidooiers' 2.4, 2.13, 2.22, 2.30, 2.31, 2.34, 2.39, 2.43, 2.602.732.76, 2.94, 2.96, 2.97    
    n: 'yolk' 2.30, 2.42a, 2.100  doeyer van een eye, doeyer van eyeren, doeyeren van eyeren, eys doeyer: 'egg yolk', 'egg yolks'  2.4, 2.13, 2.22, 2.30, 2.31, 2.34, 2.39, 2.43, 2.602.732.76, 2.94, 2.96, 2.97    

doopen, dopen- znw: 'diepe schaal' (?) Hierin wordt een vloeibare substantie (vlaede) gedaan om in de oven te bakken. 2.732.742.75 
    n: 'deep bowl' (?) Used to pour a liquid mass (vlaede) in to bake in the oven. 2.732.742.75  

dosijn- znw: 'dozijn' 2.82
    n: 'dozen' 2.82

dragmae (pl)- znw, gewichtsmaat: 'drachme' Medicinaal gewicht, ongeveer 3,9 gram, een kwart "lood". In het manuscript wordt alleen de afkorting gebruikt (lijkt op een 3) 2.15, 2.80 
    n, measure: 'drachm' Medicinal weight measure, 3.9 grams or 0.1375 ounces. In the manuscript only the abbreviation is used (looks like a 3) 2.15, 2.80    

drogen, gedroocht- ww: 'drogen' 2.65, 2.89
    vb: 'to dry' 2.65, 2.89

druijf, druven (pl)- znw, fruit: 'druif' 2.71
    n, fruit: 'grape' 2.71

duer slaen, duer geslaegen- ww: 'door [een zeef of doek] duwen'' ', 'zeven' (passim) 
    vb: 'to push through [a sieve or cloth]', 'to strain' (passim) 

duue (duve), duuen (pl)- znw, gevogelte: 'duif' 2.9, 2.34, 2.59, 2.94 
    n, poultry: 'pigeon' 2.9, 2.34, 2.59, 2.94

dwit- 'het wit'
    'the white'

-E-

edick, edijck- znw: 'azijn' 2.29, 2.49, 2.53, 2.58, 2.59, 2.61
    n: 'vinegar' 2.29, 2.49, 2.53, 2.58, 2.59, 2.61

eerden- bnw: 'van aardewerk', 'aardewerken'
    adj: 'earthenware'

eet lepel- znw: 'eetlepel' (niet in MNW) 2.30
    n: 'table spoon' (not in MNW) 2.30

entvogel- znw, vogel: 'eend' 2.65, 2.88 
    n, bird: 'duck' 2.65, 2.88 

ert nat- znw: 'erwtennat' Het kookvocht van erwten. 2.48
    n: Liquid peas were boiled in. 2.48

erweijten (pl)- znw, peulvrucht: 'erwten' 2.92
    n, legumes: 'peas' 2.92

eyeren, eyer (pl)- znw: 'eieren'  2.3, 2.7, 2.33, 2.42a, 2.43, 2.62, 2.80, 2.82, 2.84, 2.93, 2.97, 2.98, 2.99, 2.100 gesoden eyeren 2.7, 2.10 morwe gesoden ey 2.81, (2.94) harde eyeren 2.44 eys doyer, eysdoijer- doeyer, wit van eyeren2.78
    n: 'eggs'  2.3, 2.7, 2.33, 2.42a, 2.43, 2.62, 2.80, 2.82, 2.84, 2.93, 2.97, 2.98, 2.99, 2.100 gesoden eyeren 2.7, 2.10morwe gesoden ey 2.81, (2.94) harde eyeren 2.44 eys doyer, eysdoijer- doeyer, wit van eyeren- 2.78

eyer vlade- znw, gerecht: 'eiervla' 2.84
    n, dish: 'egg custard' 2.84 

eyerwafele- znw, gerecht: 'eierwafels' 2.82
    n, dish: 'wafers made with eggs' 2.82 

-F-

fiolen bloemen (pl)- znw, plant: 'viooltjes' 2.23
    n, plant: 'violets' 2.23

foelye, foelie, foelye blomen- znw, specerij: 'foelie' Het vlies van de nootmuskaat doet denken aan een bloem. 2.2, 2.15, 2.19, 2.68 
    n, spice: 'mace' The skin of the nutmeg does remind one of a flower. 2.2, 2.15, 2.19, 2.68 

fransyn- znw: 'perkament' 2.23
    n: 'parchment', 'vellum' 2.23

fryten, fruyten, gefryt- ww: 'in vet/boter/olie gebakken' 2.11, 2.42a, 2.93, 2.100  
    vb: 'to fry in fat/butter/oil' 2.11, 2.42a, 2.93, 2.100  

-G- g=gh

galentyn- znw, gerecht: Volgens MNW "vis of vlees in gelei". In dit recept wordt een koude, met brood gebonden saus gekruid met o.a. gember en laos beschreven. 2.36
    n, dish: According to MNW "fish or meat in jelly". This recipe is for a cold sauce thickened with bread and spiced with ginger, galingale and such.     2.36

galigaen- znw, specerij: 'galangawortel', 'laos' Lijkt op gemberwortel. 2.12, 2.16, 2.21, 2.35, 2.362.742.76 
    n, spice: 'galingale' Resembles gingerroot. 2.12, 2.16, 2.21, 2.35, 2.362.742.76 

galnote, galnoten (pl)- znw: 'galnoot' of 'galappel'. Bolvormige vergroeiïng op eikebladeren waarin de larve van een galwesp zat. 2.26
    n: 'gallnut' Plant excretion produced when irritants are released by the larvae of gall wasps, often on oak trees. 2.26 

gans, gansen (pl)- znw, vogel: 'gans' 2.81  wilde gans- 'wilde gans' 2.65
    n, bird: 'goose' 2.81  wilde gans- 'wild goose' 2.65

gansselgye- znw, gerecht: * Oorspronkelijk een saus bij gans, later ook bij ander vlees. 2.37
    n, dish: * Originally a sauce for goose, later also for other meat. 2.37

gebacken- backen

gebraed, gebraden- znw, gerecht: 'gebraad' 2.39
    n, dish: 'roast (meat)' 2.39

gebraden, gebraeden- braden

gebrant- branden

gebroken- ontwe breken

gedroocht- drogen

gefryt- fryten

gelas- znw: 'glas' 2.23, 2.82
    n: 'glass' 2.23, 2.82

gelaye, geley, geleye, gheleye- znw, gerecht: * 'gelei' 2.2 (In dit recept wordt alleen de kruiderij genoemd),  2.12, 2.16, 2.21, 2.35
    n, dish: * 'jelly' 2.2 (In this recipe only the spices are mentioned),
2.12, 2.16, 2.21, 2.35

ghember, gembaer, gember, gengeber- znw, specerij: 'gember' (passim).  wytten gember- 'witte gember' Gemberwortel van eerste kwaliteit. 2.14 witten gescelden gember- 'witte gepelde gember' 2.12
    n, spice: 'ginger' (passim)  wytten gember- 'white ginger' Ginger root of prime quality. 2.14 witten gescelden gember- 'white peeled ginger' 2.12

gescelden- scellen

gesmelter, gesmolten- smelten

gesneden- snyden

gesoden- zieden

gesukert- sukeren

gieten, ghieten- ww: 'gieten' 2.20, 2.21, 2.65, 2.66, 2.722.73
    vb: 'to pour' 2.20, 2.21, 2.65, 2.66, 2.72, 2.73

gomme- znw: 'gom' 2.26
    n: 'gum' 2.26

graet- znw, deel ve dier: 'graat' Van een vis. 2.12
    n, part oa animal: '(fish)bone' 2.12

greyn- znw, specerij: 'paradijskorrels' Ofwel meleguetapeper, te vervangen door korianderzaad. 2.2, 2.7, 2.12, 2.16, 2.35, 2.36, 2.50, 2.682.742.76 
    n, spice: 'grains of paradise' Or pepper melegueta, coriander seeds can be substituted. 2.2, 2.7, 2.12, 2.16, 2.35, 2.36, 2.50, 2.682.742.76 

gruen, groen- bnw: 1. 'groen' 2.5, 2.44, 2.582.75  2. 'vers' Dus 'ongezouten' 2.39
     adj: 1. 'green' 2.5, 2.44, 2.582.75  2. 'fresh' Which means 'unsalted' 2.39

-H-

hacken, gehact, gehackt- ww: '(fijn)hakken' 2.7, 2.25, 2.33, 2.44, 2.46, 2.64
    vb: 'to chop' 2.7, 2.25, 2.33, 2.44, 2.46, 2.64

hamelscouwre- znw, vlees: 'schapenschouder' 2.79
    n, meat: 'sheep shoulder'
2.79    

hard- bnw: Hier 'hardgekookt' (eieren) 2.44
    adj: Here 'hard-boiled' (eggs) 2.44

hart- znw, deel ve vrucht: 'klokhuis' 2.74
    n, part oa fruit: 'core' 2.74

harvujs kese- znw: Een soort kaas, maar welke? 2.33
    n: A kind of cheese, but what kind? 2.33

heet- bnw: ' heet' 2.65, 2.88 
    adj: ' hot' 2.65, 2.88 

her, herre, heir- znw, keukengerei: * 'zeef' 2.10, 2.11, 2.13, 2.21
    n, kitchenware: * 'sieve' 2.10, 2.11, 2.13, 2.21

hoender, hoenderen (pl)- znw, gevogelte: 'kip' 2.4, 2.9, 2.10, 2.19, 2.59, 2.60, 2.66  jonge hoenderen- 'jonge kippen' 2.34
    n, poultry: 'chicken' 2.4, 2.9, 2.10, 2.19, 2.59, 2.60, 2.66  jonge hoenderen- 'young chickens' 2.34

hoender vlees- znw, vlees: 'kippenvlees' 2.4
    n, meat: 'chicken meat' 2.4

hoene nat- nat

hoepsen- znw: 'handvol' 2.33
    n: handful' 2.33

honich- znw: 'honing' 2.10
    n: 'honey' 2.10

huenre nate- nat

-I/J-

jaerscoeck- znw, gebak: Volgens MNW  "nieuwjaarskoek" of "verjaringskoek" 2.67
    n, pastry: According to MNW "new year's cake" or "nameday cake"  2.67

int- znw: 'inkt', 2.26
    n: 'ink' 2.26

ipocras- znw, drank: 'hypocras' Wijn op smaak gebracht met specerijen en suiker. 2.20, 2.69
    n, drink: 'hypocras' Wine with spices and sugar. 2.20, 2.69

itsen- znw: 'hitte' 2.91
    n: 'heat' 2.91

-K-

kan- znw, keukengerei: 'kan' 2.37
    n, kitchenware: 'jug' 2.37

kaneel, caneel- znw, specerij: 'kaneel' Passim 
    n, spice: 'cinnamon' Passim

karenten (pl), crenten (pl), corenten (pl)- znw, zuidvrucht: 'krenten' 2.18, 2.19, 2.79
    n, dried fruit: 'currants' 2.18, 2.19, 2.79

karstaengien (pl)- znw, vrucht: 'kastanjes' 2.15 
    n, fruit: 'chestnuts'
2.15 

keerscruyt- cruyt

keersen (pl), kersen (pl)- znw, fruit: 'kersen' 2.11, 2.27, 2.28, 2.63, 2.78, 2.89  zwarten keersen (pl)- 'zwarte kersen' 2.78
    n, fruit: 'cherries' 2.11, 2.27, 2.28, 2.63, 2.78, 2.89  zwarten keersen (pl)- 'black cherries' 2.78 

kers soppe- znw, gerecht: ' kersensop' 2.89
    n, dish: ' cherry sop' 2.89

ketel- znw, keukengerei: 'ketel' 2.35
    n, kitchenware: 'kettle' 2.35

kese, keese - znw, zuivel: 'kaas' 2.33 platten keese- 'zachte, verse kaas' 2.75  zie haruijs kese en keeszweetsen
    n, diary: 'cheese' 2.33 platten keese- 'soft, fresh cheese' 2.75  see haruijs kese en keeszweetsen

koek, koeken- znw: '(peper)koek' 2.46 peeper coeck
    n: '(ginger)bread' 2.46 peeper coeck

kommeney, commeneye- znw, gerecht: * 'komijnsaus' Saus, meestal met komijn, 2.8, 2.9, 2.34, 2.59, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97 , maar soms ook zonder (of zou de belangrijkste specerij vergeten zijn in de tekst?) 2.7, 2.10, (2.94)
    n, dish: * 'cumin sauce' Sauce, mostly with cumin, 2.8, 2.9, 2.34, 2.59, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97 , but sometimes no cumin is mentioned (or maybe it was implied in the name of the dish?) 2.7, 2.10, (2.94)

komyn, comyn- znw: 'komijn' 2.8, 2.9, 2.34, 2.48, 2.59, 2.92, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97    
    n: 'cumin' 2.8, 2.9, 2.34, 2.48, 2.59, 2.92, 2.94, 2.95, 2.96, 2.97    

kuijte- znw, ve vis: 'kuit' snoecx kuijte
    n, oa fish: 'roe' snoecx kuijte

-L-

laeden (pl)- znw: 'bakje' of 'kistje' 2.71, 2.72
    n: 'bowl' or 'chest' 2.71, 2.72

larderen- ww: 'larderen' 2.79
    vb: 'to lard'
2.79

laingier- znw, gerecht: 'blancmanger' Een lichtgekleurde saus of dikke brij, gebonden met amandelen of amandelmelk. 2.3
n, dish: 'blancmanger' A light coloured sauce or thick porridge, thickened with almonds or almond milk.
2.3

leuer, leeuer- znw, orgaanvlees: 'lever' 2.45, 2.58
    n, offal: 'liver' 2.45, 2.58

Lombaertsch- bnw: 'Lombardisch'  2.25, 2.33, 2.43
    adj: 'from Lombardy' 2.25, 2.33, 2.43

loock- znw 1. kruid: 'knoflook' 2.37, 2.81 2., gerecht: 'knoflooksaus' 2.81
    n 1. herb: 'garlic' 2.37, 2.81  2. dish: 'garlic sauce' 2.81

loot- znw, gewichtsmaat: 'lood' 1/32 pond of 1/2 ons (VH): ong. 15 gram (1 eetlepel). 2.15, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.20, 2.21, 2.32, 2.35, 2.67, 2.68, 2.69, 2.70, 2.87  vierdelloot, vierdeloot- 'kwart lood' Ofwel iets minder dan een theelepel. 2.21, 2.67
    n, measure: Lit. 'lead' (The metal). 1/32 pound of 1/2 ounce (VH): appr. 15 gram (1 tablespoon).
2.15, 2.16, 2.17, 2.18, 2.19, 2.20, 2.21, 2.32, 2.35, 2.67, 2.68, 2.69, 2.70, 2.87  vierdelloot, vierdeloot- 'quarter lead' Or slightly less than a teaspoon. 2.21, 2.67

lijnssaet, lynsaet- znw: 'lijnzaad' 2.35
    n: 'linseed' 2.35

-M-

maeger, maegeren- bnw: 1. 'mager'  2.41 2. 'ontvet' 2.39
    adj: 1. 'lean' 2.41 2. 'degreased' 2.39

mandelen- amandelen

mandelleyen- znw, gerecht: 'amandelsaus' 2.38
    n, dish: 'almond sauce' 2.38

mandelmelck, mandelenmelck- amandelmelck

mangereet- znw, gerecht: * Gerecht van amandelmelk met appels, rozijnen en vijgen. 2.47
    n, dish: A dish with almond milk, apples, raisins and figs. 2.47

meel- znw, ingrediënt: '(volkoren) meel' 2.67, 2.68, 2.83, 2.89a 
    n, ingredient: '(whole)meal' 2.67, 2.68, 2.83, 2.89a      

meelsuijcker- zie zuycker
    see zuycker

meerswijn, merswijn- znw, zeezoogdier: 'bruinvis' 2.64
    n, sea mammal: 'porpoise' 2.64

melck- znw, zuivel: 'melk' zuete melck, zoeten melck, zuetmelc, zoet melck- 'verse melk' 2.13, 2.31, 2.63, 2.81, 2.84 
    n, dairy: 'milk' zuete melck- 'fresh milk' 2.13 , 2.31, 2.63, 2.81, 2.84 

moerbesy, moerbesijen (pl)- znw, vrucht: 'moerbei' of 'braam' 2.28 gedroochde moerbesijen 2.52
    n, fruit: 'mulberry' or 'bramble', 'blackberry' 2.28 gedroochde moerbesijen 2.52

moes- znw, bereiding, hier:'puree', 'pap' 2.13
    n, preparation, here: 'purée', 'porridge' 2.13

monneck- znw, naam ve gerecht: Lett. 'Monnik', Twee omeletten van alleen eiwit, met een vulling van appel, eidooiers en specerijen er tussen. 2.100
    n, name oa dish: Litt. 'Monk', Two omelettes from egg whites only, with a stuffing from apples, yolks and spices in between. 2.100  

mortier, mortyr- znw, keukengerei: 'vijzel' 2.2, 2.3, 2.12, 2.24, 2.54, 2.55, 2.62 moertier steen  2.90
    n, kitchenware: 'mortar' 2.2, 2.3, 2.12, 2.24, 2.54, 2.55, 2.62 moertier steen 2.90

morw- bn: 'mals', 'zacht' 2.64, 2.82, 2.83 
    adj: 'tender', 'soft' 2.64, 2.82, 2.83 

mou- znw, keukengerei: 'kneedbak', 'baktrog' (niet in MNW) 2.83
    n, kitchenware: 'trough' (not in MNW) 2.83

muscaet- zie nooten muscaten
    see nooten muscaten

muscatenbloemen, bloem van muscaten, bloemen van bescaten- znw, specerij: 'foelie' 2.35, 2.64, 2.67, 2.692.77, 2.87  
    n,spice: 'mace' 2.35, 2.64, 2.67, 2.692.77, 2.87

my- onbep.vn: 'men' Ik heb lang getwijfeld of er niet men staat geschreven, maar volgens mij staat er toch echt my. 2.7, 2.22, 2.27 , 2.28, 2.83, 2.89a 
    indef.pron: 'one', 'they' I have doubted whether it reads men, but imo it really reads my. 2.7, 2.22, 2.27 , 2.28, 2.83, 2.89a 

-N-

naegel, nagel, naegelen (pl)- znw, specerij: 'kruidnagel' (passim)
    n, spice: 'clove' (passim)

nae sieden- ww: *'inkoken', 'een tijdje sudderen' 2.92
    vb: *'to reduce', 'to boil down' 'to simmer for a while' 2.92

nat, naet- znw: '(kook)vocht', 'sap' 2.24, 2.35 huenre nate, hoene nat, hoendernat- 'kookvocht van kippen' 'kippebouillon' 2.38, 2.39, 2.66 vlees naet- 'kookvocht van vlees' 'vleesbouillon' 2.33, gruen vleesch nat- 'bouillon van vers, ongezouten vlees' 2.39
    n: '(boiling) liquid', 'juice' 2.24, 2.35 huenre nate, hoene nat, hoendernat- 'liquid in which a chicken is boiled' 'chicken stock' 2.38, 2.39, 2.66 vlees naet- 'liquid in which meat is boiled' 'meat stock' 2.33 gruen vleesch nat- 'stock made from fresh, unsalted meat' 2.39

nooten muscaten, muscaten- znw, specerij: 'nootmuskaat' 2.2, 2.35, 2.67, 2.70
    n, spice: 'nutmeg' 2.2, 2.35, 2.67, 2.70

-O-

olije- znw: 'olie' Om te bakken. 2.37, 2.42a, 2.90, 2.92  
    n: 'oil' To fry2.37, 2.42a, 2.90, 2.92 

ommelyen- znw.: 'omelet' (niet in MNW) 2.22 
    n.: 'omelette' (not in MNW) 2.22 

om roeren- ww: 'omroeren' 2.39
    vb: 'to stir' 2.39

ongescelde- bnw: 'ongepelde' 2.3
    adj: 'unpeeled' 2.3

onioene- znw, groente: 'ui' 2.91, 2.92 
    n, vegetable: 'onion' 2.91, 2.92 

ontwee, ontwe- bw: 1. Eigenlijk 'in twee stukken' 2.42a 2. 'aan poeder', 'tot puree', 'fijn' (passim) 
    adv: 1. Actually 'in two pieces' 2.42a 2. 'into powder', 'into a mash', 'finely' (passim)

ontwe breken- ww: 1. *'stampen, fijnmaken en mengen' 2.1, 2.13, 2.95, 2.97, 2.100  2. 'loskloppen' Van eieren. 2.93, 2.96 
    vb: 1. *'to mash, to crush and mix' 2.1, 2.13, 2.95, 2.97, 2.100  2. 'to beat' Eggs. 2.93, 2.96 

oort- znw, munt: 'het vierde deel van een stuiver' (WNT) 2.67
    n, coin: 'a quarter of a penny' (WNT) 2.67

op gieten- ww: 'opgieten' 2.39, 2.89
    vb: 'to pour over' 2.39, 2.89

op sieden (op gesoden), op zyen- ww: 'opkoken' 2.2, 2.3, 2.16, 2.17, 2.21, 2.47, 2.48, 2.52, 2.53
    vb: 'to bring to the boil' 2.2, 2.3, 2.16, 2.17, 2.21, 2.47, 2.48, 2.52, 2.53

ouen, oouen (oven)- znw: 'oven' 2.11, 2.28, 2.54, 2.55, 2.63, 2.642.76, 2.80   
    n: 'oven' 2.11, 2.28, 2.54, 2.55, 2.63, 2.642.76, 2.80 

ouergieten (ouergegoten)- ww: 'ergens overheen gieten' 2.88
    vb: 'to pour over something' 2.88

-P-

pan- znw, keukengerei: 'pan' 2.21, 2.42a, 2.90 
    n, kitchenware: 'pan', 'casserole' 2.21, 2.42a, 2.90

pap- znw, gerecht: 'pap' Vloeibare spijs. 2.48a
    n, dish: 'porridge' 2.48a

papier- znw: 'papier' 2.23
    n: 'paper' 2.23

Paeschen- znw: 'Pasen' 2.41
    n: 'Easter' 2.41

pastey- znw, gerecht: 'pastei' 2.18, 2.19, 2.61, 2.64 pastey van runtvlees- 'runderpastei' 2.87  conyn pasty- 'konijnenpastei' 2.79 scouwer pasty- 'schouder pastei' 2.85 vlees pastey- 'vleespastei' 2.15
    n, dish: 'pasty', 'pie' 2.18, 2.19, 2.61, 2.64 pastey van runtvlees- 'beef pasty' 2.87  conyn pasty- 'coney pasty', 'rabbit pasty' 2.79 scouwer pasty- 'shoulder pasty' 2.85  vlees pastey- 'meat pasty' 2.15

pauw- znw, gevogelte: 'pauw' 2.45
    n, fowl: 'peacock' or 'peahen', but mostly male birds were prepared because of their feathers. 2.45

peeper- znw 1. specerij: 'zwarte peper' In korrels of gemalen. 2.1, 2.15, 2.37, 2.39, 2.40, 2.41, 2.42a, 2.49, 2.55, 2.60, 2.61, 2.67, 2.70, 2.85, 2.87, 2.100     2. gerecht: 'pepersaus' Een meestal donkere, goed gekruide saus voor in de winter. 2.60 langen peeper- piper longum, een pepersoort met kleine korreltjes die in dichte trosjes groeien 2.69   sueten peeper- 'zoete pepersaus' (?) 2.4 witte peper- 'witte pepersaus' 2.53 Zie ook bypeeper
    n, 1. spice: 'black pepper' Whole or ground. 2.1, 2.15, 2.37, 2.39, 2.40, 2.41, 2.42a, 2.49, 2.55, 2.60, 2.61, 2.67, 2.70, 2.85, 2.87, 2.100    2. dish: 'pepper sauce' A mostly dark coloured, heavily spiced sauce for the winterseason. 2.60 langen peeper- piper longum, a pepper that grows with small seeds in dense catkin like spike 2.69 sueten peeper- 'sweet pepper sauce' (?) 2.4 witte peper- 'white pepper sauce' 2.53 See also bypeeper

peeper coeck- znw, gerecht: 'peperkoek' 2.742.76  stercken peeper coeck Sterk gekruide of compact gebakken peperkoek?2.44
    n, dish: + 'gingerbread' A sweetened cake spiced with pepper. 2.742.76  stercken peeper coeck Strongly flavoured or compactly baked gingerbread?2.44

peerden swant- znw: 'paardenstaart' In de context van het recept kan ik deze betekenis niet thuisbrengen 2.22 
    n: 'horse tail' I don't know what this means in the context of the recipe 2.22 

pellen- ww: 'pellen' 'schillen' 2.742.76  Hier 'de huid verwijderen' 2.37
    vb: 'to peel'2.742.76  Here 'to peel off the hide' 2.37

peterselien, petercelie, petercely, peterselye, petercelijen- znw, kruid: 'peterselie' 2.5, 2.25, 2.33, 2.42a2.75, 2.89, 2.94  petercelye blaeder (pl), peterselie blaeder- 'peterselieblaadjes' 2.44, 2.58 petercelie wortelen (pl)- 'peterseliewortels' 2.44 
    n, herb: 'parsley' 2.5, 2.25, 2.33, 2.42a2.75, 2.89, 2.94  petercelye blaeder (pl), peterselie blaeder- 'parsley leaves' 2.44, 2.58 petercelie wortelen (pl)- 'parsely roots' 2.44

pint- znw, inhoudsmaat: 'pint' Dit is 5,86 deciliter (VH) 2.31, 2.67, 2.79, 2.85  
    n, liquid measure: 'pint' This is 5,86 decilitres, slightly more than the UK or US modern pints (VH). 2.31, 2.67, 2.79, 2.85  

poemeyen- znw, gerecht: 'appelmoes' 2.93
    n, dish: 'apple sauce' 2.93

poeree, puereye, pureyen- znw 1. gerecht: * 'puree' 2.48, 2.91(?), 2.92   2. groente: 'prei' 2.91(?)
     n 1: dish: 'purée' 2.48, 2.91(?), 2.92   2. vegetable: 'leek' 2.91(?)

poluer, puluer, poeder- znw: 1. 'poeder' 2.23, 2.36, 2.94  2. Een mengsel vcan specerijen 2.45, 2.93, 2.99  goet poeder: 2.33
    n: 1. 'powder', 2.23, 2.36, 2.94  2. A mixture of spices 2.45, 2.93, 2.99 goet poeder: 2.33

pont, ponden (pl)- n, gewichtsmaat: 'pond' Dit is 430 gram (Gents pond, VH). 2.15, 2.17, 2.18, 2.19, 2.20, 2.26, 2.27, 2.69, 2.72, 2.79, 2.80, 2.83, 2.85, 2.86, 2.87
    n, measure: 'pound' This is 430 gram (Pound of Gent, VH) or a bit less than the English pound (lb), which is 454 gram). 2.15, 2.17, 2.18, 2.19, 2.20, 2.26, 2.27, 2.69, 2.72, 2.79, 2.80, 2.83, 2.85, 2.86, 2.87 

pot- znw, keukengerei: 'kookpot van aardewerk, steen of metaal' 2.2, 2.3, 2.11, 2.21, 2.32, 2.61, 2.63, 2.93  eerden pot- 'aardewerken pot' 2.65, 2.88  nieuwen eerden pot- 'nieuwe aardewerken pot' 2.21 schoonen pot- 'schone pot' 2.23 potken- 'potje' 2.35
    n, kitchenware: 'pot', 'saucepan' 2.2, 2.3, 2.11, 2.21, 2.32, 2.61, 2.63, 2.93  eerden pot- 'earthenware pot' 2.65, 2.88  nieuwen eerden pot- 'new earthenware pot' 2.21 schoonen pot- 'clean pot' 2.23 potken- 'small pot' 2.35

pruymen, prumen, pruijmen- znw, vrucht: 'pruimen' 2.18, 2.19, 2.63  pruymen (pl) van Dammast, prumen van den mast- 'kwetsen' Pruna Damascena, een langwerpige blauwe pruim (CI 236) 2.15, 2.28
    n, fruit: 'plum' 2.18, 2.19, 2.63 pruymen (pl) van Dammast, prumen van den mast- 'damsons' Pruna Damascena, blue-black oblong plums (CI 236) 2.15, 2.28

puren- ww: 'reinigen, clarifiëren' 2.99
    vb: 'to clarify' 2.99

-Q-

quaerten, quaert, quarten- znw, maat: Volgens MNW twee pinten, dat is 1,17 liter. 2.16, 2.17, 2.20, 2.21, 2.26, 2.31, 2.35, 2.69, 2.73, 2.80, 2.83, 2.84   
    n, measure: According to MNW two pints, i.e. 1,17 litre or a bit more than 4 1/2 cup (1,125 litre). 2.16, 2.17, 2.20, 2.21, 2.26, 2.31, 2.35, 2.69, 2.73, 2.80, 2.83, 2.84   

quetsen- ww: 'vermorzelen', 'fijnmaken' 2.16, 2.21
    vb: 'to crush' 2.16, 2.21

-R-

raolie, raep smout- znw: 'raapolie' 2.292.75, 2.78  
    n: 'rape oil', 'cole seed oil' 2.292.75, 2.78 

raspen- ww: 'raspen' Brood 2.82
    vb: 'to grate' Bread 2.82

rebbe- znw? bnw?: De meest passende betekinis volgens het MNW is 'bladnerf', maar het recept is voor bessen, niet voor bladeren. Zou rebbe een verschrijving voor rode kunnen zijn? Dan zou er rode rybes staan: 'rode bes'. Of rebbe betekent 'geribbeld', dan zou het om een soort bes met ribbels moeten gaan, misschien een soort kruisbes (ook ribes)?  2.24
    n? adj?: The only meaning that could make any sense in the MNW is 'vein of a leaf', but the recipe is for berries, not for leaves. Maybe rebbe is an error in writing for red? Then it would read rode rybes: 'redcurrant'. Or rebbe means 'ribbed', and indicates a ribbed currant, maybe a kind of gooseberry (also ribes)? 2.24 

reyger- znw, gevogelte: 'reiger' 2.41
    n, bird: 'heron' 2.41

richten- ww: 'opdienen' 2.93, 2.99  
    vb: 'to serve' 2.93, 2.99  

rijs- znw, graan: 'rijst', 2.85
    n, grain: 'rice' 2.85

roffioelen (pl), roffiolen (pl)- znw, gerecht: 'pasteitjes' Maar in 2.25 en 2.33 lijkt de betekenis toch echt 'ravioli'.
    n, dish: 'small pasties' However, in 2.25 and 2.33 it really seems to mean 'ravioli'.

roggen broot- broot

rompen- znw, specerij: 'nootmuskaat' 2.15, 2.16, 2.18, 2.19, 2.21
    n, spice: 'nutmeg' 2.15, 2.16, 2.18, 2.19, 2.21

ronnen- ww: *'stollen' Van een ei. 2.97, 2.98, 2.99  
    vb: *'to set' Of an egg. 2.97, 2.98, 2.99   

room- znw, zuivel: 'room' 2.17 zueten room, zoeten roomen- 'verse room' 2.11, 2.93, 2.96 
    n, dairy: 'cream' 2.17 zueten room- 'fresh cream' 2.11, 2.93, 2.96 

roos- znw, plant: 'roos', 2.23
    n, plant: 'rose' 2.23 

roosmaryn- znw, tuinkruid: 'rozemarijn' roosmaryn blaeder- 'rozemarijnblaadjes', 2.46
    n, herb: 'rosemary' roosmaryn blaeder- 'rosemary leaves' 2.46

roost, roosten (pl)- znw, gerecht: 'gebraad' 2.52
    n, dish: 'roast' 2.52

roosten, geroost- ww: 'roosteren' 2.10 
    vb: 'to roast' 2.10

rooster- znw, keukengerei: 'rooster' 2.36, 2.37, 2.38, 2.65, 2.88, 2.89  
    n, kitchenware: 'gridiron' 2.36, 2.37, 2.38, 2.65, 2.88, 2.89 

root- bnw: Eig. 'rood'. Hier 'bruin' Van het roosteren. 2.10
    adj: Lit. 'red'. Here 'brown' From toasting. 2.10

rosynen, rosijnen (pl)- znw: 'rozijnen' 2.6, 2.15, 2.45, 2.47, 2.55, 2.64, 2.87
    n: 'raisins' 2.6 , 2.15, 2.45, 2.47, 2.55, 2.64, 2.87

rouw- bnw: 'rauw' 2.39
    adj: 'raw' 'uncooked' 2.39

rueren- ww: 'roeren' 2.21
    vb: 'to stir' 2.21

ruet- znw, vet: '(nier)vet', 'reuzel' 2.15, 2.79, 2.87  
    n, grease: 'suet', 'lard' 2.15, 2.79, 2.87   

runtsvlees, runtvlees- znw: 'rundvlees' 2.61, 2.87
    n: 'beef' 2.61, 2.87

rybes- znw, vrucht: 'ribes', 'aalbes' Ribes is een verzamelnaam voor vruchtstruiken met rode, zwarte en witte bes. Rode bessen en zwarte bessen zijn inheems in Europa. De rode bes wordt voor het eerst in het begin van de vijftiende eeuw vermeld in Duitsland, zwarte bessen worden een eeuw later gecultiveerd.  (AD) 2.24
    n, fruit: 'currant', 'ribes' There are redcurrants, blackcurrants and whitecurrants. Redcurrants and blackcurrants are indigenous to Europe. Redcurrants are first mentioned early in the fifteenth century, in Germany, blackcurrants are cultivated a century later. (AD) 2.24 

ryuier visch- znw: 'zoetwatervis' 2.95, 2.96 
    n: 'freshwater fish' 2.95, 2.96 

-S-

sanen, zaen, zanen- znw, zuivel: 'room' 2.732.742.75, 2.81  dicke zanen 2.80  
    n, dairy: 'cream' 2.732.742.75, 2.81  dicke zanen 2.80  

sangwijn- bnw: 'bloedrood' 2.52
    adj: 'blood-red' 2.52

sauie- znw, gerecht: * 'saus op basis van salie' 2.98
    n, dish: * 'sauce based on sage' 2.98

saus, zause- znw, gerecht: 'saus' 2.14, 2.49, 2.50, 2.51, 2.52, 2.56, 2.65
    n, dish: 'sauce' 2.14, 2.49, 2.50, 2.51, 2.52, 2.56, 2.65

saut- znw: 'zout' 2.1
    n: 'salt' 2.1

scellen, gesceld(en)- ww: 'schillen', 'pellen' 2.12, 2.72
    vb: 'to peel' 2.12, 2.72

scellen (pl)- znw: 'schubben' 2.12
    n: 'scales' Of a fish. 2.12

schoen- bnw: 'schoongemaakt' 2.24
    adj: 'cleaned' 2.24

schotel, scotel schotelen (pl), scotelen (pl)- znw, tafelgerei: 'dienschotel' 2.21, 2.24, 2.33, 2.362.77, 2.89  eerden schotel- 'aardewerken schotel' 2.85
    n, tableware: 'serving dish' 2.21, 2.24, 2.33, 2.362.77, 2.89  eerden schotel- 'earthenware dish' 2.85  

sclissen of scliffen- ww: 'splijten, klieven' (?) (Niet in MNW of WNT) 2.98
    vb: 'to split asunder' (?)(Not in MNW of WNT) 2.98

scouwer- znw, vlees: 'schouder' 2.85
    n, meat: 'shoulder' 2.85

schuymen- ww: 'afschuimen' 2.1
    vb: 'to skim off' 2.1

scillen (pl)- znw: '(eier)schalen'2.42a
    n: 'egg shells' 2.42a

selue, zeluen- znw, kruid: 'salie' 2.42a, 2.44, 2.81 Zie ook sauie seluen blaeder- 'salieblaadjes' 2.46
    n, herb: 'sage' 2.42a, 2.44, 2.81 See also sauie seluen blaeder- 'sage leaves' 2.46

seroop, seroopen- znw: 'siroop' 2.83 ; Om wijngelei te kleuren. Er zal dan siroop van gecarameliseerde suiker worden bedoeld: 2.21 ; Kant en klaar gekochte siroop2.67
    n: 'syrup' , 2.83 ; Used to colour a wine jelly. Supposedly syrup made with caramelized sugar: 2.21 ; Ready bought: 2.67

sieden- zieden

sincken- ww: 'bezinken' (?) Het gaat hier om een gelei, die moet opstijven. 2.16
    vb: 'to settle' (?) This recipe is for a jelly, so it should say "jellify" here. 2.16  

slaen- ww. 1. 'slaan' 2. 'kapot slaan' Van een ei. 2.97  duer slaen
    vb: 1. 'to beat, to strike' 2. 'to break' An egg. 2.97  duer slaen 

slecht, slechte- bn: 'eenvoudig' 2.83
    adj: 'simple' 2.83

sleese- slaen

sluyten- ww: 'afdekken' Met een plak brood. 2.76
    vb: 'cover' With an slice of bread. 2.76

smelten, gesmolten- ww: 'smelten' 2.82, 2.89a 
    vb: 'to melt' 2.82, 2.89a 

smijten- ww: smijten' 2.83
    vb: 'to throw' With force 2.83

smout- znw: 'vet' 2.41
    n: 'fat' 2.41

snoek, snoeck- znw, riviervis: 'snoek' 2.8, 2.12
    n, fish: 'pike' 2.8, 2.12

snoecx kuijte- znw, ve vis: 'snoekkuit' 2.54    
    n, oa fish: 'pike's roe' 2.54

snyden- ww: 'snijden' 2.47, 2.76, 2.77, 2.85, 2.91   
    vb: 'to cut' 2.47, 2.76, 2.77, 2.85, 2.91   

sofferaen, soffraen- znw, specerij: 'saffraan' Passim
    n, spice: 'saffron' Passim

sofferanen- ww: * 'kruiden/kleuren met saffraan' 2.1
    vb: * 'to spice/colour with saffron' 2.1

sout- zout

souten, gesouten- zouten 

speck- znw, vlees: 'spek' of 'varkensvet' 2.79
    n, meat: 'bacon' or 'pork'
2.79

speen vercken- znw, vee: 'speenvarken' 2.44
    n, cattle: 'sucking pig' 2.44

spruwen- ww: *Braekman stelt voor: 'sudderen' 2.93
    vb: *Braekman suggests: 'to simmer' 2.93

spijs- znw: 'voedsel', 'mengsel' 2.76, 2.100 
    n: 'food', 'mixture' 2.76, 2.100

spijsappel- zie appelen
    see appelen

spyscruyt- znw, specerijen: 'specerijenmengsel' 2.70
    n, spice: 'spice mixture' 2.70

steen- znw, deel ve vrucht: 'pit' 2.11, 2.63, 2.78
    n, part of a fruit: 'stone' 2.11, 2.63, 2.78

sterck- stercken peeper coeck

stermyn, stemmyn, stommyn, starmyn, stamyn- znw, keukengerei: 'zeef', 'zeefdoek' 2.2, 2.24, 2.34, 2.35, 2.63, 2.66, 2.72, 2.92, 2.94, 2.95, 2.97    
    n, kitchenware: 'strainer', 'straining cloth' 2.2, 2.24, 2.34, 2.35, 2.63, 2.66, 2.72, 2.92, 2.94, 2.95, 2.97     

stijf- bnw: 'stevig' 2.83
    adj: ''firm' 2.83

stockvisch- znw, vis: 'stokvis' Gedroogde, ongezouten kabeljauw. 2.35
    n, fish: 'stockfish' Dried, unsalted cod. 2.35

stof- znw: *'vulling' 2.62
    n: *'stuffing' 2.62

stoten, stooten, gestooten- ww: 'fijnstampen' In een vijzel. (passim)
    vb: 'to crush', 'to grind' In a mortar. (passim)

strauwen, strouen- ww: 'strooien'  2.662.77, 2.79, 2.89  
    vb: 'to sprinkle' 2.662.77, 2.79, 2.89  

struue, struuen (pl)- znw, gerecht: 'omelet' Met alleen eiwit: 2.100
    n, dish: 'omelette' With only egg white: 2.100

suete, zuete- bnw: 1. 'zoet' 2. 'vers' of 'ongezouten' 2.4, 2.11, 2.13, 2.31 3. 'zacht' of 'aangenaam' zoet cruijt Vgl Frans 'poudre douce', een mengsel van gember en kaneel, met eventueel nog andere specerijen en suiker 2.63
    adj: 1. 'sweet' 2. 'fresh' or 'unsalted' 2.4, 2.11, 2.13, 2.31 3. 'mild' or 'agreeable' zoet cruijt Comp. French 'poudre douce', a mixture of ginger and cinnamon, with perhaps other spices and sugar. 2.63

suycker, suijcker- zuycker

sukeren (gesukert)- ww: 'bestrooit met suiker' 2.89
    vb: 'sprinkled with sugar' 2.89

suyckerey- znw, gerecht: *Een ondoorzichtige gelei of soort hartige bavaroise, met amandelen en room gebonden. 2.17
    
n, dish: * An opaque jelly or savoury bavarois, thickened with almonds and cream).
2.17

swam, zwam, zwaem- znw, deel ve vis: 'zwemblaas' Hiervan wordt "vislijm" gemaakt. 2.35
    n, part oa fish: 'sound' This is used for isinglass. 2.35

swanen halsen- znw, deel ve dier: 'zwanenhals' 2.46
    n, part oa animal: 'swan's neck' 2.46

swerte- bnw: 'zwart' 2.26
    adj: 'black' 2.26

sye, zye, sij- znw, keukengerei: 'zeefdoek' (niet in MNW of WNT) 2.71, 2.722.742.75 
    n, kitchenware: 'straining cloth' (not in MNW or WNT) 2.71, 2.722.742.75 

-T-

tafel- znw: 'tafel' 2.83
    n: 'table' 2.83

taerte, tarte- znw: 'taart' 2.6, 2.55, 2.89a  appel taerten- 'appeltaart' 2.76  besy tarten- 'bessentaart' 2.78   keers tarten- 'kersentaart' 2.78 saen taert- 'roomtaart' 2.80  venckeltaert- 'venkeltaart' 2.77
    n: 'tart', 'pie', 'cake' 2.6, 2.55, 2.89a  appeltaerten- 'apple pie' 2.76 besy tarten- 'berry pie' 2.78 keers tarten- 'cherry pie' 2.78 saen taert- 'cream pie' 2.80  venceltaert- 'fennel pie' 2.77 

tay- bnw: 'stevig' 2.83
    n: 'firm'

tems, teems- znw, keukengerei: 'haren zeef' om melk te zeven (MNW)  2.73, 2.79  
    n, kitchenware: 'hair sieve' to strain milk (MNW2.73
, 2.79 

terwe- znw, graan: 'tarwe' 2.73
    n, grain: 'wheat' 2.73

teyl- znw, keukengerei: 'aardewerken schotel' 2.76, 2.85  eerden teyl 2.80 
    n, kitchenware: 'earthenware dish' 2.76
, 2.85  eerden teyl 2.80 

tornysol- znw, kleurstof: 'tournesol' Hier: Een linnen doek werd meermalen geweekt in sap van bessen. Als je daarna deze doek spoelde in een vloeistof, dan werd deze gekleurd. 2.21
    n, colouring agent: 'turnsole' A linen cloth was steeped several times in the juice of berries. When you rinsed this cloth in a liquid, the liquid would be coloured.
2.21

tvier- vier

tym- znw, tuinkruid: 'tijm' 2.75
    n, herb: 'tyme' 2.75

-U/V-

vasteldagen- znw: 'vastendagen' Buiten de vastentijd, dus zuivelproducten waren wel toegestaan. Daarom ook: 'visdagen' 2.96
    n: 'fast days' outside of lent, so dairy products were permitted. Therefore also: 'fish days' 2.96  

vasten- znw: 'vastentijd' Vooral de veertig dagen vanaf Aswoensdag tot Pasen, maar ook de woensdagen, vrijdagen en zaterdagen in de Quatertemperweken: perioden waarin het eten van vlees en dierlijke producten en zuivel was verboden. Tijdens "normale" weken was op -meestal- woensdagen, vrijdagen en zaterdagen vlees verboden, maar zuivel was wel toegestaan (JSvW). 2.6, 2.37, 2.54, 2.55, 2.57, 2.64, 2.85, 2.95, 2.96    
    n: 'Lent' In the forty days from Ash Wednessday till Easter, but also the Wednessdays, Fridays and Saturdays during Ember Days, all meat, meat products and diary products were forbidden. During "normal" weeks the eating of meat was forbidden on -mostly- Wednessdays, Fridays and Saturdays, but diary products were permitted (JSvW).
2.6, 2.37, 2.54, 2.55, 2.57, 2.64, 2.85, 2.95, 2.96  

vel- znw: 'vel', 'huid' Van een vis 2.12
    n: 'skin' Of a fish 2.12

venckel zaet- znw, tuinkruid: 'venkelzaad' 2.77
    n, herb: 'fennel seed' 2.77

verckens been- znw: Lett. 'varkenspoot' Maar omdat de "voeten" van het varken apart worden genoemd denk ik meer aan 'hamschijf' 2.34
    n: Litt. 'pig's leg' But because "trotters" are mentioned separately , maybe 'gammon' was meant. 2.34

verckens zult- znw, vleesbereiding: 'varkenszult' In een zure vloeistof of met zout geconserveerd varkensvlees. 2.94
    n, meat preparation: 'pork brawn' Meat, conserved in salt or an acid liquid. 2.94 

vercken vlees- znw: 'varkensvlees'; verschen vercken vlees- 'ongezouten varkensvlees' (vers van de slacht) 2.91
    n: 'pork meat'; verschen vercken vlees- 'unsalted pork meat' (freshly slaughtered) 2.91

vermede- znw: 'warmte', 'temperatuur' 2.95, 2.96 
    n: 'warmth', 'temperature' 2.95, 2.96 

verwen- ww: 'verven', 'kleuren' 2.21, 2.28, 2.47, 2.56a
    vb: 'to paint', 'to colour' 2.21, 2.28, 2.47, 2.56a

vet, vetten- bnw: 'vet' 2.85 ;  *Vetgemest? 2.10
    adj: 'fat' 2.85 ;  *Crammed? 2.10

vet- znw: 'vet' 2.32, 2.41
    n: 'fat' 2.32, 2.41

vetkens (pl)- znw: 'spek', 'vet', 'kaantjes' ? 2.85
    n: 'bacon', 'pork', cracklings' ? 2.85

vier, tvier- znw: 'vuur' Het open vuur waarboven en -voor werd gekookt. 2.4, 2.11, 2.37, 2.38, 2.52, 2.95, 2.97   met cleynen viere- 'op laag vuur' 2.30
    n: 'fire' The fire on top and in front of which the food was prepared. 2.4, 2.11, 2.37, 2.38, 2.52, 2.95, 2.97   met cleynen viere- 'on low fire' 2.30

vierdeel, vier deel, vierendeel- znw: 'éénvierde deel' ofwel een 'kwart' 2.12, 2.18, 2.19, 2.21, 2.26 2.67, 2.68
    n: 'a fourth' or 'a quarter' 2.12, 2.18, 2.19, 2.21, 2.26 2.67, 2.68

vierdelloot, vierdeloot- loot

vincken (pl)- znw, gevogelte: 'vinken'  2.94
    n, fowl: 'finches'  2.94

visch, vys- znw, dier: 'vis' 2.1, 2.35, 2.37, 2.38, 2.60, 2.90, 2.98  
    n, animal: 'fish' 2.1, 2.35, 2.37, 2.38, 2.60, 2.90, 2.98  

vlaey, vlade- znw, gerecht: 'vla' Een soort taartvulling, gebakken in de oven zonder deeg.  2.11, 2.54, 2.57, 2.63 Maar soms met deeg: 2.89a  appelvlaeden- 'appelvla' 2.74 zaenvlaeden- 'roomvla'  2.73 sonder vlaeden- Onder toegevoegde room? 2.75
   
n, dish: 'flan', 'custard' A pie stuffing without the though, baked in the oven. 2.11, 2.54, 2.57, 2.63 But sometimes with dough: 2.89a  appelvlaeden- 'apple custard' 2.74 zaenvlaeden- 'cream custard'  2.73, sonder vlaeden- Without cream added? 2.75

vlees, vleesche- znw: 'vlees' 2.15, 2.98
    n: 'meat' 2.15, 2.98

vlees naet, vleesch nat- znw: 'vleesbouillon' 2.33
    n: 'meat broth' 2.33

vlier- znw, plant: 'vlierboom' bloemen van vlier- 'vlierbloesem' 2.13
    n, plant: 'elderberry' bloemen van vlier- 'elderberry flowers' 2.13

vlierden moes- znw, gerecht: 'puree van vlierbloesem' 2.13
    n, dish: 'purée of elderberry flowers' 2.13

voeten (pl)- znw: Hier 'varkenspootjes' 2.34
    n: Here 'pork trotters' 2.34

vryfse ontwee, vryf dat ontwee- 'wrijf ze stuk' 2.39, 2.92
    'grind them apart' 2.39, 2.92

vuer (lees: [u]uer)- n, tijdsaanduiding: 'uur' 2.80 
    n, time: 'hour'
2.80 

vullen, gevult- ww: 'vullen' 2.44, 2.45, 2.46
    vb: 'to stuff' 2.44, 2.45, 2.46

vuyt, vuyte- bw: 'uit'
    adv: 'out (of)'

vuyt ghieten- ww: 'uitgieten' 2.38
    vb: 'to pour out', 2.38

vygen (pl), vijghen- znw, fruit: 'vijgen' 2.5, 2.6, 2.47, 2.55
     n, fruit: 'figs' 2.5, 2.6, 2.47, 2.55

vysel- znw, keukengerei: 'vijzel', 'mortier' 2.21
    n, kitchenware: 'mortar' 2.21

-W-

waelpot- znw, inhoudsmaat: Voor wijn en bier, volgens het MNW en WNT gelijk aan één pint, dus ongeveer 1,17 liter 2.68
    n, liquid measure: Specifically for wine and beer, according to MNW and WNT equal to one pint, i.e. 1, 17 liter , 2.68   

waermoes, wermoes- znw: 1. '(blad)groenten' 2. 'stoofschotel' 2.91
    n: 1. '(leafy) vegetables' 2. 'stew' 2.91

waesdom- *'waterdamp' Mogelijk is dit een verschrijving voor "waes", want "waesdom" betekent eigenlijk 'groei, aanwas, winst'. 2.32
    *'vapour' Possibly an error in writing for "waes", because "waesdom" actually means 'growth, profit'. 2.32 

water- znw: 'water' 2.3, 2.4, 2.32, 2.37, 2.83, 2.89a   Zie ook borne
    n: 'water' 2.3, 2.4, 2.32, 2.37, 2.83, 2.89a   See also borne

wellen- ww: 1. 'wentelen' 2.33 2. 'koken', 2.37, 2.38, 2.95, 2.97 
    vb: 1. 'to coat' 2.33 2. 'to boil' 2.37, 2.38, 2.95, 2.97 

werm- bnw: 'warm' 2.56, 2.71, 2.83, 2.91 
    adj: 'warm' 2.56, 2.71, 2.83, 2.91 

weycken, geweyct- ww: 'weken' 2.21, 2.36, 2.81
    vb: 'to steep' 2.21, 2.36, 2.81

wilt braet- znw, gerecht: 1. 'wildbraad' 2.40 2. 'groot stuk vlees' (?) 2.79
    n, dish: 1. 'roast game', 'venison' 2.40 2. 'large roast' (?) 2.79

wissen- ww: 'afvegen' 2.12
    vb: 'to wipe' 2.12

witten broode- broot

wringen- ww: 'uitknijpen' 2.33
    vb: 'squeeze'

wyn- znw, drank: 'wijn' (passim) ryn wyn- 'Rijnwijn' 2.20 witten wijn, wijtten wyn- 'witte wijn' 2.14, 2.51, 2.66
    n, drink: 'wine' (passim) ryn wyn- 'Rhine wine' 2.20 witten wijn, wijtten wyn- 'white wine' 2.14, 2.51, 2.66

wijnter- znw: 'winter' 2.50, 2.52
    n: 'winter' 2.50, 2.52

wijt- bnw: 'wit' 2.37, 2.662.77
    adj: 'white', 2.37, 2.662.77

wytte (pl), wit, dwit- znw: 'eiwitten' 2.42a, 2.84  2.94, 2.100
    n: 'egg whites' 2.42a, 2.84 2.94 , 2.100

-Y/IJ-

yser- znw, keukengerei: '(wafel)ijzer' 2.22 
    n, kitchenware: '(waffle) iron' 2.22 

ysoop- znw, tuinkruid: 'hysop' 2.75
    n, herb: 'hyssop' 2.75

-Z-

zanen- sanen
    sanen

zap- znw: 'sap' 2.33
    n: 'juice' 2.33

zause- saus

zeem- n, ingrediënt: 'honing' In het bijzonder de eerste vette honing die zonder persen uit de raat komt, ook wel 'maagdenhoning' of 'ongepijnde honing' geheten  2.67, 2.68, 2.72
    n, ingrediënt: 'honey' Especially the first, thick honey that comes out of the comb without pressing  2.67, 2.68, 2.72

zeluen- selue
    selue

zieden, sieden, zyen, gesoden- 1. ww: 'koken' Passim 2. znw: met eenen zieden- Aan de koken brengen en meteen van het vuur halen? 2.91
    1. vb: 'to boil' Passim 2. n: met eenen zieden- Bring to the boil and immediately remove from the fire? 2.91

zoet, zoeten- sueten

zomer- znw: 'zomer' 2.44
    n: 'summer' 2.44

zope, zoppe- znw: '(kook)vocht' 2.33, 2.91
    n: 'liquid (that has been boiled)', 2.33, 2.91

zout, sout- znw: 'zout' 2.17, 2.29, 2.31, 2.81 
    n: 'salt' 2.17, 2.29, 2.31, 2.81

zouten, souten, gesouten- 1. ww: 'zouten' 2.10 2. ww: 'zouten' Iets met zout inwrijven en daarna met water afspoelen om ongerechtigheden te verwijderen. 2.12 3. znw: 'zout' Verschrijving voor "zout"?  2.16
    1. vb: 'to salt' 2.10 2. vb: 'to salt' To rub something with salt and then rinse it with water to cleanse it. 2.12 3. n: 'salt' Error in writing for "zout"? 2.16

zuete, zoeten- sueten

zuetmelc- melck

zuycker, suycker, suijker- znw, specerij: 'suiker' Passim wijtten zuycker- 'witte suiker' Dus geraffineerde (hoe primitief ook) suiker. 2.37 root zuycker, roet zuycker- Betekenis onduidelijk. 'bruine (ongeraffineerde) suiker', of 'gebrande suiker'? 2.37, 2.64, 2.95, 2.96   meelsuijcker- 'poedersuiker' (heel fijn gestampte suiker) 2.72
    n, spice: 'sugar' Passim  wijtten zuycker- 'white sugar' Meaning purified sugar. 2.37 root zuycker- Meaning unclear. 'brown (unpurified) sugar' or 'burned sugar'? 2.37, 2.64, 2.95, 2.96   meelsuijcker- 'powdered sugar' 2.72

zwaleuen (pl)- znw, gevogelte: 'zwaluwen' 2.94
    n, fowl: 'swallows' 2.94

zweetse- znw, gerecht: een zeker gebak (MNW) keeszweetsen- 'kaasgebak' 2.75
    n, dish: a kind of pastry (MNW) keeszweetsen- 'cheese pastry' 2.75 

zwijnen vlees- znw: 'varkensvlees' 2.62
    n: 'pork' 2.62

zye- sye
    sye

zyen- op sieden

 

 

Links naar andere sites over historisch koken

Sitemap

Contact

Links to other sites on culinairy history

Sitemap

This page was last updated on 16-08-09. (day-month-year)