Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Diplomatische editie + vertaling
Inleiding bij de glossaria

 

Sitemap
Over Christianne Muusers

Glossarium bij de diplomatische editie van "Wel ende edelike spijse"
(ms UB Gent 1035, voorheen "Keukenboek")

Klik hier voor uitleg over de gebruikte afkortingen en de opbouw van de lemmata.

Dit is het glossarium bij de diplomatische editie van "Wel ende edelike spijse", ms. UB Gent 1035. Behalve een glossarium is dit ook een index, de getallen achter de woordverklaringen verwijzen naar de recepten in de editie waar het trefwoord wordt gebruikt.

De rangschikking van de trefwoorden verschilt van de gangbare alfabetische rangschikking:  
- Er geen onderscheid gemaakt tussen "y" en "ij". In de rangschikking van de woorden valt "ij" onder "y". In middeleeuwse teksten lijkt er geen verschil in betekenis te zijn tussen de twee letters, bovendien zijn ze vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden (in dit manuscript waren ze overigens goed van elkaar te onderscheiden).
- Er is geen onderscheid gemaakt tussen "i" en "j".
- Woorden die met een "z" beginnen staan bij de "s".

Heeft U suggesties of correcties, of mist U een bepaalde uitleg in dit glossarium, laat het mij dan weten (Contact).

A  B  C  D  E  F  G  H  I/J  K  L  M  N  O  P  Q  R  S/Z  T  U  V  W  X  Y/IJ (Z = S)

-A-

agrette- znw: * 'verjus' Van het oudfrans 'aigret'. 2.14

amandelen (pl), ammandelen (pl)- znw: 'amandelen' 1.23, 1.26, 2.4, 2.7, 2.11, 2.28

amandelmeel- znw: 'fijngemalen amandelen' 2.4

amandelen melke, amandelen melc, amandel melc, amandel melke- znw: 'amandelmelk' 1.14, 1.16, 1.17, 1.23, 1.26, 2.4, 2.7, 2.11, 2.24

amandeleyt- znw, gerecht: Dikke pap(?)gemaakt met gemalen amandelen. 1.14, 1.inhoud 

amidom, amidoms- znw: 'zetmeel' 1.28

amig van Alexandre- znw, specerij: 'Ethiopische komijn' Zaad van Trachyspermum ammi. 1.33

amiroen, amyroen- znw, gerecht: * Volgens MNW variant van amidom, 'zetmeel'. amiroen inden pot gemaect- 'lammetjespap' Met amandelmelk ipv melk. 2.24, 2.inhoud

anguwissen- znw, vrucht: 'anguissepeer' Een soort peer.1.15

anijs- znw, tuinkruid: 'anijszaad' 1.15

appel, appelen-  znw, vrucht: 'appel' 1.3, 1.6, 1.16, 1.inhoud

appelmoes- znw, bereiding: 'appelmoes' 1.16, 1.inhoud

asijns, asyne- znw: 'azijn' 1.32, 2.16 wijnasijne, wijn asijn, wijn asyne- 'wijnazijn' 1.15, 1.26, 1.31, 2.12, 2.20, 2.28 

-B-

backen- ww: 'bakken' In vet. 1.18

baers, baerse, baersse, baersen, baerssen- znw 1. zeevis: 'zeebaars' 1.19 2. zoetwatervis: 'rivierbaars' 3. 'baars' Niet te bepalen zoet- of zoutwatervis wordt bedoeld. 2.10, 2.11, 2.inhoud

bake- znw, vlees: 'zij spek' 2.18

barghin, barghijn- bnw: 'van het varken', 'varkens-' 1.1 barghin vleesch: 'varkensvlees' 1.3, 2.3 barghijn smout, barghijn smoute- 'varkensvet' 2.4, 2.5

been- znw, deel ve dier: 'poot' 1.9 

benden- ww: 'buigen' 1.20

bereeden- ww: 'bereiden' 2.17

bernen- ww: 'aanbranden' 2.11

bestroyen (bestrooyt)- ww: 'bestrooien' 1.30, 2.4

binden (gebonden)- ww: 'binden' Van een saus of pap. 2.20, 2.24

bindet ... vast- vastbinden

blancmengier, blamengiere- znw, gerecht: 'blancmanger' Een lichtgekleurde saus of dikke brei, gebonden met amandelen of amandelmelk. 2.4 Met vis. 2.11, 2.inhoud

blasen, blaesen- ww: 'blazen' Tussen vel en vlees. 2.13

blat, bladeren (pl)- znw: 1. 'schijf' 1.6 2.  'vel' Van deeg. 1.19, 1.22, 2.2

bloemmen, bloemme- znw: 'fijne tarwebloem'  1.20, 1.21, 1.29

bongnette- znw, gerecht: 'beignet' Klein gefrituurd gebak. 1.3, 2.1, 2.2

borne- znw: 'bronwater' Dus geen regenwater. 2.18

botere, botre, bueter- znw: 1. 'boter' 2.18 2. 'amandelboter' 1.26

braden, braeden (gebraden)- ww: 'braden' In alle betekenissen: in een pan, roosteren aan het spit of op een rooster. 1.11, 1.12, 1.19, 1.24, 1.28, 2.3, 2.9, 2.13, 2.18, 2.20, 2.23, 2.29

breden- ww: 'uitspreiden' 1.25

broeyen- ww: 'broeien' Begieten met heet water na de slacht van een dier om er makkelijker de borstels of veren af te krijgen. 2.13

brood, broot, broode- znw: 'brood' 1.11, 1.24 Als bindmiddel. 1.2, 1.8, 2.7, 2.10, 2.12, 2.15, 2.16, 2.19, 2.20, 2.29 wittebrood, witte broode, witte broods-  'wittebrood' 1.14, 1.17, 2.14, 2.17, 2.22

broum- znw: 'schuim' 1.25

bruwet, bruwette- znw: 'kookvocht' 1.7, 1.9, 2.19, 2.22, 2.27

bueter- boter

buke- znw, deel ve dier: 'buik' 1.28

-C-

cabelyauwe, cabbelyauwe- znw, vis: 'kabeljauw' Zeevis. 1.16, 1.27

cabuse coolen- znw, groente: 'witte kool' 1.15 

caesvat- znw, keukengerei: 'kaasvorm' 1.26 

cameline- bnw: sausse cameline Naam van een saus , vaak met kaneel, maar hier zonder kaneel bij haas. 2.16

caneele, caneels- znw, specerij: 'kaneel' 1.7, 1.9, 1.15, 1.20, 1.23, 1.32, 1.33, 2.5, 2.8, 2.9, 2.12, 2.13, 2.23

capoen, capoene- znw, gevogelte: 'kapoen', 'gecastreerde haan' Een haan werd gecastreerd om hem beter te kunnen vetmesten.  1.21.10, 1.inhoud, 2.4, 2.5, 2.27, 2.28, 2.29, 2.inhoud

cappen- ww: 'klein snijden', 'hakken' 1.2, 1.3, 1.17, 1.19, 1.20, 2.2, 2.9, 2.13, 2.29

case, kaes- znw: 1. 'kaas'  2. 'amandel"kaas"' 1.26 case van gauy, kase de gein- 'Goudse kaas' 1.21, 1.inhoud, 2.2 murwen case- 'verse kaas' 2.26

chiueye- znw, gerecht: Naam van een saus bij baars met o.a. komijn en verjus. In de receptenlijst aan het einde van hoofdstuk 2 heet deze saus "seueye". 2.10

clareyt- znw: 'met specerijen gekruide wijn' Van witte of rode wijn. 1.33, 1.inhoud

cleden- ww: 'bekleden', 'bedekken' 2.5

cleen, clene- bnw/bw: 'klein', 'fijn' (passim)

cleenlike- bw: 'met mate' 1.26

cleet- znw, keukengerei: 'doek' 1.11 

coelen- vercoelen

commijne, commineyen- znw, gerecht: * Een saus met komijn, 2.7, 2.20, 2.inhoud maar soms zonder komijn. 1.8

compost- znw, gerecht: 'hutspot', 'kost'  Een fijngekookte of anderszins fijn of tot moes gemaakte eetbare massa (aldus WNT). 1.15, 1.inhoud

comijn, commijn, commyne, comine- znw, specerij: 'komijn' 2.7, 2.10, 2.20, 2.inhoud

cool- znw, groente: 'kool' Cabuse coolen 1.15

cop- znw: lett. 'kom', 'vorm voor een pastei' 1.10

corduijn- znw: * 'ingewanden'? 2.12

corsten- znw: 'korst' Van brood. 1.17

couck- znw: 'koek', 'taart', 'gebak' coucken in de panne- 'pannenkoeken' 1.3  coukelkins- 'koekjes' 1.21

cranen- znw, gevogelte: 'kraanvogel' 1.12, 1.inhoud 

crauwelkin- znw, keukengerei: 'vorkje' Met twee of drie tanden.  1.6

crevetse, creuetsen- znw, schaaldier: 'kreeft' of 'rivierkreeft'  1.3, 1.4, 1.inhoud

crickelsteenen (pl)- znw, vrucht: 'kersen' Misschien een bepaalde soort (MNW 'kersenpitten', maar kernellen van crickelsteenen betekent dan 'pitten van kersepitten'). 1.15  

cruden (ghecruut)- ww: 'kruiden', 'specerijen toevoegen' 1.12 

cruud, cruut, crude, cruden- znw: 'gemalen specerijen' 1.3, 1.16, 1.19, 1.27, 1.33, 2.27

cruyme, crume, cruymen- znw: 'kruim' Van een hoeveelheid brood. 2.14, 2.15, 2.17, 2.19, 2.20, 2.22

cueruelkin- znw, keukengerei: 'korfje' 1.26 

-D-

dachterste- dachterste dien

dadel- znw, vrucht: 'dadel' 1.15

decken- ww: 'bedekken' 1.11

deech, deege, deegh, deeghe- znw: 'deeg' 1.5, 1.10, 1.19, 1.20, 1.21, 1.24, 1.28, 1.inhoud, 2.1, 2.2, 2.5, 2.21, 2.26 pipesen deege- 'deeg met kaas erdoor' 2.2

deesemen- ww: 'kneden' 1.20, 1.25

deyeren- eyeren

dicke- bnw: 'dik', 'dik vloeibaar' 1.17

dickent- bw: 'vaak' 1.16 

dien (pl)- znw, deel ve dier: lett. 'dijen' 2.13 dachterste dien- 'de achterbouten' 1.25

doder, dodere (pl), doderen (pl)- znw: 'dooier' Van een ei. 1.1, 1.2, 1.20, 1.25, 1.29, 2.9, 2.23, 2.25, 2.26, 2.29

doreren- ww: 1. 'vergulden', 'goudgeel kleuren' Bijvoorbeeld door vóór het braden bestrijken met rauwe eidooiers, al dan niet met saffraan. 1.20, 1.24 2. 'goudbruin roosteren' 2.3 

dragye, dragie- znw, specerij: 'gesuikerde specerijen' Zoals onze rose en witte muisjes (JSvW). Deze werden ook wel afzonderlijk opgediend na de maaltijd, samen met gekruide wijn (JSMW). 1.3,  1.10, 1.19, 1.28, 2.2, 2.25

droogen- bnw: 'gedroogde' 1.13 

droopen- ww: 'bedruipen' Met vet. 1.4, 1.19

druven van rosinen- uitdr, vrucht: 'druiventrossen' (MNW vglk. frans: grappe de raisins)? 1.1: 'druiven' In een zomersaus.

duuen (pl)- znw, gevogelte: 'duiven' 2.21, 2.inhoud

dwaen- ww: 'wassen' 1.7, 1.25, 2.12, 2.23

dwale- znw, keukengerei: 'doek' 1.11, 1.26

dweers- bw: 'overdwars' 1.24 

dwitte- znw: 'het witte

dynne- bnw: 1. 'dun' 1.6, 1.22, 2.27 2. 'vloeibaar' 1.5, 2.1, 2.2

-E-

edelen- bnw: 'voortreffelijk' 1.inhoud

eerdinen- bnw: 'aardewerken' 1.7

eeuere- znw, dier: 'everzwijn' 1.24

el niet- frase: 'niets anders' 1.11 

enjuin, enjuun, enjune, enjunen (pl)- znw, groente: 'ui' 1.13, 2.7, 2.16, 2.inhoud

eten, heten, heeten- ww: 'eten' 1.12, 1.22, 2.9, 2.16, 2.19, 2.22

eye, eyers (pl), eyeren (pl), eyere (pl)- znw: 'eieren' 1.5, 1.8, 1.20, 1.21, 1.23, 1.24, 1.25, 1.inhoud, 2.1, 2.2, 2.5, 2.6, 2.13, 2.27, 2.29, 2.inhoud dodere van eyeren (met spellingsvarianten)- 'eidooiers' 1.1, 1.2, 1.20, 1.25,1.29, 2.9, 2.23, 2.25, 2.26, 2.29 dwitte van eyeren (met spellingsvarianten)- 'eiwit' 2.62.29

-F-

faersel, faersele, farsueren- vaersel

faysant, faysanten (pl)- znw, gevogelte: 'fazant' 1.12, 1.inhoud 

flasteye, flaestrie- bnw, gerecht: * Naam van een saus bij patrijzen. 1.23, 1.inhoud 

fruture, frutuere- znw: * In deeg verpakte spijs die in kokend vet is gebakken (WNT). Van de direct op de tussentitel volgende recepten valt alleen recept 1.27 onder die definitie. Tussentitel, 1.inhoud, 2.26

frijten, fruuten (gefrijt, gefruut)- ww: 'bakken of fruiten in vet' 1.2, 1.13, 1.15, 2.4, 2.11, 2.16, 2.29

-G-  g=gh

galentine- znw, gerecht: Volgens MNW "vis of vlees in gelei". In het recept voor deze galentine bij vis wordt geen bindmiddel genoemd. Misschien was dit zo bekend, dat vermelding ervan niet nodig was. 1.31, 1.inhoud

galligaen, galligaens- znw, specerij: 'galangawortel', 'laos' Lijkt op gemberwortel. 1.32

ghans, gansse, *gantes (pl), gansen (pl)- znw, gevogelte: 'gans' Wordt gegeten van 25 april tot 25 december. 1.12, 1.29, 1.inhoud, 2.14, 2.21, 2.inhoud

gansellieden (pl)- znw, gevogelte: * 'ganzebeesten' (?) 1.29

ganselzie, ganselgie, gansselgiede- znw, gerecht: * Oorspronkelijk een saus bij gans, later ook bij ander vlees. 1.29, 2.inhoud ganselgie dat men heet edel looc 2.28

gauy- case van gauy

gebonden- binden

ghecapt, gecapt- cappen 

ghecruud- cruden

gheel- gheheel 1.2     

ghefrijt, gefruut- frijten

gefroyseert, gefroygiert- 'stuk geslagen', 'verbrijzeld' Aangezien deze betekenis niet overeenkomt met het recept voor gevulde kapoen, is dit misschien een verschrijving voor gevaerst- 'gevuld'. 2.27, 2.inhoud

gheheel, gheel- bnw/bw: 'geheel', 'in hun geheel' 1.2, 1.11, 2.4 

gheheeten- eten

ghekelongiert, gekelangiert- wwv/bnw: 'geklopt', 'gepureerd' MNW clonen vlaams dialect is 'kloppen', 'slaan'. 1.13, 1.inhoud 

geleye, gyleye- znw, gerecht: * 'gelei' Gekookt vlees- of visnat, dat bij afkoeling opstijft door het gebruik van visgraten en schubben, 1.7, 1.inhoud of vleesbotten. 1.9, 1.inhoud

ghenouch- bw/tw: 'genoeg', 'in voldoende mate'

gepelt- pellen

ghepuerert- ww/bnw: 'uitgelekt' Lett. 'gezuiverd'. 1.13 

gesaudeert- sauderen

ghescerft- scerven

ghescuymt- scuymen

gheslegen- slaen

ghesneden- snijden

ghesoden, ghezoden, gezoden, gesoden- zieden

ghetempert- temperen

getiert- tieren

gevaerst, ghevaerst- vaersen

geueyen- * In recept 1.2 heet de saus "groender soueyen". Een saus met brood, hardgekookte eidooiers en fijngehakt eiwit. 1.inhoud witter geueye 2.29, 2.inhoud

ghewreuen- wriven

ghewronghen- vut wringen

ghewijnt- wwv/bnw: * 'met wijn' wel ghewijnt, 'met veel wijn erin' 1.12

ginghebare, ghingebare, ghinghebare, ghingebaers, gingebaers- znw, specerij: 'gember' 1.7, 1.9, 1.15, 1.20, 1.23, 1.32, 1.33, 2.5, 2.8, 2.9, 2.10, 2.12, 2.13, 2.16, 2.23, 2.29

graen- znw: 'graan', 'korrel' 1.17

groender, groenen- bnw: 'groene' 1.2, 2.9, 2.14

groene, tgheroone, tgroene- znw, groente: 'bladgroenten' 2.15, 2.inhoud

ghyse- znw: * 'uiterlijk' 1.28

gyleye- geleye

-H-

haest- * Verschrijving voor hooft, of voor harst. Recept 1.24 heeft "thooft vanden eeuere". 1.inhoud

halse, hals- znw, deel ve dier: 'nek' 1.11, 1.20

harinc- znw, vis: 'haring' 1.13  

harst- znw, deel ve dier: 'braadstuk' zie haest

hase- znw, dier: 'haas' 2.16, 2.inhoud

hauwen- vb: 'hakken' 1.25

hecten- ww: 'bevestigen' 1.6

heect- znw, vis: 'snoek' Riviervis. 1.inhoudnt

heet- bnw: 'heet' 1.12 2. ww: eten 1.22, 1.29, 2.9, 2.12, 2.13

herten (pl)- znw, dier: 'herten' 2.8

herten- ww: 'kelen', 'slachten' 2.12

hertin- bnw: 'van het hert' Of meervoudsvorm van "hert", herten. 2.inhoud

heten- ww: 1. eten 1.22, 1.29, 2.9, 2.12, 2.13 2. 'heten' 2.28

heygers- Verschrijving voor reygers.

hoen, hoene, hoendre (pl)- znw, gevogelte: 'hoen', 'kip' 1.3, 2.27

hoerendreete- znw, gerecht: 'hoerenwindje' Komische benaming voor een soort soesje. 2.1, 2.inhoud

hooc- bw: ooc, 'ook' 1.7    

hooft, hoofde- znw, deel ve dier: 'kop' 1.11, 1.20, 1.24 

houckine- znw, dier: 'ram of geitebok' 2.9, 2.inhoud

hout- out

houten- bnw: 'houten' 1.6, 1.9, 1.19

hu- vnw: 'uw'

huenich, huonich- znw: 'honing' 1.22

huut- znw, deel ve dier: 'huid' Zowel van vlees, 1.4 als van vis. 1.7, 2.18

huut, hute- uut 1.25, 1.28, 2.12

huutsen- ww: 'hutsen', 'roeren' 1.16

hynden (pl)- znw, dier: 'hinden' Vrouwelijke herten. 2.8

-I/J-

joute kelongie- * Naam voor een groentegerecht. 1.inhoud

-K-

kaes, kase- case

kelongie- joute kelongie

kensenruwelen (pl)- znw, vrucht: * Een soort peer (?, zie anguwissen). 1.15

kernel, kernellen (pl)- znw, deel ve vrucht: 'pit' 1.15  

keruen- ww: 'insnijden', 'kerven' 1.24 

ketele- znw, keukengerei: 'ketel', 'kookpot' Van metaal. 2.25

kiekene (pl)- znw, gevogelte: 'kuikens' 2.13, 2.inhoud

-L-

laerderen, lartderen, larderen (gelaerdeert)- ww: 'larderen', Besteken met dunne spekreepjes of bekleden met lapjes spek. 1.11, 1.12, 2.3, 2.8, 2.16, 2.20

laerdeyt- znw, gerecht: * Naam van een gerecht met gekookt, gestampt, opnieuw gekookt en vervolgens gelardeerd en geroosterd varkensvlees. 2.3, 2.inhoud

laert, laerds- znw, vlees: 'spek' 2.8, 2.9, 2.21

lammere (pl), lammeren (pl)- znw, dier: 'lammeren' 2.9, 2.inhoud

lanx- bw: 'overlangs' 1.24, 2.6 

lecker, leckers- znw: 'lekkerbek' 2.23, 2.inhoud

lemmoegen (pl)- znw, gevogelte: 'fazant' 1.12 

leple, lepel, lepele- znw: 'lepel' Hoeveelheid. 1.26, 2.23, 2.25, 2.28

lettel- bw: 'weinig', 'een beetje' (passim)

leuere- znw, orgaanvlees: 'lever' In deze tekst steeds van een vis. 1.16, 1.19, 2.17

lichame- znw: 'lijf', 'lichaam' 1.11, 2.27

liden- ww: 'passeren' In de zin van "door een zeef laten lopen". 1.7, 1.8, 1.9, 1.23, 2.16, 2.20

liese- znw, deel ve dier: 'net' Buikvlies. 1.25

loesengen (pl), loezengen (p)- znw: * 'pastilles' Ruitvormige snoepjes. 1.22, 1.inhoud 

lombardien- znw, eigennaam: 'Lombardije' Landstreek in Noord-Italië, bij uitbreiding: Italië. taerten van lombaerdien

looc, looke- znw 1. kruid: 'knoflook' 2.14, 2.17 2. gerecht: 'knoflooksaus' 2.17 groenen looke- Groene saus met zuring en knoflook. 2.14, edel looc- Saus met amandelen en saffraan. Knoflook wordt niet genoemd, maar wordt misschien geïmpliceerd door de naam van de saus. 2.28

lijnwaet- znw: 'linnen doek' 2.25

-M-

magher- bnw: 'mager' 2.3

malen (gemalen)- ww: 'vermalen' 2.10

mastic- znw, specerij: 'welriekende hars van de mastikboom' 1.33

matten- znw: 'spijs' Het MNW geeft deze betekenis van "mat" met de opmerking dat het niet zeker is dat er een zefstandig naamwoord met deze betekenis in het mnl heeft bestaan. Deze tekst lijkt mij een bewijs daarvoor. 1.26

meel, mele- znw: 'bloem' wit meel, wit mele- 'witte tarwebloem' 1.18, 1.21, 2.2

melk, melke, melc- znw: 1. 'melk' 1.8, 1.22, 1.29, 2.6, 2.23 2. 'amandelmelk' amandelen melke 1.26 melc van rijse- rijs melke Zie ook: scapin melc 

mingen, mingelen- ww: 'mengen' 1.15, 1.26

moelgen, moelgon- znw, gerecht: 'lekker hapje' Het MNW heeft alleen de vorm "moelie", maar noemt wel "molge" en "mulge" als middelnederduitse vormen. 2.25, 2.inhoud

mortier- znw, keukengerei: 'vijzel' 1.31.7, 1.27, 1.28, 1.33, 2.11

mortroel- znw, naam ve gerecht: Amandelbroodpap met witbrood. 1.17, 1.inhoud

mostaerde- znw: 'mosterd' 1.15

muerwen- bnw: 'week', 'zacht' 2.17

murzele-  znw, keukengerei: * 'vijzel' 1.9

-N-

nagel, nagle, naglen (pl)- znw 1. specerij: 'kruidnagel' 1.15, 1.32, 1.33, 2.12 2. deel ve dier: 'nagel', 'klauw' 1.4

nagelkin, nagelkins (pl), nagelkine- znw, specerij: 'kruidnagel' Verkleinwoord van nagel. 1.7, 1.9, 1.20, 2.13

nap- znw, keuken- of tafelgerei: 'drinknap', drinkbeker' 2.15

-O-

olyen- znw, kookvet: 'olie' 1.22 

onghequetst- bnw: 'onbeschadigd', 'gaaf' 1.6

onsse, onssen, onse: znw, maat: 'ons' Dit was 1/16 deel van een pont, dus bijna 27 gram (VH). 1.31, 1.32, 1.33

ontkeeren- ww: 'bederven' 1.11

out- bnw: 'oud' 1.33

-P-

paeldinc- znw, vis: 'paling' 2.19, 2.inhoud

paeu, paeuw, pauwen - znw, gevogelte: 'pauw' 1.11, 1.inhoud 

panne- znw, keukengerei: 'pan', 'braadpan' 1.22, 1.26, 2.15, 2.28

pareidenloke- znw, groente: 'prei' 1.13 

partrijse, pertrijse, partrisen(pl), pertricen (pl), pertrijsen (pl), pertriten (pl)- znw, gevogelte: 'patrijs' 1.23, 1.28, 1.inhoud, 2.20, 2.inhoud

pastey, pasteyen- znw, gerecht: 'pastei', Een bak van deeg met een vulling, in de oven gebakken. 1.10, 2.2, 2.inhoud

pedercelle- petercellen

pelle- znw, deel ve vrucht: 'schil'  1.6

pellen (gepelt)- ww: 'schillen' Van vruchten, noten en eieren. 1.16, 2.6, 2.28 

pentenine- znw, naam ve saus: Serrure verbeterde dit in peteuinne. Dit zou saus 'Poitevin'  kunnen betekenen. 1.15  

peper, pepre, pepers, pepere- znw: 1. specerij: 'zwarte peper' In korrels of gemalen. 1.2, 1.3, 1.13, 1.20, 1.25, 1.31, 2.5, 2.12, 2.13, 2.15, 2.16, 2.19, 2.20, 2.23, 2.27  2. peper, pepere- gerecht: 'pepersaus' Een meestal donkere, goed gekruide saus. 1.12, 1.32, 1.inhoud, 2.12, 2.18, 2.inhoud bruijn pepere- 'bruine pepersaus' 2.21

pertrijse, pertricen, pertriten- partrijse

petercellen, pedercelle- znw, tuinkruid: 'peterselie' 1.2, 1.15, 2.9, 2.15, 2.19

peteuinne- pentenine

pipefarsen- znw, gerecht: * 'gevulde pijpjes' 1.inhoud

pipes, pipesen- pypes

platteel, platteele- znw, tafelgerei: 'platte schotel' Schotel van aardewerk JSvW. 1.9, 1.16, 1.26, 2.5, 2.10

pluymen- ww: 'plukken', 'ontdoen van veren' 1.11 

pluymen- znw, deel ve dier: 'veren' 1.11 

pochieren, pocheren (gepochiert)- ww: 'pocheren' 1.8, 1.25, 1.inhoud

poelge, poelgen- znw, gevogelte: 'jonge kip' 1.1, 1.3, 1.inhoud

polioene, polioens, polyoene- znw, kruid: 'polei' Een muntsoort. 2.22, 2.inhoud

pont- znw, maat: 'pond' Dit is 430 gram (Gents pond, VH). 1.23, 1.31

pot, potte- znw, keukengerei: 'kookpot van aardewerk, steen of metaal' 1.1, 1.14, 1.16, 2.4, 2.11, 2.22, 2.24, 2.25, 2.inhoud - eerdinen pot- 'aardewerken pot' 1.7

poudere- znw: 'poeder' 1.33, 2.23

pouderen, poudoren- ww: 1. 'fijnmaken' Lett. 'tot poeder maken'. 1.16, 1.24 2. 'bestrooien'' 1.27, 2.12, 2.23

pricken- znw, vis: 'prik' ofwel 'lamprei' Er zijn zout- en zoetwaterprikken. 1.31, 1.inhoud

prieme, priem- znw, keukengerei: 'priem' 1.11, 1.28 houten priem, priem van houte- 'houten priem' 1.24, 2.3 priemken- 'priempje' 1.25 houten priemkens, priemken van houte- 'houten priempje(s)' 1.19, 1.28

pynneke- znw, keukengerei: 'pinnetje', 'steker' 1.6

pype- znw: 'bladsteeltje'?, 'pepermunt (het snoepje)' ? Betekenis hier niet duidelijk. 1.33

pypes, pipes, pipesen, pypesen- znw, gerecht: 1. 'pijpjes' Langwerpige, holle koekjes. 1.21, 1.inhoud, 2.2 2.  * Naam van een gerecht van in stukken gesneden capoen met gehakt vlees en hardgekookte eieren verpakt in deeg en gefrituurd. 2.5, 2.inhoud

-Q-

quaerten- znw, maat: Volgens MNW twee pinten, dat is 1,17 liter. 1.32

-R-

rasspeyte, raspeyte- znw, gerecht: * Naam voor een saus met rozijnen bij jonge kip in de zomer. Misschien verwant aan Oudfrans 'raspure' (ontpitte druif)? 1.1, 1.inhoud

rau, rauwe- rou 

rechten- ww: 'opmaken' Van een schotel. 2.29

reene- bnw: 'schoon', 'zonder ongerechtigheden' 1.15  

reyger- znw, gevogelte: 'reiger' 1.12 

roede- znw, deel ve dier: 'penis' 2.23, 2.inhoud

roffioele, roffioelen (pl)- znw, gerecht: 'klein gevuld pasteitje' Zoiets als de Spaanse empanadilla(?) 1.3, 1.27, 1.inhoud Gehaktballetjes in schapennet. 1.25

ronden- ww: 'rondmaken' 1.19

roomen- ww: 'stremmen' Het MNW geeft als betekenis -met deze vindplaats- "room afscheiden". Toevoeging van een zuur medium als wijnazijn laat melk (en blijkbaar ook amandelmelk) echter stremmen. 1.26

roosten- ww: 'roosteren', 'op een rooster braden' 1.4

roostere- znw, keukengerei: 'rooster' 1.19

root- bnw: 'bruin' Van het bakken. 1.25

rosijnen- znw, vrucht: 'druif', 'rozijn' rosijnen van ouerzee- 'rozijnen' 1.17

rou, rau, rauwe- bnw: 'rauw' 1.25, 1.28, 2.8, 2.13

roudet- Verschrijving voor rondet- ronden

rugghen- znw, ve vis: 'filet' Van de rug. 1.18

rusoles (pl)- znw, gerecht: * 'rissoles' Klein gerecht van gevuld bladerdeeg of flensjes, synoniem van roffioelen. 1.inhoud

ruymen- ww: 'uithollen' 1.6

rijs melke, melc van rijse- znw: * 'rijstemelk' Onduidelijk wat dit precies is. Het WNT geeft als betekenis: 'rijstepap'. Misschien wordt er het week- of kookvocht van de rijst bedoeld? 2.4, 2.11

rijvissce- znw, vis: 'zeebaars' Zeevis. 1.27

-S- sc=sch

sackelkyn- znw, keukengerei: 'zakje' Een puntvormige zakje waarin de specerijen werden gelegd. De wijn werd over de specerijen gegoten. 1.33

saelye- znw, kruid: 'salie' 2.15

salm, salmen- znw, vis: 'zalm' 1.13, 1.19, 1.28  

zalmen- 'zal men' En niet: 'zalm'! 2.17

sap- sop

sauderen (gesaudeert)- ww: 'hechten', 'vastmaken' 1.19

sausse, saussen, sause- znw, gerecht: 'saus' 1.15, 1.23, 1.inhoud, 2.9, 2.16

saysoen- znw: 'seizoen' 1.inhoud

scape- znw, dier: 'schaap' 1.25 

scapin- bnw: 'van een schaap' scapin roede- 'schapenpenis' 2.23, 2.inhoud scapin melc- 'schapenmelk' 2.25

schelle- znw, onderdeel ve dier: '(vis)schub' 1.7

schelvissche- znw, vis: 'schelvis' Zeevis. 1.16 

scerven (gescerft)-ww: 'fijnsnijden' 1.13 

scouden- ww: 'broeien' Begieten met heet water na de slacht van een dier om er makkelijker de borstels of veren af te krijgen, 2.12 of het vel van een vis. 2.18

scouder, scouderen- znw, deel ve dier: 'schouder' 1.11, 1.20  

scuetele, scuetelen, schotelen, scotelen- znw, tafelgerei: 'schotel' 1.2, 1.30, 2.2, 2.25, 2.inhoud

scuymen (gescuymt)- ww: 'afschuimen' 1.15

zeem- znw: 'honing' Speciaal honing die vanzelf zonder persen uit de honingraten is gevloeid, ongepijnde honing. 1.15

zeevisch- znw: 'zeevis' 1.19, 2.17, 2.inhoud

sefers- eeuere

zenuwe- znw, deel ve dier: 'spier', 'pees', 'zenuw' 1.9

settet ... off- 'haal het van het vuur' 2.24, 2.27

seueye- znw, gerecht: Naam van een saus bij baars. Volgens het MNW een uiensaus, maar in dit recept komen een uien voor. In het recept zelf heet deze saus "chiueye". 2.inhoud

sextier- znw, maat: * 'ongeveer 46,8 liter' Volgens VH is één "sextier" gelijk aan 40 "mengel", is één "mengel" gelijk aan een halve "stoop", één "stoop" gelijk aan 1/16 "anker", één "anker" gelijk aan een kwart "aam", en bij een aam vinden we dan eindelijk de omrekening naar het metrieke stelsel: één "aam" is ongeveer 150 liter. 1.33

sieden, zieden (gezoden, gesoden)- ww: 'koken' In vloeistof, ook in vloeibaar vet (passim) zieden in eenen wal- 'één keer opkoken', 'blancheren' 2.23

slaen (gheslegen)- ww: 1. 'loskloppen' Van eieren. 2.1, 2.2, 2.6 2. 'hakken' 2.9

smout, smoute, smouts- znw, kookvet: 'dierlijk en plantaardig vet of olie' 1.4, 1.6, 1.12, 1.22, 2.2, 2.16, 2.18, 2.26, 2.29  wallende smout- 'kokend vet' 1.10, 1.18, 2.1, 2.6 smout vanden scape- 'schapenvet' 1.25  barghijn smout, barghin smout- 'varkensvet' 1.1, 2.4 witten barghijn smoute- 'vers vet spek' 2.5 wit smout- 'wit vet' 2.28

snouk, snouken- znw, vis: 'snoek' Zoetwatervis. 1.7, 1.10, 1.18, 1.27

snijden (gesneden)- ww: 'snijden' 1.4, 1.6, 1.7, 1.10, 1.16, 1.17, 1.18, 1.20, 1.22, 2.8

snijdende- bnw: 'scherp'  1.6

zoetelike- bw: 'met mate' (MNW) 1.7

zoeten- zoeten watre

soffraen, sofraen, soffrane- znw, specerij: 'saffraan' 1.31.7, 1.8, 1.9, 1.13, 1.14, 1.15, 1.16, 1.17, 1.18, 1.20, 1.23, 1.27, 1.29, 1.31, 2.7, 2.8, 2.9, 2.10, 2.19, 2.20, 2.23, 2.25, 2.27, 2.28, 2.29

sop, sope, sap, zope- znw, vloeistof: 'vocht', 'nat' 1.13, 2.14, 2.19

sout, zout, zoute- znw, specerij: 'zout' 1.3, 1.13, 2.13

souten, zouten- ww: 'zouten' 1.7, 1.8, 1.27, 2.7

soveyen- znw, gerecht: Naam voor een groene saus met peterselie bij kapoen. Aldus opgenomen in het MNW (met als enige vindplaats dit recept). Echter, de receptenlijst aan het eind van het eerste hoofdstuk, en recept 2.29 (ook voor een -dit keer witte- saus bij kapoen) hebben geueyen als naam voor dit gerecht. "soveyen" kan een verschrijving hiervoor zijn. 1.2

speten- ww: 'aan het spit rijgen' 1.11 

spit- znw, keukengerei: 'draaispit' 1.24, 1.28 

spouwen- ww: 'fileren', 'opensnijden' 1.7 Omdat in dit recept gelei wordt gemaakt werd de vis waarschijnlijk niet gefileerd maar alleen opengesneden en schoongemaakt.

spijc- znw, kruid: 'lavendel' 1.331.33

spijse - znw: 'voedsel', 'eten'  titel

staert, steert- znw: 1.  deel ve dier: 'staart' 1.11 - 2. deel ve vrucht: * 'steel' Van een appel. 1.6 

stampen (ghestampt)- ww: 'fijnstampen' In een vijzel. 1.16, 1.21, 1.23, 2.2, 2.3, 2.26

steen, steenen (pl)- znw, deel ve vrucht: 'pit' 1.15, 1.17

stermijse, stemize, stemyse- znw, keukengerei: 'zeef', 'zeefdoek' 1.7, 1.8, 1.23, 2.16, 2.20

sticke, sticken (pl)- znw: 'stuk', 'brok' 1.7, 1.16, 1.25, 2.9 - met sticken: 'in stukken gesneden' 1.1

stoten (gestoten)- ww: 'fijnstampen' In een vijzel. 2.4, 2.28

stroo- znw: 'stro' 1.26

stroyen- ww: 'strooien' 1.16, 2.5

struve, struwen- znw, gerecht: 'dunne pannekoek' 1.18, 1.inhoud

stuer- znw, vis: 'steur' Vooral zoetwatervis. 1.30, 1.inhoud

suker, sukere, sukers- znw, specerij: 'suiker' 1.14, 1.15, 1.22, 1.26, 1.28, 2.4, 2.5, 2.11, 2.24, 2.25, 2.26 suker ghesmolten, ghesmolten sukere- 'suikerstroop' 1.5, 2.1, 2.6, 2.11 sukers wit- 'witte suiker' 1.33 

sukeren (ghesukert)- ww: 'met suiker bestrooien' 1.6, 1.24

surkele- znw, kruid: 'zuring' 2.14

swane- znw, gevogelte: 'zwaan' 1.20 swanen hals- 'zwanenhals' 1.inhoud

zweerden- znw, deel ve dier: 'huid bedekt met haar, borstels of veren' 1.24 

swert- bnw: 'zwart' 2.4

swijne beene, swijnen beenen, zwijne beene, zwijnen beenen - znw, deel ve dier: 'varkenspootjes' 1.3, 1.4, 1.inhoud

zwijnen rebben- znw, vlees: lett. 'varkensribben', 'spareribs' 1.10  

swijnen smoute- znw, kookvet: 'varkensvet'  2.2

swijnen vleesche, zwijnen vleesche- znw, vlees: 'varkensvlees' 1.20, 2.13

-T-

taerte, taerten- znw, gebak: 'taart' 1.22 taerten van lombaerdien- 'hartige taart uit Lombardije' 1.10, 1.inhoud

tafle, taflen- znw: 'tafel' 1.11, 1.24 

talven- ten halve frase: 'halfgaar' 1.1

te puente, te poynte- frase: 'zodanig dat' 1.11

temperen (ghetempert)- ww: 'vermengen' Meestal door toevoeging van vocht. (passim)

tfaersel, tfaerzer- vaersel

tfel- vel

tfier- vier

tgheroone, tgroene- groene

thooft- hooft

tieren (getiert)- ww: * 'fijnstampen'  Verwant met Latijn tero, trivi, tritum, "wrijven". 1.32

tinke, tincken- znw, vis: 'zeelt' Zoetwatervis. 1.7, 2.18, 2.19, 2.inhoud

tsap- sop

tsaysoen- saysoen

-U-

uasten- vasten

uut, vut, huut, hute- bw/vz: 'uit'

-V-

vaersel, vaerzele, faersel, faersele, tfaerzer- znw: 'vleesvulling' Mengsel van fijngehakt gaar vlees, eventueel met specerijen en /of eieren. 1.3, 1.4, 1.5, 1.6,1.19, 1.20, 1.25, 1.28, 1.inhoud, 2.1, 2.2, 2.3, 2.5, 2.6, 2.13, 2.27

vaersen (ghevaerst)- 'vullen', 'farceren' 1.3, 1.5, 1.6, 1.inhoud, 2.6, 2.13, 2.23, 2.inhoud

vastbinden- ww: 'vastbinden' 2.25

vastene, vastenen- znw: 'vastentijd' Vooral de veertig dagen vanaf Aswoensdag tot Pasen, maar ook de woensdagen, vrijdagen en zaterdagen in de Quatertemperweken: perioden waarin het eten van vlees en dierlijke producten en zuivel was verboden. Tijdens "normale" weken was op -meestal- woensdagen, vrijdagen en zaterdagen vlees verboden, maar zuivel was wel toegestaan (JSvW). 1.16, 1.17, 1.22, Tussentitel, 1.inhoud 

vasten struven- znw, gerecht: 'pannekoek in de vastentijd' Dus zonder eieren. 1.18

vat- caesvat

venkele- znw, kruid: 'venkel' Waarschijnlijk het venkelzaad. 1.30, 1.inhoud

venysoen- znw, vlees: 'wildbraad' 2.8, 2.inhoud

vercoelen, coelen (vercoelt)- ww: 'afkoelen' 1.5, 1.7, 1.9, 1.101.13, 1.15, 1.22, 1.26, 2.3, 2.7, 2.20, 2.25

verdecken (verdeecht) - ww: 'afdekken' 1.6

vel- znw, deel ve dier: 'vel', 'huid' 1.20, 2.13

velthoen- znw, gevogelte: 'patrijs', maar ook 'fazant' 1.12 

vergaderen- ww: 1. 'samenbrengen' 1.19 2. * 'stevig worden' In de betekenis van "gaar worden" (?) 1.28

verjuse- znw: 'verjus' Sap van zure, onrijpe druiven. 2.10, 2.17

verkin- znw, dier: 'varken' 2.12, 2.inhoud

vermuheeren- ww: * 'verstoren' ?? Betekenis niet duidelijk. In WNT vermuieren 'vermengen met ingrediënten van mindere kwaliteit'. 1.11 

verstropen- ww: 'afstropen' 1.4 

verwallen (verwallen)- ww: 'koken', 'verhitten' 1.11, 1.13,1.19, 1.25, 2.16, 2.inhoud

vet, vetten- znw: 'vet' 1.18

vet- bnw: 'vet' 2.13, 2.23

vier, fier, tvier, viere, tfier- znw: 'vuur', Het open vuur waarboven en -voor werd gekookt. 1.4, 1.111.13, 1.23, 1.25, 1.28, 2.4, 2.28, 2.29 cleen vier- 'laag vuur'  1.20

vier- telw: 'vier'1.19

vierendeel- znw: 'kwart' vierendeel pont- 'kwart pond' ofwel 107,5 gram (zie pont) 1.31, 1.32, 1.33

vierdonc- znw, maat: 'het vierde van een mark' Een "marc" is volgens het MNW een half pond (8 middeleeuwse "onsen"), dus een "vierdonc" zou een gewicht van 54 gram zijn. VH geeft echter aan dat een Vlaamse mark 6 "ons" woog, een "vierdonc" zou dan ongeveer 40 gram zijn. 1.33

vinckelsaet- znw, kruid: 'venkelzaad' 1.15

vinger, vingeren (pl)- znw, maat: 'vingerlengte' 6 à 7 cm. 1.19

visch, vissche, visschen (pl)- znw: 'vis', Neutraal. 1.7, 1.19, 1.27, 1.inhoud, 2.17

viuees, viues- znw: * Naam van een gerecht van gehaktballetjes in schapennet. 1.25, 1.inhoud 

vladen (pl)- znw, gerecht: * 'gevuld deeggebak' 2.inhoud ghesoden vladen- Gefrituurd deeg met een vulling van verse kaas en eidooiers. 2.26

vleesch, vleessche- znw: 'vlees' Neutraal. 2.2, 2.13, 2.27 - barghin vleesch- 'varkensvlees' 1.3, 2.3 swijnen vleesche, zwijnen vleessche- 'varkensvlees' 1.20, 2.13 wederin vleesch- 'hamel vlees' 2.22

voet- znw, deel ve dier: 'voet' 1.9 

vullen (ghevult)- ww: 'vullen' 1.4, 1.5, 1.6, 1.20, 2.2, 2.6, 2.26

vut wringhen (vut ghewronghen)- ww: '' uitwringen' 2.14

vyge, vigen(pl), vygen (pl)- znw, vrucht: 'vijg' 1.15, 1.17, 1.18, 1.27

-W-

waermoes, warmoes- znw: 'bladgroenten' 1.13, 1.inhoud 

wallen (gewallen)- ww: 'koken' water, maar ook vet 1.4, 1.8, 1.10, 1.18, 1.29, 2.1, 2.3, 2.6

water, watere- znw, vloeistof: 'water' (passim) zoeten watre- 'zoetwater' 2.17

weder- 1. bw: 'weer', 'opnieuw' 2. znw, dier: 'hamel' Gecastreerde ram. 2.inhoud

wederin- bnw: 'van een hamel' 2.22

wel- bw: 'goed', 'grondig'

wintelen, wyntelen- ww: 'wentelen', 'doorhalen' 1.5, 2.1, 2.6, 2.26

witte, witten- bnw: 'wit' witte worsten, witten barghijn smoute, wit smout

witte-znw: 1. 'het witte deel' (hier van prei) 1.13 2. 'het witte vlees' vVn gevogelte 2.4, of vis 2.11 3. 'eiwit'  2.6, 2.29

wittebrood, witte broode, witte broods- broot

worst, worsten- znw, vlees: 'worst' 1.inhoud - witte worsten 'witte worsten' Uit rec.1.18 blijkt dat de vulling voor de "worsten" in een dun deegvel wordt gewikkeld, waarna dit wordt gekookt (soort canelloni). Met vleesvulling: 1.3 Of met visselever: 1.19

worttelen (pl)- znw, deel ve plant: 'wortels' worttelen van pedercelle- 'peterseliewortels' 1.15

wriven, wrijven, wryuen (ghewreuen)- ww: 1. 'fijnwrijven', fijnstampen in de vijzel' (passim) 2. 'uitrollen' Van deeg. 1.22

wijn, wijns, wijne, wine- znw, vloeistof: 'wijn' (passim)

wijnasijne, wijn asijn, wijn asyne- asijn 

-X-

-Y/IJ-

ydelen- ww: 'leeghalen' 1.5

yserin- bnw: 'ijzeren' 1.6

 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ 
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJA 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ
 A 
 B 
  C 
  D 
  E 
  F 
  G 
  H 
  I/J 
  K 
  L 
  M 
  N 
  O 
  P 
  Q 
  R 
  S/Z 
  T 
  U 
  V 
  W 
  X 
  Y/IJ

 

Sitemap

Contact

Links naar andere sites over historisch koken

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 15-09-09.