|
|
Naar het complete historische recept met inleiding en illustraties |
Kweeëntaart.
(Printversie van het recept september/oktober 2004 (1 pagina A4), klik
hier voor inleiding en illustraties)
2 pagina's A4
Ingrediëntenlijst:
6 kweeën (ongeveer anderhalve kilo)
125 gram gemalen amandelen
125 gram kwark (volle, niet ontvet)
125 gram ongezouten boter op kamertemperatuur
75 gram rozijnen
50 gram suiker
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemengde specerijen (ik koos voor gember, cardemom, piment en
kruidnagel in een verhouding van 10:4:1:1 -samen dus één theelepel-, maar je
zou ook simpelweg speculaaskruiden kunnen nemen)
6 eidooiers
deeg voor de korst (zie elders op deze site_
Voorbereiding:
Kook de geschilde en in stukken gesneden kweeën gaar (zie hieronder bij het
recept voor de gelei). Maak ondertussen het deeg. Gebruik een simpel
pasteideeg met toevoeging van 50 gram suiker.
Het oorspronkelijke recept wil nu dat alles wordt fijngestampt, maar ik vind het
leuker om de rozijnen op het laatst door de vulling te doen. Doe dus alles
behalve rozijnen en het deeg in een blender of grote vijzel en maak er een moes
van.
De hoeveelheid voor de vulling is voldoende voor twee grote vlaaien of twee
springvormen met een diameter van 22 cm. Je kunt het makkelijk halveren. Echter,
als je de kweegelei wilt maken, is het beter bovenstaande hoeveelheid kweeën te
nemen, want door het lange inkoken houd je uiteindelijk naar verhouding maar
weinig gelei over.
Bereiding: Bekleed een ingevette en met bloem bestrooide springvorm of vlaaienvorm met het deeg. Verdeel de vulling over het deeg, versier evenueel de rand van de taart naar eigen inzicht. Bak de taart in de oven (180 grC) gedurende 40 tot 50 minuten. Controleer of de vulling gaar is, haal de vorm uit de oven, en laat vijf minuten rusten. Haal dan de taart uit de vorm, en laat deze op een taartrooster afkoelen, of serveer meteen.
Serveren: Tja ... Wanneer en hoe serveer je nou een taart? Dat is bij de thee, voor de
visite of op een verjaardag. Je kunt een taart ook als (machtig) dessert bij een
diner serveren. Niet automatisch met slagroom. Geklopte room was in die tijd nog zó
bijzonder dat het als een aparte schotel ter tafel kwam.
Als je ook onderstaande kweeëngelei hebt gemaakt, zou je een "grand
dessert" kunnen samenstellen met (warme) taart, een lepeltje gelei, en met een lepeltje
rozenwater opgeklopte slagroom (zonder suiker). Het onderstaande recept voor de gelei
is ruim
twee eeuwen jonger dan het taartrecept, maar er zijn ook contemporaine recepten
voor kweeëngelei te vinden.
Ingrediëntenlijst:
per pond kweeën 1 liter water
per liter water 800 gram suiker
neutrale spijsolie, of amandelolie
een mooie geleivorm
Voorbereiding: Schil de kweeën. Leg de geschilde vruchten meteen in voldoende koud water, om
verkleuren tegen te gaan. Snijd de kweeèn in stukken, haal het klokhuis eruit
(een appelboor zou wel eens kunnen sneuvelen, vandaar eerst snijden, dan
klokhuis') het kookwater van de kweeën (voor een pond kweeën één liter water
nemen)
Zet de stukken kwee op met water, kook ze gaar, en
bewaar het kookvocht. Zeef het vocht.
Bereiding: Doe het kookvocht weer in een pan, doe de suiker erbij, en breng aan de kook.
Schuim regelmatig af. Kook door tot de vloeistof dik genoeg is. Dit kun je
controleren door een druppeltje uit de pan op een koud bord te laten vallen. Als
de druppel niet meer uitvloeit, is de gelei klaar. Neem de tijd: het duurde ruim
vier uur voordat het bij mij zover was (op laag vuur). Let op: de druppel
moet echt blijven staan, als hij na korte tijd toch uitvloeit,is de gelei nog
niet dik genoeg. Aan de andere kant laat je de gelei te lang op het vuur staan,
of op te hoog vuur, dan verbrndt de suiker en wordt de gelei bitter en oneetbaar
(en keihard).
Bestrijk één of meer kleine gelei- of puddingvormen met neutrale olie, en giet er de gelei in.
Laat helemaal afkoelen. Als je een compleet heldere gelei wilt, moet je de nog
warme gelei zeven door een kaasdoek.
Serveren:
Houd de vorm kort in heet water. Zet een serveerbord omgekeerd op de vorm, keer
daarna bord en vorm tegelijk om. Als je geluk hebt (en je vorm goed hebt ingevet) staat er na het voorzichtig optillen van de vorm een prachtige
geleipudding te lillen op het bord. De eerlijkheid gebied me te vertellen dat
dit bij mij niet het geval was. Eerst weigerde de gelei resoluut uit de vorm te
komen, na langer dompelen in heet water flatste er een halfvloeibare gelei uit.
Het veiligst lijkt me om de gelei op een met siliconenfolie beklede lage platte
vorm uit te gieten, en na het stollen de massa in kleine blokjes of
stukjes te snijden. Het is een zeer kleverig goedje, maar wel héél lekker!
Deze gelei is machtig. Geef daarom maar kleine porties van deze gelei als
garnering bij het dessert, of deel het uit als snoepgoed.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10. |