Naar het complete historische recept met inleiding en illustraties

Middeleeuwse appelflappen.
(Printversie van het recept januari/februari 2006 (1 pagina A4)
© Christianne Muusers)

Voor 12 tot 16 appelflappen van hele schijven appel.z

Ingrediëntenlijst:
150 gram bloem
2 deciliter bier (ik heb o.a. geëxperimenteerd met Westmalle dubbel en tripel, Hoegaerden, Jopen Koyt, allemaal bovengistend)
½ theelepel droge gistkorrels of ½ eetlepel verse gist
¼ theelepel saffraan, gekneusd in 1 eetlepel verwarmd bier
¼ theelepel zout
2 appels
olijfolie of neutrale olie (zonnebloem-, soja-, sla-) om te frituren
poedersuiker en eventueel wat kaneelpoeder om te strooien

Voorbereiding:
Maak het beslag: verwarm een halve deciliter van het bier tot lauw (klein pannetje op het vuur, ik weet niet of gist de magnetron overleeft), strooi de droge gist erin en laat een kwartiertje staan. Verhit een eetlepel bier (magnetron) en kneus de saffraandraadjes hierin. 
Meng dan de rest van het bier door het bier met gist, de bloem, het zout en de gekneusde saffraan met de eetlepel bier. Roer tot een glad beslag, zet een half tot heel uur warm weg om te laten rijzen. Het beslag moet dikvloeibaar zijn, geen deeg.

Bereiding:
Schil en snijd de appels pas vlak voor het bereiden om verkleuring tegen te gaan. Schil de appels, haal het klokhuis eruit, en snijd ze in partjes of schijven.
Verhit de frituurolie tot 180ºC. Haal de appelpartjes of -schijven door het beslag en frituur ze met enkele tegelijk in de olie tot ze mooi goudbruin zijn, een minuut of vijf. Keer ze halverwege. Laat ze uitlekken op keukenpapier, houd ze warm in de oven (100ºC) tot alles klaar is.
Je kunt de flappen ook opwarmen in de oven op 150ºC, op een rooster naast elkaar. 

Serveren:
Warm, bestrooid met suiker. Het is helemaal niet anachronistisch om wat kaneelpoeder door de strooisuiker te mengen.

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10.