|
Voor 12 tot 16 appelflappen
van hele schijven appel.z
Ingrediëntenlijst:
150 gram bloem
2 deciliter bier (ik heb o.a. geëxperimenteerd met Westmalle dubbel en tripel,
Hoegaerden, Jopen Koyt, allemaal bovengistend)
½ theelepel droge gistkorrels of ½ eetlepel verse gist
¼ theelepel saffraan, gekneusd in 1 eetlepel verwarmd bier
¼ theelepel zout
2 appels
olijfolie of neutrale olie (zonnebloem-, soja-, sla-) om te frituren
poedersuiker en eventueel wat kaneelpoeder om te strooien
Voorbereiding:
Maak het beslag: verwarm een halve deciliter van het bier tot lauw (klein
pannetje op het vuur, ik weet niet of gist de magnetron overleeft), strooi de
droge gist erin en laat een kwartiertje staan. Verhit een eetlepel bier
(magnetron) en kneus de saffraandraadjes hierin.
Meng dan de rest van het bier door het bier met gist, de bloem, het zout en de
gekneusde saffraan met de eetlepel bier. Roer tot een glad beslag, zet een half
tot heel uur warm weg om te laten rijzen. Het beslag moet dikvloeibaar
zijn, geen deeg.
Bereiding:
Schil en snijd de appels pas vlak voor het bereiden om verkleuring tegen te
gaan. Schil de appels, haal het klokhuis eruit, en snijd ze in partjes of
schijven.
Verhit de frituurolie tot 180ºC. Haal de appelpartjes of -schijven door het
beslag en frituur ze met enkele tegelijk in de olie tot ze mooi goudbruin zijn,
een minuut of vijf. Keer ze halverwege.
Laat ze uitlekken op keukenpapier, houd ze warm in de oven (100ºC) tot alles
klaar is.
Je kunt de flappen ook opwarmen in de oven op 150ºC, op een rooster naast
elkaar.
Serveren:
Warm, bestrooid met suiker. Het is helemaal niet anachronistisch om wat
kaneelpoeder door de strooisuiker te mengen.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10. |