|
|
Dashi-maki tamago.
(Printversie van het recept maart-april 2006 (1 pagina A4) klik
hier voor inleiding en illustraties)
Om een goede opgerolde omelet te maken heb je een typisch Japans pannetje nodig: de rechthoekige koekepan. Het is duidelijk waarom: als je een ronde omelet oprolt is die niet overal even dik.
Ingrediëntenlijst:
4 eieren
1/2 deciliter dashi II (eventueel
instant, kippebouillon is in dit geval minder geslaagd) of vegetarische
dashi
1/4 theelepel zout
1 theelepel sojasaus
1/2 eetlepel mirin
neutrale olie om te bakken
Garnering:
geraspte daikon (Japanse ijspegel)
sojasaus
Voorbereiding:
Klop de eieren goed los met dashi, zout, sojasaus en mirin. Laat tien minuten
rusten.
Bereiding:
Zet een kommetje met olie en een propje papier klaar naast het fornuis. Vet het pannetje licht in met olie. Verhit de pan, giet er zoveel van het
eimengsel in dat de hele bodem nét bedekt is. Laat op een laag vuur stollen,
tik luchtbellen meteen lek. De omelet mag niet bruin worden, en het bovenste
laagje moet vloeibaar blijven.
Nu komt het moeilijkste, het oprollen van de omelet. Een goed Japans omeletpannetje heeft één schuine
kant, waar de opgerolde omelet komt te liggen. Daar begin je dan ook met stokjes
of houten spatels met het oprollen. Je rolt de hele omelet op, op een centimeter
of twee na. De rol schuif je naar de schuine kant. Veeg even weer wat olie over
de bodem van de pan met het papierpropje, giet er dan weer een dun laagje ei in. Til het flapje van
de opgerolde omelet op zodat het rauwe ei eronder stroomt. Laat dit weer op laag
vuur stollen, rol verder op vóórdat de bovenkant helemaal vast is.
Dan gaat er weer een laagje ei in het pannetje, en zo voort, totdat je een
omeletrol van enkele centimeters in diameter hebt.
Je kunt variëren door na de tweede ronde een vel nori op het eimengsel in de
pan te leggen. Dat wordt dan mee opgerold, zodat je een mooie donkergroene
spiraal in de omeletrol krijgt.
Als de omeletrol de gewenste dikte heeft, gaat hij uit de pan, en meteen in een
bamboe matje. Het matje wordt om de omelet gerold en lichtjes geperst. het
blijft zo een minuutje liggen. Je kunt de omelet nog vormgeven door het
bamboematje op drie plaatsen dicht te binden met touw en eetstokjes onder de touwen te
schuiven op bepaalde afstanden. Zo kun je een klaverblad of chrysant maken, of
een pijnboomshilouet. Je kunt de bamboemat ook als een driehoekige balk
vormen, of vierkant. Als de omelet in plakjes wordt gesneden (van ongeveer 2 cm
dikte) komen die vormen mooi tot hun recht. Het snijden doe je met een
natgemaakt scherp mes, of een electrisch mes.
Serveren:
Dit gerecht is een klassiek onderdeel van de obento-box (zeg maar:
lunchtrommeltje, maar dan op z'n Japans), of met een reepje nori op een
rijstklompje bevestigd (dan heb je sushi).
Variant: Twee eetlepels geblancheerde doperwtjes door het eiermengsel doen.
Eet smakelijk!