Naar het complete historische recept met inleiding en illustraties

Romeinse abrikozen. Een zomers voorgerecht uit de klassieke oudheid.
(Printversie van het recept juli/augustus 2008 (1 pagina A4) © Christianne Muusers)

Ingrediëntenlijst:
6 kleine abrikozen
flink zwarte peper uit de molen
1/2 theelepel gedroogde munt
1 eetlepel garum of Aziatische vissaus
100 gram honing
1 deciliter Vino Santo (dat is de passum-wijn)
1 deciliter rode of witte wijn
1/2 deciliter wijnazijn (rood of wit)
1 eetlepel olijfolie
Voor het binden van de saus:
1 eetlepel koud water
1 1/2 theelepel maïzena (dat is het amulum)

Voorbereiding:
Halveer de gewassen abrikozen, schep de pit eruit. De schil kun je gewoon eten, laat die dus zitten.
Leg de abrikooshelften een half uurtje in een kom met koud water.
Meng peper, munt, olie en vloeistoffen.

Bereiding:
Leg de abrikozenhelften in een kleine pan, giet het sausje erover, roer om, en verhit alles op laag vuur. Laat ongeveer tien minuten sudderen tot de abrikozen zacht zijn. Vis de abrikozen uit het pannetje.
Meng de maïzena door het koude water, meng goed tot er geen klontjes meer zijn. Giet dan dit mengsel bij de inhoud van het pannetje, en roer tot de saus licht is gebonden.

Serveren:
Schik de abrikooshelften in een grote schaal, of leg drie helften per persoon op kleine schaaltjes. Giet de saus erover, en strooi er eventueel nog wat peper op. Garneer met verse muntblaadjes.
Aangezien de Romeinen met de handen aten, kun je er van uitgaan dat dit gerecht niet gloeiend heet werd opgediend, hooguit warm. Zelfs afgekoeld smaakt het.

Eet smakelijk!

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10.