Roedjak (Indonesische pittige
vruchtensalade).
(Printversie van het recept juli/augustus 2009 (1 pagina A4) ©
Christianne Muusers)
Ingrediëntenlijst:
1/2 komkommer
blikje ananas op eigen sap, of een rijpe verse ananas
eventueel 1 blikje lychees, of verse als er aan te komen is
1 niet te rijpe peer
in het seizoen manadarijnepartjes (najaar/winter) of aalbessen (zomer)
1 mango of perzik
1 appel
1 stevige banaan
voor de saus:
2 ons goela djawa (palmsuiker)
sambal oelek naar smaak
1 theelepel geroosterde trassi, opgelost in 1 eetlepel kokend water
2 à 3 eetlepels tamarinde
zout
Bereiding:
Goela djawa wordt verkocht in schijven. Deze kun je raspen op een grove rasp, of
als de suiker te hard is, breek je hem met behulp van een stevig mes in stukken.
Maak de saus: smelt op een klein vuur goela djawa met tamarinde en eventueel een
of twee eetlepels heet water. Niet
laten koken! Als de suiker is gesmolten, voeg dan sambal, trassi en zout toe. De
saus mag best dik zijn, uit de vruchten komt toch nog vocht los.
Doe de komkommerblokjes in een zeef en bestrooi ze met wat zout. Laat ze een
half uur staan en droog ze daarna goed.
Maak de vruchten schoon (peer en appel hoeven niet geschild te worden, wel
gewassen) en snijd ze in blokjes. Laat vruchten uit blik goed uitlekken.
Serveren:
Meng de saus door de vruchten en dien licht gekoeld of op kamertemperatuur op.
Het liefst op de dag zelf consumeren. Een dag later kan nog wel, maar is
duidelijk minder lekker.
Eet smakelijk!
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 09-01-10. |