Naar het complete recept met inleiding en foto

Tbsp.ukimi udon, ofwel "volle-maan" noedels.  
(printervriendelijke versie recept september-oktober 2002,
© Christianne Muusers)
(voor 4 personen)

400 gram udon of soba
1 liter bouillon voor de noedels (recept)
4 eieren

4 bosuitjes
1 vel nori (zeewier dat ook voor makizushi wordt gebruikt)

Voorbereiding: Maak eerst de noedelbouillon (zie hieronder). Kook de noedels in ruim water al dente. Japanners hebben daar een speciale methode voor. Breng het water aan de kook. Doe de noedels in het water, en roer zodat de noedels niet aan elkaar plakken. Als het water weer kookt, giet je een kopje koud water erbij. De buitenkant van de noedels koelt zo iets af, waardoor ze gelijkmatig gaar worden. Herhaal dit nog twee of drie keer. Controleer of ze al dente zijn. De kooktijd hangt af van de dikte van de noedels, vanaf enkele minuten tot een minuut of tien. Haal de noedels uit de pan (hier zul je merken hoe handig een echte pastapan is), spoel ze af onder koud stromend water om doorgaren te voorkomen. De noedels worden straks voordat ze in de serveerbouillon gaan opgewarmd door ze kort te dompelen in vers kokend water of in het nog hete kookwater in de pastapan. In dat laatste geval zal de bouillon wat troebel worden, maar dat heeft geen invloed op de smaak. Snijd het groen van de bosuitjes diagonaal in stukjes van drie centimeter. Rooster het vel nori door het over een gaspitje heen en weer te halen. Snijd dan vier stukjes van 2,5 bij 5 centimeter.
Bereiding
: Verwarm de soepkommen voor. Breng het dompelwater voor de noedels aan de kook. Verhit de noedelbouillon (niet laten koken). Dompel de noedels enkele seconden onder in het kokende water. Laat ze kort uitlekken, schep ze in de kommetjes. Giet de hete bouillon erover. Maak een kuiltje in de noedels, en breek daar het ei in. Zorg dat de dooier heel blijft, anders heb je geen mooie maan! Strooi de reepjes bosui erover, en leg het stukje nori erbij.
Serveren
: Dit gerecht dient meteen geserveerd te worden. Door de hete bouillon zal het ei wel iets stollen, maar het blijft toch tamelijk rauw. Als je niet van rauw eiwit houdt, kun je ook enkel de eidooier gebruiken. En vind je rauw ei helemaal eng, neem dan maar een gekookte dooier, of laat het helemaal weg. Maar dan slaat de naam "volle-maan" noedels natuurlijk helemaal nergens op.

Hoe eet je Japanse soep?
Soep eet men met stokjes! Die gebruik je om de vaste bestanddelen uit de kom te vissen en op te eten (vergeet niet te slurpen en smakken). Voor de bouillon zet je gewoon de kom aan je mond, en je neemt een slok. 
Japanse soepkommen zijn meestal gelakt, en hebben een deksel. Als de kom voor je is gezet haal je met een draaiende beweging het deksel eraf, en je zet het ondersteboven aan de rechterkant en iets achter je soepkom. Als je de soepkom pakt, moet je dat altijd met twee handen doen. De linkerhand ondersteund de kom, de rechterhand houd hem vast. Het is onbeleefd om slechts één hand te gebruiken. 

Bouillon voor noedels (kake-jiru). 
Deze bestaat uit twee mengsels. Alles wat je moet doen is ze mengen. Voor noedelbouillon gebruik je 1,5 deciliter van de tare no moto (zie hieronder) met 8,5 deciliter dashi (ongeveer 1:6). Zie voor dashi het basisrecept.
De tweede component van noedelbouillon bestaat uit sojasaus en mirin (zoete rijstwijn) met suiker. Het mengsel heet "tare no moto". Je kunt  het een week lang goedhouden in de koelkast.

1,2 deciliter sojasaus
1,2 deciliter mirin (zoete rijstwijn, iets anders dan sake dus)
30 gram suiker

Verhit sojasaus en mirin in een steelpannetje. Als het mengsel gaat schuimen gaat de suiker erbij, en het vuur laag. Roer goed met een houten lepel. Als het mengsel kookt (blijven roeren), gaat de pan van het vuur af. Laat zonder deksel helemaal afkoelen. Zet het dan minstens twaalf uur in een afgesloten pot in de koelkast.