|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
recept maart/april 2003
"Valse vis": appelgebak
voor de vastentijd
English
version of this recipe
 |
De vastentijd.
Wat er op tafel kwam werd in de middeleeuwen sterk bepaald door de
katholieke kerk. Iedere week was er minstens één dag, en soms zelfs drie of
vier (afhankelijk van de streek en de tijd), waarop het eten van vlees was
verboden.
De vrijdag was tot ver in de vorige eeuw voor alle katholieken een
visdag. Zo werd wekelijks de kruisdood van Jezus herdacht. Andere eventuele "vasten"dagen
waren de woensdag (vanwege het verraad van Judas), en zaterdag (om Maria te
eren). Naast deze wekelijkse cyclus was er ook een jaarlijkse cyclus: Tijdens de
vier quatertemperweken (die het begin van de seizoenen markeren, dus in
december, maart, juni en september) werd er extra gelet op wat men at, en in de
vier weken voor kerstmis en de zes weken tussen carnaval en pasen was er een
lange periode van onthouding. Als je dit bij elkaar optelt, betekent dit dat de
christelijke bevolking in de middeleeuwen op éénderde tot ruim de helft van
het aantal dagen in het jaar géén vlees mocht eten (als hij zich dat al kon
veroorloven).
Gelukkig was het eten van vis niet verboden. Een (misschien wat al te) simpele verklaring hiervoor is
dat gedurende de zondvloed, die bedoeld was om de zondige mensheid te straffen,
alle vissen in leven waren gebleven, en dus vrij van zonden waren!
Een andere verklaring is dat vlees, vooral rood vlees, volgens de middeleeuwse
gezondheidsleer een "verhittende" uitwerking had op het menselijk
gestel. We hebben het over "vleselijke lusten". Voor de middeleeuwse
theologen hielden de zonden van ons lichaam (ons "vlees") direct
verband met de consumptie van vlees. Vissevlees had daarentegen een
"verkoelende" werking op het menselijk gestel, en consumptie ervan zou
dus een remmende werking op de zondige neigingen van de eter hebben.
Voor kustbewoners waren de visdagen geen probleem: zeevis in overvloed. Voor diegenen
die meer landinwaarts woonden was zoetwatervis belangrijk. Degenen die zich dat
konden veroorloven hielden er visvijvers op na. Deze waren niet voor de
hobbyvisser, maar puur om tijdens de vele visdagen wat te eten te hebben. Verder
was geconserveerde vis zoals stokvis belangrijk.
In de periode tussen carnaval en Pasen (de veertig dagen -zondagen niet
meegeteld- die Jezus in de
woestijn doorbracht) waren de voedingsvoorschriften extra streng: niet
alleen vlees was verboden, maar ook alle dierlijke producten: zuivel en eieren.
Aangezien deze periode altijd aan het eind van de winter valt, was de grote
vastentijd behoorlijk pittig: verse groenten of fruit zijn waren vrijwel niet
(misschien wat winterprei, wortelen en pastinaken,
en enkele koolsoorten, zoals broccoli in Italië),
en de voorraden zijn al oud.
Het dagelijks dieet bestond uit brood, pap of brij van granen of peulvruchten (erwtensoep!), vis,
knoflook, ui, prei, kool, oude appels, noten, en voor wie het kon betalen amandelen en
zuidvruchten. Amandelen waren heel
belangrijk, want van gemalen amandelen maakte men amandelmelk, amandelboter, en
zelfs amandelkaas, ter vervanging van de gewone melk, boter en kaas (laat het
meteen duidelijk zijn dat de grote vasten voor zuidelijk Europa waar men vooral
olijfolie gebruikte minder ingrijpend was dan voor de gebieden waar boter en
dierlijke vetten gebruikt werden voor het bakken en braden). Denk je eens in hoe
geïnteresseerd men in de middeleeuwen zou zijn geweest in een product als
margarine!
Wie zich helemaal wil inleven in het middeleeuwse leven, zou dit jaar, 2004, van
25 februari (aswoensdag) tot 8 april (witte donderdag) zich moeten beperken tot
één maaltijd per dag, en zich onthouden van alle vlees en zuivelproducten. Wel
mag: vis, groenten, peulvruchten, granen, wijn en bier, suiker en honing, fruit,
zuidvruchten en noten. Veel succes!
Meer informatie over de vastentijd is te vinden op deze engelstalige
site van Ken Collins. Zie ook
dit artikel van Christina
Nevin, te lezen op de site van de Phillipine Society of Medieval Studies.
Het recept voor
"valse vis".
 |
 |
Je zou denken dat men, in een periode waarin je geen vlees, maar
uitsluitend vis mag eten, wel eens wat anders op tafel wilt zien dan vis. Maar,
grappig genoeg, staat er in het eind-vijftiende eeuwse handschrift KA Gent 15
(het wordt in de Koninklijke Academie te Gent in België bewaard) een recept
voor wat ik maar "nepvis" of "valse vis" noem. Er komt geen vis aan te pas, en
-uiteraard- ook geen vlees of zuivelproducten.
Het recept heet "Om gevormde
vis te maken in de vastentijd, en ook kalfsoren". Het eerste recept
is voor een dichte taart, die met een vulling van appels in de oven wordt
gebakken, of voor een soort appelflapjes die worden gefrituurd, het recept voor "kalfsoren" is voor gefrituurd deeg dat in
de vorm van een kalfsoor is gevouwen, dat na het bakken wordt gevuld met
hetzelfde appelmengsel.
Bij het lezen van de oorspronkelijke tekst (of de
vertaling) valt op dat er bij het recept voor de nepvis van deeg geen sprake is:
alleen de vulling wordt beschreven. Uit het voorgaande recept ("Om vulling
te maken voor gevormde vis buiten de vastentijd") blijkt echter dat het
appelmengsel niet zomaar de oven ingaat, maar in deeg: ".... vul hier mee
de gevormde vis, kleur hem en laat hem ongeveer een half uur in de oven
bakken". Bovendien zijn de recepten voor en na de nepvis voor
"roffioelen", ofwel pasteitjes. Overigens bevat de vulling voor de
nepvis buiten de vastentijd naast appelen ook eieren en boter.
Aangezien er zelden deegrecepten worden gegeven in middeleeuwse
kookboeken, heb ik de vrijheid genomen zelf een "vastendeeg" te
creëren,
dat neer komt op verrijkt korstdeeg. In plaats van boter en eieren worden,
vanwege de dieetvoorschriften in de vastentijd, olie en gemalen amandelen gebruikt. Het resultaat is een heel soepel, elastisch
deeg, dat makkelijk te verwerken is. Het zou met nog wat suiker erbij ook
heel geschikt zijn voor een moderne appeltaart.
In een engels manuscript uit de vijftiende eeuw (editie)
staat een recept voor "hattes in lentyn" (pasteitjes in de grote
vasten, in de vorm van hoedjes,met een vulling van vis en zuidvruchten). Voor
het deeg wordt gebruikt "past of paryd floure knodyn with milke of
almondys, & put therto a lyttyll safron" (vertaling: deeg van gezeefde
bloem, gekneed met amandelmelk en wat saffraan). Mijn deegrecept is dus geen
anachronisme.
Meer middeleeuwse recepten voor de vastentijd staan in de editie van "Wel
ende edelike spijse" op deze site, zoals appelmoes
, amandelbroodpap,
vispasteitjes
en nep
patrijzen. Andere geschikte recept voor de vastentijd dat uit hetzelfde
convoluut als de "valse vis": erwtensoep.
En uit een Engels manuscript uit de vijftiende eeuw komt dit recept voor appelflappen.
De originele tekst van het recept:
De originele tekst van het recept
heb ik letterlijk overgenomen uit het manuscript. Het ziet
er vreemd uit, maar als je hier en daar de "u" en de "w" als
"v" leest, de "v"als "w", en de "j"als
"i", wordt het al bekender. Het boek (een manuscript uit de
Koninklijke Academie te Gent, nr 15) is een convoluut. Dat
wil zeggen dat wat nu één boek vormt, oorspronkelijk uit vier afzonderlijke
handschriften bestond, die later in één band zijn gebonden. Klik
hier voor de editie.
Het
recept is ook opgenomen door Gerard Vorselman in zijn "Nyeuwen coock
boeck" uit 1560 (editie). De tekst van het eerste deel
van hs KA Gent 15 is gekopieerd naar een manuscript dat ook als bron diende voor
Vorselmans boek. De variant, "kalfsoren", wordt genoemd in een ander
middelnederlands handschrift (sign. UB Gent 476, het wordt in de
universiteitsbibliotheek bewaard, editie), in een recept voor paarse appelmoes. Het
begint met: "Maak appelmoes zoals je maakt voor kalfsoren" (recept nr
65, p.86).
Zie over de recepten in dit handschrift ook "'Ende dienet ter tafelen'.
Culinaire recepten uit de Middeleeuwen" door C.Muusers, in de bundel Een
wereld van kennis (Hilversum, 2002), pp.147-167. Hierin zijn ook een aantal
recepten met bewerking opgenomen.
| Om gheuormde wijs te
maken in die wasten ende oeck calfsoeren. |
Om gevormde vis te maken in
de vastentijd en ook kalfsoren.
|
| stoet jn enen mortijer
vijf of sees appellen schon gheschelt sonder kersel huijs ende doter jnne
van ghestoten amandellen of gheroost pepercock met een luttel sofferaens
ende backt dese jn olye of mackt groten wijs backse gheuerwet ende van
gheghat jnden ouen |
Stamp in een vijzel vijf of
zes appelen, geschild zonder klokhuis, en doe er suiker bij en gember en
kaneel, en doe er wat fijngestampte amandelen of geroosterde peperkoek bij
met een beetje saffraan en bak dit in olie; als U een grote vis maakt, bak
deze dan gekleurd en met wat gaten erin in de oven. |
| Item calfs oeren maeckt
aldus nempt gheplet deck sausijer ronde maeckt dat dobbel ende dan slaet
die tve langen eynden te samen ende dan nempt scherp eynde tussen tve
wijnhgheren ende steckt jrst dat runt ende en luttel daer nae met allen
ende als dit stijf is nempt dat wijt ende doet daer jnne vanden vorseyde
stof sonder sieden ende dijnt dat. |
Kalfsoren maakt men als
volgt: Neem het platgemaakte deeg, rond als een schotel. Maak het dubbel
en sla de twee lange uiteinden bij elkaar en neem dan het puntige uiteinde
tussen twee vingers en doe eerst het ronde uiteinde erin [in de kokende
olie], en vlak daarna helemaal, en neem het eruit als het knapperig is en
doe er de bovenbeschreven vulling in zonder te koken en dien het op. |
Het recept
voor Nepvis.
Voor één flinke taart, 12 tot 24 personen.
Halveer de hoeveelheden voor een kleiner visje.
voor
het deeg:
500 gram bloem
125 gram neutrale olie
40 gram gemalen amandelen
3 deciliter water
1 theelepel zout
eventueel wat saffraandraadjes
eventueel geschaafde of hele amandelen |
voor
de vulling:
3 appels (zonder klokhuis en schil)
90 gram (riet)suiker
1 theelepel gember
½ theelepel kaneel
½ theelepel saffraandraadjes
2 tot 4 plakken peperkoek, licht geroosterd
en verkruimeld, of 40 tot 80 gram gemalen amandelen |
Voorbereiding: Bereid het deeg door alle ingrediënten
voor het deeg goed te mengen. De hoeveelheden zijn maar indicaties, het kan zijn
dat je bloem of water moet toevoegen, afhankelijk van of het deeg te plakkerig
of juist te korrelig blijft. Kneed tot er een homogeen deeg is gevormd, glad,
elastisch en niet plakkerig. Dek het
goed af en laat een uurtje rusten in de koelkast. Haal het een half uur vóór
het uitrollen weer uit de koelkast. De saffraan geeft het deeg, dat wat
bleek blijft, een mooi kleurtje.
Maak de vulling: Doe alles in de blender.
Bereiding: Verwarm de oven voor op 200oC.
Verdeel het deeg in twee porties. Rol het eerste deel uit tot een ovaal. Snijd
daar de vorm van een vis uit. Het is handig als je de vis nu op de bakplaat
legt, dan hoef je hem straks niet meer te verplaatsen. Strooi wat paneermeel of
geroosterd broodkruim of bloem over de deeglap. Leg de vulling op de vis, houd
afstand van de randen. Rol het tweede deel uit tot een ovaal en snijd daar een
iets kleinere vis uit. Maak twee ronde gaten in de bovenste deeglap van de vis:
één waar z’n oog zou zitten, en eentje in de buurt van z’n staart. Leg de
tweede deeglap over de vulling, en vouw de rand van de onderste vis naar boven
op het deksel. Druk goed aan. Als je wilt kun je de nepvis wat echter maken door
met overgebleven deeg of geschaafde amandelen kieuwen en schubben te maken. Zet
de vis in het midden van de oven, en bak hem in 45 tot 60 minuten gaar.
Serveren: Je kunt deze vis zowel warm als koud serveren.
In de vijftiende eeuw kwam deze vis tussen de echte vissen op tafel. Nu zouden
we hem als dessert op tafel zetten, of bij de koffie geven.
Deze appelpastei is pittiger van smaak dan de doorsnee appeltaart van
vandaag, zeker als je peperkoek in plaats van gemalen amandelen hebt
gebruikt.
"Vasten"dagen:
Strikt gezien kende men alleen onthoudingsdagen. Dat wil zeggen dat men wel at,
maar zich onthield van bepaalde producten. Vasten betekent eigenlijk: zich
geheel onthouden van voedsel, zoals nu nog tussen zonsopgang en -ondergang
gebeurt tijdens de Ramadan. Overigens was op die onthoudingsdagen het aantal
maaltijden beperkt, en werd men ook geacht niet tussendoor te
"snoepen". Het geld dat men bespaarde op het voedsel moest ten goede
komen aan armen en behoeftigen (en aan de kerk).
Peperkoek:
Een koek met roggemeel, honing en specerijen. Je kunt een simpele ontbijtkoek
gebruiken, of zelf een koek bakken. Je kunt echter ook, zoals het recept
aangeeft, de peperkoek vervangen door gemalen amandelen. De vulling krijgt dan
een vleugje marsepeinsmaak mee.
Saffraandraadjes:
Dit zijn de meeldraden van de saffraancrocus. Het wordt in middeleeuwse recepten
(en ook nu nog) gebruikt om gerechten een mooie gele kleur te geven. In deze
vulling kun je de saffraan weglaten als je peperkoek gebruikt, want de vulling
is dan te donker om de saffraankleur nog te zien. Klik hier
om erachter te komen hoe je het meeste kleureffect krijgt van saffraan.
Gemalen
amandelen: Deze kun je kopen bij sommige horecagroothandels, toko's
en banketbakkers. Je kunt ook geblancheerde amandelen vermalen in een molen of
blender, of
fijnstampen in een vijzel. Gemalen amandelen zijn te vergelijken met gemalen
cocos: je kunt er melk
van maken, en deze melk gebruik je om sauzen mee te binden. In de vastentijd was
amandelmelk een belangrijke vervanger van melk en eieren in gerechten.
Bibliografie
Genoemde edities zijn in mijn bezit. De links verwijzen naar verkrijgbare edities.
Alle op deze site genoemde boeken (Hier staan ook korte reviews van
deze boeken)
Manuscript
Koninklijke Academie, Gent (België) sign. 15.
Het eerste deel van het convoluut: W.L. Braekman, "Een belangrijke
middelnederlandse bron voor Vorselmans’ Nyeuwen Coock Boeck (1560)". In: Volkskunde
87 (1986) pp. 1-24. Het recept voor nepvis staat op p.
Het tweede en derde deel van het convoluut: W.L. Braekman, Een nieuw
zuidnederlands kookboek uit de vijftiende eeuw. Scripta 17, Brussel, 1986.
Zie over dit handschrift ook: Christianne
Muusers, "'Ende dienet ter tafelen'.
Culinaire recepten uit de Middeleeuwen", In: Een
wereld van kennis Ed. Verloren, Hilversum, 2002, pp.147-167, met een
bloemlezing van recepten en een beknopte bewerking van deze recepten.
Een digitale diplomatische editie van
dit manuscript is in bewerking.
Manuscript
Universiteitsbibliotheek, Gent (België) sign. 476.
Ria Jansen-Sieben en Johanna Maria van Winter, De keuken van de late
Middeleeuwen. Een kookboek uit de 16de eeuw, bezorgd en van commentaar voorzien
door Ria Jansen-Sieben and Johanna Maria van Winter. Uitg. Bert bakker,
Amsterdam, 1989, herdruk 1998.
Gheeraert
Vorsselman, Eenen nyeuwen coock boeck
Elly Cockx-Indestege, Eenen nyeuwen coock boeck. Kookboek
samengesteld door Gheeraert Vorselman en gedrukt te Antwerpen in 1560.
Wiesbaden, 1971.(recepten XIV 12
en 13, p. 205)
Universiteit
Yale, sign. Beinecke 163.
Constance B. Hieatt, An ordinance of pottage. An edition of the
fifteenth century culinary recipes in Yale university's ms Beinecke 163.
Prospect Books, 1988. De recepten voor "hattes" (nrs 112 en 113) staan
op p.80.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
14-02-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|