|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
recept september/oktober 2003
Erwtensoep, maar dan anders.
Een Franse erwtensoep uit de zeventiende eeuw.
extra recept:Nederlandse erwtensoep uit de
vijftiende eeuw.
English version of these recipes
 |
Erwtensoep, snert, is hèt gerecht
van de Hollandse pot. Dat er met spliterwten ook andere, lichtere soepen gemaakt
kunnen worden zal voor sommigen een openbaring zijn. Het onderstaande recept uit
het Frankrijk van Lodewijk XIV (de Zonnekoning) is een vleesloze soep, dus
geschikt voor vegetariërs.
Potage werd tijdens de eerste
gang van een maaltijd geserveerd. Vaak werd potage opgediend met droog of
geroosterd brood dat
op de bodem van de soepkom werd gelegd. Dit brood werd eerst verzadigd met
bouillon. Als de potage erover werd gegoten zorgde het brood voor het binden van
de soep. In dit recept wordt er geen brood gebruikt. Dat hoeft ook niet,
de soep is zo al voedzaam genoeg.
De potage was niet het enige gerecht dat tijdens de eerste gang werd geserveerd,
maar onderdeel van een symmetrisch opgemaakte tafel met verschillende gerechten
(zie de afbeelding hiernaast). Voor de volgende gang werden alle schotels en
schalen vervangen door nieuwe, met weer andere gerechten. Deze manier van
serveren kreeg de naam "service à la française".
Pas in de loop van de negentiende eeuw kwam de "service à la russe"
in de mode. Dit hield in dat de gerechten niet meer allemaal tegelijk op tafel
werden gezet, maar na elkaar werden uitgeserveerd. Deze manier is nog steeds de
gangbare wijze van opdienen. Om een idee te krijgen van de "service à la
française" zou je je een rijsttafel kunnen voorstellen. Samen met de
potage kwamen bijvoorbeeld artisjokken op tafel, geroosterde kwarteltjes, en nog zo
het een en ander.
Halverwege de zeventiende eeuw
verschenen er, voor het eerst sinds de Middeleeuwen, nieuwe kookboeken. De
auteurs van deze boeken zetten zich af tegen de culinaire tradities van hun
voorvaderen, en sloegen nieuwe wegen in. Het eerste kookboek van de
vernieuwing is Le cuisinier françois,
geschreven door François-Pierre
de la Varenne (1651). Het kende een enorm succes, en werd al snel vertaald in
het engels en duits (maar niet in het nederlands). Hoewel zijn boek al binnen
enkele jaren door auteurs van andere kookboeken verouderd werd genoemd (zoals in
het voorwoord bij L'Art de bien traiter van de verder onbekende L.S.R.
uit 1674), was het toch het eerste vernieuwende kookboek sinds meer dan 100
jaar.
Al snel kwamen andere werken die de vernieuwing voortzetten. Dit waren niet
alleen kookboeken, maar ook handleidingen voor de maître d'hotel. In het al
genoemde L'Art de bien traiter wordt veel aandacht besteed aan het
organiseren van de maaltijden: Op het water, in een grot, in de tuin. In La
maison reglée van Audiger uit 1692 staan amper recepten. Nauwgezet wordt
uit de doeken gedaan wat de taak was van de verschillende bedienden in het huis
van een "grand seigneur", zowel in de stad als op het land. Een
voorbeeld: "Een keukenmeid moet 's morgens beginnen met de keuken op te
ruimen en te vegen, overal water te sprenkelen, het keukengerei opbergen en
schoonmaken; het zilveren vaatwerk goed wassen en schoonmaken met zemelwater en
schuren indien dat nodig is met as van hooi, zonder schuurzand of fijn zand te
gebruiken; want de as van hooi is voldoende om te laten schitteren als men
weet hoe het te gebruiken. Om vlekken te verwijderen die soms in het vaatwerk
zitten als gevolg van eieren, moet men het vaatwerk bevochtigen en er meteen
goed donkere as (? cendre rouge) indoen, het laten rusten, en daarna schuren.
Dit verwijdert de vlekken zonder dat ze terugkomen. Ze moet ook alle dagen de
eetzaal vegen en de grote trap, de kruiden goed schoonmaken en andere kleine
taken doen die er zijn, en overal gaan en staan waar men haar naartoe
stuurt." (editie p.481).
Meer Franse recepten uit de
zeventiende eeuw: Zalm in rode wijnsaus,
Doperwtjes à la crême, Crême brûlée
en Koninginnesoep.
Dit recept is ontleend aan Le cuisinier
françois
méthodique (anoniem), Parijs, 1660, gepubliceerd in La gastronomie au
Grand Siècle.100 recettes de France et d'Italie van F. Sabban en S.
Serventi (p.126). Ik
heb het kookboek (nog) niet kunnen bekijken, maar dat komt nog wel.
Na dit recept volgt als extra recept een erwtensoep
uit een middelnederlands kookboek uit de vijftiende eeuw.
Potage de pois
cassés aux carottes.
Mettez dans un pot assez d'eau pour faire un grand plat de potage, et
quand elle sera bouillante adjoutez-y une demy livre de bon beurre frais,
du sel à discrétion; puis vous y mettez un demy litron de pois secs,
trois ou quatre carottes bien nettes coupées par morceaux, et les faites
bien cuire, ôtant les ecailles des pois tant que l'on pourra, et une
heure avant que dresser, on mettra des herbes douces dans le pot, comme
de'l'oseille, du cerfeuil, de la chicorée blanche avec un peu de persil,
une ciboule, ou un oignon, une pincée de sarriette, deux ou trois clous
de girofle, faites cuire tout ensemble, et le dressez lorsqu'il sera fait,
et de bon goust. |
Soep van
spliterwten met wortelen.
Doe in een pot genoeg water om een grote schotel potage te maken. Doe er,
als het kookt, een half pond ongezouten boter in, en zout naar
smaak.Vervolgens doet U er 300 gram spliterwten bij, drie of vier goed
schone wortelen bij, in stukken gesneden, en laat dit flink koken.
Verwijder zoveel mogelijk de schilletjes van de erwten. Eén uur voor het
serveren doet men verse kruiden in de pot, zoals zuring, kervel [en]
andijvie met wat peterselie, een bosuitje of een ui, een mespuntje
bonekruid [en] twee of drie kruidnagels. Laat alles samen koken. Maak [het
gerecht] af het als het klaar is, in goede smaak. |
De
moderne bewerking
Wie de Franse tekst heeft gelezen verbaast zich
misschien over de vertaling van 'chicorée blanche' als 'andijvie'. Want
'chicorée blanche', dat is toch witlof? Dat klopt, tenminste, vandaag.
Oorspronkelijk werd met chicorée blanche andijvie met lichtgekleurd blad
bedoeld. Pas aan het eind van de negentiende eeuw werd de methode bedacht om de
struikjes in het donker te forceren, waardoor de karakteristieke compacte
witlofstronken ontstaan. Aangezien het hier om een recept uit de zeventiende
eeuw gaat, wordt er andijvie gebruikt, en geen witlof. Maar gebruik wel de
lichtstgekleurde, jongste blaadjes.
300 gram spliterwten
3 niet te grote winterpenen of een bosje waspeen in blokjes of schijfjes
50 gram boter (het recept geeft 250 gram aan)
fijngesneden zuring, kervel, andijvie en peterselie
1 bosui of kleine ui, fijngesneden
takje bonekruid
3 kruidnagels
zout naar smaak
Bereiding: Breng water aan de kook. Doe de spliterwten
erin, laat even doorkoken, spoel de spliterwten daarna in een zeef en gooi dit
eerste water weg. Breng opnieuw water aan de kook, twee liter. Doe de
spliterwten hierin, en laat ze zachtjes koken, met de boter. Doe er na een half
uur de wortel bij, na nog eens een half uur de kruiden, groene groente, ui en
kruidnagels. Laat op een laag vuur zolang sudderen tot de erwten gaar en
kapotgekookt zijn. Roer af en toe om.
Serveren: Het liefst meteen. Als de soep moet worden
opgewarmd kan er nog wat water bij, want de soep moet niet te dik worden.
Extra recept: Zuid-Nederlandse
erwtensoep uit de vijftiende eeuw.
 |
Het recept is ontleend aan ms KANTL Gent 15, tweede deel.
Editie: W.L. Braekman, Een nieuw
zuidnederlands kookboek uit de vijftiende eeuw. Scripta 17, Brussel, 1986,
recept nr 92 (p.53). Over dit manuscript.
De "erweijten" uit onderstaand recept kunnen
zowel groene erwten als velderwten (capucijners) zijn. Het kooknat van erwten
werd zeer veel gebruikt in gerechten gedurende de vastentijd, als vervanging van
bouillons op vleesbasis. Dit recept komt ook voor in Een notabel boecxken van
cokerijen (recept nr.152, "Om pareye te maken"). Daar wordt het
kooknat van de erwten gebonden met broodkruim. In de vastentijd doet men ook nog
rozijnen in de soep.
De term "puree" kan verwarring scheppen: uit
"pureye van herweten [...] dat claer is" (uit een recept om snoek te
stoven in ms UB Gent 476) blijkt dat de erwten uit het kooknat werden gezeefd.
Echter, omdat deze soep in het Notabel boecxken wel wordt gebonden, maar
dan met broodkruim, heb ik in de bewerking van dit recept ervoor gekozen de erwten
gepureerd en wel in de soep te laten.
Totten
soppen van poereen.
Neemet puereije van
erweijten als zij op haer breken zijn, ende laet dat zeer zieden te voren
alleen, ende dan doet men daerin onioene, ende olije te samen gebert, ende
daerna nemet comijn, sofferaen, ende vrijft dat ontwee, ende slaet duer
een stamijn metter pureijen, ende laet dat naesieden. |
Voor soep van erwtenkooknat.
Neem kooknat van erwten als ze op het punt van stukkoken staan, en laat dat
eerst goed koken zonder toevoeging. Dan doet men uien erin en olie, samen
gebakken. Neem daarna komijn en saffraan en wrijf dan fijn. Duw het door
een zeef met het kooknat, en laat het nastoven. |
Erwtensoep
- Kook 250 gram gedroogde en geweekte erwten (groene erwten of capucijners) in
één liter water tot ze bijna gaar zijn. Fruit twee gesnipperde uien in
olie en doe die bij de erwten. Wel een halve theelepel saffraandraadjes in een eetlepel heet water
en kneus ze om de kleur los te laten. Doe er één theelepel gemalen komijnpoeder door.
Meng de specerijen met de erwtenpuree en wrijf dit door een zeef of pureer met
de staafmixer. Breng nog even
aan de kook, en dien op.
Je kunt ook de erwten uit het kooknat zeven en broodkruim gebruiken om de soep
te binden.
Het recept voor snert, Hollandse erwtensoep.
Bibliografie.
Audiger, La maison
réglée (1692), editie: L'Art de la cuisine
française au XVIIe siècle,
Paris, 1995.
W.L. Braekman, Een nieuw
zuidnederlands kookboek uit de vijftiende eeuw. Scripta 17, Brussel, 1986,
recept nr 92 (p.53). Over dit manuscript.
Een notabel boecxken van cokeryen. Editie: R. Jansen-Sieben en M.
van der Molen Willebrands, Een notabel
boecxken van cokeryen. Het eerste gedrukte Nederlandstalige kookboek circa
1514 uitgegeven te Brussel door Thomas Vander Noot. Bezorgd en van
commentaar voorzien door [...].
Amsterdam, 1994. p.46.
F. Sabban, S. Serventi, La gastronomie au
Grand Siècle.100 recettes de France et d'Italie, z.pl., 1998.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|