|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
recept maart/april 2004
Cotteletten-toert.
Een Nederlands recept uit de achttiende eeuw.
English
version of this recipe
Met Pasen wordt vaak een gerecht met
lamsvlees op tafel gezet. Hoewel onderstaand recept niet specifiek voor Pasen is
bedoeld, is deze pastei toch heel geschikt voor de paasdis, als je er een salade
of een schotel van gestoofde jonge voorjaarsgroenten bij serveert.
Het recept is ontleend aan een
kookboek uit het eind van de achttiende eeuw, de Nieuwe Vaderlandsche
Kookkunst (titelbeschrijving).
Volgens de voorrede is dit kookboek niet alleen bedoeld om "de kiesche tong
te behaagen en te streelen", maar ook om "die geenen welke zig aan de
dienstbaarheid van de Keuken verbonden, en desniettegenstaande geen hoogen graad
van ervarenis in de hoofdzaak (...) hebben verkreegen, te gemoet te komen, en in
staat te stellen om de goedkeuring van allenvoor welken zy verpligt zijn
aanterechten, weg te draagen". Het kookboek is geschreven door "twee
in dit vak zeer ervarene huishoudsters". Het telt 23 hoofdstukken, over
soep, diverse soorten vlees, wild en gevogelte, het roken en zouten van vlees en
het maken van (bloed)worst, pasteien, compots van fruit, groenten, salades,
meelspijzen, rivier- en zeevis, zoet en hartig gebak, en fruitconserven.
In het recept wordt de pastei in een
pan gemaakt, die vervolgens op het vuur of in de oven kan worden gebakken. De
pan die op het vuur werd gezet was waarschijnlijk een zogenaamde
"toertenpan": een ondiepe, ronde pan van ijzer of koper, met een
deksel met opstaande rand. Door de pan op de gloeiende kolen te zetten en ook
kooltjes op de deksel te leggen, werd de inhoud zowel van onder als van boven
verhit. Het effect is dat van een imitatie-oven (zie Witteveen
pp.19/20).
Over het deeg dat voor de korst moest worden gebruikt waren de huishoudsters
zoals gebruikelijk vaag: het werd gemaakt van tarwebloem en kokend water. De
korst was niet bedoeld om gegeten te worden, het vormde alleen de verpakking van
de vulling. Omdat wij een knapperig korstje wel lekker vinden, is een simpel
korstdeeg of een eierkorstdeeg een goed alternatief.
Het Nederlands uit dit boekje is
goed te begrijpen. Daarom beperk ik me bij de weergave van het recept tot het
citeren van de oorspronkelijke tekst. Een enkel woord wordt nader verklaard
onderaan de tekst van het recept.
COTTELETTEN-TOERT.
Hiertoe neemt men lams-cotteletten, klopt dezelven, even als men doet wanneer
menze opden rooster wil braaden; wenteltze voords in meel, vermengd met gestoten
beschuit en zout, baktze alsdan in boter bruin, laatze koud worden, rolt het
deeg uit, en legt het in een pan, doe 'er een forse
in gelyk bij den DUIVEN-TOERT (Bladz.113) is geleerd te maaken; leg vervolgends
de cotteleten daarop, met een weinig moreljes; doe
weder ook van het deeg daar overheen, maak het digt toe, en laatze gaar bakken:
maak voords een saus van meel, jeu, fyn gehakte
chalotten, kruidnagelen, peper, zout, en citroensap naar den smaak, laat dit
alles zamen kooken, tot het gebonden is; snyd het deksel van de pasty weder los,
doe de jeu voornoemd daarin, en recht aan.
gestoten =
fijngestampte; forse = farce of vulling; moreljes
= morieljes, voorjaarspaddestoelen; jeu = jus of saus; recht
aan = dien op.
Voor
de farce citeer ik het relevante gedeelte uit het recept voor de
"duiven-toert":
[...] neem dan anderhalf pond kalfsgehakt, doorkneed met gestoten beschuit,
nooten-muscaat, peper, zout, gehakte pietercelie, en drie eiëren; doe dit op
het deeg in de pan, leg daarop het gestoofde, en doe 'er het deeg overheen; maak
vervolgends de toert digt toe, en laat haar in een pan of oven gaar bakken
[...].
Voor
het deeg citeer ik uit het eerste recept uit het tiende hoofdstuk dat
geheel over pasteien, "poddingen" en sauzen voor bij pasteien gaat
(p.104, PASTY VAN RUNDVLEESCH):
[...] neem voords tarwemeel en brand het af met kokend water, maak er vervolgends
uw pasty van [...].
Het bewerkte recept: Pastei met
lamskoteletjes.
Gebruik voor dit gerecht het liefst
zelfgetrokken bouillon, en geen bouillonblokjes. Op deze site staan veel
bouillonrecepten, onder andere voor lamsfond
en voor een bouillon uit de zeventiende
eeuw.
ingrediëntenlijst:
900 gram simpel korstdeeg
12 lamscoteletjes, het uitstekend ribje afgehakt
boter
10 gram gedroogde morieljes, in heet water geweekt
farce:
400 gram kalfsgehakt
2 eieren
peper, zout, nootmuskaat naar smaak
2 eetlepels peterselie, fijngehakt
paneermeel (of verkruimelde beschuit) |
paneer:
gelijke hoeveelheden bloem en paneermeel (of verkruimelde beschuit)
zout
saus:
30 gram bloem
30 gram braadvet van de koteletjes, of boter
3 deciliter bouillon, of paddestoelenweekvocht
2 sjalotjes, gesnipperd
peper, zout, kruidnagelpoeder, citroensap naar smaak |
Voorbereiding:
Maak een mooie pasteibak: Snijd een ronde lap die
op de bodem van de sprinvorm past. Snijd dan lange repen, iets breder als de
springvorm hoog is. Bekleed de beboterde springvorm hiermee. Houd wat van het
deeg over voor de deksel en eventuele versieringen. (Recept
voor korstdeeg)
Maak de farce door alles goed door elkaar te kneden. De farce moet wat smeuïg
zijn.
Zeef het weekvocht van de morieljes door een koffiefilter. (Vóór het weken de
morieljes afspoelen onder stromend water, het eerste weekvocht na vijf minuten
weggooien en vers heet weekwater nemen, dat wordt later eventueel voor de saus
gebruikt). Dep de paddestoelen droog.
Als je een grote springvorm gebruikt, kun je de ribben van de koteletten heel
laten, maar voor een keinere vorm moeten ze worden afgehakt, omdat ze anders
teveel uitsteken. Sla de kotelettjes iets plat met de platte kant van een
hakmes. Haal ze door het paneermengsel, en bak ze in flink boter mooi bruin.
Laat ze op keukenpapier afkoelen.
Maak een saus. Fruit de sjalotjes in de boter of het braadvet. Maak dan een roux
van het vet en de bloem, en bouillon of paddestoelenvocht. Maak op smaak af met
kruiden en citroensap.
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 190EC.
Leg de farce in een laag op de bodem van de pastei. Druk de koteletjes in de
farce, leg de morieljes erop. Bedek de pastei met weer een ronde lap, druk deze
goed aan tegen de wanden. Breng eventueel versieringen aan op de deksel. Je kunt
ook in het midden van de deksel een schoorsteentje maken om damp te laten
ontsnappen.
Zet de pastei iets onder het midden in de oven, en bak gedurende 50 minuten.
Laat de pastei na het bakken vijf minuten buiten de oven rusten voordat je hem
uit de vorm haalt.
Serveren:
De deksel werd losgesneden van de pastei. Dit geeft aan hoe dergelijke pasteien
werden gegeten: je schept de vulling eruit, net als uit een dienschaal.
Naderhand kan eventueel de korst gegeten worden. De deksel werd in punten
gesneden en in de pastei gestoken. Je krijgt zo een prachtige kroon. Als de
deksel wat slap is gebleven door de vleessappen, leg je het na het lossnijden
tien minuten terug in de oven, op een rooster, alvorens het in stukken te
snijden.
Verwarm de saus. Hij hoort over de vulling in de pastei te worden gegoten, maar
hij kan er los bij worden geserveerd, zodat ieder naar believen kan nemen.
Men neemt één of meer koteletjes, en een schep van de onderliggende farce. Dan
schept men wat saus erover.
Uitleg over enkele ingrediënten
Alle ingrediënten
Morieljes -
Bibliografie
Genoemde edities zijn in mijn bezit. De links verwijzen naar verkrijgbare edities.
Alle op deze site genoemde boeken
Nieuwe
vaderlandsche kookkunst, Bevattende een volledig en grondig
onderricht, om, naar den hedendaagschen smaak, toetebereiden allerleie soorten
van spyzen [...], door twee in dit vak zeer ervarene huishoudsters. Johannes
Allart, Amsterdam, 1797. Facsimile editie uitg. C. de Vries-Brouwers,
Amsterdam/Antwerpen, 1976, p.104, 114+117/118.
Joop Witteveen,
"Kookboeken over kookgerei. Het kookgerei van de middeleeuwen tot de
twintigste eeuw". In: Quintessens. Wetenswaardigheden over acht eeuwen
kookgerei. Rotterdam, 1992, pp. 14/32.
.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|