|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
recept september/oktober 2004
Een sonderlijnge taerte.
Een Zuid-Nederlands recept voor kweeëntaart uit de zestiende eeuw.
Extra recept: kweeëngelei
English version of this recipe
 |
De aandacht voor "vergeten
groenten" is groeiende. Over "vergeten fruit" hoort men nog niet
zoveel.
Vergeten fruit, wat moeten we ons daarbij voorstellen? De inheemse aardbei is
een goed voorbeeld: verdrongen door Amerikaanse giganten, die door selectieve
kweek en manipulatie nóg groter (en wateriger) zijn geworden, en vooral
winstgevend voor de telers. Wie het geluk heeft de echte Europese bosaardbei in
zijn tuin te hebben, weet hoe zondig lekker dat kleine rode schijnvruchtje kan
zijn.
Andere voorbeelden zijn de vele honderden verdwenen fruitrassen van alledaagse
vruchten: appels, peren, pruimen. Gelukkig zijn er idealisten die zich
bezighouden met het bewaren of zelfs terugkweken van oude fruitrassen.
Kweeën zijn als complete fruitsoort vrijwel in de vergetelheid geraakt. Ze zijn
er nog wel, ze zijn zelfs te koop, maar ze bezetten in Nederland slechts een
zeer bescheiden hoekje in de keuken.
Wat zijn kweeën eigenlijk? Ze zijn
verwant aan appels en peren en horen net als deze tot de famlie der
roosachtigen. De wetenschappelijke naam luidt: Cydonia oblonga. De geurige, met
grijzig dons bedekte vruchten komen oorspronkelijk uit de Kaukasus, maar ze
werden al door de Grieken gewaardeerd. De kwee was gewijd aan Aphrodite, en men
gaat ervan uit dat de beroemde gouden appel die Paris aan Aphrodite gaf een kwee
was.
Vanwege hun geurigheid werden kweeën in het verleden gebruikt in reukwaters en
als "luchtverfrisser".
In rauwe staat zijn kweeën niet te eten, ze zijn veel te hard, en te zuur.
Meestal worden ze gekookt, maar ze kunnen ook in de oven worden gepoft, net als
appels. Omdat de vruchten zeer veel pectine bevatten zijn ze uitstekend geschikt
om gelei van te maken.
De oogsttijd is oktober/november, maar kweeën zijn lang goed te houden.
In middeleeuwse kookboeken kom je
regelmatig recepten met kweeën tegen. In het Gentse manuscript KANTL 15
worden gemalen kweepitten gebruikt als bindmiddel in een rodewijngelei,
ze worden gestoofd
en ingemaakt.
Het manuscript waar onderstaand recept uit afkomstig is heeft nog meer recepten
met kweeën, zoals een kweeënpastei (recepten 42 en 171), er wordt moes van gemaakt (recept
112 en 116), ze worden ingemaakt (recept 113) en gestoofd (recept 195 en
222). Het uitgewerkte recept voor met merg gevulde en gestoofde kweeën (recept
195) is hier te vinden.
Het oorspronkelijke recept,
overgenomen uit ms UB Gent 476 (Editie
p.107, recept nr 120). De tekst is rechtstreeks naar het handschrift geciteerd, de interpunctie
is van mijn hand.
Om een
sonderlijnge taerte te maken.
Neempt quee appelen gesoden in schoon watere ofte peeren gebraden vj of
vij,
amandelen gepelt een vierendeel pont, versche wrongel een vierendeel pont,
een hantvol rosijnen sonder steenen. Stootet tsamen wel cleyne ende soetet
met suycker ende caneele ende ander cruyt tot uwer belieften, vj of vij doren
van eyeren ende een vierendeel pont versche botere.
Item wanneer dat ghij dese taerten
maken wilt voor crancken menschen.
zo neempt inde stede vanden wrongel dat vleysch van een pertrijsse ofte
kieken dat gesoden is, laetet cleyn stooten.
|
Om een
bijzondere taart te maken.
Neem kwee-appels, gekookt in schoon water, of (kwee)peren gebraden 6 of 7,
een kwart pond gepelde amandelen, een kwart pond verse wrongel, een
handvol rozijnen zonder pitten. Stamp het samen goed fijn en zoet het met
suiker en kaneel en andere specerijen naar believen, 6 of 7 eidooiers en
een kwart pond verse boter.
Wanneer U deze taart wil maken voor
zieke mensen.
Neem dan in plaats van wrongel het vlees van een patrijs of kuiken dat
gekookt is, laat het fijn stampen.
|
Het bewerkte recept: Een bijzondere
kweeëntaart.
Een taart veronderstelt een deegkorst. In het
recept staat dit nergens. Dat was in die tijd wel vaker zo: iedereen wist wel
dat de vulling in een deegkorst ging, en iedereen wist ook wel hoe je deeg moest
maken. Daar maakte men verder geen woorden aan vuil. Het gevolg is dat wij
vrijwel geen recepten voor deeg hebben uit de Middeleeuwen. Overigens is het zo
dat de deegkorsten van taarten en pasteien lang niet altijd werden gegeten. Vaak
diende de deegkorst slechts als "dienschaal" waar de vulling uit werd
geschept.
Op deze pagina vind je recepten voor verschillende
soorten deeg voor taarten en pasteien. Je kunt ook een eigen recept gebruiken.
Liever geen vierkante plakjes diepvriesbladerdeeg.
 |
Ingrediëntenlijst:
6 kweeën (ongeveer anderhalve kilo)
125 gram gemalen amandelen
125 gram kwark (volle, niet ontvet)
125 gram ongezouten boter op kamertemperatuur
75 gram rozijnen
50 gram suiker
1 theelepel kaneel
1 theelepel gemengde specerijen (ik koos voor gember, cardemom, piment en
kruidnagel in een verhouding van 10:4:1:1 -samen dus één theelepel-, maar je
zou ook simpelweg speculaaskruiden kunnen nemen)
6 eidooiers
deeg voor de korst
Voorbereiding:
Kook de geschilde en in stukken gesneden kweeën gaar (zie hieronder bij het
recept voor de gelei). Maak ondertussen het deeg. Gebruik een simpel
pasteideeg met toevoeging van 50 gram suiker.
Het oorspronkelijke recept wil nu dat alles wordt fijngestampt, maar ik vind het
leuker om de rozijnen op het laatst door de vulling te doen. Doe dus alles
behalve rozijnen en het deeg in een blender of grote vijzel en maak er een moes
van.
De hoeveelheid voor de vulling is voldoende voor twee grote vlaaien of twee
springvormen met een diameter van 22 cm. Je kunt het makkelijk halveren. Echter,
als je de kweegelei wilt maken, is het beter bovenstaande hoeveelheid kweeën te
nemen, want door het lange inkoken houd je uiteindelijk naar verhouding maar
weinig gelei over.
Bereiding:
Bekleed een ingevette en met bloem bestrooide springvorm of vlaaienvorm met het deeg. Verdeel de vulling
over het deeg, versier evenueel de rand van de taart naar eigen inzicht. Bak de taart in de oven (180 grC)
gedurende 40 tot 50 minuten.
Controleer of de vulling gaar is, haal de vorm uit de oven, en laat vijf minuten
rusten. Haal dan de taart uit de vorm, en laat deze op een taartrooster afkoelen,
of serveer meteen.
Serveren:
Tja ... Wanneer en hoe serveer je nou een taart? Dat is bij de thee, voor de
visite of op een verjaardag. Je kunt een taart ook als (machtig) dessert bij een
diner serveren. Niet automatisch met slagroom. Geklopte room was in die tijd nog zó
bijzonder dat het als een aparte schotel ter tafel kwam.
Als je ook onderstaande kweeëngelei hebt gemaakt, zou je een "grand
dessert" kunnen samenstellen met (warme) taart, een lepeltje gelei, en met een lepeltje
rozenwater opgeklopte slagroom (zonder suiker). Het onderstaande recept voor de gelei
is ruim
twee eeuwen jonger dan het taartrecept, maar er zijn ook contemporaine recepten
voor kweeëngelei te vinden.
Extra
recept: Kweeëngelei.
Volgens het recept voor kweeëntaart
moeten kwee-appels eerst worden gekookt, kwee-peren gebraden. Het waarom van dit
onderscheid ontgaat mij. Mocht je de kweeën hebben gekookt, dan volgt hier een
recept om het kookwater verder te verwerken.
Hoewel ik de tekst voor dit recept uit een achttiende eeuws kookboekje heb
genomen, is kweeëngelei een recept van alle tijden. Er zijn middeleeuwse
versies van, maar ook versies uit de twintigste eeuw. Zo heb ik de verhoudingen
kweeën/water/suiker ontleend aan Ma Cuisine 0(verschenen in 1934) van
Auguste Escoffier.
Dit recept is ontleend aan de Nieuwe
Vaderlandsche Kookkunst uit 1797 (editie
p.131/132). Het taalgebruik staat dicht bij het hedendaagse Nederlands, ik geef
dan ook alleen de achttiende-eeuwse tekst.
GELéE VAN QUEEëN, in een
vorm.
De queeën geschild zynde, snydt menze in stukjens, die men in water laat
uittrekken: kookze vervolgends eenvoudig, naar gewoonte, gaar; doe voords het
nat dat 'er op is door een zeef; roer 'er dan een pond suiker door, en laat het
weder kooken tot het styf wordt; men moet onder dit kooken wèl op het schuimen
passen: gaar zynde doet men de gelée in een vorm, die van binnen met
amandelöly besmeerd is: laatze voords in de vorm koud worden, en keer dezelve
dan op een assiet om.
Ingrediëntenlijst:
per pond kweeën 1 liter water
per liter water 800 gram suiker
neutrale spijsolie, of amandelolie
een mooie geleivorm
Voorbereiding:
Veeg het dons van de schil, en was de vruchten. Schil de kweeën. Leg de geschilde vruchten meteen in voldoende koud water, om
verkleuren tegen te gaan. Snijd de kweeèn in stukken, haal het klokhuis eruit
(een appelboor zou wel eens kunnen sneuvelen, vandaar eerst snijden, dan
klokhuis'). Bewaar schillen en klokhuis.
Meet het water voor de kweeën af (voor een pond kweeën één liter water
nemen).
Zet de stukken kwee op met het water, kook ze gaar (30 minuten), en
bewaar het kookvocht. Zeef het vocht.
Bereiding:
Doe het kookvocht weer in een pan, doe de suiker erbij, doe klokhuis en schillen
in de pan, en breng tegen de kook aan. Schuim regelmatig af. Verhit op laag vuur
tot de vloeistof dik genoeg is. Dit kun je
controleren door een druppeltje uit de pan op een koud bord te laten vallen. Als
de druppel niet meer uitvloeit, is de gelei klaar. Neem de tijd: het duurde ruim
vier uur voordat het bij mij zover was (op laag vuur). Let op: de druppel
moet echt blijven staan, als hij na korte tijd toch uitvloeit,is de gelei nog
niet dik genoeg. Aan de andere kant laat je de gelei te lang op het vuur staan,
of op te hoog vuur, dan verbrandt de suiker en wordt de gelei bitter en oneetbaar
(en keihard).
Een andere methode, die ik zelf (nog niet) heb uitgeprobeerd is: zet de pan in
de oven op zeer lage temperatuur (60grC).
Bestrijk één of meer kleine gelei- of puddingvormen met neutrale olie, en giet er de gelei in.
Laat helemaal afkoelen.
Serveren:
Houd de vorm kort in heet water. Zet een serveerbord omgekeerd op de vorm, keer
daarna bord en vorm tegelijk om. Als je geluk hebt (en je vorm goed hebt ingevet) staat er na het voorzichtig optillen van de vorm een prachtige
geleipudding te lillen op het bord. De eerlijkheid gebied me te vertellen dat
dit bij mij niet het geval was. Eerst weigerde de gelei resoluut uit de vorm te
komen, na langer dompelen in heet water flatste er een halfvloeibare gelei uit.
Het veiligst lijkt me om de gelei op een met siliconenfolie beklede lage platte
vorm uit te gieten, en na het stollen de massa in kleine blokjes of
stukjes te snijden. Het is een zeer kleverig goedje, maar wel héél lekker!
Deze gelei is machtig. Geef daarom maar kleine porties van deze gelei als
garnering bij het dessert, of deel het uit als snoepgoed.
 |
Extra extra
In ms UB Gent 476 staan twee manieren om kweeën een heel jaar goed te houden.
Voor ons zijn ze niet zo praktisch, want je moet de beschikking hebben over
zaken die nu niet meer alledaags zijn.
Voor wie een flinke kweeënoogst heeft: Leg een laag droesem van rode wijn op de
bodem van een kleine ton, leg er een laag kweeën op, dek af met droesem,
enzovoort. Zorg ervoor dat de bovenste laag is bedekt met wijndroesem. Sluit het
tonnetje, bewaar het op een plank.
Een andere methode, die ook voor druiven te
gebruiken is: Zeef as (uit barbecue of open haard), leg de kweeën zodanig naast
elkaar dat ze elkaar nergens raken, en bedek ze met de as. (editie
p.104). Ik neem aan dat de peren in één laag naast elkaar liggen.
Bibliografie
Editie
van ms UB Gent 476: Ria Jansen-Sieben en Johanna Maria van Winter, De
keuken van de Late Middeleeuwen. Bert Bakker, Amsterdam, 1989 (herziene
herdruk in ....)
Auguste Escoffier, Ma
Cuisine. Escoffier voor iedereen. Nederlandse editie H&S,
Utrecht, 1988.
Nieuwe
vaderlandsche kookkunst, Bevattende een volledig en grondig
onderricht, om, naar den hedendaagschen smaak, toetebereiden allerleie soorten
van spyzen [...], door twee in dit vak zeer ervarene huishoudsters. Johannes
Allart, Amsterdam, 1797. Facsimile editie uitg. C. de Vries-Brouwers,
Amsterdam/Antwerpen, 1976.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|