Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Doperwtjes waren ongekend populair
aan het eind van de zeventiende eeuw. Ze werden zelfs gesnoept, zoals Madame de
Maintenon, maitresse van Lodewijk de Veertiende schreef over het hofleven in 1669: "Il y a
des dames qui, après avoir soupé, et bien soupé, trouvent des pois chez elles
avant de coucher, au risque d'une indigestion. C'est une mode, une fureur."
(Er zijn dames die, nadat ze hebben gegeten, en goed gegeten, thuis doperwtjes
nemen voordat ze gaan slapen. Het is een modegril, een rage).
Een van de lekkerste gerechten met
doperwtjes vind ik "petit pois à la française" of
"á
la crême", doperwtjes met gestoofde kropsla, boter, spekjes en room. Past
helemaal niet in de huidige voedselmode, met al die zuivel en dat dierlijk vet,
maar o wat smaakt het goed!
François
Pierre la Varenne geeft al een dergelijk recept in Le cuisinier françois uit
1651 (franse edtie p.120/121), waarin erwtjes met sla of postelein worden gekookt en vervolgens afgemaakt
zoals eerder in hetzelfde boek bij 'asperges à la creme' staat aangegeven (met boter of spekjes,
peterselie en bieslook, room en nootmuskaat).
Voor dit gerecht heb ik echter gekozen voor de versie uit
L'Art de bien traiter uit 1674 van de mysterieuze L.S.R.
Waar die letters voor staan is nog steeds
niet zeker. Ik ben tegengekomen "Le sieur Robert", "Le sieur Rolland", en
ook simpelweg "Le serviteur du Roi", maar dat is allemaal giswerk. Er is wel
iets van hem bekend: hij diende ondermeer op de kastelen
Fontainebleau en Vaux-le-Vicomte
(waar Vatel in 1661 in dienst van Nicolas Fouquet -minister van financiën-
zo'n schitterend feest organiseerde dat Lodewijk XIV jaloers werd op de
burggraaf van Vaux en diens bezittingen confisqueerde).
L.S.R. was nogal overtuigd van zijn eigen superioriteit, getuige zijn mening
over La Varenne die slechts twee decennia eerder publiceerde: "Je crois même qu'on ne verra point ici les absurdités et les
dégoûtantes leçons que le sieur de Varenne ose donner et soutenir, [...]; la
raison de cet aveuglement est qu'il ne s'est jamais trouvé personne pour en
combattre les erreurs." ('Préface', editie p.p 22/23, vertaling: Ik geloof zelfs
dat men hier <in dit boek, l'Art de bien traiter> nergens de
absurditeiten en onsmakelijke lessen zal zien die de heer Varenne durft te geven
en verdedigen, [...]; de reden van deze verblinding <i.e. de voortdurende
adoratie van het publiek voor La Varenne> is dat er nog nooit iemand blijkt te zijn
geweest die zijn dwalingen bestreed.)
L'Art de bien traiter is in vijf delen opgebouwd. Het eerste deel bevat recepten voor: grote
en kleine soepen (potages), ragoûts, stoofschotels, hoofd- en tussengerechten,
taarten en pasteien, sauzen, geleien, salades en groenten, maar het begint met
ondermeer een beschrijving van de eetvertrekken voor in de winter en in de
zomer, het bewaren en kiezen van wijn, en, héél interessant, een beschrijving
van de ideale keuken.
Het tweede deel bevat visrecepten en andere recepten voor de 'jours maigres'
(want het Franse koningshof was katholiek).
Het derde deel geeft aanwijzingen voor bijzondere maaltijden (op het water, in
een 'grot'), en een lijst van fruit dat 'natuurlijk' (onbewerkt, rauw) kan
worden gegeten, een hoofdstuk over het bewaren van fruit, en hoe de tafels voor
het dessert versierd moeten worden (met o.a. veel vers fruit).
Het voorlaatste deel handelt over de ambigu, een informele avondmaaltijd waarin
alles, warm en koud, hartig en zoet, tegelijk op tafel stond en die van halverwege de zeventiende tot halverwege de
achttiende eeuw in de mode was.
Het vijfde en laatste deel gaat over confitures, gedroogd fruit, geglaceerd
fruit, snoepgoed (pâtes de fruits).
Pois verts. S'ils sont tres
nouveaux, & de la première saison passez-les par la poësle avec
moitié beure & moitié lard menu bien moins que roux, assaisonnez-les
de fort peu de sel & d'épices pour ne point destruire leur goust
naturel, qui paroist comme tout sucrin, mettez-y quelque coeurs de
laituës pommées blanchies hachées menu, un petit vert de siboulette,
peu de thim, & sur tout point d'eau si ce n'est une cuillerée ou deux
de votre meilleur boüillon, car les legumes d'elles mesmes en font assez,
songez pareillement qu'ils doivent estre un peu verdelets, autrement à
force de cuire ils deviendront tout jaunes, un moment avant de servir
jettez-y de la cresme à proportion, remuez encore cinq ou six tours &
donnez promptement à manger.
Groene erwten. Als ze heel vers
zijn en van de eerste pluk, haal ze even door de pan met half boter en
half kleingesneden spek, gesmolten maar niet verkleurd. Breng op smaak met
heel weinig zout en kruiden om hun natuurlijke smaak niet teniet te doen
die heel zoet is. Doe erbij enkele geblancheerde en fijngehakte
kropslaharten, wat bieslookgroen, een beetje tijm. Vooral géén water of
het moet één of twee lepels van uw beste bouillon zijn, want de
groenten hebben van zichzelf al voldoende [vocht]. Bedenk ook dat ze groen
moeten zijn, want anders worden ze door het koken geheel geel. Doe er vlak
voor het serveren room naar behoefte bij, roer nog vijf of zes maal om, en
dien het meteen op om gegeten te worden.
De moderne bewerking van het recept:
Dit is een groentegerecht dat echt
aanwezig is in het menu, zowel in smaak als in voedzaamheid. Het vlees- of
visgerecht dat je erbij serveert moet daar niet tegenaan gaan concurreren.
Geef er bijvoorbeeld kalfscoteletjes, of
kalfsriblappen, bij, gemarineerd in azijn, verjus, citroensap en zout,
drooggedept en door bloem gehaald, en daarna in reuzel of een mengsel van boter en
olijfolie gebakken. Dit is een vereenvoudigde versie van het recept voor 'cotelettes de
veau marinée pour frire', het eerste recept in deel 1, hoofdstuk 3 van l'Art de bien
traiter, waar het niet meer dan een garnering is voor bij gevulde kalfsborst.
Ingrediëntenlijst:
500 gram diepvries doperwtjes
50 gram boter
50 gram ontbijtspek (misschien wordt vers vet spek bedoeld, maar ik vind dit
lekker)
1 mooie krop sla (gewone kropsla)
2 theelepels fijngeknipte bieslook
de blaadjes van 1 takje tijm
snufje zout, nog kleinere snufjes nootmuskaat en peper
1 tot 2 eetlepels goede bouillon (vlees of groente)
½ deciliter of 3 eetlepels dikke room (crème fraîche)
Voorbereiding:
Was de sla, verwijder de buitenste, donkerkroene bladeren. Dompel de krop kort onder in ruim
kokend water, laat daarna goed uitlekken. De sla is geslonken en het meeste
overtollige vocht is eruit. Snijd de sla in smalle reepjes. Het recept vraagt om
fijngehakte sla, maar ik vind het prettig de sla wat groter te laten. Beslis
zelf maar wat je doet.
Laat de doperwtjes half ontdooien (niet te lang).
Bereiding:
Verhit boter en spek totdat het vet gesmolten is maar nog niet verkleurd. Doe de
erwtjes in de pan, schep om tot de erwtjes bedekt zijn met een laagje
boter/spekvet, doe dan de rest, behalve de room, erbij. Doe het deksel op de pan
en laat op laag vuur stoven. Afhankelijk van de erwtjes is vijf tot vijftien
minuten nodig. Doe de room erbij, roer nog even door.
Doperwtjes (Pisum sativum):
Dit zijn niets anders dan gewone groene
erwten, maar dan onrijp. Groene
erwten worden al zeker vijf milennia lang gegeten. Ze werden meestal gedroogd. In die
vorm waren ze met andere peulvruchten zoals capucijners (velderwten of grauwe
erwten) een
belangrijk basisingrediënt voor soepen en sauzen, vooral in de
Vastentijd.
Omdat doperwten snel in smaak achteruit gaan als ze eenmaal zijn geplukt, kun je
het beste diepgevroren erwtjes gebruiken. Doperwten uit blik lijken in de verste
verte niet op verse doperwtjes, en de verse erwtenpeulen die je in de zomer kunt
kopen zijn al te lang geleden geplukt. Eigenlijk kun je alleen erwtjes uit eigen tuin
vers bereiden. Verjus:
Het sap van zure, onrijpe druiven, veelvuldig gebruikt in de Middeleeuwen. Het is nog steeds te koop, maar je moet wel
zoeken. In onze streken werd verjus ook van onrijpe appels gemaakt, en zelfs van
zuring. Als je geen verjus kunt vinden, neem dan appelciderazijn.
Meer over verjus en een recept voor zelf verjus maken.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.