Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
"Koninginnesoep, da's nou echt Hollands",
denken veel landgenoten. Want wij hebben vanaf het regentschap van koningin Emma,
zo'n 120 jaar geleden, een vrouw als staatshoofd. En omdat koninginnesoep zo
populair is in Nederland hebben alle soepmerken wel een variant ervan in hun
assortiment blikbrij en soeppoeder.
Deze instantsoepen hebben niet veel te maken met het oorspronkelijke gerecht
zoals dat in Frankrijk in de zeventiende eeuw is ontstaan.
Hieronder staat de oudste versie van de 'potage à la reine'
die ik heb kunnen vinden, uit het midden van de zeventiende eeuw. Het recept is
van La Varenne, gepubliceerd in Le cuisinier François in 1651 (editie). Het kenmerkende van deze soep is het
gebruik van twee bouillons: versterkte paddestoelen/gevogeltebouillon op basis van
vleesbouillon, en amandelbouillon, ook op basis van vleesbouillon. Ook latere
versies uit de tweede helft van de zeventiende eeuw combineren gevogeltebouillon
met amandelbouillon. Door die amandelbouillon heeft de soep een roomwitte kleur.
In een Frans kookboek uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw is de 'potage
à la reine' verworden tot een bouillon met gepureerd vlees van gevogelte of kalf
en met rijst en room, geserveerd met kleine gebakken broodblokjes. In de erop
volgende variant, 'potage à la reine Margot'. worden melk, laurierblaadjes en
amandelen toegevoegd (editie Audot).
Later duidde 'à la reine' een verfijnd gerecht met blank gevogelte aan, waarin
vaak ook paddestoelen en zwezerik waren verwerkt, maar dat is pas in de loop van
de negentiende eeuw.
Er is een theorie dat de eerste 'potage à la
reine' in de zestiende eeuw werd geserveerd aan het hof van Valois, waar
Marguerite de Valois (1553-1615) dol was op deze soep. Zij was de jongste
dochter van Catharina de Medici en
Henri II en echtgenote van Henri IV. Maar vóór het verschijnen van de
apocriefe Mémoires de la Marquise de Créquy in 1839 is er bij mijn weten
geen bron te vinden van het verband tussen de 'potage à la reine' en koningin
Margot (zoals Marguerite ook wel werd genoemd).
De Nederlandse koninginnesoep lijkt het meest
op de versimpelde potage à la reine uit de negentiende eeuw. Mia Snelder geeft in haar
Sleutel tot de kookkunst (editie) uit de jaren
zestig van de vorige eeuw een recept met kippebouillon die wordt gebonden met een
roux (boter en bloem), dan gaan er blokjes kippevlees door, en de soep wordt
afgemaakt met eidooier en een scheut room of koffiemelk. Ik herinner me dat wij vroeger
inderdaad een dergelijke soep kregen, maar daar dreven dan ook nog erwtjes en wortelblokjes in. Een afspiegeling van de
groene pistachenootjes en rode
granaatappelpitjes die eeuwen geleden werden gebruikt? Het is in ieder geval de
variant die op koninginnedag overal in plastic bekertjes wordt geserveerd. Dat
er toch een verband is met de Franse soep valt af te leiden uit het
AVRO-kookboek van P.J. Kers uit 1930, waar een met
roux, eidooier en room
gebonden soep 'Koniginnesoep. Potage à la Reine (Imitatie)' wordt genoemd.
In de zeventiende eeuw waren er ook varianten
op het onderstaande recept. Omdat het Franse koningshof katholiek was, had de
koninginnesoep een versie voor de wekelijkse visdagen. Voor deze soep werd bouillon getrokken van karper of snoek met ui,
peterselie en hardgekookte eieren (ja echt). Dan werd van een deel van deze
bouillon weer amandelbouillon gemaakt met extra ui en kruidnagel, aan het andere
deel werd boter toegevoegd. De soep werd afgemaakt met verjus en
paddestoelenbouillon, en gegarneerd met granaatappelpitjes en schijfjes citroen.
Voor de grote vastentijd van Aswoensdag tot Pasen wanneer behalve vlees ook
zuivelproducten verboden waren, werden boter en eieren vervangen door
erwtenkooknat. En voor de allerstrengste vastendag van het jaar, Goede Vrijdag,
was de soep geheel vegetarisch. De vis werd compleet vervangen door
paddestoelen. (meer over vastendagen)
Meer Franse recepten uit de zeventiende eeuw: Erwtensoep, Zalm
in rode wijnsaus,
Doperwtjes à la crême, en Crême brûlée.
Het oorspronkelijke recept Het recept komt uitde eerste
editie uit 1651 van Le cuisinier françois
van François Pierre, Sieur de La Varenne (editie).
Pierre François de La Varenne leefde van ongeveer 1615 tot 1678. Over zijn leven
is weinig bekend. Hij heeft bij de markies van d'Uxelles gewerkt, en schreef
drie kookboeken. Het eerste is Le cuisinier françois, later volgden Le
patissier françois (1653) en Le confiturier françois (1664). Van deze drie boeken
is onlangs een Engelse vertaling door T. Scully
verschenen, met een uitgebreide inleiding.
Meer over François Pierre La varenne.
Potage à la Reyne.
Prenez des amandes, les battez & les mettez bouïllir auec bon bouïllon, vn
bouquet, & vn morceau du dedans d'vn citron, vn peu de mie de pain, pu[i]s
les assaisonnez; prenez bien garde qu'elles ne bruslent, remuez les fort
souuent, puis les passez. Prenez ensuite vostre pain & le faites mitonner
auec le meilleur bouïllon, qui se fait ainsi; Apres que vous aurez desossé
quelque perdrix ou chapon rosty prenez les os & les battez bien dedans vn
mortier, puis prenez du bon bouïllon, faites cuire tous ces os auec vn peu
de champignons, & passez le tout. & de ce bouïllon mitonnez vostre pain, &
à mesure qu'il mitonne arrosez le dit bouïllon d'amende & ius, puis y
mettez vn peu de achis bien delié, soit de perdrix ou de chapon; &
tousiours à mesure qu íl mitonne mettez y du bouïllon d'amende iusques à
ce qu'il soit plein. Prenez en suite la paëlle du feu, la faite rougir, &
la passez par dessus. Garnissez de crestes, pistaches, grenades & ius,
puis seruez.
Koninginnesoep.
Neem amandelen, stamp ze fijn en kook ze met goede bouillon, een
kruidenboeket, een stuk van het binnenste van een citroen en wat broodkruim.
Breng vervolgens op smaak. Let goed op dat [de amandelen] niet
verbranden, roer ze vaak, zeef ze dan. Neem vervolgens uw brood en laat het
sudderen met de beste bouillon die men aldus maakt: Neem, nadat U enkele
geroosterde patrijzen of kapoenen hebt ontbeend, de botten en verbrijzel die
in een vijzel. Neem goede bouillon, kook alle botten met wat champignons, en
zeef het geheel. Sudder uw brood in deze bouillon, en besprenkel dit [brood]
terwijl het suddert met voornoemde amandelbouillon en vleesnat. Doe er dan
wat fijn gehakt vlees van patrijs of
kapoen in, altijd zodanig dat het
suddert. Doe er amandelbouillon bij totdat het vol is. Neem vervolgens een
vuurschep, maak die roodgloeiend en haal die erover. Garneer met hanekammen,
pistachenootjes, granaatappelpitjes en vleesnat, dien dan op.
De moderne bewerking van het recept:
Uit de vertaling van Scully van de
tweede editie van de Cuisinier françois uit 1652 blijkt dat het 'bouquet'
waarschijnlijk bestaat uit peterselie, bieslook en tijm (zie het recept voor
vleesbouillon). Verder wordt in
deze editie zout aan de amandelbouillon toegevoegd. Het kan echter ook zijn dat
het toevoegen van zout geïmpliceerd wordt door de term 'assaisonnez'. Of Scully
daarom 'with salt' in zijn vertaling gebruikt is me niet duidelijk. Zonder de
originele Franse versie van de tweede druk te zien kom je hier niet achter. Dat
is meteen het enige bezwaar van dit verder geweldige boek: je krijgt alleen de
vertaling onder ogen. Ook de editie van de Engelse vertaling uit 1653 (editie)
is 'with salt'.
Overigens is de kwaliteit van de soep natuurlijk nooit beter dan de gebruikte
bouillon, begin dus alsjeblieft niet met bouillonblokjes.
Op de foto is de soep gegarneerd met wat grotere plakjes patrijzenvlees. Volgens
het recept moet al het vlees fijngehakt worden.
Voor vier personen.
Ingrediëntenlijst:
Om te beginnen:
2 patrijzen
40 gram gesmolten boter
4 plakjes vers vet spek
ruim 1½ liter
bouillon naar zeventiende eeuws recept,
gesplitst in twee keer ¾
liter, + nog enkele eetlepels Patrijzenbouillon:
de helft van de vleesbouillon
ontbeende karkassen van 2 geroosterde patrijzen
250 gram champignons, fijngehakt
2 kruidnagels Amandelbouillon:
de andere helft van de vleesbouillon
kruidenboeket (bouquet garni): peterselie, bieslook, tijm
¼ citroen, alleen
het vruchtvlees (dus zonder schil, en óók het wit eraf)
150 gram gemalen amandelen
kruim van 2 sneden witbrood
zout naar smaak En verder:
fijngehakt vlees van 2 geroosterde patrijzen
4 kleine schijfjes oudbakken pain de campagne,
nog enkele eetlepels vleesbouillon Garnering:
2 eetlepels gepelde groene pistachenootjes (de beste kwaliteit)
pitjes van 1 granaatappel
eventueel 1 hanekam per persoon, voorbereid
Voorbereiding:
Bestrooi de patrijzen met peper, leg ze in een braadslee met de borst naar
boven. Bestrijk de vogels met gesmolten boter, en leg plakjes vet spek over de
vogels (barderen). Rooster ze in een op 175EC
voorverwarmde oven gedurende 50 minuten, terwijl je ze regelmatig bedruipt. Haal
de laatste tien minuten het spek van de vogels. Haal de patrijzen uit de oven en
laat ze minstens een kwartier staan. Snijd dan vleugels en poten af, en haal het
borstvlees van het karkas. Haal ook het vlees van de vleugels en poten. Hak het
vlees klein, houd eventueel wat plakjes borstvlees apart ter garnering.
Begin dan met de patrijzenbouillon. Breek of hak de botten in kleine
stukken, en stamp die zo goed mogelijk fijn. Doe dit met de fijngehakte
champignons bij de vleesbouillon, breng tegen de kook aan, en laat een uurtje
sudderen met het deksel op de pan (anders kookt het teveel in). Zeef daarna door
een doek.
Terwijl de patrijzenbouillon suddert, ga je verder met de amandelbouillon. Doe
alle ingrediënten voor de amandelbouillon in een pannetje en breng tegen de
kook aan, maar pas op dat het niet verbrandt. Roer regelmatig goed over de
bodem. Zeef de bouillon na twintig minuten door een doek, pers daarna de pulp
voorzichtig nog wat uit om zoveel mogelijk vocht te verkrijgen.
Bereiding:
Bij La Varenne wordt de
soep in de 'pot' serveerklaar gemaakt. Beide
bouillons worden niet vermengd, ze worden ná elkaar in de pot gedaan. Tot slot
wordt de soep gegratineerd en gegarneerd, en dan opgediend. Als je de soep gaat
opscheppen gaat die gelaagdheid verloren. Daarom kies ik ervoor vuurvaste
soepborden of -kommen te gebruiken.
Begin met de grill voor te verwarmen. Zet dan de voorverwarmde soepborden of
-kommen klaar. Eerst wordt daar een snee brood in gelegd. Daaroverheen gaat alle
gloeiendhete vleesbouillon en een beetje hete amandelbouillon. Verdeel dan het
fijngesneden patrijzevlees over de borden of kommen. Schep hierover de resterende amandelbouillon.
Leg eventueel tot slot wat plakjes borstvlees in het bord. Leg
op iedere soepportie eventueel één hanekam. Zet de borden of kommen enkele
minuten onder de grill. Mijn ervaring is echter dat de soep er niet gegratineerd
uit zal zien, er is geen ingrediënt zoals suiker, room of kaas dat bruin kan worden.
Hooguit wordt het uitstekende patrijzevlees donkerder. Maar de soep wordt in
ieder geval weer warm. Strooi er tot slot de pistachenootjes en
granaatappelpitjes over.
Als je de soep toch in een pot of terrine wilt opdienen verzamel je de
verschillende componenten (brood, beide bouillons, vlees) op dezelfde manier.
Zorg er dan wel met uitserveren voor dat je voor iedere portie 'tot op de bodem'
gaat.
Serveren:
Meteen. Het is een machtige soep met een bijzondere smaak.
granaatappel:
Fruit met een achtenswaardige geschiedenis. De Punica granatum komt uit het
Midden-Oosten, het is de vrucht van een kleine boom die inheems is in Iran (het
voormalige Perzië). Bekend is de mythe van Persephone, de dochter van de Griekse
godin voor de vruchtbaarheid Demeter: zij was ontvoerd door de god van de
onderwereld, Hades. Omdat zij tijdens haar verblijf daar haar belofte om niets
in de onderwereld te eten had verbroken door het eten van een granaatappel,
waarvan ze zes pitjes had doorgeslikt voordat ze de rest uitspuwde, moest zij
voortaan jaarlijks zes maanden bij Hades ondergronds verblijven, de rest
van het jaar mocht ze bij haar moeder zijn. Dit zou de afwisseling van winter en
zomer verklaren. Verder wordt er van de appel in het Paradijs, en ook van de
appel van Afrodite, beweerd dat het een granaatappel was. Maar er zijn stemmen
dat het hier kweeën betrof. En misschien was het toch gewoon een ... appel.
De rode edelsteen is naar de granaatappel genoemd vanwege de kleur en
schittering, maar ook het wapen, omdat dat uiteenspat net als de zaadjes uit de
vrucht. En grenadine, een frisdrank, wordt ook van (of tegenwoordig eerder
'met') granaatappel gemaakt. Waar het uit culinair oogpunt om gaat is de
helderrode gelei rond de pitjes, hoewel je de pitjes zelf ook kunt eten. Deze
pitjes zitten in vruchtkamers met stevige, oneetbare vliezen. Hanekam: Inderdaad, de kam van een volwassen haan of hen. Werd vooral gebruikt
vanwege de opvallende vorm. Het is niet makkelijk om aan hanekammen te komen,
vleeskippen zijn nog niet volwassen als ze worden geslacht. Bovendien worden in
dit huiverlandje delen als hanekammen en poten weggegooid als slachtafval.
Voorbereiding (ontleend aan de Grote Larousse van de Gastronomie): Prik de
hanekammen hier en daarna in met een naald. Week ze in koud water, knijp de
kammen hierin uit om het achtergebleven bloed te verwijderen. Zet de kammen op
met schoon koud water, breng dit aan de kook. Haal de kammen na een minuut
uit het water, laat ze uitlekken en wrijf ze één voor een met zout. Spoel af
onder stromend water. Alle achtergebleven haartjes zijn nu verdwenen. Week de
hanekammen opnieuw tot ze wit van kleur zijn. Kook ze vervolgens een half uur in
water met zout, laat opnieuw uitlekken. Nu kunnen ze verder worden verwerkt.
De hanenkam is niet essentieel voor deze koninginnesoep. Wie er echter toch mee
aan de gang wil en geen idee heeft waar ze te koop zijn, kan contact opnemen met de poelier die mij ook heeft geholpen,
poelier Kapteijns uit Driessen. Patrijs: Patrijzen zijn verwant aan fazanten. Allebei heerlijke vogels, die
van oudsher zeer geliefd waren bij de adel. Niet alleen dat, gerechten met
patrijzevlees waren zelfs zéér geschikt om herstellende zieken weer op krachten
te brengen. Vrouwtjespatrijzen (hennen) zijn lekkerder dan mannetjes. Dat komt
omdat de vrouwtjes een hoger vetpercentage hebben (helaas is dat ook zo bij
mensen).
Het jachtseizoen voor patrijs is van september tot januari. Maar in de meeste
landen staat patrijs op de lijst van bedreigde vogelsoorten, er mag beperkt of
helemaal niet op ze gejaagd worden. De patrijzen die hier te koop zijn, zijn
ofwel gefokt, of ze zijn geïmporteerd uit Oost-Europa. Als je kunt kiezen, neem
dan gefokte patrijs. De smaak is misschien minder 'wild', maar liever dat dan
weer een uitgestorven diersoort.
Louis-Eustache Audot, La cuisinière de campagne et de la
ville [...]. De eerste druk was uit 1818. In mijn editie ontbreekt het
titelblad, maar ze is in ieder geval van na 1884 (701 pp + 15 pp advertenties). P.J. Kers, Avro-kookboek Dl 1, Amsterdam, 1930
(5de druk) Mia Snelder, Prisma kookboek. Sleutel tot de kookkunst. 1964 (4de druk)
(1651)
François Pierre La Varenne , Le cuisinier
françois d'apres l'édition de 1651, Facsimile editie met een voorwoord van
Philip en Mary Hyman. (Houilles, 2002).
(1653)François Pierre la Varenne,
The french cook. Englished by I.D.G. 1653.
Editie van de Engelse vertaling van Le cuisinier françois uit 1653
(gebaseerd op de tweede Franse druk uit 1652) in
gemoderniseerd Engels met een voorwoord van Philip en Mary Hyman.
(1652)François
Pierre La Varenne,
The French Cook; The French Pastry Chef; The French Confectioner A modern English translation and commentary by Terence
Scully. (Prospect Books, 2006) Gebruikt de tweede editie, uit 1652.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
26-02-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.