Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
recept mei/juni 2008
Soupe en Civé, en Tasey
Eiergerechten uit de veertiende/vijftiende en zestiende eeuw English
version of this recipe
Ik houd van eieren. Vandaar dit keer twee
recepten, uit Frankrijk en Nederland, uit de veertiende/vijftiende en zestiende eeuw,
hartig en zoet.
Eieren spelen een belangrijke rol in de keuken van de
Middeleeuwen, als bindmiddel in sauzen en vullingen, of als "verguldsel" (gebraad
of gebak werd bestreken met eidooiers), maar natuurlijk waren er ook gekookte
eieren, omeletten en spiegeleieren. Een middeleeuws recept voor gevulde eitjes staat elders
op deze site, hieronder staan in olie gepocheerde eieren of spiegeleieren
(civé d'oeufz) met een mosterdsopje (souppe de moustarde), en een
omelet met
kruisbessen (tasey van stekelbesyen). Overigens staat er op deze site
ook een pagina met basisrecepten voor eieren.
De Franse recepten komt uit de Viandier,
een van de meest invloedrijke middeleeuwse kookboeken. De oudste versie
van de Viandier is meteen ook een van de oudste overgeleverde kookboeken uit de
Middeleeuwen. Deze versie, die waarschijnlijk ontstaan is aan het eind van de
dertiende eeuw, is niet een boek, maar een rol van aan elkaar geplakte bladen
perkament. Een keukenrol, zou je haast zeggen. De tekst is in de loop van de
veertiende en vijftiende eeuw diverse malen bewerkt en uitgebreid, en al in de
veertiende eeuw werd de Viandier toegeschreven aan de eerste superkok uit
de geschiedenis: Guillaume Tirel, bijgenaamd Taillevent (windsnijder, zo snel
was hij met z'n messen). Hoewel hij zeker niet de auteur van de oorspronkelijke
Viandier is (hij leefde van 1315 tot 1395), valt het niet uit te sluiten dat hij in de loop van zijn
indrukwekkende carrière (hij heeft voor diverse Franse koningen gekookt) tijd
heeft gevonden om aan de receptenverzameling wat toe te voegen. Maar hij is dus
zeker NIET de originele auteur ervan.
De Viandier bleef
in ieder geval een succesnummer, in de vijftiende eeuw verschenen
al zes gedrukte uitgaven (incunabula), en hij werd nog regelmatig opnieuw uitgegeven
als actueel kookboek tot
1604.
Op de foto links is de oudste versie van de Viandier te zien, de
'keukenrol', met de naam van de afschrijver, Petrus Plenus Amoris (Peter Vol van
Liefde).
In 1892 verscheen de eerste editie van de Viandier als historische tekst,
door J. Pichon en G. Vicaire (editie). Op
internet zijn vaak negentiende-eeuwse edities van middeleeuwse teksten te
vinden, omdat die vrij zijn van copyright. Helaas schort er vaak e.e.a. aan deze
edities. Niet alleen omdat er in de afgelopen anderhalve eeuw nieuwe
manuscripten zijn ontdekt waardoor teksten beter kunnen worden gereconstrueerd,
maar ook omdat beoefenaren van de filologie, die toen nog in de kinderschoenen
stond, zich nogal vrij voelden allerlei 'correcties' aan te brengen in de
middeleeuwse teksten, zonder dat daar verantwoording over werd afgelegd. Toch is
het werk dat deze pioniers hebben verricht, het toegankelijk maken van
middeleeuwse teksten, van onschatbare waarde geweest (met de nadruk op
geweest).
De souppe de moustarde is niet echt een eierrecept, maar de olie
waarin de eieren van de civé zijn gepocheerd, wordt gebruikt voor
het maken van dit gerecht. Het is logisch om te verwachten dat beide schotels
tegelijk werden geserveerd. In mijn bewerking van de recepten ben ik nog
verder gegaan, en heb er één gerecht van gemaakt. Overigens is deze souppe geen soep, maar een
sop: geweekt brood met een meer of minder vloeibare saus erover. De Franse
koninginnesoep uit de zeventiende eeuw is een
voorbeeld van een sop met meer vocht, en lijkt dus meer op een soep.
De oorspronkelijke recepten uit de Viandier Beide recepten ontbreken in de oudste versie
van de Viandier, omdat ze net bovenaan de achterkant van de perkamentrol
stonden. Het begin van deze rol is namelijk verdwenen. Daarom staat hieronder de
tekst van een ander manuscript, dat Scully als uitgangspunt voor zijn vertaling
heeft genomen (Bibliotheca Vaticana, Regina 776 (olim 233 en 2159),
ff.48r-85r). (editie, receptnrs 83 en 84,
pp.150/153)
Souppe de moustarde.
Prenez de l'uille en quoy vous avez frit ou poché vos oeufz, et du vin et
de l'eaue et boullez tout en une paelle de fer; et puis prenez la crouste
du pain et mettez haller sur le grail, puis en faictes morceaulx quarrez
et mettez boullir avec; aprés purez vostre boullon et ressuyez vostre
souppe et la versez en ung plat; puis mettez en vostre paelle de vostre
bouillon ung pou de moustarde bien espesse, et faictes tout boullir.
Mosterdsop.
Neem olie waarin u uw eieren heeft gebakken of gepocheerd, en wijn en water.
Kook alles in een ijzeren pan. Neem vervolgens een broodkorst en rooster
het, snijd er dan vierkantjes van en laat koken met de rest. Zeef dan het
kookvocht, laat de soppen (stukjes brood) uitlekken en doe ze in een
schotel. Doe dan bij het kookvocht in de pan wat goed dikke mosterd, en
laat alles koken.
Civé d'oeufz.
Pochez en huile, aprés frisiez oingnons en huile par rouelles et mettez
boullir avec du vin, du verjus et du vinaigre et faictes boullir tout
ensemble; et quant vous drecerez vostre boullon si le dreciez sur vostre
grain; et ne soit pas lyant; et puis faictes des Souppes en moustarde,
comme devant.
Eierschotel.
Pocheer [de eieren] in olie, fruit dan in schijven gesneden uien in olie, en laat
koken met wijn, verjus en azijn en laat alles samen koken. En wanneer u uw
kookvocht opdient giet u het uit over de eieren. En het moet niet gebonden
zijn. Maak daarna mosterdsoppen, zoals hiervoor [beschreven].
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept
Wat staat er nu? De eieren worden in olie 'gepocheerd', of gebakken
(spiegeleieren). Daarna wordt in schijven gesneden ui gefruit (in nieuwe olie,
want de olie van de eieren is nodig voor het mosterdsop?), en gestoofd met wat
wijn, verjus en azijn. Deze saus wordt over de eieren gegoten. En dan moet het
mosterdsop worden bereid: geroosterde stukjes broodkorst weken in een mengsel
van met olie (van de gebakken eieren) en water opgekookte wijn, daarna wordt het
brood eruit gezeefd en na uitlekken in een schotel gelegd, het vocht wordt nog
een keer opgekookt met wat dikke mosterd, en over het brood gegoten.
Hiervan lijkt me wel één recept te maken voor een moderne bewerking.
Over het pocheren van eieren: of dat nu in water of olie gebeurt, het resultaat
moet zijn juist gestold eiwit, met een dooier die stevig is aan de buitenkant,
maar van binnen nog vloeibaar.
Voor vier personen.
Ingrediëntenlijst:
4 verse eieren
olie voor het 'pocheren'
2 flinke uien, in dunne schijfjes gesneden
4 eetlepels olijfolie
1 deciliter rode wijn
1 deciliter wijnazijn
1 deciliter verjus of appelazijn, of vervang door half
wijn, half wijnazijn
1 flinke eetlepel dikke mosterd
4 dikke sneden brood (wit)
1 deciliter rode wijn met 1 deciliter water en 1 eetlepel olijfolie
zout (toch maar)
Voorbereiding:
Rooster het brood in de oven, bestrijk eventueel eerst stiekem met wat
olijfolie. Breng in een steelpannetje wijn, water en olie aan de kook.
Bereiding:
Bak vier spiegeleieren. Je mag de eieren ook pocheren, maar je hebt dan wel véél olie
nodig, minstens een halve liter (ik heb 8 deciliter gebruikt). Verhit de olie in
een kleine pan tot 190 grC. Breek een vers ei in een kommetje en laat het vanuit
het kommetje in de olie glijden. Het ei zal naar de bodem zakken. Geen paniek,
als het eiwit gestold is komt het ei vanzelf weer bovendrijven. Dan kun je het
gefrituurde ei met een schuimspaan uit de olie vissen en laten uitlekken op
keukenpapier. Het ei is in 15 tot 25 seconden klaar.
Fruit de uiringen in de achtergebleven olie van het bakken (of neem twee
eetlepels van de pocheer-olie). Als ze mooi goudbruin zijn,
gaan wijn, azijn en verjus erbij. Laat het vocht inkoken tot de helft. Roer tot
slot de mosterd erdoor (en misschien wat zout). Week het geroosterde brood
kort in het warme wijn/watermengsel.
Serveren:
Neem vier diepe borden. Leg in ieder bord een schijf brood. Schep de gefruite uien met vocht en mosterd erover,
leg daarop een ei.
Als je van knapperig brood houdt, laat je het weken van het brood achterwege.
Het recept voor omelet (tasey) zit aan het randje van wat
we de culinaire Middeleeuwen zouden kunnen noemen. Het komt uit het
Seer excellenten gheexperimenteerden nieuwen Coc-boeck dat de Dordtse arts
Karel Baten (Carolus Battus) als bijlage bij de tweede editie van zijn vertaling
van het Medecyn Boec van de Duitser Christopher Wirtsung in 1593 heeft
gepubliceerd. Battus geeft verschillende omeletrecepten, met spierinkjes, met
appel of peer, en dit recept met kruisbessen. Het gebruik van gember, suiker en
kaneel is middeleeuws. Rozewater kom je ook tegen in enkele middeleeuwse
recepten, maar in de zestiende en zeventiende eeuw was het een zeer populaire
smaakmaker. De grens tussen zoet en hartig werd in deze periode wel duidelijker,
maar nog steeds kon je een zoet gerecht als dit ook tegelijk met vlees- of
visgerechten serveren. In een modern menu is deze zoete omelet een nagerecht.
Het kolenvuur dat wordt genoemd in het recept is het 'sudderpitje' van de
middeleeuwse keuken met open vuur. Kolenvuur geeft minder rook af dan houtvuur,
en het is beter beheersbaar.
Het oorspronkelijke recept uit het Coc-boeck Van het Coc-boeck van Karel Baten is geen moderne gedrukte
editie voorhanden, maar op de site van
Marleen Willebrands staat een transcriptie.
Om een tasey van stekelbesyen te backen.
Neempt versche boter ende smeltse in een panne. Doeter dan soo vele
stekelbesyen in datse bycans twee vyngeren hooch liggen ende laetse met de
boter een weynich sieden tot datse maer recht hen coleur verloren hebben.
Clopt dan wel cleyn 7, 8 ofte 9 eyeren met wat gengeber ende wat rooswaters.
Gietet tsamen over de besyen ende latet so over een coolvyer backen dat niet
en brande. Als de tasey genoech gebacken is, so laetse properlick uut de
panne in de schotel rijsen datse niet en breke. Dan stroyter suycker ende
caneel op ende dientse.
Om een omelet van
kruisbessen te bakken.
Neem verse boter en smelt die in een pan. Doe er dan zoveel kruisbessen in
dat ze bijna twee vingers hoog liggen. Laat ze met de boter een beetje
stoven totdat ze net hun kleur verloren hebben. Klop dan 7, 8 of 9 eieren op
met wat gember en rozewater. Giet het samen over de kruisbessen, en laat het
zo op een kolenvuur bakken dat het niet aanbrandt. Laat, als de omelet gaar
is, deze netjes uit de pan in de schotel glijden zodat ze niet breekt.
Strooi er dan suiker en kaneel op, en serveer.
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept
Vergeleken met de recepten uit de
Viandier is dit simpel. Maar het resultaat is zeker zo smakelijk.
Kruisbessen zijn er vanaf juni, dit is dus echt een recept voor de vroege zomer. Als ze makkelijk te krijgen zijn, of je hebt
kruisbessen in eigen tuin, dan kun je ze invriezen, zodat je ook buiten het
seizoen deze zoete omelet kunt bereiden.
Een ander Middelnederlands recept met
kruisbessen is voor geroosterde makreel met
kruisbessensaus.
Voor vier personen.
Ingrediëntenlijst:
250 gram kruisbessen
30 gram boter
3 eieren
1/2 theelepel gemberpoeder
1/2 eetlepel rozewater
samen 1 theelepel poedersuiker en kaneel
eventueel extra suiker
Voorbereiding:
Was de kruisbessen, verwijder eventuele steelaanzetten en kroontjes.
Klop de eieren los met gemberpoeder en rozewater.
Proef een kruisbes. Zijn de vruchten erg zuur, dan moet je een lepel suiker bij
het eiermengsel doen.
Bereiding:
Smelt de boter in een niet te grote koekepan, laat de boter niet verkleuren. Doe
de kruisbessen erbij, zorg dat ze de hele bodem bedekken. Schep de kruisbessen
op laag vuur af en toe om, totdat ze zacht worden en hun verse kleur verliezen
(een minuut of drie).
Giet dan het eiermengsel in de pan, leg een deksel erop, en verhit op matig vuur
totdat de eieren gestold zijn. Schuif dan de omelet voorzichtig op een plat
bord, en bestrooi met suiker en kaneel.
Kruisbessen
-
Kruisbessen (Ribes grossularia) worden pas sinds de dertiende eeuw gekweekt, voor die tijd
waren ze alleen in het wild te vinden. In het noorden van Frankrijk was kruisbessensaus een klassieke begeleider bij
makreel (de Franse benaming voor kruisbes is dan ook groseille maquereau
ofwel "makreelbes").
In de negentiende eeuw was er een Engelsman die meende
dat de Nederlandse naam kruisbes te maken had met de Heilige Kruisvinding
op 3 mei (bron). Maar de middeleeuwse benamingen
stekelbesij en kroeselbesij (waarvan kruisbes een variant is)
geven aan dat het de stekelige haartjes op de bes zijn die deze vrucht zijn
Nederlandse naam hebben gegegeven. Mosterd -
Dit is van oudsher een populaire smaakmaker. Mosterd wordt gemaakt van de zaden
van verschillende planten van de koolfamilie. Van een aantal van deze planten
wordt ook het blad gegeten, en sommige soorten mosterdzaad leveren na persing
een goede olie. Je hebt zwart, geel en bruin mosterdzaad (respectievelijk
brassica nigra, sinapis alba en brassica juncea), elk met andere eigenschappen.
Brassica nigra en sinapis alba zijn inheems in Europa, brassica juncea komt uit
Azië. Recept: Franse mosterd en hypocras (om
zelf mosterd te maken). Verjus - Het sap van
zure, onrijpe druiven, veelvuldig gebruikt in de Middeleeuwen. Het is nog steeds
te koop, maar je moet wel zoeken. In onze streken werd verjus ook van onrijpe
appels gemaakt, en zelfs van zuring. Als je geen verjus kunt vinden, neem dan
appelazijn.
Meer over verjus en een recept voor het zelf maken
van verjus. Verse eieren - Als je een ei wilt pocheren (of zoals
hierboven frituren), is het belangrijk dat het zo vers mogelijk is. Een ei heeft
behalve een dooier namelijk twee soorten eiwit, dik en dun. Hoe ouder het ei,
hoe meer dun eiwit. Voor een mooi gepocheerd ei is het belangrijk dat het eiwit
zoveel mogelijk om de dooier blijft zitten, het moet dik eiwit zijn. ALs je een
spiegelei bakt, kun je goed het verschil tussen dik en dun eiwit zien.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.