nleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
recept september/oktober 2008
Schone handen
Die heb je nodig als je op z'n middeleeuws eet! English
version of this recipe
Het wordt tijd om eens aandacht te besteden
aan het eten van middeleeuwse gerechten. Zoals bekend is het eten met een vork
pas in de zestiende eeuw in hogere kringen gewoongoed geworden (burgers aten
zelfs in de achttiende eeuw nog vaak gewoon met de hand), en eten met vork EN
mes doen we eigenlijk pas sinds begin twintigste eeuw. Tot de twintigste eeuw at men zoals
veel Amerikanen nu nog doen: de vork in de rechterhand, en alleen als er iets
gesneden moet worden, wordt de vork overgenomen door de linkerhand. En voor de
komst van de tafelvork at men met de vingers.
Tafelmanieren zijn relatief, wat bij een bepaalde eetcultuur beleefd is, is
onbeschoft op een andere tijd of plaats.
In sommige ridderfilms zie je ingeblikte
mannen met de volle hand vette kluiven pakken om daar vervolgens met de tanden
het vlees af te scheuren. Sorry, maar dat beeld klopt niet. De maaltijd was ook
toen een sociale gebeurtenis, waarbij regels in acht werden genomen. Het feit
dat er met de handen werd gegeten, betekent niet dat het een grote kliederboel
was, integendeel, regels waren zelfs des te belangrijker. Ook al waren bacteriën
nog niet ontdekt, het belang van hygiëne was dat wel. Handen wassen voor en na het
eten, en tussen de gangen door, was dan ook zeker geen leeg ritueel.
Hieronder
staat een 'recept' van de Ménagier de Paris voor handenwaswater. Mijn
favoriet is de combinatie citrusvruchten en salieblaadjes, die je handen
heerlijk laten ruiken, maar ook voor een gladde, soepele huid zorgen!
Maar eerst citeer ik een klein stukje uit de
Disciplina clericalis van
Petrus Alphonsus, een
tot het christendom bekeerde Spaanse Jood uit de elfde eeuw. De Latijnse tekst
heb ik van
internet, de vertaling is van mij. Hier en daar is hij omwille van de
leesbaarheid wat vrij.
Filius: O pater, quare oblitus es dicere quomodo debet homo comedere coram
rege?
Pater: Non oblitus fui dicere, quia nulla differentia est inter comedere
coram rege et alibi.
Filius: Dic ergo quomodo ubique debeam comedere.
Pater: Cum ablueris manus ut comedas, nihil tangas nisi prandium, donec
comedas; nec comedas panem priusquam veniat aliud ferculum super mensam, ne
dicaris impatiens; nec tantum ponas bolum in ore tuo, ut micae defluant hinc
et inde, ne dicaris gluto; nec glutias bolum priusquam bene fuerit
commasticatum in ore tuo, ne straguleris; nec pocula sumas donec os sit
vacuum, ne dicaris vinosus; nec loquaris dum aliquid in ore tuo tenueris, ne
aliquid intret de gutture in intimam arteriam et sic sit tibi causa mortis;
et si videris bolum quod tibi placeat in parapside coram sodali, ne sumas,
ne dicatur tibi prava rusticitas. Post prandium manus ablue, quia phisicum
est et curiale; ob hoc enim multorum oculi deteriorantur, quoniam post
prandia manibus non ablutis terguntur.
Zoon: O vader, waarom ben je
vergeten te vertellen hoe een man moet eten in tegenwoordigheid van de
koning?
Vader: Ik ben het niet vergeten te zeggen, omdat er geen verschil is tussen
eten bij de koning en elders.
Zoon: Zeg me dan hoe ik overal moet eten!
Vader: Als je je handen hebt gewassen om te eten, moet je niets meer
aanraken behalve de maaltijd, zolang als je eet; je eet niet je brood
voordat er een ander gerecht op tafel staat, opdat je niet ongeduldig wordt
genoemd. En je stopt niet zo'n grote hap in je mond dat de kruimels her en
der rondvliegen, opdat je geen gulzigaard wordt genoemd. Ook slik je je je
hap niet door voordat je het goed in je mond gekauwd hebt, zodat je niet
zult stikken. En als je niet voor een dronkaard aangezien wilt worden, moet
je mond leeg zijn wanneer je de beker tot je neemt. En praat niet met je
mond vol, zodat er niets uit je slokdarm in je keel schiet en zo de oorzaak
van je dood wordt. En als je een hapje ziet dat je lekkerder lijkt in het
schoteltje van je disgenoot, pak het niet, men zal je een onbeschofte hork
vinden. Was na de maaltijd je handen, want dat is volgens de gezondheidsleer
(?) en getuigt van gemeenschapszin (?). Want dit misleidt (?) de ogen van
velen, dat zij de handen afvegen zonder ze na de maaltijd te wassen.
Leuke tekst he? Bedenk wel goed, dat net
zoals er nu mensen zijn die netjes kunnen eten, en mensen die dat niet doen, er
toen ook mensen waren die wisten hoe het hoorde en 'onbeschofte horken'.
Hoe eet je met je handen? Om te beginnen, je
gebruikt maar één hand, de andere blijft schoon. Van die ene hand gebruik je je
duim, wijsvinger en middelvinger, en van daarvan weer alleen de bovenste
kootjes. Je zult zien dat je zo heel netjes met de hand kunt eten. Voor
vloeibare gerechten had je een lepel. Soms werd de middeleeuwse tafel met messen gedekt, of
er waren voorsnijders om gerechten in hapklare brokken te snijden, maar het was
heel gebruikelijk om je reisfoedraal met mes en lepel bij je te hebben als je
ergens ging eten.
Eten met de handen is, als je het goed doet, dus geen kliederboel. Het levert
zelfs een extra dimensie aan het eten: de tastzin wordt nu ook ingeschakeld. Het
is niet voor niets dat sommige kinderen zo'n moeite hebben met het afleren van
eten met de handen, het eten smaakt lekkerder als je het ook met je vingers hebt
gevoeld.
Omdat je uit gemeenschappelijke schalen at,
was het belang van schone handen zelfs toen al evident. Het getuigde van
wellevendheid als de gastheer het water voor het handen wassen uitgoot voor zijn
gasten, maar daar konden ook bedienden mee belast worden. Natuurlijk was er ook
een doek om de handen aanaf te drogen. Die was van linnen, niet van badstof (dat
is een uitvinding uit de negentiende eeuw).
Er zijn prachtige stukken vaatwerk
overgeleverd die speciaal voor het wassen van de handen bestemd waren, vaak in
de vorm van een dier. Zo'n
schenkkan heet aquamanile. Hierboven zie je een luxe uitvoering uit de
twaalfde eeuw.
Rechts een foto van een hangend watervat uit de vijftiende eeuw, van een
eenvoudiger model. Het vat kon gekanteld worden zodat het water uit een van
beide tuiten liep. Op de houtsnede onderaan deze pagina zie je in de hoek
rechtsboven een hangend watervat dat hier erg op lijkt,
met een schotel eronder en een handdoekenrek ernaast. Zoals je ziet was deze voorziening
om de handen te wassen ook in burgerhuishoudens aanwezig.
Het oorspronkelijke recept Hoe je handenwaswater moet maken staat
beschreven in de Ménagier de Paris (editie), een
kookboek uit het eind van de veertiende eeuw. Bij het recept voor
mosterd en hypocras staat meer over de Ménagier
te lezen.
Pour faire eaue a laver
mains sur table mectez boulir de la sauge, puis coulez l'eaue et faictes
reffroidier jusques a plus que tiedes. Ou vous mectez comme dessus camomille
et marjolaine, ou vous mectez du rommarin, et cuire avec l'escorche
d'orenge. Et aussi feuilles de lorier y sont bonnes.
Om water te maken om de
handen aan tafel te wassen: laat salie koken, zeef het water en laat
afkoelen tot iets warmer dan lauw. Of u neemt in plaats [van salie] kamille
en marjolein, of rozemarijn, en laat het koken met sinasappelschillen.
Laurierblaadjes zijn ook goed.
De moderne bewerking van het recept:
Voor het 'uitserveren' van het handenwater is een
lampetstel ideaal. Dus als je er ergens nog een hebt staan, kun je het eindelijk
gebruiken. De sinasappel uit het recept was een bittere sinasappel, zoete
sinasappels waren pas sinds eind vijftiende eeuw in Europa bekend (en dit recept
stamt uit het einde van de veertiende eeuw). De bittere sinasappel kent maar een
heel kort seizoen, januari/februari. Gebruik gerust de zoete, of combineer deze
met een schijfje citroen. Is namelijk ook heel aangenaam om te ruiken en voor de
handen.
Ingrediëntenlijst:
2 liter water
15 salieblaadjes, of wat takjes kamille en marjolien, of rozemarijntakjes of
laurierblaadjes
eventueel 3 schijfjes sinasappel en 1 schijfje citroen
Voorbereiding/bereiding:
Overgiet de citrusvruchten eerst met kokend water om de was te verwijderen. Ook
'biologische' vruchten zijn hiermee behandeld, anders zouden de vruchten heel
snel uitdrogen.
Zet het water op met de kruiderij en sinasappel- en citroenschijfjes. Breng tegen de kook aan, laat
vijf minuten trekken, en zeef het water dan. Giet het over in een mooie
schenkkan, en laat afkoelen tot handwarm.
Serveren:
Voordat je je gasten aan tafel laat gaan, giet je water uit over hun handen,
boven een opvangschaal (lampetstel). Natuurlijk heb je ook een handdoek klaar.
Om in stijl te blijven gebruik je geen badstof handdoek, maar bijvoorbeeld een
linnen theedoek of groot servet.
En nu wel met de handen eten, natuurlijk!
In de zeventiende eeuw verdween het gebruik om
handen te wassen in de eetzaal. Voortaan werden vochtige handdoeken verschaft
waaraan de gasten de handen afveegden. De tekst in L'Ecole parfaite des
officiers de Bouche legt het uit: "Vroeger handelde men zo (handen wassen),
maar heden ten dage giet men geen water meer op de handen in de belangrijke
Huizen. Men heeft een bevochtigde servet (handdoek) die men op een bekken
aanbiedt, waaraan de genodigden of de gewone lieden die meeëten de handen
afvegen, verondersteld dat de Maître d'Hotel de eerste gang heeft laten
opdienen." (vertaald naar de negende druk uit 1713, p.4).
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
28-07-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
28-07-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.