Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
recept september/oktober
2008
Vijf-kleuren garnalen met tempura-saus
Spelen met paneren
De Japanse naam van dit gerecht luidt ebi goshiki-age. Als je van grote garnalen houdt, is dit een topper. De garnalen
worden op vijf verschillende manieren gepaneerd en gefrituurd, waardoor de
korstjes allemaal verschillen in kleur, structuur en smaak. Waarom vijf
varianten, en niet vier of zes? Het getal vijf heeft grote symbolische waarde in
het Japans. Japanse serviezen koop je dan ook niet per zes, maar per vijf stuks.
Gefrituurde Japanse gerechten worden bij voorkeur opgediend op washi-papier, papier gemaakt
van grove plantenvezels. Dit is heel decoratief, en het zuigt eventueel
overtolig frituurvet op.
Het frituren gebeurt in een mengsel van neutrale olie (slaolie, arachideolie,
zonnebloemolie) met sesamolie, in een verhouding van 1:1 tot 20:1. Aangezien
Aziatische sesamolie een uitgesproken smaak heeft, raad ik aan niet meteen de
helft sesamolie te gebruiken, probeer eerst een lagere dosering. Kijk ook uit
met de temperatuur, sesamolie is minder bestand tegen hoge verhitting dan gewone
frituurolie.
Het recept vereist veel voorbereidend werk, maar het frituren zelf is zo
gepiept. Je kunt de garnalen zelfs helemaal bereiden, en opwarmen in de oven
(honderdvijftig graden). Is wel iets minder lekker. Andere Japanse gerechten op deze site:Chawan-mushi,
Chirashi-zushi,
Dashi, Dashi-maki tamago
(opgerolde omelet), Inari-zushi,
Kakomi-zushi,
Komkommersalade
met zeewier, Maki-zushi,
Narutomaki-zushi,
Nigiri-zushi,
Noedelbouillon, Schatkistvis,
Sushirijst,
Usuyaki tamago
(dunne omelet),
Verse pasta: udon en soba, "Volle Maan" noedels.
Vanaf linksboven met de klok mee: garnaal gepaneerd met cha-soba,
nori, geschaafde amandel, wit en zwart sesamzaad, en sembei.
Ingrediëntenlijst:
5 grote garnalen per persoon, rauw, gepeld en ontdarmd (zo
doe je dat)
3 tot 5 eetlepels bloem
2 losgeklopte eieren
Paneren (kies er vijf uit de lijst van mogelijkheden):
Japanse noedels: cha-soba, somen of harusame (zie hieronder bij de verklaring
van ingrediënten), verkruimeld
noten:
sesamzaadjes (witte en zwarte), geschaafde amandelen, gehakte cashewnoten, walnoten, of
macadamianoten
zeewier: nori, wakame of kombu, fijngesneden of geknipt
zetmeel:
Japanse
rijstkoekjes (gedroogde mochi) of rijstcrackers (sembei),
of kuzu
De saus:
1,5 decilter dashi
0,5 decilter mirin
0,5 deciliter lichte sojasaus verse gemberwortel
En verder:
neutrale olie om te frituren (0,5 liter)
Japanse of Chinese sesamolie (0,3 tot 1 deciliter) daikon (Japanse reuzeradijs, of rettich)
enkele velletjes washi-papier
Voorbereiding:
De garnalen: pel de rauwe garnalen, maar laat het staartsegment zitten. Verwijder het darmkanaal (de zwarte
sliert aan de rugzijde van de garnaal). Je kunt ook geheel voorbereide rauwe
garnalen in de diepvries vinden, die hoeven alleen maar te ontdooien, maar die
hebben geen staart meer. Dep de garnalen goed droog, bestrooi ze eventueel met
zout, en bestuif
ze met de bloem.
De paneermiddelen: bereid de vijf gekozen paneermiddelen voor en doe ze in
aparte bakjes.
Leg de geschilde daikon een half uurtje in ijswater, rasp hem dan op een grove
rasp totdat je een goede hoeveelheid hebt. Die dingen zijn groot, dus je hebt
waarschijnlijk maar een kwart nodig. De rest is lekker om te knabbelen of door een
salade.
Schil een stuk van de gemberwortel, en rasp hem op een
gemberrasp of schone
nootmuskaatrasp. Knijp de pulp uit, het opgevangen sap is wat je gebruikt.
Maak de saus door de vloeibare ingrediënten in een pannetje tegen de kook aan te brengen.
Deksel erop, en warm houden totdat de garnalen klaar zijn. Gember gaat er pas
vlak voor het opdienen door.
Snijd zoveel stukken washi-papier als je eters hebt, en leg die op de
individuele serveerschaaltjes.
Bereiding:
Doe olie en sesamolie in de gewenste verhouding in een frituurwok. Verhit de
olie tot 180 grC (gebruik eventueel een frituurthermometer om de temperatuur te
controleren). Overigens is het handig om dat halfronde wokrekje dat vaak als
accessoire bij een wok zit, te gebruiken bij
dit recept: de gefrituurde garnalen kunnen erop uitlekken en ze blijven warm.
Zet, terwijl de olie wordt verhit, alles klaar: een kommetje met losgeklopt ei,
en de vijf kommetjes met verschillende paneermiddelen. En zet ook de bebloemde
garnalen erbij.
Frituur per soort paneer. Begin met de noedels, dan achtereenvolgens het
zeewier, de
rijstkoekjes of -crackers, en tot slot de noten. Doop iedere garnaal
eerst in het ei, haal hem daarna door het paneermiddel, en doe in de
frituurwok. Doop eerst de dikke kopkant in de olie, na tien tellen kun je de
garnaal laten zakken.
Na een tot anderhalve minuut zijn de garnalen klaar. Vis ze uit de olie, en laat uitlekken op
het wokrekje, of leg ze op keukenpapier. Als je veel garnalen moet frituren, kun
je ook de oven voorverwarmen op honderdtwintig graden, en de garnalen op een rekje in
een schaal midden in de oven leggen.
Je kunt natuurlijk ook een electrische frituurpan gebruiken, maar die hebben
meestal meer dan één liter olie nodig. Dat is zonde, want de olie heeft wel van
al die verschillende paneermiddelen smaak opgenomen, en is zelfs bij goed
filteren niet meer 'neutraal van smaak' te noemen. Dus de olie is niet bruikbaar
voor andere gerechten. Bij gebrek aan een aparte wok om te
frituren (want je moet hier niet je fijne roerbakwok voor gebruiken), zou je ook
een klein kookpannetje kunnen gebruiken.
Serveren:
Meteen. Leg op ieder met washi-papier bedekt schaaltje vijf verschillend
gepaneerde garnalen, met een hoopje geraspte daikon erbij. Geef de warme tempurasaus
in een apart kommetje erbij, met wat gembersap naar smaak.
In de Japanse menuleer worden gerechten niet gelijktijdig, maar na elkaar
opgediend. Hierbij wordt onder andere gelet op afwisseling in bereidingswijzen.
Een uitgebreide maaltijd kan bestaan uit heldere soep, sashimi, een geroosterd
gerecht, een gestoomd gerecht, een gefrituurd gerecht, een salade, en als
afsluiting de eigenlijke basismaaltijd: rijst, misosoep en ingelegde groenten.
Maar je kunt deze garnalen ook als borrelhap serveren (hoewel je dan als
gastheer/vrouw wel tijdens de borrel zelf boven de frituurolie hangt), als
voorgerecht in een verwesterd 'Japans' menu, of helemaal op z'n Hollands, met
rijst (i.p.v. aardappelen) en groenten erbij.
Overigens: sushi heeft helemaal geen plaats in het Japanse menu, het is een maaltijd
apart, of een snack. Dat komt omdat sushi een rijstgerecht is. En rijst wordt
maar één keer geserveerd tijdens een Japanse maaltijd, als laatste gang dus. Hoe eet je met stokjes?
Dit recept is gebaseerd op het prachtige boek Japanese cooking, a simple
art, van Shizuo Tbsp.uji.
Cha-soba -
Japanse noedels gemaakt van boekweitnoedels en groene thee. Zie
Soba. Daikon -
Japanse reuzeradijs (Raphanus sativus), ziet eruit als een spierwitte winterwortel (niet te
verwarren met pastinaak). ALs je bij de groenteboer naar daikon vraagt zal hij
je waarschijnlijk vreemd aankijken. Maar probeer het met rammenas of rettich,
dan krijg je hem zo. Dat is namelijk dezelfde groente.
Het is een heel gezonde groente. Rauw vind ik daikon het
lekkerst. Je haalt eerst met een dunschiller de buitenste schil eraf, daarna kun
je de daikon raspen. Je kunt ook de stukken eerst in ijswater leggen, dan met
een mes stukken daikon dun afschillen (de schijf wordt dus steeds dunner), die
lange reep rol je weer op, en daar snijd je dan flinterdunne slierten van. De
reep moet zo dun zijn dat je de krant erdoorheen kunt lezen. Dashi - Te koop als 'bouillonpoeder' bij toko's, maar
je kunt het ook zelf maken. Frituurwok - Een oude wok die niet meer voor
roerbakken geschikt is, kan prima voor frituren worden gebruikt. Zie
hier voor het kiezen van
een goede wok.
Gemberwortel raspen - Je neemt een verse gemberwortel (tegenwoordig overal te
koop). Schil een uiteinde met een dunschiller, en rasp het geschilde stuk
op een fijne rasp (b.v. voor nootmuskaat) of een speciale gemberrasp. Je krijgt
veel vocht en wat pulp. Je kunt vocht en pulp gebruiken, of alleen de pulp. Je
kunt dit niet vervangen door gemberpoeder, en al helemaal niet door geconfijte
gember. Als je je afvraagt hoe een gemberrasp eruit ziet, klik dan
hier. Harusame - Doorzichtige noedels, gemaakt van het
zetmeel van mungbonen, sojabonen of aardappelen. Als je glasnoedels of
glasvermicelli koopt, zit je goed, maar neem je mihoen dan heb je iets anders
gekocht want dat wordt gemaakt van rijstmeel. Overigens wordt glasvermicelli in de
Japanse noch de Chinese keuken gerekend tot echte noedels waarmee je je maaltijd
doet, het is geen basisvoedsel. Kombu zeewier - Ook wel konbu. Diverse
varianten van het geslacht Laminaria.
De plant groeit in zee met meterslange
bladen.
Kombu wordt onder andere gebruikt om
dashi mee te maken. Het wordt gedroogd
verkocht, in stevige vellen. Kombu spoel je niet af, je mag het hooguit afvegen
met een velletje keukenpapier. Kuzu - Een bladpant (Pueraria montana var
lobata) die behoorlijk aggressief kan groeien (onkruid dus). Maar van de
kuzu-wortel kan bijzonder fijn zetmeel worden gewonnen. Kuzu-zetmeel is te koop
bij reformwinkels en toko's. De klontjes moet je fijnstampen. Mirin - Zoete
Japanse kookrijstwijn. Te koop bij toko's. Blijft geopend lang goed, koop gewoon
zo'n flesje! Zoete sherry is geen echte vervanger, suikerstroop zou nog wel
kunnen. Mochi - De Japanse rijstkoekjes, mochi, lijken niet op wat er hier als 'rijstkoeken' wordt verkocht. Ze worden gemaakt
van fijngestampte gestoomde kleefrijst, en zijn traditioneel Nieuwjaarsvoedsel.
Mochi zijn zeer kleverig, jaarlijks overlijden er enkele Japanners doordat ze in
de koekjes zijn gestikt. Om ze als paneermiddel te gebruiken moet je gedroogde
mochi hebben. Die bestrijk je met wat sojasaus, dan verkruimel je ze.
Op deze pagina
kun je zien wat er allemaal met mochi mogelijk is, en er staan ook enkele
recepten op. De rijstebloem in de recepten is van kleefrijst. Bij toko's te koop
als ketanmeel. Nori-zeewier - Diverse varianten van het
geslacht porphyra. Deze wieren zijn rood van kleur, maar bij het
productieproces worden ze uiteindelijk donkergroen tot bijna zwart. Te koop in
velletjes van ongeveer 18x20 centimeter. Vóór gebruik haal je de norivellen kort
boven een vlam langs om ze te roosteren. Daardoor worden ze knapperiger, en
aromatischer.
Voor consumptie worden de bladen op elkaar gelegd en gedroogd onder druk. In een
nori-vel zie je de afdruk van wat bij paper waterlijnen en
kettinglijnen worden genoemd. En, ook net als bij papier, heeft nori een
rolrichting. Als je het gebruikt bij sushi, om een gevulde rijstrol in nori te
verpakken (norimaki), moet je hiermee rekening houden. De rolrichting
loopt evenwijdig aan de 'waterlijnen' (de dunne, dicht opelkaar liggende
lijntjes). Die lijntjes zijn een afdruk van de bamboe zeven waarop de vellen
uitlekten.
Sembei - Deze rijstcrackers kennen wij als 'Japanse
zoutjes' (zie foto links). Ze zijn er in allerlei variaties, vaak samen in één verpakking te
koop: met diverse soorten zeewier, sesamzaad, pinda's en andere ingrediënten. Sesamolie
-
Dit wordt veel in de Chinese en Japanse keuken gebruikt, maar bijvoorbeeld ook in de
Arabische keuken. Er is echter verschil: Arabische sesamolie wordt van
ongeroosterd sesamzaad geperst en is neutraal van smaak, Chinese of Japanse sesamolie daarentegen
wordt van geroosterd sesamzaad geperst en heeft een uitgesproken sesamsmaak. Koop
in ieder geval een klein flesje, want de smaak gaat achteruit als het lang openstaat.
Als je in Chinese of Japanse gerechten de smaak van pure sesamolie te overheersend vindt, gebruik je minder sesamolie, en vul je het aan met neutrale
olie, of je gebruikt toch de mediterrane sesamolie. Somen -
Japanse pasta, gemaakt van tarwe. De deegvellen zijn tamelijk dun (zoals voor
tagliatelle), en
worden vóór het versnijden tot noedels met een laagje olie bedekt.
Tegenwoordig wordt somen vooral in de zomer gegeten, geserveerd in ijswater, met
koude sojasaus en garnering. Klik
hier voor het recept voor zelfgemaakte somen. Washi - Dit is Japans papier (dat is ook de
letterlijke vertaling van wa-shi), gemaakt van grove plantenvezels. De vezels
kunnen afkomstig zijn van rijstplanten, bamboe, hennep, tarwe, maar de fijnste
washi wordt gemaakt van de bast van kozo (Broussonetia papyrifera,
syn.Morus papyrifera L, ofwel papiermoerbei),
gampi (Wikstroemia diplomorpha) en mitsumata (Edgworthia papyrifera,
of Edgeworthia chrysantha , ofwel papierstruik), alle drie heesters die
ongeveer anderhalve meter hoog worden. Dit papier is te koop in hobbywinkels en
gespecialiseerde papierhandels. Het wordt vooral gebruikt voor origami. Vaak is
het fijn, dun papier, bedrukt met prachtige motieven, maar voor het opdienen van
gefrituurde gerechten vind ik naturel papier waarin de vezels nog herkenbaar
zijn het mooist.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.