nleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
Schorseneren (Scorzonera hispanica)
worden vaak genoemd als vergeten groente. In de negentiende eeuw waren ze
tamelijk populair, winterasperges heetten ze ook wel. Maar anders dan bij
asperges, waarvan je eigenlijk de steel met knop eet, is het de wortel van de
plant die wordt verkocht. Tegenwoordig zie je ze
vrijwel niet meer, misschien wel omdat ze wat lastig te schillen zijn.
Middeleeuwse recepten voor schorseneren zijn er niet. Schorseneren zijn zelf
namelijk pas sinds de zeventiende eeuw opvolgers van een andere in
vergetelheid geraakte groente, de blauwe morgenster of salsifis (Tragopogon
porrifolium ssp. porrifolium). Schorseneren hebben een hoge voedingswaarde,
wat ze vroeger tot waardevol wintervoedsel maakte. Ze zijn verkrijgbaar van
oktober tot maart.
Hoewel schorseneren als ze eenmaal zijn geschild wel wat van asperges weghebben, hebben ze toch een
duidelijk andere smaak en een steviger substantie. Hieronder twee recepten, een
Nederlands recept uit de achttiende eeuw van gekookte schorseneren met een
peterseliesausje, en een Frans recept uit begin twintigste eeuw van gemarineerde
en in een beslag gefrituurde schorseneren. Wil je zelf schorseneren of salsifis
opkweken, hier zijn de zaden verkrijgbaar.
Op de afbeelding zien jullie een 'artist impression' uit 1906 van het restaurant
van het Carlton Hotel in London, dat in 1899 werd geopend. Dit hotel hoort in
het rijtje legendarische hotels thuis die onder het bewind van César Ritz
(1850-1918) en Auguste Escoffier (1846-1935) hebben gestaan.
Ik heb vele uren besteed aan het zoeken naar een schilderij waar schorseneren op
staan, helaas is blijkbaar nog nooit een schilderskunstenaar door deze groente
ook maar het minst geïnspireerd geraakt ... Maar jullie zien hier in ieder geval
in welke ambiance de schorsenerenbeignets van Escoffier genuttigd werden (hij
werkte tot zijn pensioen1920 in het Carlton Hotel).
Schorseneren aan het eind van de achttiende eeuw
De Nederlandse kookboeken uit de achttiende
en negentiende eeuw komen niet veel verder dan een botersausje, al dan niet met
fijngehakte peterselie erdoor. Toch is dat helemaal niet verkeerd, kijk maar
naar het Nederlandse recept hieronder. Het komt uit de Nieuwe vaderlandsche
kookkunst, dat in 1797 verscheen. Meer over dit kookboek is te vinden bij
het recept voor Coteletten-Toert. Omdat dit
achttiende-eeuwse Nederlands redelijk goed te begrijpen is, geef ik alleen een
afbeelding van het recept uit de facsimile-editie.
Wat hier het meest opvalt, is de manier waarop
de saus wordt gebonden, met een soort beurre manié. Bij deze methode
worden gelijke gewichtshoeveelheden boter en bloem gekneed, en daarna in stukjes
door de kokende of hete vloeistof geroerd, terwijl je met een garde klopt. Al
heel snel heb je dan een gebonden saus.
Hoewel de basis (gelijke hoeveelheden boter en bloem) hetzelfde is, is deze
methode toch anders dan het binden van sauzen met een roux. Dan wordt de boter
eerst gesmolten, en de bloem moet enige tijd met de boter zachtjes worden verhit
voordat de vloeistof erbij gaat.
Voor 4 personen.
Ingrediëntenlijst:
500 gram schorseneren
20 gram boter voor in het kookvocht
20 gram boter en 20 gram bloem voor de beurre manié
1/4 liter van het kookvocht van de schorseneren (zonder de boter)
geraspte nootmuskaat naar smaak
snuf zout
eventueel wat versgemalen witte peper
1 eetlepel gehakte peterselie
Voorbereiding:
Maak de schorseneren schoon. Het staat er zo eenvoudig, maar het is een
vervelend karweitje. Sommigen schrijven schrappen als een wortel voor, anderen
gebruiken een dunschiller. Ik vind een combinatie het prettigst. Nadat de
schorseneren onder de warme kraan zijn afgespoeld, schil ik ze eerst met een
dunschiller. Daarna schrap ik de paar achtergebleven donkere stukjes weg. Dan
meteen de wortel in de gewenste lengte snijden, en in water onderdompelen.
Kneed boter (op kamertemperatuur) en bloem tot een deegje.
Bereiding:
Zet de schorseneren op met zoveel water dat ze helemaal bedekt zijn, en doe er
een klont boter in. Breng aan de kook en laat een kwartiertje tot twintig
minuten zachtjes koken. Door de boter, die vet is en daarom op het kookvocht
drijft, worden de schorseneren tijdens het koken luchtdicht afgesloten. Zo
blijven ze mooi wit.
Giet de groenten af, vang het kookvocht op.
Meet een kwart liter van het kookvocht af, en doe dit in een
steelpannetje. Breng weer tegen de kook aan, en doe de beurre manié er in kleine
stukjes bij terwijl je klopt met een garde. Warm vijf minuten door, maak op
smaak af met zout, peper, nootmuskaat en peterselie. Leg de schorseneren terug
in de saus om ze weer te verwarmen.
Serveren:
Meteen. Bij deze saus vind ik gekookte aardappelen het lekkerst. En omdat het
winter is, lekker gebakken bloedworst met appel erbij (zie foto).
Schorseneren bij Escoffier Escoffier geeft in zijn Guide culinaire vier recepten met
schorseneren (ik heb een herdruk van de vierde druk uit 1921, maar uit de
Nederlandse vertaling uit 1985 van de eerste druk uit 1902 blijkt dat de tekst
voor schorseneren niet is gewijzigd): à la crème (met roomsaus), au gratin (als voorgaand,
maar dan gegratineerd in de oven met kaas en paneermeel), frits
(gemarineerd en gebakken in beignetbeslag), en sautés (gebakken).
Hieronder staat de basisbereiding (koken in een blanc), en het recept
voor beignets. Escoffier merkt wel op dat er twee soorten salsifis zijn,
witte, en zwarte die schorseneren worden genoemd, maar in de receptuur maakt hij
geen onderscheid tussen beide wortelgroenten. Je ziet overigens meteen ook iets heel typerends voor Escoffiers kookboek:
voor één gerecht moet je vaak behoorlijk heen en weer bladeren.
Ik heb de Franse tekst zelf vertaald, niet de 'officiële' en ongetwijfeld betere
vertaling uit 1985 gebruikt.
De oorspronkelijke recepten Hele kleine lettertjes, want Auguste had
ontzettend veel woorden nodig. De Franse tekst is geciteerd naar de herdruk uit
1993 van de vierde editie van de Guide culinaire.
Salsifis (p.770)
Les salsifis employès en cuisine sont de deux sortes: le salsifis blanc et
le salsifis noir, qui est aussi désigné sous le nom de Scorsonère.
Les mêmes préparations conviennent aux deux espèces. Quelle que soit cette
préparation, les salsifis doivent être d'abord ratissés avec soin, lavés,
puis cuits dans un Blanc léger.
Salsifis
In de keuken worden twee soorten gebruikt: witte salsifis en zwarte,
die ook wel scorsonère worden genoemd. Voor beide soorten gelden
dezelfde bereidingswijzen. Hoe ze ook worden klaargemaakt, eerst moeten de
salsifis zorgvuldig worden geschild en gewassen, en gekookt in een
lichte Blanc.
Blanc pour viandes et certaines légumes (p.405)
Cette préparation n'a par elle-même aucune valeur culinaire, elle n'est
qu'un facteur de cuisson et a uniquement pour but de conserver blanches
les substances qui sont plongées dedans.
Pour quelque substance que ce soit, le Blanc doit être porté à
l'ébullition avant de la recevoir, puis recouvert d'une couche de graisse
qui forme isolant, et s'oppose à ce que les substances en cuisson
reçoivent le contact de l'air qui les ferait noircir. Préparation: Delayer à l'eau froide une forte cuillerée de farine
par litre d'eau; saler à raison de 6 grammes; aciduler de 2 cuillerées de
vinaigre par litre et faire prendre l'ébullition. Ajouter un oignon piqué
d'un clou de girofle, bouquet garni, l'élément à cuire et la graisse
destinée à former l'isolant; laquelle peut être de la graisse de rognon de
boeuf ou de veau, crue, hachée finement et, au besoin, préalablement
dégorgée à l'eau froide.
Nota -- Lorsque le Blanc est destiné à une cuisson de légumes, le vinaigre
est remplacé avantageusement par du jus de citron.
Blanc voor vlees en
bepaalde groenten
Deze bereidingswijze heeft van zichzelf geen enkele culinaire waarde, ze
is slechts een manier van koken met als enig doel het witte te bewaren van
de ingrediënten die erin worden gedompeld.
Wat voor ingrediënt het ook betreft, de Blanc moet aan de kook
worden gebracht vóórdat het erin gaat, en vervolgens worden afgedekt met
een laag vet die isoleert, en voorkomt dat de te koken ingrediënten in
contact komen met de lucht, waardoor ze zwart zouden verkleuren.
Bereiding: meng een flinke lepel bloem per liter water door koud water.
Zout het met 6 gram. Maak zurig met 2 lepels azijn per liter en breng aan
de kook. Doe er een ui in, bestoken met een kruidnagel, bouquet garni, dat
wat gekookt moet worden en het vet dat de isolerende laag moet vormen; dat
kan runderniervet zijn of kalfsniervet, rauw, fijngehakt en, indien nodig,
eerst gespoeld in koud water.
Let op -- Als de blanc bedoeld is om groenten te koken, kan azijn beter
worden vervangen door citroensap.
Salsifis frits (p.770)
Après les avoir bien égouttés, les tailler en tronçons de 7 à 8
centimètres de long et les mettre dans un plat. Assaissonner de sel et de
poivre; ajouter: jus de citron, quelques gouttes d'huile et persil haché;
laisser mariner pendant 25 à 30 minutes, en ayant soin de les sauter de
temps en temps.
Ensuite, bien les égoutter; les tremper dans une pâte à frire légère les
mettre dans la friture très chaude et les égoutter quand la pâte est bien
sèche.
-- Dresser sur une serviette avec persil frit.
Nota. -- La marinade préalable des salsifis est facultative, mais très
recommandable.
Gefrituurde salsifis
Snijd ze, nadat ze goed zijn uitgelekt, in stukken van 7 tot 8 centimeter
en leg ze op een schotel. Bestrooi met zout en peper. Voeg toe:
citroensap, enkele druppels olie en gehakte peterselie. Laat 25 tot 30
minuten marineren, terwijl u ze af en toe omschept.
Vervolgens goed laten uitlekken. Doop ze in een licht frituurbeslag, bak
ze in zeer hete frituur en laat ze uitlekken als het beslag goed droog is.
-- Opdienen op een servet met gebakken peterselie.
Let op -- het eerst marineren van de salsifis is facultatief, maar wel
aanbevolen.
Pâte à frire pour Légumes (Salsifis,
Céleris, Crosnes, etc.) (p.81/82) Délayer dans une terrine: 125 grammes de farine; une pincée de sel; 2
cuillerées de beurre fondu; un oeuf, et la quantité d'eau froide
nécessaire pour obtenir une pâte claire.
Autant que possible, l'apprêter une heure à l'avance.
Beslag om groenten te
frituren (salsifis, selderij, crosnes, etc.)
Vermeng in een kom: 125 gram bloem, een mespuntje zout, 2 lepels gesmolten
boter, een ei, en zoveel koud water als nodig is om een licht/luchtig
belag te krijgen.
Voor zover mogelijk, een uur van te voren bereiden.
De moderne bewerking van de recepten: Printversie van het recept
Welk recept je ook gaat bereiden, de schorseneren moeten eerst worden geschild
en voorgekookt. Escoffier doet dit in een blanc.De blanc wordt gebruikt om de groenten wit
te houden. Andere kookboeken uit de achttiende en negentiende eeuw houden het
simpeler: de schorseneren worden gekookt in water met wat boter. En La Varenne
zegt in 1651 in Le cuisinier François alleen maar dat ze gekookt moeten worden,
en bereid als pastinaken.
Voor 6 personen.
Het voorbereiden van de
schorseneren volgens Escoffier (koken in een blanc) Niet alleen schorseneren, maar ook andere groenten, en bijvoorveeld kipfilet
en ander wit vlees, kunnen in een blanc worden voorgekookt.
Ingrediëntenlijst:
500 gram schorseneren, geschild (zie bij het recept hierboven)
per liter kookwater:
1 eetlepel bloem
1 theelepel zout
2 eetlepels witte (wijn)azijn of citroensap
1 witte ui, met 1 kruidnagel erin gestoken bouquet garni (peterselie, tijm, laurierblaadje)
50 gram
kalfs- of runderniervet
Voorbereiding:
Hak het niervet fijn, of rasp het op een grove rasp.
Zet in schaal klaar met water, om de geschilde schorseneren meteen in te doen,
anders verkleuren ze. Volgens Escoffier worden de schorseneren in hun geheel
gekookt en daarna gesneden, maar je hebt minder water en een kleinere pan nodig
als je ze vóór het koken in de gewenste lengte snijdt.
Bereiding:
Breng water, bloem, zout en azijn of citroensap aan de kook. Doe dan de ui met
kruinagel,bouquet garni en schorseneren erbij, en het gehakte niervet. Breng
weer tegen de kook aan, laat tien tot vijftien minuten koken. Laat goed
uitlekken.
Let op dat je het kookvocht niet zomaar door de gootsteen giet, want het rundvet
stolt weer als het afkoelt, en dan heb je een verstopte afvoer.
Schorsenerenbeignets Escoffier geeft de voorkeur aan frituren in rundvet, of een mengsel van
rund- en kalfsniervet. Ook reuzel, al of niet gecombineerd met ander vet,
kan worden gebruikt. Als je begint bij het begin, dus zelf niervet gaat
uitbakken, moet het vet in kleine stukjes worden gesneden, of worden geraspt op
een grove rasp, en met 3/4 liter
water per vijf kilo vet (dus anderhalve deciliter per kilo) worden verhit. Het water moet volledig zijn verdampt, en
van de stukjes moeten alleen nog maar kaantjes over zijn (een klein half uur).
Zeef het vet als het iets is afgekoeld, door een metalen zeef (plastic kan
smelten).
Dit vet wordt vervolgens gebruikt voor de frituur. (zie
hier een pagina met foto's van het uitsmelten van niervet). De beignets moeten dans la
friture très chaude, in zeer heet frituurvet, worden gebakken, en dat is volgens Escoffier
180 grC. Mocht dat hele gedoe met rundvet uitsmelten je te veel zijn, dan kun je ook
kant en klaar uitgesmolten rundvet kopen. Dit is te koop bij de supermarkt als
Ossewit. Overigens noemt Escoffier ook plantaardige oliën en ganzevet, en voor
kleine hoeveelheden boter, als mogelijke frituurvetten.
Gulab Jamun is een Indiaas dessert dat wordt gefrituurd in ghee
(geklaarde boter).
Voor 4 personen.
Ingrediëntenlijst:
400 gram
schorseneren, in stukken van 7 centimeter en voorgekookt in een blanc
(zie hierboven) peper en zout Marinade:
1 eetlepel citroensap
1 theelepel olijfolie
1 eetlepel fijngehakte peterselie
Beslag:
125 gram bloem
30 gram gesmolten boter
zout naar smaak
1 ei
1,5 deciliter water
Garnering:
enkele toefjes peterselie
En verder:
2 kilo runderniervet of 1 1/2 kilo Ossewit
Voorbereiding:
Als je runderniervet gebruikt, moet je dat eerst voorbereiden (zie hierboven).
Ossewit hoef je alleen maar te smelten.
Meng alles voor het beslag door elkaar, zet een uurtje in de koelkast.
Besprenkel de in de blanc voorgekookte schorseneren met citroensap, olie en peterselie, laat
een half uurtje staan. Daarna goed laten uitlekken en eventueel droogdeppen met
keukenpapier.
Bereiding:
Verhit het frituurvet tot 180 grC.
Rol eventueel de schorseneerstukken door wat bloem, zodat het beslag beter
blijft hangen.
Doop de schorseneren met drie of vier tegelijk in de pan, en bak enkele minuten
tot de korst knapperig en mooi bruin is. Laat uitlekken en houd warm in de oven
op 120 grC met de deur op een kiertje (voor de knapperigheid).
Frituur tot slot wat toefjes peterselie enkele seconden. Het kruid blijft
prachtig heldergroen, en wordt lekker knapperig.
Serveren:
Zoals de Japanners gefrituurde gerechten graag op rijstpapier dat
overtollig vet opneemt opdienen, zo werden vroeger gefrituurde gerechten in Europa op
servetten opgediend. Ook kroketten kwamen zo op tafel. Dus je legt op ieder
bordje een decoratief gevouwen servet, met daarop de schorseneerbeignets en een
toefje peterselie.
Ik beschouw dit als een voorgerecht, maar het zou in de rijke Franse klassieke
keuken ook zomaar een bijgerecht kunnen zijn.
Bloedworst -
Wat jammer dat we niet meer aan vers varkensbloed kunnen komen! Kookboeken uit het
verleden, van Apicius in de Romeinse tijd tot de negentiende eeuw, staan bol van recepten
voor allerlei soorten bloedworst. Zelfs in het door mij al vaker geciteerde
slagersvakboek uit 1965 (Moderne beenhouwerij en charcuterie) staan maar
liefst zestien recepten voor bloedworst. De bekende bakbloedworst wordt gemaakt
van varkensbloed met boekweitmeel of roggemeel en specerijen, en blokjes vet
spek. Maar er zijn ook andere mogelijkheden: Rotterdamse bloedworst bijvoorbeeld
bestaat uit kinnebakspek, zwoerd, bloed, zout en salpeter, zwarte peper,
kruidnagel en majoraan, en geen granen. Deze bloedworst wordt, in tegenstelling
tot de meeste andere, licht gerookt. Verder wordt (werd) bloedworst gevuld
met tong of niertjes, in een decoratief patroon geschikt (zie foto).
Maar zelfs het maken van gewone worst wordt al
steeds moeilijker, omdat darmen ook al bijna niet meer verkocht worden. En die heb je
nodig om het worstmengsel in te stoppen. Met dunne varkensdarmen maak je worst
in het bekende 'verseworst' formaat, de dikke darm kan worden gebruikt voor
salami-dikke worsten. Ook schapedarmen kunnen worden gebruikt als worstomhulsel. Fabrieksworsten worden in een soort
eetbaar plastic geperst, maar die omhulsels heb ik nog niet gezien in
comsumentenverpakking. Overigens is die vervanging wel begrijpelijk, want het
voor consumptie gereedmaken van darmen is wel een werkje (legen, spoelen,
ontvetten, binnenstebuiten keren, slijmlaag verwijderen, zouten of drogen).
Bouquet garni - Een bundeltje aromatische
kruiden (vandaar 'boeket') dat meetrekt in een vloeistof zoals bouillon of een
stoofschotel om daar smaak aan te geven. De kruiden worden verwijderd vóór het
opdienen. De meest gebruikelijke combinatie is wat peterselietakjes, een takje
tijm, en een laurierblaadje. Maar er kunnen ook andere kruiden worden
toegevoegd, zoals bijvoorbeeld salie, rozemarijn, kervel. De term bouquet
(nog zonder het garni) wordt al gebruikt in 1651 door François
La Varenne in zijn recept voor bouillon (Le Cuisinier François, II), maar
behalve kruidnagels noemt hij de andere kruiden niet. In de tweede editie uit
1652 specificeert hij ze wel: peterselie, bieslook en tijm. Pierre de Lune (Le
cuisinier) noemt het kruidenbundeltje in 1656 nog een paquet, gemaakt
van tijm, kervel, peterselie en kruidnagel, met een stukje spek als het gerecht
op vleesdagen werd gegeten.
Ossewit
- Dit is eigenlijk een merknaam. Het is frituurvet op basis van rundvet, met als
enige toevoeging een anti-schuimmiddel. Het is te koop in supermarkten. Omdat
dit vet stolt bij het afkoelen, is het aan te raden om na iedere frituurbeurt
het vet te zeven als het nog vloeibaar is. Als je, zoals ik, in verschillende
soorten vet frituurt, is het aan te raden het gezeefde vet in een aparte,
afsluitbare doos op een koele plaats te bewaren. Let op: óók frituurolie moet
na gebruik worden gezeefd. Het is natuurlijk duidelijk dat je dit frituurvet
niet gebruikt als je vegetariër bent.
Overigens is vet, ook plantaardig vet, dat stolt bij het afkoelen steeds minder
populair, waarschijnlijk juist vanwege het lastige schoonmaken. En natuurlijk
staan dierlijke vetten in een kwaad daglicht, het zijn ongezonde vetten.
En toch en toch ... af en toe frituren in ossewit kan best.
Als je zelf frituurvet van runderniervet wilt maken kun je hierboven lezen hoe
dat moet volgens Escoffier.
Hier staat een moderne manier, met foto's. Deze talg (want zo heet
het niervet als het is uitgesmolten) kan worden gebruikt voor het maken van zeep
en kaarsen, maar je kunt er dus ook in frituren.
Met Ossewit kun je zelf vetbolletjes maken. Smelt het vet, doe er vogelzaad bij,
en laat het weer stollen, in een vormpje, of een kopje. Zet dat even in heet
water om het vet'bolletje' eruit te krijgen.
Escoffier, Le guide culinaire,
Flammarion, 1993 (naar de vierde druk uit 1921, de eerste druk was in 1902) Auguste Escoffier, Het kookboek
van de klassieke keuken. H&S Uitgevers, 1985 (vertaling van de eerste
druk van de Guide culinaire uit 1902). Nieuwe
vaderlandsche kookkunst, Bevattende een volledig en grondig
onderricht, om, naar den hedendaagschen smaak, toetebereiden allerleie soorten
van spyzen [...], door twee in dit vak zeer ervarene huishoudsters. Johannes
Allart, Amsterdam, 1797. Facsimile editie uitg. C. de Vries-Brouwers,
Amsterdam/Antwerpen, 1976
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.