Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
"Dat keukenmeiden niet vaker dan 2
keer per week zalm wensten te eten vermeldt men tot in Duitsland toe." Een
citaat uit
het
recept in Trouw uit 2005 voor zalmpastei van de Gelderse Keukenmeid
(1756). Inderdaad was zalm tot begin vorige eeuw overvloedig aanwezig in onze
wateren, dus goedkoop. Maar de smaak werd zeker gewaardeerd. In de 17de druk van
Aaltje uit 1891 (editie) staat: "Met zalm behoeft men den minsten omslag te maken; ze is
het best zooals de natuur ze geeft, zonder vreemde toevoegsels" (p.197).
De recepten hieronder komen uit 'keukenmeidenromans'. In 1746 verscheen de
eerste keukenmeid in een kookboektitel, de Volmaakte Hollandsche Keuken-Meid,
en nog in de achttiende eeuw verschenen ook kookboeken van Schrandere,
Welervarene en Zorvuldige keukenmeiden uit verschillende streken. De
recepten waren voor de welvarende burgerhuishoudens. Maar in de negentiende eeuw
krijgen de keukenmeiden niet alleen een naam, ze worden ook Zuinig (Aaltje in 1803) en zelfs Goedkoop
(Betje in 1850).
Voortaan koken zij gewone burgerpot
(alhoewel Betjes gestoofde oesters, kreefteboter, truffelsaus en ragout met
morilles nu niet bepaald alledaags zijn te noemen).
Bij het recept voor
Kruidensoep met aardappelballetjes van
Henriëtte Davidis heb ik het
al gehad over de problemen bij het onderzoeken van negentiende-eeuwse kookboeken
met al hun gewijzigde, vermeerderde en verbeterde drukken. Van Aaltje
en Betje zijn ongeveer dertig jaar geleden facsimilé edities
verschenen, en die waren bij de uitwerking van het recept op deze pagina mijn
uitgangspunt. Maar opnieuw viel er méér uit te zoeken dan ik van te voren had
gedacht.
Aaltje
Het kookboek van Aaltje heeft een ingewikkelde
drukgeschiedenis. De eerste editie, getiteld Aaltje, de volmaakte en zuinige
keukenmeid; Leerende het braaden, kooken, stooven, inlegen, confyten, droogen,
enz., van alle spyzen, die 'er in eene burgerkeuken worden toebereid; op de
zuinigste, gemaklykste, en smaaklykste wyze, verscheen in 1803. In de
'voorrede' verklaart de schrijfster als keukenmeid "veertig jaaren lang het
opzicht over verscheidene keukens" gehad te hebben. De opgedane kennis wil zij
"broederlyk" delen in dit op haar kosten gedrukte kookboekje. De andere
keukenmeidenkookboeken "verhandelen verscheidene duure spyzen, geschikt voor
lieden van aanzien en vermogen", maar zij zal de burgerlijke, zuinige keuken
propageren. Al in de tweede druk uit 1804 volgde de eerste uitgebreide omwerking. In twee brieven, die
tot en met de 16de druk bij vrijwel iedere uitgave gepubliceerd staan, blijkt dat een
(fictieve?)
oud-collega van Aaltje, de kok 'N.N.' met wie zij "ménich fleschjen wyn" heeft
gedronken, óók al plannen had om een kookboek te publiceren. Hij had
voorgesteld om hun beider werk te combineren in een nieuwe uitgave. Aaltje
blijkt een ouwe taaie, want in 1828 staat in de vijfde druk een
Gesprek tusschen den Kok Jan de X*** en Aaltje de Keukenmeid waaruit blijkt
dat ze nog steeds werkzaam is, en dus al 65 jaar in de keuken staat. In
dat jaar verschijnt ook een 'ongeauthoriseerde druk', Het echte Aaltje de
volmaakte en zuinige keukenmeid. Volgens de brief van haar 'petekind en
erfgename' uit 1839, die in enkele drukken voorkomt, is Aaltje in het voorjaar
1839 overleden. Tot in 1878 verschijnen in totaal zestien
drukken van Aaltje en drie drukken van Het echte Aaltje. In de
loop der tijd zijn recepten en hele hoofdstukken toegevoegd, bijvoorbeeld over
het waarnemen van de honneurs aan tafel en welke wijnen te serveren, over
broodsoorten en ijs. Maar de zeventiende en achttiende druk van Aaltje,
dat dan als ondertitel Nieuw Nederlandsch Kookboek meekrijgt, betreffen
in feite een compleet nieuw kookboek, dat weinig meer met de voorgaande
Aaltjes gemeen heeft. Het is geschreven door Odilia Corver, kooklerares en
directrice van de Tijdelijke Kookschool in Amsterdam. In de tekst wordt veel meer
uitgelegd. Waren de recepten in eerdere edities voor ervaren keukenmeiden
bestemd, deze nieuwe recepten zijn geschreven om meisjes de eerste kneepjes van
de kookkunst bij te brengen, en daarbij de modernste inzichten en technieken te
gebruiken. Zo zegt zij over braden op een rooster of aan het spit: "Beide
manieren zijn ouderwetsch en overblijfsels uit de kindschheid der kookkunst."
(editie p.95). In de receptversies hieronder zie je duidelijk het
verschil in stijl. De facsimilé editie van Aaltje is naar de 17de druk,
de versie van Corver, en tweedehands nog makkelijk verkrijgbaar.
Betje
Ook Betje de goedkoope keukenmeid is meermalen herdrukt, van 1850 tot
1927 dertien keer. De elfde druk (1908) werd opnieuw bewerkt door F.S. Oldeman,
de twaalfde en dertiende druk verschenen onder de naam van Oldeman met als titel
Het goedkoope keukenboek. Lange tijd dacht ik dat de facsimilé editie
van Van Goor uit 1975 een reproductie was van de eerste druk, want zo staat het op de titelpagina van die facsimilé.
Maar in de Bibliotheca
Gastronomica (waaraan ik overigens de meeste gegevens over de
drukgeschiedenis van Aaltje en Betje heb ontleend) staat dat
de facsimilé een reproductie is van de zesde druk uit 1877. Van de eerste druk van
Betje de goedkoope keukenmeid is geen exemplaar bekend. De facsimilé editie
van Betje is tweedehands makkelijk verkrijgbaar.
Dankzij de
vriendelijke medewerking van het
Kenniscentum van het
Nederlands Bakkerijmuseum in Hattem, kon ik de tweede druk van Betje
bekijken. De tekst van deze druk verschilt in enkele opzichten van de zesde: het
zetsel is anders, sommige recepten en hoofdstukken hebben een andere plaats
gekregen, en er zijn ruim zestig recepten toegevoegd en enkele verdwenen. Het recept voor zalmsalade is bijvoorbeeld van hoofdstuk IV Visch,
verhuisd naar hoofdstuk 8. Saladen, maar woordelijk hetzelfde gebleven
(alleen de spelling is hier en daar gemoderniseerd). Overigens geeft Betje
ook een Kippensalade (2de druk p.42, 6de druk -facsimile-editie- p.47)
met precies dezelfde ingrediënten, alleen is de zalm vervangen door "de
overblijfselen van twee of drie gebraden kippen".
Mayonaise is een tamelijk recente toevoeging aan het sauzenrepertoire. Over de
ontstaansgeschiedenis doen verschillende theorieën de ronde. Op internet is de
volgende theorie het populairst: de kok van de hertog van Richelieu zou deze saus
hebben gecreëerd na de Franse overwinning op de Britten in 1756 bij Port Mahon
op Menorca (zie afbeelding rechts). Bij gebrek aan room had hij een saus met eidooiers gebonden met
olijfolie, en hij noemde de saus mahonnaise. Maar de term mayonnaise
(in welke variant dan ook) duikt op z'n vroegst pas begin negentiende eeuw op. In 1804 wordt
'mayonnaise de poulet' genoemd in de beschrijving van de
menulijst van een Parijs restaurant in Erinnerungen aus Paris van A.
von Kotzebue, en in 1806 is de eerste vermelding in een kookboek, Le
cuisinier imperial van A. Viard, in enkele recepten. Zo ook 'Saumon à la
Mayonnaise': "Quand votre dalle de saumon est cuite, vous pouvez la servir
entière ou en morceaux ... vous les masquerez avec une mayonnaise froide ..."
(geciteerd uit Dictionnaire de l'Art Culinaire Français (editie)). Tom Stobbart (editie) wijst erop dat mayonaise
hoogstwaarschijnlijk ten zuiden van de Pyrenëen is ontstaan, als variant op
alioli. Volgens Johannes van Dam (editie) staat het eerste Nederlandse recept met
mayonaise in De Fijne keuken of De Kok voor Lekkerbekken uit 1846,
geschreven door Henriëtte Stam, hoewel de saus dan nog niet bij naam wordt
genoemd. Dat gebeurt pas in 1851, in De ervaren Kok van J.G. van
Langerak, waar een recept voor 'witte saus of magnonnaise' in staat. Mayonaise
wordt bij Aaltje pas in de 17de druk uit 1891, de bewerking van Corver, voor het eerst genoemd. In Betje komt de saus niet voor (in elk
geval niet tot en met de zesde druk uit 1877).
Tegenwoordig maakt bijna niemand meer zelf mayonaise. Dit komt deels door
gemakzucht, deels
door rauwe-eieren-fobie. Ik maak regelmatig gerechten waarin rauwe eidooiers zijn
verwerkt, en heb daar nooit salmonella-vergiftiging door gekregen. De enige keer
dat ik een flinke voedselvergiftiging heb gehad, zo'n vijfentwintig jaar
geleden, had ik die opgelopen in een
restaurant.
Begin
twintigste eeuw werden de eerste potten kant&klare mayonaise verkocht, in New
York (merk Hellman). Van de potjesmayonaise die in Nederland wordt verkocht,
vind ik de Zaanse de lekkerste. Volgens mij komt het
AH-merk Euroshopper uit dezelfde fabriek.
Andere recepten op deze site met mayonaise: natuurlijk
Zelf mayonaise maken, en
verder Artisjokken met dragonmayonaise,
Avocadomayonaise met Hollandse garnalen.
Zalm en je geweten
Die overvloed van vroeger is verdwenen, zalm is een zeldzaamheid geworden in
onze rivieren. Dankzij pogingen de waterkwaliteit en natuurlijke leefomgeving
van de vis te verbeteren, komt zalm weer sporadisch voor in Nederlandse wateren.
Het is een Gordiaanse knoop: wat is het beste, kweekzalm eten die het milieu
belast, of wilde zalm die bijna uitgestorven is? Of misschien dan maar helemaal
geen zalm meer eten? De site GoedeVis kan
je helpen een keus te maken.
Het
zalmseizoen In het verleden was zalm
-net als elke vis- een seizoensvis.
Maar wélk seizoen, daar zijn Aaltje en Betje het niet over
eens. In de oudere drukken van Aaltje wordt zalm in maart geserveerd,
in de versie van Corver eet men zalm van april tot juli, en
winterzalm van september tot mei. Betje (1877) heeft het heel anders, in de
'Algemeene Aanmerking' aan het begin van het hoofdstuk 'Visch' is het seizoen
voor zalm (en aal) van mei tot september. Enkele eeuwen eerder had Gerard Vorsselman's Nyeuwen Coock
Boeck uit 1560 (editie) weer andere informatie: "Den salm is inden
april ende mey, ende een wijle daerna tsinen alder besten, ende blijft salm tot
na sint Jacobs dach (25 juli); daer na heetmen hem laset tot op sinte Andries
dach (30 november) ende is ten besten tusschen sinte Michiels (29 september)
ende sinte Martens dach (11 november)" (VI.2, editie p.140, bron hiervan is de
laatmiddeleeuwse tekst Wie man fish und vögel fahen soll uit 1493
(editie), al begin zestiende eeuw in het Nederlands vertaald).
Zalm. (Uit "Aaltje"
1891, pp 196-197) Deze visch gebruikt men zelden heel, meestal in mooten. Men kookt haar
in gezouten water, liefst zonder kruiderij of alleen met peper.
Men laat den vischketel open en schuimt voortdurend. Men kookt ze 15 à 20
minuten en laat ze nog even in den bouillon staan, altijd open: dan neemt
men ze eruit en zet ze op de vischplaat een 10 à 15 minuten in de open
lucht. (Pas op de katten!). Nu heeft de moot al haar kleur behouden en
komt temidden van salade of peterselie prachtig rood op tafel. Naarmate de
mooten dikker of dunner zijn, behoeft men meer of minder tijd. Men dient
ze warm met een kapper- of ansjovissaus of mayonnaise, en koud als
lunchgerecht met een mayonnaise.
Mayonnaise. (Uit "Aaltje"
1891, p 313) Deze maakt men vooruit, want ze vereischt zorg. Kluts twee geheele
eieren met 5 gr. zout en 10 gr. suiker. Zet 1/8 liter kruidenazijn of
azijn en 1/4 liter slaolie klaar. Roer de eieren tot een stijve massa, doe
er langzaam, al roerend, eerst een lepel azijn bij (anders schift het
licht) en dan een lepel olie, zoo om en om; telkens roert men het weer
dik, eer men er het volgende bijgiet. Doe er 3 gr. peper bij en het sap
van 1/2 citroen. Is ze te stijf, leng ze dan voorzichtig aan met azijn of
zeer goede gekookte melk. Men kan er een geraspte ui en Cayennepeper
bijdoen.
Ter
vergelijking de teksten voor gekookte zalm uit de eerste editie van
Aaltje uit 1803 en uit de zestiende editie uit 1878 (de laatste
editie vóór de revisie door Corver):
1803: Zalm. Om deeze smaaklyke visch te
kooken, zoo snyd dezelve aan mooten; kookt ze in water, en doet 'er een
weinig zout bij. Men eet de Zalm met pieterceliesaus en jonge wortelen;
ook met gehakte raauwe pietercelie, boom-oly (=olijfolie) en wyn: -- eenigen eeten
dezelve ook wel enkeld met azyn en peper. 1878: Zalm. 1. Gekookt. Om dezen
smakelijken visch te koken, snijdt men hem aan mooten, kookt hem in
water en doet er een weinig zout bij. Men eet den zalm met
pieterseliesaus en jonge wortelen; ook met gehakte rauwe pieterselie,
boomolie en azijn; eenigen eten hem ook wel enkel met azijn en peper.
Zalm. (Uit "Betje" 1851,
p 51) Snijdt men in mooten en kookt die met water en zout.
Zalmsalade. (Uit "Betje"
1851, p 47) Als de zalm gekookt is, legt men de mooten in eene saus van olie,
azijn, zout, peper en fijne eijeren. Maak daarna eene saus van vier lepels
wijnazijn, twee lepels consommé, tien lepels slaolie, zout, peper, gehakte
dragon en pimpernel. Leg de mooten daarin en schik ze op den schotel, doe
de saus erover en leg kropsalade in vier deelen gesneden en op ieder deel
een kwart ei met kappers, augurken en ansjovisch.
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept
Voor deze bewerking heb ik de twee recepten gecombineerd: de zalmmoten worden
gekookt en krijgen een mayonaise volgens Aaltje uit 1891, maar de
garnering en de kruiderij
in de mayonaise komen van Betje, waardoor er een variant op de ravigottesaus
ontstaat. De mayonaise van Aaltje is zuurder dan moderne mayonaise. In Betje
uit 1851 komt geen enkel recept met mayonaise voor (zie hierboven bij de
geschiedenis van mayonaise).
Voor vier personen als voor- of lunchgerecht.
Ingrediëntenlijst:
2 moten zalm à 200 gram
1 krop sla
voor de garnering:
2 hardgekookte eieren
4 augurkjes (zoetzuur)
1 eetlepel kappertjes
4 ansjovisfilets
voor de mayonaise:
2 rauwe eieren of 2 eidooiers
4 eetlepels dragonazijn
zout en witte peper naar smaak
½ theelepel suiker
½ eetlepel dragon
½ eetlepel pimpernel (eventueel)
1½ tot 2 deciliter slaolie, of half olijf/half neutrale olie
Voorbereiding/bereiding: Breng water met flink zout aan de
kook. Temper het vuur en leg er de zalmmoten in. Pocheer ze in tien tot vijftien
minuten. Haal ze dan uit het vocht, en laat ze afkoelen. Aaltje heeft gelijk, je
moet inderdaad op de katten passen.
Maak de mayonaise. Maak je die met de hand, gebruik dan alleen
eidooiers. Gebruik je een blender, neem dan hele eieren. Vermeng eieren of
eidooiers, azijn, zout, peper en suiker, en klop flink. Giet dan de
olie er in een dun straaltje bij, terwijl je goed blijft kloppen, of de blender
laat draaien. Als de mayonnaise dik genoeg is, ben je klaar. Roer er tot slot de
fijngehakte dragon en pimpernel door, en proef nog even. De hoeveelheid olie is
afhankelijk van de grootte van de eieren, en hoe dik je de mayonnaise wilt
hebben. Een waarschuwing: als er onweer in de lucht hangt, kun je mayonaise
maken wel vergeten. Hij zal schiften. Gebruik dan maar potjesmayonaise. (zie ook
hier)
Voor de garnering: was de sla, snijd de augurken in waaiertjes, halveer de
gepelde hardgekookte eieren, laat de kappertjes uitlekken en dep de ansjovis
droog (week eventueel tien minuten in water of melk).
Serveren: Gebruik een mooie schaal. Verdeel de sla erover. Schep eerst wat mayonaise
in het midden, leg er dan de moten zalm in hun geheel op. Bedek de zalmmoten met
de mayonaise. Steek in het midden een toefje peterselie, leg op de moten een
augurkwaaiertje, en leg de eieren met ansjovis erop eromheen. Strooi de
kappertjes erover.
Geef er toast bij (dus gewoon geroosterd casinobrood) met boter.
Kookboekschrijfsters Henriëtte Davidis en Maria Haezebroek (beiden tweede helft negentiende eeuw)
adviseren bij koude, gepocheerde zalmmoten slechts olie, azijn en peterselie. De
Volmaakte Hollandsche Keuken-Meid geeft deze combinatie al in 1746 in het
recept voor 'Zalm, hoe men die kooken en stooven zal voor de Vasten' (p.132).
Net als Aaltje heeft ook
Betje de combinatie van zalm met
kappersaus (op p.56), daar wordt alleen beschreven "eene saus [...] van boter
met bloem en kappertjes". Op p.66 staat een meer uitgebreid recept voor
kappersaus, een soort
hollandaisesaus gemaakt van 6 (hele!)
eieren, 1 lepel bloem, zout en azijn, al roerend aan de kook gebracht en
afgemaakt met een klont boter en de kappertjes.
Ansjovis - Een klein visje, de
Engraulis ecrasicolus, dat in de Middellandse zee en andere wateren
rondzwemt. In onze streken wordt ansjovis zelden vers gegeten, we kennen ze
vooral als filetjes uit blik of pot. Neem als je de keus hebt liever gezouten
ansjovis in glazen potten dan ansjovis in olie in blikjes. Ten eerste krijg je
die blikjes nooit meer dicht als je niet de hele inhoud in één keer nodig hebt,
maar ansjovis in zout is ook veel lekkerder. Wel tien minuten in koud water of
melk weken en afspoelen, want ze zijn echt héél zout. Dragon -
Als je ooit besluit zelf dragon te
kweken, moet je goed opletten. Allereerst: in Nederland wordt vrijwel altijd
Russische dragon (Artemisia dracunculus var. inodora) verkocht. Die is véél
grover en minder lekker dan de franse variant (Artemisia dracunculus), maar wel
meer wintervast. Maar wat heb je aan wintervaste dragon als die vooral naar gras
smaakt? Bovendien heeft dragon de neiging om te gaan woekeren. De stengels
kruipen geniepig een eindje onder de grond, en schieten dan opeens midden tussen
de bieslook of majoraan omhoog om nooit meer weg te gaan. Kijk dus uit waar je
je dragon plant.
Aan de andere kant, gedroogde dragon heeft wel veel aroma verloren. Diepvries
dragon (mits zonder stengels ingevroren) of bosjes van de groenteboer kunnen
uitkomst bieden. Kappertjes - Dit zijn onrijpe bloemknoppen van de
Capparis spinosa L.,
die in zuur zijn ingemaakt. De plant is inheems in de gebieden rond de
Middellandse Zee, en was al in de oudheid bekend. De bloemknoppen worden niet
rauw gegeten. Pimpernel - Dit is een vast plantje (Sanguisorba minor) met
decoratief blad en lieve bloempjes, inheems in Europa. Het jonge blad wordt
meestal in salades en verkoelende dranken gebruikt. Slaolie - Nee, niet olie voor sla, maar geslagen olie, bijvoorbeeld
gemaakt van raapkoolzaad. De olie werd in oliemolens geperst uit het zaad.
Hier is een beschrijving
van het proces te lezen. Winterzalm
-
Volgens de definitie in het
Woordenboek der Nederlandsche Taal
is winterzalm drie tot vier jaar oud en minstens 1 meter lang, tussen oktober en
mei in de rivieren gevangen (onder de samenstellingen bij het lemma
winter).
Aaltje, nieuw Nederlandsch Kookboek, 17de geheel opnieuw
bewerkte druk van Aaltje de volmaakte en zuinige keukenmeid door O.A.
Corver, 1891. Facsimilé editie Van Goor Zonen, Den Haag, 1978. De ‘zuinige
Aaltje’ verscheen voor het eerst in 1803.
Betje de Goedkope Keukenmeid. Verzameling van beproefde voorschriften om lekker
te koken en te braden, te stoven en te bakken, in te leggen, enz. enz.; Benevens
enige door ondervinding voor goed erkende huismiddelen. Tweede druk,
z.j. (1851?), Voorburg, A.M. Broedelet. Betje de Goedkope Keukenmeid, G.B. van Goor Zonen,
1850 (1ste druk). Facsimilé naar de zesde druk
uit 1877
Van Goor Zonen, Den Haag, 1975. Johannes van Dam, Dedikkevandam, Nijgh Van Ditmar, 2005.
Alan Davidson, The Oxford Companion to Food. Manfred Höfler, Dictionnaire de l'Art Culinaire Français. Edisud, 1996. Richard C. Hoffmann, Fishers'Craft &
Lettered Art. Tracts on Fishing from the end of the Middle Ages. University
of Toronto Press, 1997. Tom Stobbart, The cook's encyclopedia. Ingredients and Processes. Grub
Street, London, 1980 (reprint 1998). De Volmaakte Hollandse Keuken-Meid. Steeve van Esveld, Amsterdam, 1746.
Facsimilé naar de druk uit 1761 bij A.W. Sijthoff, Leiden, 1965.
Gheeraert
Vorselman, Eenen nyeuwen coock boeck. Editie E.
Cockx-Indestege, Eenen nyeuwen coock boeck. Kookboek samengesteld door
Gheeraert Vorselman en gedrukt te Antwerpen in 1560. Wiesbaden, 1971. Joop Witteveen en Bart Cuperus,
Bibliotheca Gastronomica. Eten en drinken in Nederland en België
1474-1960. Amsterdam, 1998. (2 dln)
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.