Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
september/oktober 2009 Pullus iuvenis in tempore estivali Een middeleeuws gerecht voor ketelbarbecue of oven English
version of this recipe
Laatst was ik aan het experimenteren met het
roosteren van kippen op de barbecue, dus ik ging op zoek naar een toepasselijk
middeleeuws recept. Legio mogelijkheden, wantr geroosterd gevogelte was geliefd
bij de edelen. Ik koos voor een recept uit het
Tractatus de modo preparandi et condiendi omnia cibaria, (Verhandeling
over de bereiding en samenstelling van al het voedsel), een kookboekje dat samen met een andere
Latijnse receptenverzameling, het
Liber de Coquina, in twee
manuscripten is overgeleverd (Paris, Bibliothèque
nationale, lat. 7131 en lat. 9328). In één van die
manuscripten, BN lat. 7131, staat nog een derde
kooktekst, de Enseignemenz qui enseignent a
apareillier toutes manieres de viandes (Instructies
die leren alle soorten voedsel te bereiden), een kort Frans tractaat. Alle drie
de teksten zijn begin veertiende eeuw ontstaan.
De Enseignemenz zijn in 1933 uitgegeven door Lozinski (editie).
De twee Latijnse teksten zijn het eerst uitgegeven in 1971, door M. Mulon (editie),
en in 2005, voorzien van een vertaling in het Duits, opnieuw door Robert Maier.
Deze editie is niet duur en nog steeds verkrijgbaar.
Zijn inleiding, daar heb ik wat problemen mee. Zo verklaart hij dat de Viandier uit 1380 stamt, en 243 recepten telt. Dit ondanks dat hij de
editie van Terence Scully uit 1988 in
zijn bibliografie heeft opgenomen, waaruit blijkt dat de oudste versie van deze
tekst (met 170 recepten) uit de tweede helft van de dertiende eeuw stamt. Welk
manuscript van de Viandier Maier precies bedoelt, vermeldt hij nergens.
Met de aanvullende recepten uit latere manuscripten komt Scully nog steeds niet
verder dan 220 recepten. Maiers overzicht (en de hierop gebaseerde conclusies) van het gebruik van specerijen en
smaakmakers bij Apicius en zes veertiende eeuwse kookboeken, waarbij hij een
ongedefinieerd manuscript van de Viandier dus onterecht als meest
recente tekst hanteert, verliest op deze manier wel aan betekenis.
Het Tractatus bestaat uit vijf
hoofdstukken, met in totaal 82 recepten. De indeling is min of meer naar
hoofdingrediënt: Wijn, Gevogelte en vlees, Vis, Delicaat voedsel voor heersers,
en tot slot een verzamelhoofdstuk Peulvruchten, eieren, lookgewassen en sauzen. Enkele Franse woorden
in de Latijnse tekst verraden dat de schrijver/vertaler/bewerker een Fransman
moet zijn geweest, of in een Franstalige omgeving verkeerde. Dan nog twee
opvallende recepten: een voor Sulta (2.17), dat niets meer of minder is dan
Zure zult, en een oer-Raclette (4.12,
Zwitsers gerecht met gesmolten kaas). In de inleiding bij het tweede
hoofdstuk over gevogelte en vlees, verklaart de auteur welk voedsel het meest
geschikt is voor verschillende standen. Zo zijn patrijs, fazant, kip, kapoen,
haas, ree en konijn voor de met weinig inspanning levende adel en rijkelui,
hardwerkende mensen profiteren het meest van rund- en hamelvlees, gezouten
varkensvlees, erwten, bonen, gerstebrood en tarwebrood. Ziekenvoedsel bestaat
uit grutten van rijst, haver of gerst met amandelmelk, kekerewten, kippesoep,
granaatappelwijn en kruidenthee van wouw (Reseda luteola), vijgen en
sultanarozijnen. Aangezien, aldus de auteur, adel en rijkaards het belangrijkst
zijn ("cum nobiles et divites semper sint honorandi"), zal hij nu vooral
recepten beschrijven voor deze groep. Het recept hieronder voor gevulde kip
hoort duidelijk hierbij.
Het oorspronkelijke recept De
kale tekst is online
te vinden op de site van Thomas Gloning, naar de editie van M. Mulon uit 1968.
De Latijnse tekst hieronder is naar Mulon geciteerd, voor de vertaling heb ik
ook gekeken bij de Duitse tekst van Robert Maier, vooral voor het woordje spola (zie Maier noot 31,
editie p.137).
2. -- Sunt quidam qui, tempore estiuali, pullos
iuuenes preparant in hunc modum: primo, inflant, ut cutis a carne fiat
separatio, spola anseris tibiis imponendo; post, replent undique
interius tali condimento: accipiunt ysopum et petrosillum et
saluiam aliquantulum perbullita et minutim incissa, et carnes macras
porcinas teneres, et de lardo baconis, et iecur ipsius pulli, et oua
perdita dura, et maxime uitella; que duobus cutellis hagantur in tabula.
Post, apponitur puluis istarum specierum cum sale uidelicet piperis
albi, longi et nigri, zinziberi, cynamomi; de quo condimento intus et
extra pullo repleto et bene consuto uel ligato, assant a remotis ad hoc
ne rupantur et ne interius remaneat crudus et non combustus.
Pulli assati possunt comedi com agresta uel uino
albo super fundendo, nec indigent alio condimento qui satis saporosi
sint.
2. Sommigen bereiden in de zomer jonge kippen op
deze wijze: eerst blazen zij ze op, opdat het vel wordt gescheiden van
het vlees, via de schacht van een ganzeveer die bij de dijbenen zijn
ingebracht.
Daarna vullen zij ze overal van binnen met het volgende mengsel: ze
nemen hysop, peterselie en salie, geblancheerd en fijngehakt, en mals
mager varkensvlees, spek en de lever van de kip, hard gekookte
eieren, vooral de dooiers, die met twee messen op tafel gehakt worden.
Dan wordt het poeder van deze specerijen met zout erbij gedaan, namelijk
witte, lange en zwarte peper, gember en kaneel. Met dit mengsel wordt de
kip van binnen en buiten gevuld, en hij wordt goed dichtgenaaid of
opgebonden. Men roostert ze op een afstandje [van het vuur] zodat ze
niet barsten of van binnen rauw blijven, en niet verbranden.
Geroosterde kippen kunnen worden gegeten met
verjus of witte wijn overgoten, ze hebben geen andere smaakmaker nodig
omdat ze van zichzelf smaak genoeg hebben.
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept Het recept is voor 'jonge kip'. Nu hebben we dus een
probleem. Hoe groot was zo'n jonge kip? Tegenwoordig zijn braadkippen al met een
paar maanden rijp voor de slacht, het zijn dus jonge kippen. Maar middeleeuwse
kippen waren kleiner dan nu, en groeiden ook langzamer, je zou misschien
piepkuiken moeten nemen, en dan ook nog van een klein ras. Mijn keus voor een
flinke boerekip is wat het is: een keus. De roostertijd wordt natuurlijk wel
korter met piepkuikens, reken zo'n 90 minuten (maar controleer eerder).
Als je dit gerecht in de oven maakt, kun je elk moment van het jaar genieten van
dit heerlijke gerecht. Maar dan moet je wel wat hysop- en salieblaadjes hebben
ingevroren of gedroogd (gebruik in dat laatste geval in plaats van eetlepels,
theelepels). Voor het
roosteren van deze kip heb ik een methode gebruikt die hier uitgebreid wordt beschreven, met een ketelbarbecue. Foto's hieronder,
van boven naar beneden: de gevulde kip, de kip op de barbecue (tussen twee
'moderne' kippen), de geroosterde kip, en de voorgesneden kip, die een beetje
snel was neergelegd (honger!!!) en er dus wat rommelig uitziet.
Ten overvloede nog dit: gebruik géén spiritus of brandgel bij het aanmaken van
de barbecue, en houdt kinderen uit de buurt.
Veiligheidstips.
Voor 4 tot 6 personen (afhankelijk van het menu).
Ingrediëntenlijst:
1 supermooie kip of 2 of 3 piepkuikens
Rub (het specerijenmengsel waarmee de kip van te voren wordt ingesmeerd):
50 gram boter of reuzel
1 theelepel elk van zout, witte peper, zwarte peper, lange peper, gember en
kaneel, alles gemalen (2 eetlepels in totaal)
Vulling:
250 gram mager varkensgehakt
75 gram kippelevertjes + wat melk om ze te weken
75 gram ontbijtspek, kleingesneden
3 hardgekookte eidooiers, fijngeprakt
1/2 theelepel elk van zout, witte peper, zwarte peper, lange peper, gember en
kaneel (1 eetlepel in totaal)
2 eetlepels elk van hysop, peterselie en salie, zonder de
steeltjes
Mop (de vloeistof waarmee de kip tijdens het roosteren wordt bestreken):
1 decilter kippebouillon
50 gram boter of reuzel
1 theelepel van het rubmengsel
Voorbereiding: De avond van te voren Meng de specerijen. Van lange peper zul
je niet gauw poeder vinden, en zelfs de hele trosjes is moeilijk. Ik zag ze
laatst bij een horecagroothandel, heb er meteen een pot van gekocht. Kun je geen
lange peper krijgen, gebruik dan gewoon wat meer witte en zwarte peper. Ik gebruik
voor de rub hele specerijen, die ik verpulver in een electrische koffiemolen.
Smelt boter of reuzel in een pannetje, doe het specerijenpoeder erin, maar
bewaar één theelepel voor de mop. Verhit nog 30 seconden, laat dan zover
afkoelen dat je dit mengsel kunt hanteren zonder je vingers te branden.
Bereid intussen de kip voor: werk het kippevel los van het vlees door vanaf de
nekkant met je vingers voorzichtig tussen vel en vlees te wriemelen, steeds
verder totdat je ook de bouten hebt losgewerkt. Een karweitje dat geduld vergt
en een goeie kip, want bij een batterijkip ga je zó door het vel heen, en als je
te snel gaat scheurt het vel ook. Het kan overigens geen kwaad hierbij dunne
latex handschoenen te dragen, of je moet daarna niet alleen je handen goed
wassen (ervoor overigens ook), maar ook heel goed onder je nagels
schoonborstelen.
Wrijf nu het botermengsel op het vel van de kip, tussen vel en vlees, en wat
over is in de buikholte. Verpak in een plastic zak, en bewaar in de koelkast. Een uur van te voren Leg de kippelevertjes een kwartiertje in
koude melk, spoel ze af, dep ze droog, en maak ze schoon (verwijder bloedvaatjes
en witte fliepeltjes). Snijd ze fijn.
Leg de blaadjes van hysop, peterselie en salie in een zeef, en giet er kokend
water overheen zodat ze slinken. Dep droog en hak fijn.
Meng alle ingrediënten voor de vulling.
Haal de kip uit de koelkast. Verdeel de vulling onderhuids in een gelijkmatige
laag over de borst en de
bouten, stop de rest in de buikholte. Laat de kip een half uurtje liggen om op
temperatuur te komen. Uiteraard heb je je handen zowel voor als na het vullen
van de kip gewassen.
Leg voor een rooksmaak wat houtblokjes of snippers een half uurtje in water te
weken.
Doe de ingrediënten voor de mop in een steelpannetje, en houd warm (of
verwarm iedere keer), om de kip tussendoor te bestrijken.
Bereiding: Op de barbecue Leg, terwijl de kip ligt bij te komen, een
houtskoolvuurtje in de ketelbarbecue aan (of gebruik briquetten). Heb je die
niet, bereid de kip dan in de oven (zie hieronder). Richt de barbecue in
voor roosteren via de indirecte methode: de kooltjes aan weerszijden,
in het midden een lekbak met een laagje water. Regel de luchtgaten in deksel en
onder zó, dat de temperatuur tussen de 95 en 105 grC is (bij mijn Weber zijn de
ventilatiegaten bijna helemaal gesloten). Leg de kip (of kippen)
boven de lekbak op het rooster, met de borst naar beneden. Werp ieder kwartier
een blik op de thermometer om te zorgen dat de temperatuur min of meer constant
blijft. Na drie kwartier open je de bbq, om eventueel kooltjes bij te vullen, en
als je dat wilt een handjevol geweekte houtblokjes op het vuur te leggen. En
bestrijk voor een extra malse kip het beest met de verwarmde mop. Na
anderhalf uur wordt de kip op zijn rug gelegd. Controleer na nog eens drie
kwartier de kerntemperatuur van de kip: steek een vleesthermometer tussen bout
en borstvlees. Als de temperatuur rond de 90 grC is, is de kip door en door
gaar. Zit hij daar nog onder, ga dan nog even door. In de oven Verwarm de oven voor op 120 tot 150 grC, leg de kip
in een braadslee in de oven, of steek hem aan een braadspit (let op dat het spit
door het midden van de kip gaat, anders wordt hij niet gelijkmatig gaar), met
een schaal met water op de bodem. Bestrijk regelmatig met de mop. Gebruik
een vleesthermometer om te zien wanneer de kip gaar is (anderhalf tot
twee-en-een-half uur).
Serveren:
Als de kip gaar is, kan hij van het rooster, maar nog niet meteen aansnijden!
Laat hem minstens vijf minuten rusten, verpakt in licht gekreukeld alufolie met
de glimmende kant naar binnen. Verdeel hem daarna in stukken: snijd vleugels en
dijen af, en leg die links en rechts op een platte schotel. Snijd het borstvlees
van het karkas, verdeel dat in enkele stukken of plakjes. Leg het karkas tussen
de vleugels en dijen op de schotel, en schik het borstvlees er tegenaan. Ondanks
de raadgeving van Wynkyn de Worde (zie hieronder), laat ik het zwarte vel liefst op het
vlees zitten, de eter kan het zelf verwijderen.
Het recept zelf geeft al aan dat saus eigenlijk overbodig is bij deze kip, want
hij is van zichzelf al smakelijk genoeg. En anders simpelweg een kommetje
verjus
of witte wijnazijn erbij. De moderne keuken zou hier partjes citroen bijdoen.
Het eiwit van de hardgekookte eieren kun je eventueel fijnhakken en als
garnering over of rond de kip strooien.
Volgens The boke of Keruinge van
Wynkyn de Worde (uit 1503, maar gebaseerd op oudere teksten,
editie) wordt kip zonder vel geserveerd: "And the
skynne of capon henne or chekyn ben not so clene for they ete foule thynges in
the strete, and therefore theyr skinnes ben not holsome, for it is not theyr
kynde to entre in to þe river to make theyr mete boyde of the fylth." ("Het vel
van kapoen, kip of kuiken is niet erg schoon, want ze eten smerige dingen van de
grond, en daarom zijn hun vellen niet gezond, want het ligt niet in hun aard om
in de rivier te gaan om hun lijf van het vuil te bevrijden",
editie p.57). Op de vijftiende-eeuwse miniatuur bovenaan
deze pagina zie je het voorsneden aan tafel van een geroosterde kip (of ander
gevogelte).
Hysop - Een
heestertje met mooie paase bloempjes, Hyssopus officinalis, dat het
hier ook goed doet in de tuin. De smaak van de blaadjes doet ewat denken aan
tijm. Het plantje komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten en de streken rond
de Middellandse Zee, waar het al vóór onze jaartelling werd gebruikt in de
keuken. Het heeft een tamelijk overheersende smaak, je moet het spaarzaam
gebruiken. Volgens Alan Davidson (The Oxford Companion to Food) bevordert
hyssop het verteren van vetten, en is het dus een heel geschikt kruid in vette
vleesgerechten. Ketelbarbecue - Een barbecue met een deksel.
Veel electrische en gasbarbecues hebben een deksel, maar als je écht barbecuet,
met houtskool of briquetten, dan gebruik je zo'n gezellige kogelbarbecue. Die er
zijn er heel goedkoop, maar uit de ervaringen van vrienden en kennissen maak ik
op dat dat vaak wankele dingen zijn waarvan de temperatuur ook nog eens moeilijk
te regelen valt. Mijn Weber (One Touch Gold 57 cm) kostte destijds wel veel
geld, maar hij is nu tien jaar oud en doet het nog steeds prima. Lange peper - Ook wel bekend als Javaanse peper (Piper
longum). De piepkleine peperkorreltjes groeien in een katjesvorm, en dat is
ook de vorm waarin je ze kunt kopen. Bij de
horecagroothandel of een toko maak je de meeste kans. Vervang anders gewoon door
extra zwarte peper.
Lange peper was al in de Oudheid bekend bij Grieken en Romeinen, en werd niet
altijd duidelijk onderscheiden van zwarte peper (Piper nigrum). Tegen
het eind van de Middeleeuwen verdwijnt het langzamerhand uit de keuken, maar
lange peper wordt nog steeds in de zestiende eeuw gebruikt. Lange peper is
pittiger dan zwarte peper, maar niet zo heet als rode peper. Reuzel -
Dit is
uitgesmolten en gezeefd varkensvet, nog steeds te koop bij slagers. Reuzel is in
de moderne keuken onpopulair vanwege het hoge percentage verzadigde vetzuren.
Maar net zo goed als we wel eens een mierzoet gebakje met slagroom eten, kunnen
we ook wel eens iets klaarmaken met reuzel. In het verleden was reuzel één van
de standaard kookvetten, en de moderne Chinese keuken werkt nog steeds veel met
reuzel. Je kunt heel simpel zelf
reuzel maken. Als je het spekvet hebt uitgebakken houd je kaantjes over. Die
zijn heerlijk om te knabbelen. Verjus - Het sap van zure, onrijpe
druiven, veelvuldig gebruikt in de Middeleeuwen. Het is nog steeds te koop, maar
je moet wel zoeken. In onze streken werd verjus ook van onrijpe appels gemaakt,
en zelfs van zuring. Als je geen verjus kunt vinden, neem dan appelazijn.
Meer over verjus en een recept voor het zelf maken
van verjus.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.