Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van
Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden
overgenomen.
De
middeleeuwse keuken is een sauzenkeuken. Niet alleen omdat dat lekker was, maar
het was dé manier om het hoofdingrediënt zo gezond mogelijk te maken volgens de
toen geldende dieetleer, de
humorenleer. Zoals wij goochelen met calorieën, vitamines, koolhydraten en cholesterol,
waren middeleeuwse koks bezig met het uitbalanceren van het temperament van het
voedsel, dat werd bepaald door de kwaliteiten warm/koud en vochtig/droog. Dit moest zo dicht mogelijk het temperament van de
gezonde eter benaderen (gematigd warm en vochtig). Vis
(koud en zeer vochtig) week daar te veel van af, maar dankzij bijvoorbeeld gember of mosterd
(beide warm en droog van aard) kon er
toch een uitgebalanceerd gerecht met vis op tafel worden gezet. In sauzen was
het contact van die corrigerende specerijen met het hoofdingrediënt het sterkst.
En net zoals wij onze voedseltabellen hebben
waarin alle belangrijke stoffen staan vermeld per ingrediënt, bestonden er vanaf
de elfde eeuw tabellen met de eigenschappen van allerlei ingrediënten, maar ook
bezigheden ('de jacht', 'de bijslaap') en andere dingen ('linnen kleding', 'de
oostenwind'). Aan het eind van de veertiende eeuw ontstond er in Italië een
groep prachtig geillustreerde manuscripten die niet voor medici maar voor rijke
opdrachtgevers waren bestemd. Ze heten Tacuinum Sanitatis
(letterlijk 'gezondheidstabel', van Arabisch 'taqwim' en Latijn 'sanitas'
), en zijn een dankbare bron van illustraties voor culinair historici. Het
plaatje linksboven is uit zo'n Tacuinum. Bij het
recept voor pastadeeg uit de zestiende eeuw staat
ook een illustratie uit een Tacuinum.
Een galentyne of galentine was één van de basisbereidingen in
de middeleeuwse keuken. In de moderne Franse keuken is het, aldus mijn Grote
Larousse van de Gastronomie uit 1996, "een gerecht op basis van magere
stukken vlees van gevogelte, wild, varken, kalf of konijn, waaraan een vulling
met eieren, specerijen en verschillende ingrediënten als pistaches, truffels,
ganzelever en tong zijn toegevoegd". Als voorbeeld wordt het recept voor
galantine de volaille gegeven: een kip wordt ontbeend, van het vlees wordt
een farce gemaakt met van alles en nog wat. Dat wordt op de opengeklapte
kippenhuid gelegd, die wordt opgerold en in een doek gewikkeld, in een
geleirijke fond enkele uren gepocheerd, daarna afgekoeld en bedekt met heldere
gelei, gemaakt van de kookvloeistof. (Editie dl1, p.357). Op het fotootje
rechts een deel van een afbeelding uit de Time-Life serie Foods of the
World. Classic French Cooking uit 1978 van een Galantine de canard
(Galentine van eend).
De Engelse galentine was een saus,
gebonden met broodkruim, met specerijen (vooral kaneel), die bij ondermeer bij
lamprei of snoek werd geserveerd, maar er is ook een recept waarin galentine als
basis dient voor een andere saus bij geroosterde
gans. Snoek in galentine kwam blijkbaar vaak op tafel, Geoffrey Chaucer
(1340-1400) vergelijkt het zwelgen in liefdesverlangen ermee:
Nas neuer pyk walwed in galauntyne
As I in loue am walwed and iwounde
Het hele gedicht To
Rosemounde (met dank aan
Lea die mij hierop
attendeerde).
Het oorspronkelijke recept Het recept komt uit
het vijftiende-eeuwse ms Harleian 4016 (British Museum, London,
editie p.101). Dit manuscript
is, samen met een ander manuscript uit de vijftiende eeuw (London, BM Harleian
279) en wat fragmenten van drie andere manuscripten, in 1888 uitgegeven door
Thomas Austin. Deze editie is in 2000 opnieuw uitgegeven en makkelijk
verkrijgbaar. De
manuscripten uit Austins boek zijn opnieuw uitgegeven door Cindy Renfrow, met
een vertaling in modern Engels (editie),
en sommige recepten zijn ook voorzien van een moderne bewerking. Dit is een
leuke editie, met veel afbeeldingen, en ook deze is nog steeds goed te vinden.
In hetzelfde manuscript staat nog een recept voor Pike in galentyne, de
koude, gekookte vis wordt in zijn geheel geserveerd meteen warme saus van brood,
wijn en azijn, gekruid met kaneel en peper, gekleurd met sandelhout en afgemaakt
met in olie gefruite ui (editie
p.101).
Over de
letter thorn: dat is het middeleeuwse Engelse teken voor de 'th' klank, de
þ. De letter ziet er uit als een gecombineerde b+p. Als je de letter zelf wilt gebruiken: druk op ctrl-alt-t
en hij staat op het scherm. (als je in plaats van de thorn een rare
lettercombinatie ziet, ondersteunt je browser dat
blijkbaar niet)
Auter pike in Galentyne.
Take browne brede, and stepe it in a quarte of vinegre, and a pece of
wyne for a pike, and quarteren of pouder canell, and drawe it thorgh a
streynour skilfully thik, and cast it in a potte, and lete boyle; and
cast there-to pouder peper, or ginger, or of clowes, and lete kele. And
þen take a pike, and seth him in good sauce, and take him vp, and lete
him kele a litul; and ley him in a boll for to carry him yn; and cast þe
sauce vnder him and aboue him, that he be al y-hidde in te sauce; and
carry him wheþer euer þou wolt.
Een andere snoek in Galantine
Neem bruin brood, en week het in een kwart azijn. Neem een pint wijn
voor een snoek, en een kwart kaneelpoeder, en zeef het behendig door een
doek [tot een] dikke [vloeistof]. Doe dit in een pot en breng aan de
kook. Doe er fijngestampte peper in, of gember, of kruidnagel, en laat
afkoelen. Neem dan een snoek en kook die in goede saus. Neem hem er uit
en laat iets afkoelen. Leg hem dan in een schaal om naar binnen te
dragen en giet de saus onder en bovenop [de snoek] zodat hij helemaal
verborgen is in de saus. Breng hem naar waar je maar wilt.
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept
Hoewel er in het recept staat dat het voor snoek is bestemd, weerhoudt niets ons
er van om een andere vis te gebruiken. Zo heb ik voor de galentine op de foto
pangafilet gebruikt. En in plaats van de saus over de hele vis te gieten, heb ik
de vis in stukjes door de saus gemengd en die met behulp van wat extra gelatine
op laten stijven in een vorm. Als je een hele snoek gebruikt, verdubbel dan de
hoeveelheden voor de saus, want het is een flinke vis. en kijk eerst even of je
wel een pan hebt waar het beest in past. Ik heb eens een snoek (een hele grote)
in een ronde pan gepocheerd, de snoek moest dan ook 'rond' worden opgediend.
Voor een vorm met een inhoud van 1 liter, of voor 8 tot 20 personen (afhankelijk van het menu).
Wil je een hele snoek gebruiken, verdriedubbel dan de hoeveelheden voor de saus.
Ingrediëntenlijst:
500 gram wit vissevlees van snoek, snoekbaars, panga of andere witvis
1/8 liter witte wijn
zoveel water dat de vis net bedekt is
2 takjes peterselie en 4 gekneusde witte peperkorrels
samen 1 eetlepel van kaneel, gember en kruidnagel (onderlinge verhouding 3:2:1)
witte peper naar smaak
1 theelepel zout
1/2 deciliter witte wijnazijn
2 sneetjes bruin brood zonder korst (geen volkoren, gewoon bruin)
3 1/2 blad kleurloze gelatine
Voorbereiding:
Pocheer de vis in water met wijn en zout, en als je modern wilt doen wat
peterselie en peperkorrels. Pocheren, dat is verhitten zónder dat het water
kookt, er komt wel damp van de pan, maar het vocht borrelt niet. Zet voor
visfilets het vuur na zeven minuten uit, de vis zal nagaren in het afkoelende
vocht. Laat een snoek langer pocheren, zo'n twintig tot dertig minuten, voordat
je het vuur uitzet. Doe nu pas de wijnazijn erbij.
Fruit de ui in olijfolie tot glazig, laat uitlekken.
Bereiding:
Haal de vis uit het vocht, laat uitlekken. Week het brood in 1/2 liter van het
kookvocht, wrijf het dan door een zeef. Of doe het brood met 2 deciliter van het
vocht in de blender, doe daarna de rest van het vocht erbij. Strooi er kaneel,
gember en kruidnagel door, en wat witte peper uit de molen. Meng de ui door de
saus. Kook de saus nog even op. Opdienen als hele vis: Een snoek is heel groot, je hebt dan
zeker drie keer zoveel saus nodig als in dit recept staat aangegeven. Met
kleinere hele vissen heb je uiteraard minder saus nodig. Leg de vis zonder vel
maar met kop en staart in zijn geheel op een mooie
schaal en bedek met de saus. Je kunt de hele vis met saus zowel (lauw)warm als
op kamertemperatuur opdienen. Opdienen als 'vispudding': Verdeel de gepocheerde (en
gefileerde) vis in stukjes. Week zeven gelatineblaadjes in koud water, knijp ze
na tien minuten uit en los ze op in de hete saus. Doe dat één voor één, anders
lost de gelatine niet goed op. Roer daarna de vis erdoor, en stort de massa in
een met koud water omgekoelde vorm. Je kunt de vorm ook, als de vismassa niet
meer heet is, bekleden met plasticfolie voordat de vis erin gaat. Laat een paar
uur afkoelen en opstijven, en stort de vispudding vlak voor het serveren. Erg
leuk is natuurlijk om een visvorm te gebruiken. Als je een kleine vorm hebt (van
ruim een halve liter inhoud) dan halveer je de hoeveelheden.
Serveren:
Zowel als hele vis als vispudding is dit een prachtig
gerecht voor een feestelijke tafel. In zijn geheel en warm kan dit een
hoofdgerecht zijn, maar koud is het een prachtig onderdeel van een koud buffet
of een gemengd voorgerecht. Bij het opdienen zul je merken dat de galantine er
niet alleen prachtig uitziet en lekker smaakt, maar ook nog heerlijk ruikt.
Gelatine
- Dit is een dierlijk product. Je hebt het in poedervorm en als kleurloze of rode
blaadjes. Gebruik voor gelei van bouillon alleen kleurloze gelatine. De smaak
van gelatine is neutraal. Daarom kan het voor niet-vegetariërs zonder probleem
worden gebruikt in geleiën bij vis- of groentegerechten.
Belangrijk voor de verwerking is dat gelatine nooit mag koken. Het moet worden
opgelost in hete vloeistof, en kan daarna worden vermengd met een afgekoelde
vloeistof.
We hebben het hier niet over zoete gelei, maar als je verse ananas, papaya of
kiwi zou willen verwerken in gelei lukt dat niet, de enzymen uit de vruchten
maken dat de gelatine niet kan stollen. Ter vervanging kan
agar-agar worden gebruikt.. Gelatine wordt in de voedselindustrie veel
gebruikt om light-producten enigszins smakelijk te maken (E441). Sandelhout - Jazeker, hout! Rood (van
Pterocarpus santolina) en geel of wit (beide van Santalum
freycinetianum) hout van geurige sandelbomen werd gebruikt als
voedingskleurstof in middeleeuws en vroeg-modern Europa. Voor de introductie in
Europa van tomaten en rode paprika's, was het moeilijk om gerechten een rode
kleur te geven. Rood sanfdelhout was één van de kleurstoffen daarvoor. Je kunt
houtsnippers kopen, maar om als kleurstof te gebruiken, heb je fijngemalen hout
nodig (zaagsel), een dieprood poeder. Sandelhout wordt ook in de parfumindustrie
gebruikt en voor wierook. Snoek - Een zoetwater-roofvis (Esox
lucius) die -in ieder geval bij mij- bekend staat als de 'Donald Duckvis':
zijn bek lijkt op de snavel van de Disney-eend. Er zwemmen ook snoeken in de 's
Gravelandse Vaart pal voor mijn werkkamer. Die bek, daar moet je voor oppassen,
zelfs als hij al dood op het aanrecht ligt: de tanden staan naar achter, steek
je er iets in (bijvoorbeeld je duim, om een betere greep op de grote glibbervis
te krijgen, zoals mij ooit overkwam), dan krijg je dat niet zomaar er weer uit.
De snoek heeft geen schubben, maar net als forel een slijmlaag op de huid. Je
kunt een snoek dus ook 'blauwkoken' door azijn of wijn aan het pocheerwater toe
te voegen. Snoek kan worden gebruikt in heel verfijnde gerechten, maar de meeste
mensen zijn niet zo dol op de vis omdat hij zoveel graten heeft. Bovendien kan
een snoek als je pech hebt 'gronderig' smaken. Hij leeft immers op de
modderrijke bodem en hapt daarvan ook wel eens iets naar binnen. Daarom werd
vroeger aangeraden een snoek eerst levend en wel enkele dagen in een teil met
water te laten vasten zodat die gronderige smaak verdween. Maar dan is die smaak
ook uiterst verfijnd. Daarom was het in de Middeleeuwen een geliefde tafelvis
tijdens vis- en vastendagen. Het spierwitte vlees wordt in de klassieke Franse
keuken nog steeds graag verwerkt tot quenelles (gekruide en gepocheerde
farce).
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van
Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden
overgenomen.