Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van
gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en
bronvermelding worden overgenomen.
Italië bestond als land nog helemaal niet in
de Middeleeuwen, het schiereiland was een mozaïek van stadstaatjes en
hertogdommetjes, en het Vaticaan natuurlijk. Maar de Italiaanse (streek)keuken, díe was
er zeker al! Elders op deze site zijn bijvoorbeeld recepten voor
crostini met mozarella en tortellini in brodo uit de zestiende eeuw
te vinden, en hieronder staat één van de vroegste recepten voor een typisch
Italiaans dessert, zabaglione. Begin negentiende eeuw adopteerde de
Franse keuken dit gerecht als sabayon.
Afhankelijk van de verhouding
zabaglione/ander ingrediënt kun je het beschouwen als vla of
saus: één in plakjes gesneden aardbei bij de zabaglione, dat is garnering bij de
vla, maar een kommetje aardbeien met zabaglione erover, dan heb je een saus. In
de zestiende eeuw werd zabaglione ook wel als drank geserveerd, nóg
vloeibaarder dus (zie hieronder). Het werd ook wel geserveerd aan zieken of
zwangere vrouwen. Op het plaatje links eet een bedlegerige vrouw met een lepel
iets uit een kommetje. Het zou leuk zijn als het hier inderdaad een afbeelding
van zabaglione betrof, maar deze afbeelding uit het Tacuinum
Sanitatis betreft savich, ofwel gerstepap.
Overigens is het recept voor de zabaglione dat op deze pagina staat niet voor
zieken of zwangere vrouwen, maar voor een vrolijk tafelend gezelschap (il
compagnone = 'gezelligheidsdier', volgens mijn Italiaans/Nederlands
handwoordenboek van Van Dale).
Zabaglione is een warme eiervla. Jaja,
hier is de grote instinker: het verhitten van rauwe eidooiers! Dit moet voorzichtig en
onder constant roeren gebeuren, anders krijg je een klonterige troep. Neem de
tijd, en zet niet uit ongeduld het vuur hoger, dan komt alles goed. De
middeleeuwse koks waren zeer bedreven in het koken op open vuur, maar een
schotel als deze zal toch een uitdaging zijn geweest. Het recept hieronder, uit
de vijftiende eeuw, is duidelijk geschreven door een vakman, die het niet nodig
vond om precies te beschrijven hoe je rauwe eidooiers in een heet gerecht
verwerkt. Want met "Laat koken tot
het zo dik als soep is" krijg je beslist geen mooie gebonden vloeistof! Een
eeuwtje later beschrijft Scappi in zijn Opera uit 1570 hoe je
zabaglione het beste kunt bereiden: in een kleine ketel die in een koperen bak (bastardella,
volgens Scully lijkend op een concha, zie afbeelding hieronder)
met kokend water wordt gezet (editie VI.64), een bain
marieavant la lettre dus. In een ander recept schrijft hij dat
zabaglione in een vertinde koperen pot wordt bereid die op enige afstand van het
vuur staat (editie VI.67). In een zabaglione-recept uit een
eerder hoofdstuk (editie II.163) gebruikt Scappi ook een
koperen bak, of anders een kleine ketel die bovenop een kan (cucumo,
zie afbeelding hieronder) wordt gezet die
gevuld is met kokend water dat zo hoog staat dat het de onderkant van de ketel
raakt. Dan wordt de opening tussen kan en ketel afgesloten (misschien met een
reep deeg) en na een half uur is de inhoud voldoende gebonden. Maar je moet wel
goed blijven roeren.
Het recept voor deze zabaglione dateert uit de
tweede helft van de vijftiende eeuw, het komt uit een kookboek dat bekend staat als
Cuoco Napoletano (editie
p.88/9). Deze tekst is overgeleverd in slechts één manuscript, dat
in de Pierpont Morgan Library in New York wordt bewaard. Het
manuscript telt 90 bladen (180 bladzijden), met in totaal 220 recepten, en
menu's van vijf uitgebreide maaltijden. De recepten en menu's zijn
waarschijnlijk door één hand geschreven, aldus Scully (editie p.5),
die deze kooktekst in Engelse vertaling in 2000 publiceerde. Het recept
voor zabaglione neemt -letterlijk- een aparte plaats in: het staat als
enige recept ná de vijf menu's achterin het manuscript, die worden afgesloten met finis (einde),
en onder het recept staat nog een keer finis. In het commentaar bij de
recepten geeft Scully een versie uit een ander manuscript dat volgens hem jonger
is dan de Cuoco Napoletano, het Libro de Cosina (bewaard in
het gemeentearchief van Riva del Garda in Noord-Italië). Dit manuscript is een
oudere versie van het beroemde Libro de Arte Coquinaria van Maestro
Martino de Rosso (editie), waarop Bartolomeo Sacchi (Platina) weer zijn De Honesta
Voluptate et Valetudine (editie) baseerde. In een appendix toont Scully aan de hand
van tekstvergelijkingen tussen het manuscript uit Riva en de Cuoco aan
dat het waarschijnlijker is dat het laatste de bron is geweest van het
eerstgenoemde kookboek dan omgekeerd (editie pp.245/248).
Voor de overzichtelijkheid nog even op een rijtje: de Cuoco
Napoletano, waar onderstaand recept uit komt, is volgens Scully het oudst,
dan volgt het Libro de cosina, daarna het Libro de arte coquinaria
van Martino de Rossi, dat door Platina in zijn 1468 verschenen boek De
honeste voluptate et valetudine uitgebreid wordt gebruikt en bovendien
onder de titel Epulario in 1516 werd bewerkt door Giovanni Roselli.
Beide laatste boeken waren zeer succesvol, werden in diverse Europese talen
vertaald, en werden nog tot in de zeventiende eeuw herdrukt (dat het Libro
de arte coquinaria aan beide teksten ten grondslag ligt, is pas sinds 1927
bekend, toen
Joseph D. Vehling dit manuscript ontdekte).
De zabaglione uit het
Libro de Cosina is min of meer dezelfde (hoewel met andere hoeveelheden)
als die van de Cuoco Napoletano, maar er staan twee aardige opmerkingen
bij: je geeft dit in de avond voor het slapen gaan, en het versterkt de hersenen
("E questo da a la sera quando l'homo va a dormir. Et notta ch'el conforta lo
cervello." Editie p.173). In het Libro de Arte Coquinaria ontbreekt dit
recept, en ook Platina geeft geen recept voor zabaglione. In de Opera
van Bartolomeo Scappi uit 1570 (editie), ook een Italiaanse
tekst, staan weer wel enkele recepten voor zabaglione, o.a. met kippebouillon
als extra ingrediënt (editie II.163), en twee variaties
voor zieken, één met water i.p.v. bouillon die onder andere aan zwangere vrouwen
wordt gegeven(editie VI.64), en een extra voedzame versie
met bouillon, amandelmelk en rozewater (editie VI.67).
Alle drie bevatten daarnaast eidooiers, zoete wijn, suiker en kaneel, en ze
kunnen als drank of dikke soep worden geserveerd.
Het oorspronkelijke recept Ontleend aan
Cuoco Napoletano (editie
p.88/9). Zie over de tekst hierboven.
Zabaglone.
Per fare quatro taze de Zabaglone, piglia .xii. rossi de ova frasca, tre
onze de zucaro he meza onza de canella bona he uno bucale de vino bono
dolce, he fallo cocere tanto che sia preso como uno brodeto. Et poi levalo
fora he ponello in uno grando piatello davante alli Compagnone. Et se
vorai, gli potrai ponere uno pezo de butiro fresco.
Zabaglione.
Om vier kommen zabaglione te maken, neem twaalf dooiers van verse eieren,
drie ons suiker, een half ons goede kaneel en een beker
goede zoete wijn. Laat koken tot het zo dik als (gebonden) soep is. Neem
het dan (van het vuur) en zet het in een grote schotel voor de makkers. Als je wilt,
kun je er een stuk verse boter op doen.
De moderne bewerking van het recept: Printversie van het recept
Uit het recept blijkt dat het wordt opgediend in één grote schotel waaruit
meerdere mensen lepelden, zoals in die tijd heel gebruikelijk was. Er van
uitgaande dat vier personen één kom deelden, en dat de eieren in die tijd
kleiner waren dan nu (net als de kippen die ze legden), kun je er van uitgaan dat dit een klein gerechtje was. Het
oorspronkelijke recept is dus voor zestien personen. Maar de moderne versie
hieronder is voor vier tot acht personen, afhankelijk van de voorgaande gangen,
en of je de zabaglione als saus of vla serveert (zie de foto hieronder).
Ingrediëntenlijst:
4 eidooiers
25 tot 40 gram suiker
1 tot 1 1/2 theelepel kaneelpoeder
1,25 tot 1,5 deciliter Marsala, Vin Santo of andere (Italiaanse) zoete wijn
eventueel wat klontjes boter op kamertemperatuur
Voorbereiding:
Doe de eidooiers met kaneel en suiker in de pan of kom die je straks gebruikt op het
fornuis of in het bain marie.
Klop samen tot schuimig (met garde of mixer), giet
dan geleidelijk de wijn erbij terwijl je blijft kloppen.
Bereiding:
Je kunt kiezen voor de au bain marie methode (dan gebruik je een metalen,
warmtegeleidende kom) of voor een steelpan met een
dikke bodem. Kijk hier
voor het bereiden in een bain marie. Kies je voor een steelpan, dan moet
je goed letten op de temperatuur van de hittebron, want als die te hoog wordt,
schift het mengsel. Belangrijk is constant goed roeren. Als je een mixer gebruikt, kan de
temperatuur iets hoger omdat het mengsel dan meer in beweging is. Reken op vijf
(mixer in steelpan) tot vijftien (garde au bain marie) minuten
voordat je een mooie, licht gebonden eiervla hebt. Verwacht niet dat dit zo dik
wordt als vanillevla uit de supermarkt, dat is een totaal ander product (zonder
eieren, maar met melk en bindmiddel).
Serveren:
Meteen, want de vla moet liefst warm zijn als je er klontjes boter op wilt laten
smelten. Als je zabaglione koud wilt serveren kan dat ook. Gebruik dan iets meer
suiker, en géén boter.
Dien op in lage schaaltjes of -moderner- in coupes. Moderne
recepten suggeren lange vingers of andere koekjes als garnering. Aangezien er
zeker ook koekjes op tafel gestaan zullen hebben tijdens de laatste gang, is dat
ook voor deze vijftiende eeuwse zabaglione een prima idee. Om in Italiaanse
sfeer te blijven zou je Italiaanse lange vingers kunnen nemen (zitten
amandelen door, die zitten niet in 'onze' lange vingers), of amaretti
(zie foto links)
of iets dergelijks. Je eet de zabaglione met een lepel, of door de koekjes erin te
dopen. Of bijvoorbeeld deze opgerolde dunne wafeltjes naar middeleeuws recept.
Andere mogelijkheid: als saus over vers fruit of gebak. Vers fruit gecombineerd
met cake en zabaglione levert een soort trifle op, met geklopte room erbij.
Hoewel ze dat in de zestiende eeuw vast ook erg lekker hadden gevonden, is dit
toch een modernere combinatie. En de laatste variant: vers fruit, zabaglione
erover, bestrooien met poedersuiker en onder de gril of de gasvlam erover.
Marsalawijn - Zoete
Italiaanse wijn van het eiland Sicilië. Wordt vaak als aperitief gedronken. Zie
de Engelstalige Wikipedia
voor meer informatie (de
Nederlandstalige is te beknopt). Ons - Vóór de invoering van het
metrieke stelsel rond
1800, woog een ons (nu 100 gram) veel minder, namelijk tussen de 22 en 28 gram.
De huidige ounce uit het Engels/Amerikaanse systeem is daar nog mee te
vergelijken (1 ounce = 28,35 gram). Vin Santo - Zoete Italiaanse wijn uit Toscane. Wordt
gedronken als dessertwijn. Zie de
Engelstalige Wikipedia voor
meer informatie (de
Nederlandstalige is te beknopt).
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
Inleidende teksten, bewerkingen en
foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder
toestemming en bronvermelding worden overgenomen.