|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Romeins zuurdesembrood
English version of
this recipe
De Romeinen kenden verschillende soorten brood. Meestal
was dit zuurdesembrood, gemaakt met meel van tarwe, spelt,
gerst, gierst of rijst. Zelfs gemalen peulvruchten konden meel leveren. Vanaf de 2de eeuw voor
Christus begon dit brood puls als basisvoedsel te verdringen. Men at brood bij
iedere maaltijd, bij iedere gang. Vandaar ook de kreet "brood en
spelen": beide werden gezien als essentieel om 'het plebs'
tevreden te houden..
Onderstaand broodrecept heb ik samengesteld uit de
beschrijving die Faas van de diverse Romeinse broodsoorten geeft (P.C.P. Faas, Rond de tafel der Romeinen (Diemen,
1994), pp.196-200). Het is dus niet een
origineel recept, maar een impressionistisch recept. Probeer het
eens bij de Romeinse mosselen of bij Patina
met asperges en kwarteltjes.
De broden die op deze pagina staan afgebeeld hebben geen authentieke vorm, maar
een fantasievorm. Faas noemt broden in een ringvorm met een laurierkrans erop,
een plat, pizza-achtig brood, een langwerpige rol, een paddestoelvorm, een
vierkant brood in de vorm van een dobbelsteen, en brood in de vorm van een
vrouwenborst. Variatie genoeg! Zie ook Middeleeuws brood.
Enkele moderne
broodrecepten op deze site: pestobrood, olijvenbrood, walnotenbrood,
tomatenbrood. En dan is er nog het feestbrood.
Romeinse recepten op deze site: Mosselen met lavas- en
komijnsaus, Romeinse abrikozen,
Romeinse broccoli,
Kruidenomelet met groene asperges,
Omelet met asperges en kwartel.
 |
ingrediëntenlijst:
500 gram speltmeel
¼ liter wit druivensap
200 gram zuurdesem op kamertemperatuur
75 gram verse geitenkaas op kamertemperatuur
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel honing
1 theelepel elk van anijs en komijnzaadjes
½ theelepel zout
en eventueel toch ook maar wat gist (15 gram verse of 5 gram droge)
Meng de zuurdesem met 1 deciliter van het
druivensap, 100 gram speltmeel en de honing (voordeeg). Laat een tot drie uur staan op
een warm plekje, tot het in volume is verdubbeld, vermeng dan met de overige ingrediënten en kneed tot je een soepel deeg
hebt gekregen. Laat het deeg afgedekt met een vochtige doek op een warme plaats
rijzen. Gebruik je extra gist, dan zal één of twee uur genoeg zijn, gebruik je
alleen zuurdesem, dan kun je het ook een hele nacht laten rijzen. Als de
omgevingstemperatuur zakt, rijst het deeg langzamer. Wil je voorkomen dat het
deeg uitdroogt, plaats de deegkom dan in een grote plastic opbergbox met deksel,
met een paar bekers heet water. Kneed weer goed door en laat eventueel nogmaals
een tijdje rijzen.
Vorm nu een brood. Dit kan van alles zijn. Vul gewoon een broodblik, maak een
broodvlecht, krans, wagenwiel, leef je uit. Als het brood zijn vorm heeft
gekregen moet het weer rijzen, dit keer is een half uurtje ook goed. Verwarm de
oven voor op 220ºC. Zet het brood 20 tot 25 minuten in de oven.
Als je een zogenaamde baksteen hebt, kun je het brood daarop bakken. Zet de oven
dan op 200ºC, Het brood is in 20 tot 25 minuten klaar.
Gerst
en gierst: Maar één letter verschil, maar toch zijn het twee heel
verschillende graansoorten.
Gerst (Hordeum, diverse varianten) komt uit Azië, maar omdat het weinig eisen
stelt aan de groeiomstandigheden kan het overal worden verbouwd. Het is
misschien wel het alleroudste verbouwde graangewas. In Nederland dient het nu
vooral als veevoer, maar het is ook de grondstof voor een belangrijke drank:
bier. Het heeft aren met lange kafnaalden.
Gierst (Panicum, diverse varianten) komt uit Zuidoost-Azië of Midden-Oosten, en
is heel wat kieskeuriger dan gerst. Gierst heeft een warm klimaat nodig, maar
het kan goed tegen droogte. Daarom is gierst in gebieden in Afrika belangrijk
voedsel. Het bevat in vergelijking met andere granen veel mineralen. De gele
zaden zitten in pluimpjes bij elkaar.
Rijst: Het
wordt wel eens vergeten, maar rijst is, net als tarwe, een graansoort. En een
ander feit dat niet algemeen bekend is: rijst (Oryza sativa) mag dan wel uit het
Himalaya-gebied komen, maar het wordt al eeuwenlang ook in Europa verbouwd,
eerst vanaf de achtste eeuw na Chr. in Spanje (daar werd het door de Moren
geïntroduceerd). Voor de antieke Romeinen was rijst een duur import-artikel. In
Noordwest-Europa werd rijst pas sinds de dertiende eeuw geïmporteerd.
Speltmeel:
Spelt is een graansoort. Omdat dit graan niet zo goed tegen grondverrijking en
onkruidbestrijding kan, is de teelt ervan sinds begin twintigste eeuw sterk
achteruit gaan, het was niet economisch genoeg. Apicius noemt spelt in enkele
recepten met name. Speltmeel is te koop bij natuurvoedingswinkels.
Tarwe: (Triticum aestivum) is de koning van de graansoorten, bijna
net zo oud als gerst. Het is het graan van de bovenklasse, en tot enkele
decennia geleden gold 'hoe witter het brood, hoe sjieker'. Van tarwemeel
bak je in ieder geval het beste brood, of het nu wit of volkorenmeel is. Dan is
er ook nog harde tarwe (Triticum durum), dat vooral belangrijk is voor couscous
en pasta. Trouwens, eenkoorn en spelt zijn ook tarwe-soorten.
Zuurdesem:
Wat is het. Eigenlijk is dit een mengsel van warm water en meel (tarwe of rogge), waarin
"wilde" gistbacteriën voor de gisting zorgen. Het mengsel (water en
bloem in een verhouding van 1:1 tot 2:1) wordt enkele dagen warm weggezet. De bacteriën
kunnen zich ontwikkelen en zorgen voor de karakteristieke, zurige lucht.
Tegenwoordig wordt bij het bakken vaak ook wat "tamme" gist toegevoegd om het rijzen
van het brood te helpen bevorderen.
Hoe maak je het zelf. Als je zelf zuurdesem wilt maken heb je een klein probleempje: hoe vang je die
wilde gistbacterie?
Je kunt het meel/watermengsel ergens neerzetten en hopen dat er wat goeds in
terecht komt. Je bent dan erg afhankelijk van wat er in je directe omgeving in
de lucht zweeft. Soms heb je geluk en krijg je prachtig zuurdesem, maar je kunt
ook iets onappetijtelijks krijgen, of helemaal niks vangen. Als het papje
vies ruikt, of heel erg actief is en de kom uitrijst, aarzel niet en spoel het
door het toilet. Begin opnieuw en hoop op een betere vangst.
Je begint met
een mengsel van 100 gram volkorenmeel en 1 tot 2 deciliter lauwwarm water. Laat
het -met een vochtig doekje erop- een paar dagen op kamertemperatuur staan. Roer
twee keer per dag om, zodat er weer een egaal mengsel ontstaat. Door de werking
van de "gevangen" bacteriën krijgt het papje een zurig luchtje. Voeg
er na een dag of drie 1 eetlepel bloem en 1 eetlepel water bij, en na weer een
dag nog een keer. Een kleine week na het begin heb je een zuurdesem dan kan
worden gebruikt voor het bakken van brood. Je kunt bij de zuurdesem ook een
theelepel honing of suiker doen.
Hoe kun je aan kant-en-klaar zuurdesem komen. Een veiliger methode is wat vragen aan iemand van wie je weet dat die goede
zuurdesem heeft, of een zogenaamde "sourdough starter" kopen (in de VS
gewoon te koop, in Duitsland ook, maar niet in Nederland. Via internet te
bestellen). Volg dan de
aanwijzingen op de verpakking. Merkwaardig genoeg
kunnen de warme bakkers je geen zuurdesem leveren, en doen biologische bakkers
ook ERG moeilijk als je hun erom vraagt (tegen betaling uiteraard, maar toch
willen ze niets geven, bakken ze wel zelf echt zuurdesembrood?).
Het bewaren van zuurdesem. Als je eenmaal goede zuurdesem hebt, wees er dan zuinig op. Bewaar je
"huisdiertjes" in de koelkast in een afgesloten bak. Sommigen
raden aan een deksel met gaatjes te nemen, maar de zuurdesem heet niet voor niks
zo: in je koelkast gaat het zurig ruiken. Haal de desem minstens één keer in de week
(liefst twee keer) uit de koeling om 24 uur op adem te komen. Als
zuurdesem een tijdje heeft gestaan, scheidt de massa zich in bezinksel en
grijsbruin vocht dat bovenop drijft. Roer het om en laat zonder deksel, met een
vochtige doek erover, warm (op
de verwarmingsketel of zo) staan. Je beestjes moeten wel te eten krijgen, haal
dus na het omroeren de helft van de zuurdesem uit de bak en bak daar een brood
mee of geef het weg, en vul aan met weer gelijke gewichtshoeveelheden bloem en
warm water. Roer weer goed door. Als je geen brood bakt of je desem niet kwijt
kunt, doe je wat minder bloem en water bij je desem.
Hoe bak je brood met zuurdesem. Op 500 gram bloem (volkoren meel, al dan
niet vermengd met rogge, haver, gerst) gebruik je 100 gram zuurdesem en 3,5 tot
4 deciliter water (begin met 3,5 deciliter en voeg alleen water toe als het deeg
dat nodig heeft). Het bovenstaande recept wijkt hiervan af, en dat mag ook. Durf
een beetje te experimenteren!
Gist: Bij de
bakker kun je verse gist krijgen, bij de supermarkt droge gistkorrels. Droge
gist roer je door de bloem, verse gist verkruimel je eerst in wat warm water met
een lepeltje bloem, na een kwartiertje kan het bij de bloem, of in dit geval bij
het voordeeg.
De site van Noel Haegens over brood bevat een
zeer
informatieve pagina over zuurdesem, gist en melkzuurbacteriën.
Als je meer wilt weten over Romeinse ovens is deze
engelstalige site de moeite waard, vooral de instructies voor het zelf
bouwen van een oven naar een voorbeeld uit Pompeï.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
09-01-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|