|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Romeinse vissaus: garum of
liquamen
English
version of this recipe
Dit is een kenmerkend ingrediënt van de antieke Romeinse keuken.
Het is een soort
vissaus die gebruikt werd om gerechten te zouten. Het is niet te vervangen door
gewoon zout, want in plaats van vocht te onttrekken (een eigenschap van zout),
voegt garum juist vocht toe aan een gerecht.
Als je Romeins wilt koken heb je deze vissaus nodig, hij werd veel gebruikt,
vooral in De Re Coquinaria kom je het vaak als ingrediënt tegen. Je
gebruikt het zoals je ook Worcestershire Sauce of Maggisaus zou gebruiken: in
kleine hoeveelheden toegevoegd aan een gerecht. Het is niet bedoeld om puur te
worden gebruikt.
Er zijn twee mogelijkheden om aan vissaus te komen. Je kunt Aziatische
vissaus gebruiken, Nam Pla uit Thailand of Nuoc mam uit Vietnam. Deze sauzen bevatten gefermenteerde vis, zout en water.
Je kunt echter ook zelf vissaus maken.
In diverse Latijnse bronnen worden methoden om garum te
maken beschreven. In de Geoponica
(XX, 46), uitgebreid door Faas (Rond de tafel der Romeinen) geciteerd, worden
vijf manieren beschreven:
1. Kleine visjes met zout inwrijven, in de zon leggen, af en toe keren. Als
ze compleet gefermenteerd zijn worden ze in een fijnmazige mand die in een vaas
hangt gedaan, het uitlekkende vocht is liquamen.
2. Deze methode lijkt op wat ik maar de 'methode Wunderlich' noem (zie
hieronder). Vis (ansjovis, makreel, tonijn) wordt met zout gemengd (verhouding
9:1), staat een paar maanden in een pot in de zon onder af en toe
omroeren (liquamen volgens de Bithyri).
3. Per halve liter vis wordt een hele liter oude wijn toegevoegd.
4. De 'snelle en goedkope' garum waarvan het recept hieronder staat:
pekelwater en vis gaan in een aarden pot met oregano, dit wordt aan de kook
gebracht en na afkoelen gezeefd tot het helder is. De garum in het flesje op de
afbeelding links is volgens deze methode gemaakt.
5. De beste garum, haimatum geheten, wordt gemaakt met alleen de ingewanden van
tonijn, met bloed en kieuwen. Deze worden met zout in een pot gedaan, en na twee
maanden is het vocht dat eruit loopt garum.
Recept voor
snelle garum
Onderstaand recept is geïnspireerd door het recept dat J.M. van Winter geeft in
haar boek Van soeter cokene, pp. 35/36, ik heb alleen de verschillende
kruiden teruggebracht tot enkel oregano, zoals in het recept voor 'snelle en
goedkope' garum staat. Je zou ook wat gedroogde munt erbij kunnen doen. De garum wordt gemaakt volgens de
snelle en goedkope methode die in de Geoponica wordt beschreven. Het is wel een heel smakelijk
vocht, dat in een half uurtje gemaakt is en vervolgens járen goed blijft in de
koelkast.
Wij kunnen dit makkelijk in onze hedendaagse keukens
toepassen. Laat je niet afschrikken door de prut in het pannetje tijdens het
koken, het eindresultaat is een mooie, heldere, geurige saus die nog lekker is
ook! Overigens, de katten zijn niet uit de keuken weg te slaan zolang het
pannetje met vissaus op het vuur pruttelt.
Ingrediënten:
500 gram kleine visjes (spiering, sprot, sardien,
ansjovis, vers of uit de diepvries, maar wel rauw)
375 gram zeezout
1 flinke eetlepel gedroogde oregano
eventueel 1 of 2 theelepels gedroogde munt
water
Bereiding:
Spoel de vissen af, haal ze niet leeg.
Doe alles (vissen, zout en kruiden) in een pan met zoveel water dat de vissen
net twee centimeter onderstaan.
Breng aan de kook en laat een kwartiertje koken. De vissen zijn nu stukgekookt.
Druk verder kapot met een houten lepel.
Laat nog even koken tot de vloeistof begint in te dikken. Dit betekent echt
koken, niet op een laag pittje sudderen, en dat zo'n twintig minuten.
Zeef de dikke prut eerst door een gewone zeef om alle grove bestanddelen te verwijderen, en
daarna door een neteldoek om de vloeistof zo helder mogelijk te krijgen. Hoe
vaker je zeeft, hoe helderder de vloeistof wordt. Het eindproduct kan variëren
van lichtgeel tot diep goudgeel, de vloeistof moet helder zijn.
Laat afkoelen en bewaar in een schone jampot in de koelkast. Overtollige
zoutkristallen kunnen neerslaan in de pot, als de garum weer op
kamertempertauurkomt, worden deze
kristallen weer opgenomen in de vloeistof.
Door al het zout is deze vissaus jarenlang houdbaar. Je hebt er per keer maar
enkele lepels van nodig, dus met deze hoeveelheid heb je wel even genoeg
Romeinse vissaus in huis.
Het eindproduct, de zelfgemaakte garum, is een verrassend
lekkere, helemaal niet uitgesproken vissige saus. Het verschil met de moderne
Aziatische vissauzen en de authentieke Romeinse garum is dat deze niet van
gefermenteerde, maar gekookte vis is gemaakt (in dat opzicht lijkt de 'goedkope
en snelle' garum uit dit recept op die Oosterse vissauzen). De Aziatische vissauzen missen
bovendien de extra smaakdiepte die de Romeinse garum heeft omdat daar geen
kruiden in worden gebruikt. De garum waarvan hierboven het recept staat, is dus
een compromis tussen de moderne vissaus uit Azië en de antieke Romeinse vissaus.
Recept voor
authentieke gefermenteerde garum
Echte garum wordt niet gemaakt van gekookte vis, maar met
in de warme mediterrane zon gefermenteerde vis. Hier in Nederland kunnen we deze
methode niet toepassen, bij gebrek aan warme mediterrane zon. Maar
Heinrich
Wunderlich legt op zijn (Duitstalige) site uit hoe je met behulp van een
yoghurtmaker authentieke garum kunt maken. Je hebt hele visjes nodig, of alleen
de ingewanden, en 15 tot 20% aan gewichtsaandeel zout. Zorg dat het zout goed
gemengd is met de vissen. Doe dit mengsel nu in de yoghurtmaker, waarin het drie
tot vijf dagen op 40 grC fermenteert, terwijl je één of twee keer per dag het
mengsel omroert. De vissen lossen helemaal op, alleen de graten blijven over.
Zeef het vocht enkele keren tot het helder is. Volgens Wunderlich wordt de garum
beter als het langer fermenteert, tot zelfs enkele maanden toe. Maar ja, dan
moet je wel je yoghurtmaker al die maanden aan hebben staan.
Ik heb dit nog niet geprobeerd, éérst moet ik zo'n yoghurtmaker aanschaffen.
Maar ik ga het zeker proberen.
Overigens waarschuwt Wunderlich er terecht voor dat de hoeveelheid zout absoluut
voldoende moet zijn, liever méér dan 20% dan te zuinig.
Garum hoort een heldere vloeistof te zijn. Gooi troebele
garum weg. Als je met een lepel garum uit een pot haalt moet die altijd schoon
zijn, om te voorkomen dat er zich ondanks al het zout toch bacteriën of
schimmels ontwikkelen.
Romeinse recepten op deze site: Mosselen,
Patina met asperges, Brood,
Romeinse abrikozen,
Romeinse broccoli,
De heilige boon.
Bibliografie
P.C.P. Faas, Rond de tafel der Romeinen (Diemen,
1994).
J.M. van Winter, Van Soeter Cokene. Recepten uit de romeinse en
middeleeuwse keuken (Enschede/Bussum, 1971)
The Roman Cookery Book. A critical
translation of "The art of cooking" by Apicius, for use in the
study and kitchen. Barbara Flower en Elizabeth Rosenbaum (London,
1980, reprint van editie uit 1958) (De Re Coquinaria, meer
over dit boek)
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
02-05-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|