|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Basisrecepten voor verse pasta
|
| Italiaanse pasta met eieren, en met harde tarwe | Chinese mie (bamie) |
Japanse pasta: udon, soba
en cha-soba Noedelbouillon voor Japanse pasta |
Italiaanse
pasta zelf maken.
Het is niet zo dat alle Italianen iedere dag pasta eten. Pasta is slechts
één van een aantal mogelijkheden voor de "primo piatto", daarnaast
heb je bijvoorbeeld ook risotto en soep. En al eet een Italiaan pasta, dan is
die niet altijd versgemaakt. In het zuiden van Italië eet men vooral gedroogde
pasta die van harde granen is gemaakt, de verse eierpasta komt uit noordelijker
streken, en wordt vaak van gewone bloem gemaakt, hoewel je ook prima verse pasta
van bloem van harde tarwe kunt maken.
Er zijn vele kwaliteiten bloem. Al je jezelf een hele kok vindt, ga je op zoek
naar de allerfijnste Italiaanse bloem die je maar kunt krijgen, het liefst in
dat éne, heel speciale zaakje. Veel plezier ermee. Ik gebruik de goedkoopste
bloem, en maak fantastische pasta. Probeer gewoon wat uit.
Hoeveelheden voor verse eierpasta. Voor vier personen neem
je 2 eieren en 220 gram bloem, voor elke 2 personen meer 1 ei en 110 gram bloem
extra. Als je pasta maakt om te vullen moet er voor elk ei 1 theelepel melk
bij.
Deze hoeveelheden zijn richtlijnen: als je grote of kleine eieren gebruikt, of
oude bloem, kan het zijn dat de verhoudingen wat anders zijn. Kijk tijdens het
kneden: blijft het deeg te nat, voeg dan wat bloem toe. Wordt het deeg te droog
(brokkelig), doe er dan wat water bij.
Hoeveelheden voor pasta met harde tarwe. Voor vier personen neem je 250
gram pasta van harde tarwe (verkrijgbaar in Italiaanse specialiteitenwinkels,
ziet er geel uit) en 1,25 deciliter water, en een snuf zout. Meng met de hand of
in de keukenmachine. Kneed zoals hieronder staat beschreven.
|
|
Het deeg mengen. Stort de bloem op het
aanrecht of de tafel en maak in het midden van het bergje een kuiltje. Doe hier
de hele eieren in (en eventueel de melk) en begin te mengen: schep wat van de
bloem van de binnenkant van het kuiltje door de eieren. Gebruik één hand voor
het mengen, gebruik de andere hand om het bergje bloem overeind te houden zodat
de eieren niet naar buiten lopen. Meng steeds meer bloem door de eieren totdat
het mengsel niet meer zo vloeibaar is. Schep dan de rest van de bloem erdoor tot
een kruimelig deeg. Als de eieren groot zijn en het deeg plakkerig blijft, voeg
dan nog een beetje bloem toe.
Maak het werkvlak schoon, en was en droog de handen.
Het deeg kneden. Ga nu het deeg ongeveer 10 minuten kneden. Flink duwen
met de handpalmen, en het deeg vouwen en draaien. Er ontstaat een soepele
elastische bal. Wat ook goed werkt is de deegbal een paar keer met kracht op het
tafelblad smijten. Hierdoor wordt het deeg nóg elastischer. Dat betekent wel
dat je recht naar beneden moet smijten, want als je onder een hoek gooit,
stuitert de deegbal de keuken door. Het kneden en smijten is een prima manier om
frustraties af te reageren.
Verpak het deeg eventueel in plasticfolie en laat een half
uurtje rusten. Dit is niet noodzakelijk, maar het wordt vaak voorgeschreven.
|
|
Het deeg uitrollen. Nu moet er een dunne lap van het deeg gerold worden.
Dit kan met een brede houten roller (formaat bezemsteel), het kan ook met de
zogenaamde pastamachine: 2 roestvrijstalen rollers die in onderlinge afstand
versteld kunnen worden. Er zitten ook snijbladen bij, waarmee de pastalappen in
de vorm van tagliatelle (fettucine) of tagliolini gesneden kunnen worden.
Begin met de rollers in de breedste stand. Neem een stuk deeg ter grootte van
een ei en bewaar de rest in plastic folie of tussen 2 diepe borden. Voer
het deeg door de rollers. Vouw het dubbel, draai het een kwart slag, en voer het
nog een keer door. Herhaal nog een paar maal en begin dan met uitrollen (nu het
deeg niet meer vouwen) : zet de rollers iedere keer een stand dichter bij elkaar
en voer de deeglap erdoor. Als het deeg wat plakkerig is, bestuif het dan met
een beetje bloem. Ga door tot de gewenste dikte (of beter gezegd:dunte) is
bereikt. Let op: de lap wordt bij het uitrollen alleen maar langer, niet breder
(ook niet smaller). Als je pastalappen maakt om te vullen is het belangrijk dat
je in het begin van het uitrollen een lapje hebt dat precies even breed is als
de rollers van de pastamachine. Op die manier heb je straks een goede lap om
ravioli en dergelijke van te maken.
Als je klaar bent met pasta maken, veeg je de pastamachine schoon met wat
keukenpapier. NOOIT water gebruiken, zelfs geen vochtig doekje, want dan
verliezen de rollen hun gladheid en blijft de pasta aan de rollen kleven.
|
|
Pasta om te vullen meteen verwerken. Als je gevulde pasta maakt (tortellini, capelletti e.d.) heb je per ei 1 theelepel melk aan het deeg toegevoegd om het goed dicht te kunnen plakken. Laat de pasta niet drogen, maar snijd de pasta meteen in de gewenste vorm, en vul. Klein recept voor ravioli met kwartelvulling.
Pasta om te snijden laten drogen. Voor fettucine e.d. laat je de deeglap
eerst een kwartiertje op een schone theedoek drogen. Voer de lap (maximaal 60
cm) door de gewenste snijbladen en laat de gesneden pasta 5 minuten rusten op
een theedoek voor je hem kookt.
Een pastamolen zoals op de foto rechts is leuk, maar alleen handig om de pasta
korte tijd op te hangen als je bezig bent en de pasta snel gaat koken. Om pasta
te drogen om voor langere tijd te bewaren moet je de repen héél losjes als
vogelnestjes op een theedoek laten drogen. Want als tagliatelle op de molen
droogt heb je onhandig lange strips die ook nog eens makkelijk breken.
Lasagnevellen laat je vlak drogen.
Pasta koken. Verse pasta is in enkele seconden gaar! Doe de pasta in ruim
kokend water met zout. Als het water weer aan de kook is gekomen tel je tot
tien, dan meteen de pasta afgieten. Een pastapan is heel handig om verse
en gedroogde pasta in te koken. Hoe je zo'n pastapan gebruikt vind je hier.
Zorg, als je verse pasta bereidt, dat de saus klaar is voordat je met het koken
van de pasta begint, zodat je het gerecht meteen kan opdienen.
Pasta bewaren. Je kunt ongekookte pasta een tijd lang zonder koeling
bewaren (naar het schijnt zelfs langer dan een maand). Laat de pasta goed drogen
(luchtig in nestjes gerold) en leg ze dan in een grote schaal die je zonder deksel in een droge kast zet.
De pasta moet echt helemaal droog zijn voordat je ze in een kom doet, anders
gaan de slierten aan elkaar plakken.
Gedroogde pasta heeft een langere kooktijd, enkele minuten. Proef af en toe tijdens
het koken tot de pasta al dente is.
Gevulde pasta bewaren. Gevulde pasta is minder lang houdbaar, dat hangt van de vulling af. Door het vocht in de vulling droogt de pasta anders, en de vulling is ook aan bederf onderhevig. De pasta moet ook iets langer koken om de vulling te garen.
|
|
Gekleurde pasta.
Dit is heel decoratief, maar verlies niet uit het oog dat pasta de drager
van de saus is, en niet de concurrent. De kleur moet harmoniëren met de saus,
en de smaak van de pasta zelf moet niet overheersend worden. Je zou iets van
kruiden of specerijen door het deeg kunnen doen, maar eigenlijk is dat wel wat
veel van het goede.
Groene pasta. Deze maak je door aan het pastadeeg wat fijngemalen
geblancheerde spinazie toe te voegen. Zorg dat het vocht zoveel mogelijk uit de
spinazie is geknepen, en pureer de spinazie eventueel met één van de eieren in
een blender. Ga verder zoals hierboven beschreven.
Zwarte pasta. Deze wordt met inktvisseninkt gemaakt. Roer de inkt door de
eieren.
Rode pasta. Hiervoor gebruik je kookvocht van rode bietjes. Omdat je
vocht gebruik, kun je beter pasta op waterbasis maken dan op eierbasis.
Gele pasta. Hiervoor gebruik je saffraan of een beetje geelwortelpoeder
(koenjit).
Sauzen bij pasta. Je kunt niet zomaar elke saus door maakt niet uit welke pasta scheppen. Over het algemeen passen tomatensauzen beter bij gedroogde pasta, en roomsauzen bij verse pasta. Erg lekker is de wildsaus à la Bolognese. De klassieke Bolognesesaus is ook op deze site te vinden. Terug naar boven.
Chinese
mie.
In grote delen van China is niet rijst, maar tarwe het
basisvoedsel. Dit heeft te maken met het klimaat. Van tarwe kun je brood bakken,
pannekoekjes maken, en ook pasta. Mie wordt net zo gemaakt als Italiaanse
tagliatelle. Het enige dat anders is, is de ingrediëntenlijst.
Voor 4 tot 8 personen (afhankelijk van het menu
waarin de pasta wordt geserveerd) heb je nodig: 350 tot 400 gram bloem vermengd
met 1/2 theelepel zout, en 2 eieren die losgeroerd zijn met 135 cc (iets meer
dan éénachtste liter) water en enkele druppeltjes sesamolie.
Ga te werk zoals bij Italiaanse pasta: bergje bloem met zout, kuiltje, rest
erin, mengen, kneden, smijten, rusten.
Uitrollen en snijden doe je met de pastamachine. Je neemt steeds een stuk deeg,
rolt dat een aantal keer door stand 1, daarna rol je het steeds dunner uit. Je
laat de deeglap 20 minuten rusten op een theedoek. Daarna voer je de lap door de
tagliatelle- of tagliolinisnijder. Weer 5 minuten laten rusten voor het koken.
Koken in ruim water ZONDER zout. Verse pasta is heel snel klaar, de dunste al na
10 seconden! Het makkelijkst is een pastapan gebruiken. Terug
naar boven.
Japanse
pasta.
In Japan vormen noedels geen onderdeel van de
maaltijd. Ze worden gegeten als onze zak patat: fast food. In het noorden van
Japan worden vooral boekweitnoedels, soba, gegeten, in het zuiden tarwenoedels,
udon. Meer over Japanse pasta is te lezen in het recept voor "Volle
maan -noedels".
Voor 4 personen heb je nodig:
Voor udon 500 gram gewone tarwebloem, eventueel 1 eidooier, 1 1/2
theelepel zout en ongeveer 1/8 liter water.
Voor soba 400 gram boekweitmeel, 100 gram tarwemeel, eventueel 1
eidooier, 1 1/2 theelepel zout en ongeveer 1/8 liter water
Meng voor soba boekweit- en tarwebloem goed door elkaar. Ga verder te werk zoals bij Italiaanse pasta: bergje bloem met zout, kuiltje, rest
erin, mengen, kneden, smijten, minimaal twee uur rusten.
Uitrollen en snijden doe je met de pastamachine. Je neemt steeds een stuk deeg,
rolt dat een aantal keer door stand 1, daarna rol je het steeds dunner uit. Voor
Japanse noedels ga je niet door tot de dunste stand, de lap moet een dikte
houden van 3 tot 5 mm. Omdat het deeg zoveel dikker blijft kun je het uitrollen
en snijden ook met de hand doen, maar met de pastamachine gaat ook goed. Vergeet
niet de lappen vóór het snijden 20 minuten op een schone theedoek te laten
drogen. Als je met de hand uitrolt en snijdt, moet er bloem op het aanrecht en
op het deeg worden gestrooid.
Voor chasoba doe je 1 tot 2 eetlepels groene thee bij de bloem. Het
resultaat is een prachtige pastelgroene pasta. De groene thee moet van de beste
kwaliteit zijn, matcha. Dit is groene thee in poedervorm, bestemd voor de
theeceremonie.
De noedels worden in water gekookt, daarna
opgediend in speciale noedelbouillon, kake-jiru.
Gebruik voor het koken van de noedels bij voorkeur een
pastapan. Kook de noedels in ruim water al dente. Japanners hebben daar een
speciale methode voor. Breng het water aan de kook. Doe de noedels in het water,
en roer zodat de noedels niet aan elkaar plakken. Als het water weer kookt, giet
je een kopje koud water erbij. De buitenkant van de noedels koelt zo iets af,
waardoor ze gelijkmatig gaar worden. Herhaal dit nog twee of drie keer.
Controleer of ze al dente zijn. De kooktijd hangt af van de dikte van de
noedels, vanaf enkele minuten tot een minuut of tien. Haal de noedels uit de
pan, spoel ze af onder koud stromend water. Giet het kookwater weg, breng vers
water aan de kook om de noedels vlak voor het opdienen in te verhitten of dompel
de menrui opnieuw in het kookwater onder. Bij dat laatste zal de bouillon minder
helder worden.
Bouillon voor
Japanse noedels (kake-jiru).
Deze bestaat uit twee vloeistoffen, dashi en een smaakmakertje, tare no moto
geheten. Alles wat je
moet doen is ze mengen. Voor noedelbouillon gebruik je 1,5 deciliter van
de tare no moto met 8,5 deciliter dashi (ongeveer 1:6). Nog eens ten
overvloede: Deze bouillon is niet bedoeld om de noedels in te koken, maar om ze
in op te dienen.
Als je de noedels koud serveert geldt er een andere verhoudig: 1 deciliter tare
no moto met 3 deciliter dashi. Dit mengsel heet tsuke-jiru, en is de basis
voor sauzen die bij koude noedels worden geserveerd. Bij tsuke-jiru wordt
na het koken ook wel een handvol bonitovlokken in de pan gedaan. Na 15 seconden
wordt de saus gezeefd, en kan hij afkoelen tot kamertemperatuur.
De eerste component van noedelbouillon, dashi, is een verhaal apart. Klik hier voor het recept. De tweede component van noedelbouillon bestaat uit sojasaus en mirin (zoete rijstwijn) met suiker. Het mengsel heet "tare no moto". Je kunt het een week lang goedhouden in de koelkast.
0,7
deciliter sojasaus |
Verhit sojasaus en mirin in een steelpannetje.
Als het mengsel gaat schuimen gaat de suiker erbij, en het vuur laag. Roer
goed met een houten lepel. Als het mengsel kookt (blijven roeren), gaat de
pan van het vuur af. Laat zonder deksel helemaal afkoelen. Zet het dan
minstens twaalf uur in een afgesloten pot in de koelkast. Met 8,5 dl dashi genoeg voor 1 liter kake-jiru voor warm geserveerde noedels. Met 3,5 dl dashi genoeg voor 1/2 liter tsuke-jiru voor koud geserveerde noedels. |
| Meer recepten | Contact | Livejournal |
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op 12-08-09.
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.