|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
Verjus
English
version of this page
|
Letterlijk betekent verjus 'groen sap'. Het is sap van
onrijpe druiven, onrijpe appels, zuring, kruisbessen, wat dan ook, als het maar
zuur is. Je komt het tegen in middeleeuwse recepten, en zelfs nog tot in de
zeventiende eeuw en later, daarna is het in vergetelheid geraakt. Nu is het weer aan een
voorzichtige comeback bezig, er zijn zelfs verschillende commerciële producenten
van verjus. In Nederland kun je hier en daar 'Verjus de Périgord' kopen.
De smaak van verjus.
Platina citeert Macrobius voor een beschrijving van de smaak van
verjus: Goede verjus is scherper dan azijn ("acetum acerbius acore est",
editie, II.26).
Verjus wordt minder zuur van smaak naarmate hij ouder is, en is beperkt houdbaar. Het werd veel gebruikt in
de middeleeuwen. In de zomer kon de oude voorraad verjus bedorven zijn, of op.
Er zijn dan ook enkele recepten voor
'zomerverjus' overgeleverd, die de tijd moesten overbruggen totdat er weer
nieuwe verjus was. Maar die was dan wel weer scherp van
smaak. Als er nog oude verjus over was werd die gebruikt om de smaak van de
jonge verjus te verzachten (Zie de Ménagier de Paris,
editie p.260).
Dit doet me afvragen of de commercieel verkrijgbare verjus niet 'oude
verjus' is, want de smaak van die verjus is absoluut niet scherp, je kunt
het zelfs drinken als een fris druivesapje. Daar kwam ik achter toen ik de
fles verjus ooit verwisselde met een fles droge sherry.
Omdat goede verjus niet het hele jaar door verkrijgbaar was, werden er
alternatieven aangeraden zoals azijn, kruisbessesap, citroensap of rozewater (vreemd,
want rozewater is helemaal niet zuur).
Waarschijnlijk werd verjus in onze streken eerder van appels dan van druiven
gemaakt. Daarom lijkt mij appelazijn een goede vervanger voor wie geen verjus
kan kopen of maken.
 |
Zelf verjus maken.
Ik heb een nogal enthousiaste druif in mijn tuin
staan, een blauwe Frankenthaler, die dit jaar (2006) een overvloedige oogst oplevert.
Daarom heb ik maar eens zelf verjus van druiven gemaakt. Na het bestuderen
van de discussie over verjus op
Florilegium
en het doorbladeren van wat historische teksten heb ik de volgende methode
gebruikt:
Omdat de druiven al begonnen te verkleuren heb ik de een
gedeelte
op 22
augustus (2006) geoogst (zie de foto links). Na de trossen flink geschud te hebben om beestjes eruit te
krijgen heb ik de druiven van de trossen geplukt (heel grof en snel). De druiven
werden NIET gewassen, want ik heb begrepen dat de natuurlijke gisten op de
druiveschil ervoor moeten zorgen dat het sap licht gaat fermenteren (door het lage
suikergehalte zal dat nooit veel zijn).
Toen moesten de druiven geperst worden. Ik heb geen sapcentrifuge, en mijn
kennissen die er ooit een hebben gehad hadden hem allemaal al lang weer de deur
uit gedaan, ze vonden het onhandige dingen.
Een deel van de druiven heb ik met
veel moeite door de passe-vite
gedraaid, maar uiteindelijk besloot ik toch maar
de druiven heel modern kort (vijf seconden) in de blender te doen, en ze daarna in een
gewone zeef onder lichte druk uit te laten lekken. Het eerste resultaat was een
knalgroen troebel sap met een heel zure, maar duidelijke druivensmaak.
Daarna heb ik dit sap met wat in een droge koekepan geroosterd zeezout, afgedekt met een dubbelgevouwen linnen doek, anderhalve dag
weggezet. Ik zag daarna geen luchtbelletjes meer, ik neem aan dat wat er aan vergisting
kon gebeuren klaar was.
 |
Tot slot heb ik het sap gezeefd door keukenpapier, en ingevroren in
ijsblokjesvormen. Overigens bleef het sap groen en troebel, zelfs na drie keer
filteren (zie foto rechts). Voor het invriezen heb ik de verjus nog eens geproefd. Het is nog
steeds zuurder dan de commercieel verkrijgbare verjus, maar heeft wel een frisse
druivensmaak, duidelijk anders dan azijn.
En nu maar koken met zelfgemaakte verjus. Recepten
op deze site met verjus: Hemelsblauwe
zomersaus, Kalfsgehaktballetjes in
kropsla, Aubergines
in auberginesaus,
Gemarineerde kalfscoteletjes.
Over druiverassen en pluktijden.
In diverse bronnen kom je tegen dat niet zomaar elke druif geschikt is voor het
maken van verjus. En de rassen die wèl geschikt zijn voor verjus leveren geen
goede wijn op.
Eén van de druiverassen die genoemd worden voor verjus, en dat in de
Middeleeuwen al bekend was, is de Gouais. Deze witte druif is bijna uitgestorven
(want commercieel niet interessant), maar zijn DNA leeft nog voort in een aantal
druiverassen dat ontstaan is door de Gouais te kruisen
met de Pinot. De Chardonnay druif is één van die rassen.
In de discussies op Florilegium over de juiste pluktijd van druiven voor verjus wordt als
pluktijd aangenomen "voordat de druiven rijp zijn en gaan verkleuren", en dat
wordt geïnterpreteerd als "ergens tussen begin augustus en begin september". Ik
heb me daar ook aan gehouden (vooral omdat het half augustus was voordat ik er
zelfs maar aan dacht verjus te gaan maken).
Uit gegevens in Plinius' Naturalis Historiae (editie 12.60) en de
Ménagier de Paris zou je echter kunnen afleiden dat de druiven voor verjus
al veel eerder, namelijk begin juli, werden geplukt.
Plinius beschrijft dat de
druiven de grootte van kekererwten moeten hebben en vóór de hondsdagen (vanaf 6
juli) moeten worden geplukt, de Ménagier schrijft in zijn advies om oude en nieuwe
verjus te vermengen dat "in juli de oude verjus erg zwak is en de nieuwe verjus
nog te groen". De nieuwe verjus was er dus al in juli.
Verjus voor in de zomer en in de winter.
Gheeraert Vorselman geeft in zijn Nyeuwen coock boeck (1560) twee recepten voor verjus (in de
editie recepten XVI.22 en XVI.23).
Het recept
voor zomerverjus was wijd verbreid. Een
oudere versie staat in het
middelnederlandse manuscript KA Gent 15.1. Het komt ook voor in Le Ménagier de Paris uit de veertiende
eeuw, waar in plaats
van azijn en wijn witte (oude) verjus wordt gebruikt ("Vertjus d'ozeille",
editie p.258). Maar als je oude verjus nodig
hebt om zomerverjus te maken en die is op of bedorven, dan heb je er nóg niets
aan.
Het recept voor winterverjus staat ook in het Medecynboec uit 1593 van
Carolus Battus ( ). Hij gebruikt ongeroosterd zout, maar kookt het druivesap om het
langer houdbaar te maken.
|
Om groen verjuys te maken tsomers.
Neemt de tweedeel sulckerbladeren ende het derdedeel petercelie ende stoot dese tsamen ende dan doet dat met wat wijns ende azijns door eenen stromijn. Ende oft
ghi geenen sulcker gecrigen en cont, neemt daer voor wijngaertcrammen. |
Om groene verjus te maken in
de zomer.
Neem tweederde deel zuringbladeren en éénderde deel peterselie. Stamp deze
samen fijn, en duw dat met wat wijn en azijn door een zeef. En als U geen
zuring kunt krijgen, neem dan wingerdranken ervoor in de plaats. |
Om winterverjuys te maken.
Neemt verschen most van onrijpe druyven, ende doet daer in geroost sout, so
matelic dat daer na niet en smake, ende dan doeter in een deel onrijpe mispelen. |
Om winterverjus te maken.
Neem verse most van onrijpe druiven, en doe daar
geroosterd zout in, zo weinig dat het er niet naar smaakt. Doe er verder
enkele onrijpe mispels in. |
Extra informatie over ingrediënten:
Mispel: De vrucht van een kleine boom (de Mespilus germanica) die
verwant is aan appels. De vrucht lijkt ook een beetje op een appel, maar wat bij
de appel het klokhuis is is bij de mispel zichtbaar aan de onderkant. Mispels
zijn, zelfs als ze rijp zijn, oneetbaar, ze zijn werkelijk steenhard. Vandaar de uitdrukking "zo rot als een
mispel", want pas als de mispel bruin verkleurd is en zacht aanvoelt door
fermentatie is hij te genieten, en dan nog vinden velen het maar een vieze
vrucht.
Mispels werden vroeger aan most toegevoegd om de houdbaarheid te verlengen en de
smaak te verbeteren, vandaar
ook dat Vorselman dit aanraadt bij verjus.
In mijn verjus heb ik geen mispels gebruikt. Misschien volgend jaar.
Most: Dit is
gistend druivesap. Als het sap van rijpe druiven is geperst, begint de gisting
(door natuurlijk aanwezige of toegevoegde gist). Most kun je dan ook niet afgesloten bewaren, de
gevormde gassen moeten weg kunnen. Nadat die eerste heftige gisting voorbij is
rijpt het vocht rustig verder tot wijn. Most is er alleen maar vlak na de
druivenoogst, want het veranderd al snel in jonge wijn. Je kunt het dus maar een korte periode
krijgen. Ik heb het wel eens in Wallis (het wijnkanton van Zwitserland) in
oktober gedronken. Er zat flink koolzuur in, en de smaak was verfrissend.
Aangezien verjus van onrijpe druiven wordt gemaakt, is de door Vorselman
genoemde most, zoals hijzelf ook al aangeeft, van onrijpe druiven. Door het lage
suikergehalte vindt er amper gisting plaats.
Op de
Duitstalige site van Elmar Lorey staat meer informatie over verjus.
Bibliografie
Genoemde edities zijn in mijn bezit. De links verwijzen naar verkrijgbare edities.
Alle op deze site genoemde boeken (Hier staan ook korte reviews van
deze boeken)
Carolus Battus,
Medecynboec[...]. Hier is oock byghevoecht, eene seer excellenten,
gheëxperimenteerden nieuwen Cocboeck. Dordrecht, 1593 (ontleend aan Marleen
Willebrands, De verstandige
kok.[...]).
Le Menagier de Paris.
Editie: G.E. Brereton en J.M. Ferrier (Oxford, 1981)Zie ook:
Le Mesnagier de Paris.
Teksteditie Georgina E. Brereton en Janet M. Ferrier, vertaling (in modern
Frans) Karin
Ueltschi. Parijs, 1994.
Platina,
On Right Pleasure and Good Health .
Critical edition and translation of De Honesta Voluptate et Valetudine by
Mary Ella Milham. Med.&Ren. Texts & Studies vol.168, Tempe/Arizona,
1998.
Plinius
Secundus, Naturalis Historiae Libri XXXVII. 1998 (herdruk Teubner, Leipzig, 1892-1909 (interneteditie)
Gheeraert
Vorselman, Eenen nyeuwen coock boeck. Editie E.
Cockx-Indestege, Eenen nyeuwen coock boeck. Kookboek samengesteld door
Gheeraert Vorselman en gedrukt te Antwerpen in 1560. Wiesbaden, 1971.
|
Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op
27-06-10.
|
Inleidende teksten, bewerkingen en foto's van gerechten zijn eigendom van Coquinaria en mogen niet zonder toestemming en bronvermelding worden overgenomen.
|